We hebben een vijand

Rusland is niet langer "de agressor". Dat eufemisme zult u uit mijn mond niet vaak meer horen. We mogen niet naïef zijn, iets wat mevrouw Bikker ook zo sterk benadrukte in haar inbreng. Rusland is onze vijand. Alzo sprak minister Yeşilgöz-Zegerius (bij het Kamerdebat over de defensiebegroting) en gans de pers was in rep en roer. En holde de pers naar de grenzen om te kijken of die vijand onze grenzen overschreed? Tuurde de pers het hemelgewelf af, zoekend naar vijandige drones, raketten en vuurwerk? Verzamelde de pers zich op ’s land toppen der duinen om verslag te doen van vijandige landing op onze stranden? Niets van dat al. Want in dezelfde ademtocht waarmee de minister ons vijandbewustzijn nieuw leven inblies, verklaarde ze: En nee, dat betekent niet dat wij in oorlog zijn "Hè getfer", zuchtte de pers, "weer loos alarm". Dan zelf maar wat reuring opgepookt. De pers ging op zoek naar minister Berendsen van Buitenlandse Zaken en vroeg of hij wel wist dat we een vijand hebben. Het is immers zo dat een kabinet, alle bewindspersonen incluis, met één mond hoort te spreken? Ja, hij was vooraf niet op hoogte gesteld door Yesilgöz over haar gekozen woorden, maar “De minister van Defensie spreekt ook namens mij", zei Berendsen. "Rusland is onze grootste veiligheidsdreiging." Weer geen heel opzienbarend nieuws. De pers had nog één kans tot verdiepend onderzoek: de persconferentie na de ministerraad, alwaar de minister-president aan de tand gevoeld kon worden. De Winther (Telegraaf): “Meneer Jetten, is Rusland de vijand van Nederland?” Minister-president Jetten: “Ja, Rusland is zeker een van de vijandige mogelijkheden waar we als Nederland en Europa mee te maken hebben.” Nou, scherp als altijd sprong meneer De Winther daar natuurlijk gelijk bovenop: “Eén van de vijandige mogelijkheden? Welke hebben we dan nog meer?” Ho, wacht…. Zo ging het niet. De Winther verwees naar wat de minister van Defensie in het Kamerdebat had gepresteerd: We zagen gisteren de minister van Defensie dat dat duidde. Het was toch wel een enige verrassing omdat die term vijand toch wat serieuzere implicatie lijkt te hebben dan agressor. Bent u het eens met het feit dat dat twee verschillende woorden zijn met een verschillende achtergrond? De minister-president, op taalkundig gebied niet de achterlijkste, beaamde meteen:  “Zeker. Het zijn verschillende woorden.” Hij gaf een kort opsomming van de stand van zaken (de agressieoorlog in Oekraïne gaat maar door, er is in toenemende sprake van sabotage, intimidatie, allerlei acties ook in Europa, op NAVO-grondgebied die aan Rusland toegeschreven kunnen worden) en concludeerde: "Ik denk dat de minister van Defensie wat dat betreft terecht de boodschap gisteren uitdroeg, laten we daar niet naïef over zijn en er alles aan doen om die dreiging uit Rusland af te slaan." Natuurlijk was dat aanleiding voor de heer De Winther om de minister-president te bevragen over de politiek-militaire implicaties van de wel erg korte analyse die hij zojuist de pers had voorgeschoteld. De Winther haalde eens diep adem en zei: Wist u dat ze dit ging zeggen gisteren in het debat? En zo emmerde dat door,  tot aan journalist Wester (RTL) toe (“Had u niet van tevoren willen weten dat ze dat zou gaan zeggen? Ik snap dat u niet alle teksten van tevoren inziet, maar u wordt hier ook op aangesproken straks.”) Toen ook heer Wester doorkreeg dat de minister-president zich niet op liet juinen, leek hij eindelijk een veel relevantere vraag te stellen: Maar Nederland wil dan toch ook graag weten, wat is dan precies die dreiging? Waarom moet ik Rusland ineens zien als de vijand? Met dat “ineens” bleek de journalist wel een stukje geschiedenis en heel wat context vergeten te zijn. De minister-president kon dus op zijn gemak verwijzen naar inmiddels alom bekende zaken: “sabotageacties op Europees grondgebied, ondermijnen van onze samenleving, waarschuwingen van veiligheidsdiensten dat Rusland niet per se gaat stoppen bij Oekraïne, in bijvoorbeeld Polen is een aantal keren sprake geweest van schending van het luchtruim, een mislukte droneaanval op een Duitse luchthaven.” Wester gaf het verder op, maar had eén messcherpe vraag: Als we een vijand hebben, moeten we dan ook rekening houden met een oorlog? De minister-president herhaalde in iets andere bewoordingen wat de minister van Defensie donderdag ook al had gezegd: Nee, daar is in die zin geen acuut risico op een grootschalige oorlog of een directe confrontatie. Mooi, fijn, ik ben gerustgesteld. Ik ga gewoon weer boodschappen doen.

Door: Foto: Schermafbeelding persconferentie na de ministerraad 9 oktober 2026
Foto: Screenshot Tweede Kamer Debat Direct Wilders interrumpeert Schoof 13 november 2024

Schoof, de marionet van Wilders

COLUMN - Wie regeert: Schoof of Wilders? Naar het antwoord op die vraag wordt gezocht vanaf het moment dat Dick Schoof minister-president werd.

Volgens de pers

De Correspondent wist op 2 juli al: Wilders is dan geen premier, hij heeft alle touwtjes in handen.

Het AD blikte op 5 juli terug op het allereerste Kamerdebat met het kersverse kabinet. Wilder had Schoof weggezet als ‘slappe hap’.  Oud-Kamervoorzitter Wim Deetman zei (CDA) zei: “Het was een krachtmeting tussen Wilders en de premier: wie is de baas? De indruk in het debat is gewekt dat Wilders nu de dienst uitmaakt.”

Maar als RTL Nieuws op 7 juli vraagt: “Als Geert Wilders en Dick Schoof tegelijkertijd bellen, wie nemen de PVV-ministers uit het nieuwe kabinet dan als eerste op?”, dan beweren de PVV’ers eerst Schoof te zullen aanhoren. De premier is dus de baas, concludeert RTL hieruit.

In o.a. de Gelderlander (28 september) wordt een tweet van Wilders geciteerd: “Schoof is absoluut niet de baas, dat is de Tweede Kamer.”
Wilders doelde daarmee op een interview in het AD, waarin Schoof reageerde op speculaties dat Wilders in feite de dienst uitmaakt. De minister-president zei: “,Als premier ben je de baas” en “Nou ja, de baas… je bent premier. Dus je bepaalt wat het kabinet doet, en niemand anders.’’

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Roel Wijnants (cc)

‘Loser’ zijn of ‘loser’ spelen?

Het begon met een vroom gestelde tweet, waarin Geert Wilders zei dat hij het premierschap prijs gegeven had omdat hij daarvoor onvoldoende steun had gevonden bij zijn gesprekspartners in de kabinetsformatie van VVD, NSC en BBB. Maar de totstandkoming van een rechts kabinet was belangrijker dan zijn persoonlijke ambities, zo schreef hij. Zo wisten wij allemaal dat Geert Wilders, lijsttrekker van de grootste partij in de Tweede Kamer, geen minister-president zou worden.

Lang duurde deze sereniteit echter niet. Toen hij voor de tv werd geïnterviewd, meldde hij dat hij het gebrek aan steun voor zijn premierschap ‘unfair’ vond, ‘ondemocratisch’ en ‘staatsrechtelijk onjuist’. De leider van de grootste partij bij verkiezingen werd immers premier? Daarbij liet hij en passant weten (zonder namen te noemen) dat BBB zijn premierschap wel had willen aanvaarden, de VVD dat liever niet wilde maar er ook niet ‘dwars voor had willen gaan liggen’, maar dat NSC dat niet acceptabel had gevonden.

Allereerst maar even de onjuistheden in Wilders opmerkingen.

De grootste partij bij verkiezingen krijgt in Nederland lang niet steeds het premierschap. Zoals in 1977 kan een partij de grootste zijn maar toch in de oppositie terecht komen, zoals de PvdA met Joop den Uyl in dat jaar overkwam en in 1982 opnieuw. Voorts kan een partij de grootste zijn en ook het premierschap verwerven, maar dat hoeft niet de partijleider te zijn. Zo werd in 1959 de KVP de grootste, maar werd niet partijleider Carl Romme maar de van buiten komende Jan de Quay de premier.

Foto: Metropolico.org (cc)

Een premier Wilders is er nooit voor alle Nederlanders

Hij werd gisteravond al gefeliciteerd door de Hongaarse premier Orban die twitterde The winds of change are here. En dat helpt ons er weer even aan herinneren in welk Europees gezelschap Wilders zich de afgelopen decennia heeft opgehouden. Een paar jaar geleden nog was hij lyrisch over het leiderschap van Poetin.

Maar we kennen hem natuurlijk vooral van het binnenlandse gestook. Van z’n ‘kopvoddentaks’ en z’n ‘willen jullie meer, of minder Marokkanen?’ En van de vele andere momenten waarop hij met beledigende en neerbuigende opmerkingen liet blijken dat mensen voor hem niet gelijk zijn. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar Wilders heeft die vrijheid zelden gebruikt voor iets goeds.

En dan is daar de campagne voor de verkiezingen van 2023 en doet de pyromaan zich opeens voor als brandweerman. De man die, sinds hij de PVV in 2005 oprichtte, 18 jaar bezig is geweest om mensen vanwege hun verschillen uit elkaar te spelen, poseert nu sinds enkele weken als iemand die mensen ook bij elkaar kan brengen. Een toneelspel dat elke geloofwaardigheid mist. Met zijn verleden kan een premier Wilders nooit een premier zijn voor alle Nederlanders. Maar we moeten afwachten of de andere spelers op het toneel daar ook zo over denken.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

ZZZ | Minister-president boven de partijen

In het kader van Zonnige Zomerse vergeZichten over mooie nieuwe progressieve idealen: pleidooi voor een minister-president die boven de partijen staat. Ofwel: een MP bij wie het landsbelang boven het partijbelang staat.

Het is niet ongebruikelijk dat een premier ook politiek leider van een partij is. In een land dat vaak wordt geregeerd door coalities van meer dan twee partijen, wordt de minister-president geacht ‘eerste onder zijn/haar gelijken te zijn’ en vooral als regisseur op te treden.

Hoe menselijk moeilijk het ook is, het zou mooi zijn als de leiders annex lijsttrekkers van partijen hun politieke programma terzijde kunnen schuiven zodra ze door de Koning tot minister-president zijn benoemd.

Maar wacht, dat is onmenselijk moeilijk. Krijgt iemand eindelijk de macht, dan zou zij/hij de idealen niet meer mogen praktiseren? Daar zou een normaal mens knettergek van worden.

Toch, juist in een land dat altijd door coalities wordt geregeerd, zou het handig zijn als tenminste één regeringsfunctionaris niet gebonden is aan partijpolitieke agenda’s om blikveld en handen vrij te hebben voor het grote geheel: het landsbelang.

Dan moeten we wel van wat vanzelfsprekendheden af, die in de loop der geschiedenis gewoonterechtelijk bestuurscultuur zijn geworden. Namelijk dat de grootste partij bij verkiezingen ook de minister-president levert. Slechts drie keer werd de ’winnaar’ buiten de formatie en kabinet gehouden en werd dus niet in staat gesteld de premier te leveren. Dat overkwam de PvdA in 1971, 1977 en 1982.

Foto: Number 10 (cc)

Recordhouder Rutte

COLUMN - “De kans is erg klein dat Rutte IV binnen 196 dagen ergens over valt“, schreven we in januari 2022. Het zijn 543 dagen geworden.

In het Kamerdebat van gisteren betoonden alle fractievoorzitters, op twee na, hun respect voor Ruttes inzet voor het land. Maar niemand kwam op het idee hem te feliciteren met een nieuw gevestigd record.

Zijn lijstje records was al imposant. Van alle premiers sinds 1945 is Rutte de langstzittende MP, telt hij de meeste dagen als demissionair premier, volbracht hij de langste kabinetsformatie, heeft de meest opgestapte bewindslieden op zijn naam staan, keek tegen de meeste moties van wantrouwen aan, maakte de meeste excuses en was verantwoordelijk voor de wolligste Troonrede ooit.

Alle twijfel of Rutte met deze zeven stuks ook de meeste records op zijn naam heeft staan, kan overboord. Het worden er acht. Het is hem gelukt in de top 3 MP’s te komen die het vaakst hun kabinet zagen vallen.

Van alle 28 kabinetten sinds 1945, maakten 19 een crisis mee die 17 keer (61%) leidden  tot de val van een kabinet. Kabinetten onder leiding van Drees, Balkenende en nu Rutte zijn bij elk van hen drie keer gesneuveld.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Waar gaat Nederland heen met de minister-president?

ANALYSE - In het Kamerdebat gisteren over de Provinciale Statenverkiezingen zaten in vak-K, naast Mark Rutte, ook de drie vicepremiers. Toen het tijd was voor de antwoordtermijn, sprak Rutte:

Zoals ik al zei (…) aan het einde van de eerste termijn van de Kamer, is het kabinet voornemens dat ik de vragen beantwoord, omdat vicepremiers staatsrechtelijk natuurlijk alleen een rol hebben als ik er niet ben. Maar ik ben er, dus zij hebben hier geen rol. Er was een verzoek van de Kamer om ze erbij te hebben, dus daarom zijn ze erbij. Ze zijn er niet om ook nog wat te gaan zeggen. Dat is om goede staatsrechtelijke redenen.

Voor het Montesquieu Instituut schreef  Mr. Rein Jan Hoekstra deze analyse over de rol van de minister-president.

De minister-president is meer dan een primus inter pares. Hij heeft meer mogelijkheden om bij zwakke, tegenstribbelende of tekortschietende ministers te interveniëren dan premier Rutte voorstelt. ‘Minister-president kom uit uw schulp!’

In de recente maanden heb ik, of ik het wilde of niet, weer veel nagedacht over het ambt van minister-president en dan vooral de vervulling daarvan.

De eerste gebeurtenis was het weglopen van het gehele kabinet uit de Tweede Kamer bij de Algemene Politieke Beschouwingen. De zogenaamde APB plegen al sinds jaar en dag het hoogtepunt te zijn van het parlementaire jaar. Het kabinet legt verantwoording af voor het naar zijn oordeel te voeren beleid, zoals neergelegd in de Troonrede en in de Rijksbegroting. Hoe verwerpelijk de verdachtmaking van Forum voor Democratie ook was naar minister Kaag toe, dit had niet mogen gebeuren. Het had voor de hand gelegen dat de minister-president de voorzitter van de Kamer had gevraagd of deze stoot onder de gordel door een fractievoorzitter door de beugel kon. Hij had vervolgens schorsing kunnen vragen van het debat in de Kamer voor nader beraad in het kabinet. Nu brak echter chaos uit en daarmee leed het aanzien van het kabinet en de Tweede Kamer schade.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Patroon Rutte

COLUMN - Het lijkt een trend te worden: op de persconferenties na de ministerraad stelt de pers de persoon van Rutte verantwoordelijk voor alle hoofdpijndossiers waar het kabinet een oplossing voor moet zien te vinden.

Dat begon bijvoorbeeld op de persconferentie van 1 april (we schreven er hier over). Journalist Leendert Beekman (BNR) vroeg, tot chagrijn van Rutte, hoe de nieuwe bestuurscultuur in Ruttes gedrag tot uiting kwam.

Beekman vroeg: “We zouden een nieuwe Mark Rutte zien?” En Ruttes geheugen rammelde: “Nou, ik heb niet die citaten precies voor ogen”.

13 mei

Op de persconferentie van 13 mei (zie ook ons verslag) werd Rutte opnieuw, nu wat scherper, gevraagd naar zijn verantwoordelijkheid in relatie tot alle problemen. We citeren:

Sam Hagens (SBS): Ziet u uzelf nog als de premier die problemen oplost?
Rutte: Dat is in ieder geval mijn ambitie, ja.

Hagens: Want als je kijkt naar de afgelopen twaalf jaar kun je ook zeggen dat u problemen veroorzaakt.
Rutte: Ook, ongetwijfeld. Als je bestuurt gaan er ook dingen niet goed, zeker. Maar ik ben ook trots op heel veel dingen die wel bereikt zijn.

Hagens: Als u dat rijtje opnoemt, wat het beleid heeft veroorzaakt aan problemen: toeslagenschandaal, Groningen, jeugdzorg, volgens mij ziet u het allemaal als losstaande incidenten toch?
Rutte: Nou, dat kun je zo zwart/wit niet zeggen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Gun Rutte wat rust

Aan het demissionaire kabinet zitten we nog wel even vast. Hoe het er precies voorstaat met de kabinetsformatie weten we niet. In een extreem karig briefje aan de voorzitter van de Tweede Kamer deelden de informateurs mee dat ze na volgende week de Kamer opnieuw zullen informeren.

Het kattebelletje was van 25 november. Na volgende week is dus op of na 6 december. Dat het allemaal niet zo vlot gaat verklaren de heren in hun laatste zin:

De verdere voortgang blijft mede in het teken staan van verplichtingen die voor de betrokkenen bij de formatie verbonden zijn aan het lidmaatschap van de Kamer en/of het kabinet, waaronder de behandeling van de begroting en de verantwoordelijkheid voor bestrijding van de corona-pandemie.

Logisch? Logisch! Een mens kan geen twintig ballen in de lucht houden. En de hoofdonderhandelaar voor de VVD houdt er al zo veel in de lucht. Als minister-president heeft hij zijn handen vol aan de reguliere taken. Daarbovenop is hij crisismanager geworden, waarbij de coronacrisis misschien wel de meest tijd en energie vraagt.
Zijn agenda is niet elke week bomvol, maar een schema als onderstaande maakt duidelijk dat hij niet elke dag met de formatie bezig kan zijn.

Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

De VVD heeft een prima alternatief voor Rutte als premier

COLUMN - Nee, het is nu niet aan de orde. Maar na april, de maand van de tegenmacht, die er niet kwam. De radicale ideeën bij nieuwsuur, die er niet waren. De inhoud waarover het moest gaan, wat zonder inhoudelijke onderhandelingen niet gaat. Drie maanden stilstand levert zomaar weer een reden om te beginnen over de positie van Rutte. En dan hoop je dat hij klaar staat in de coulissen. Al zit hij er vermoedelijk niet op te wachten. Dat mag geen beletsel zijn. Het hoeft ook geen vier jaar te duren.

De VVD heeft dus een uitstekende opvolger voor Rutte in huis. Niet Edith Schippers, of Jeanine Hennis-Plasschaert. Maar iemand die als minister-president voldoende autoriteit zou hebben om zich boven de partijen op te houden. En één van de zeldzame VVD-ers met moreel gezag. Bovendien iemand die wel raad weet met de voormalige bestuurspartij, die begint met de c van corruptie.

Hij gaat zichzelf niet op de borst slaan, daarom moeten anderen dat doen.

Ervaring

Zo is het best handig als een premier iets weet en begrijpt van belangrijke dossiers. Denk bijvoorbeeld aan de woningbouw. Het is alweer even geleden, maar als staatssecretaris van VROM zat volkshuisvesting en stadsvernieuwing vier jaar lang in zijn portefeuille. Verder snapt hij als (voormalig) commissaris van twee woningbouwcorporaties waarschijnlijk ook hoe de sociale huursector is klemgereden. Dat helpt bij de herintroductie van een minister van Volkshuisvesting.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

De fictie van de strijd om het Torentje

COLUMN - van dhr. Daniel Boomsma

Ook deze Tweede Kamerverkiezingen was het weer raak: politici die zich als ‘kandidaat-premier’ presenteren in de ‘strijd om het Torentje’. Onbevangen de peilingen negerend meldden zelfs lijsttrekkers van kleine partijen zich bij het loket van de minister-president. Het begon met Joop den Uyl die met zijn PvdA in 1977 campagne voerde met de slogan ‘Kies de minister-president’. In 1986 deed Ruud Lubbers iets vergelijkbaars met zijn inzet ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’. In 2010 zou de ‘titanenstrijd’ tussen Job Cohen en Mark Rutte plaatsvinden. Twee jaar later werden eerst Rutte en SP-leider Emile Roemer, en daarna Rutte en PvdA-voorman Diederik Samsom opgelijnd voor het ‘hoogste ambt’. In 2017 ging het ‘premiersdebat’ van RTL Nieuws tussen Rutte en Wilders alleen niet door, omdat de redactie ook Jesse Klaver voor dat debat wilde uitnodigen.

Maar de realiteit is dat de Nederlandse kiezer de minister-president niet kiest. Het premierschap is volkomen ‘vrijblijvende ambitie’, zoals politicoloog Tom van der Meer al eens zei, en komt neer op kortzichtig ‘Amerika’tje spelen’. De kiezer kan zetels verdelen over partijen, maar heeft feitelijk niets te zeggen over wie de uitvoerende macht gaan vormen. Daarom is de ingesleten praktijk van partijleiders die doen alsof dat wél zo is schadelijk. De kiezer krijgt het idee dat er inderdaad gekozen wordt voor een kandidaat met een programma voor Nederland dat na de verkiezingen wordt uitgevoerd. Dat is een fictie. De werkelijkheid is dat de pretentie van een duidelijke politieke keuze voor stemmers, direct na de verkiezingsuitslag wordt losgelaten. De werkelijkheid is dat dan de onzichtbare rituele dans begint en een compromis in elkaar wordt geknutseld dat niemand had voorzien. Als klap op de vuurpijl eindigen ‘premierskandidaten’ die zich als ‘alternatieven’ hebben gepresenteerd vaak samen in een kabinet. Dat zal ook na aanstaande woensdag vast en zeker weer gebeuren.

Foto: Fotomovimiento (cc)

Cynische ruilhandel

“Een heel fatsoenlijke politieke afspraak”. Zo noemde afgelopen vrijdag Rutte het plan om 50 minderjarige alleenstaande asielzoekers en 50 asielzoekers in gezinsverband met minderjarige kinderen over te nemen van Griekenland.

Een dag eerder maakte staatssecretaris Broekers-Knol bekend (“Iedereen die dit ziet, vindt dit vreselijk”) dat er hiervoor ruimte is “omdat er minder mensen via herplaatsing naar Nederland komen door de gevolgen van het coronavirus”.

Met andere woorden: Nederland vangt geen één vluchteling meer op dan oorspronkelijk begroot.

Ineens moest ik denken aan een persconferentie van een jaar geleden. Er waren alweer wat vluchtelingen verdronken in de Middellandse Zee. “Vreselijk. Echt verschrikkelijk”, zei Rutte. Om vervolgens dit ‘humanitair ongeval’ te bestempelen tot “het cynische businessmodel van die bootjessmokkelaars”.

Een jaar later, nu dus, reageert het kabinet op “de brand in het kamp en de verschrikkelijke situatie die zich daarmee voordoet” met een cynisch stukje boekhoudkunde.

Zoals we vorig jaar schreven: het is ‘niet meer dan een cynische politiek model’. Misselijkmakend.

Volgende