De erfenis: de populairste subsidie van Nederland
Het merkwaardige aan erfbelasting is hoe snel het debat verandert in een soort natuurrechtelijke paniek. Alsof de staat plotseling je tandenborstel komt opeisen zodra oma overlijdt. “Er is al belasting over betaald”, klinkt het dan verontwaardigd. Een argument dat meestal wordt uitgesproken terwijl dezelfde persoon zonder morren btw betaalt op een broodje, accijns op benzine en loonbelasting over salaris waarmee vervolgens opnieuw van alles wordt gekocht waar alweer belasting op zit. Geld beweegt door de economie en wordt voortdurend opnieuw belast. Dat is geen uitzonderlijke communistische terreurdaad speciaal gericht tegen nalatenschappen. Dat is gewoon hoe belasting werkt.
De bijzondere emotionele status van erfenissen verraadt iets anders: veel mensen ervaren dat geld eigenlijk al als van henzelf voordat ze het hebben gekregen. Alsof de spaarrekening van hun ouders een soort extensie is van die van henzelf. Een toekomstig bezit waar de overheid vanaf moet blijven. Alleen is dat juridisch, economisch en moreel nogal een vreemde redenering. Dat geld was van degene die het verdiende. Daarna sterft die persoon. Vervolgens krijgt iemand anders plotseling een enorme som geld puur door geboorte, familiebanden en ander toeval.
Maar een erfenis is geen prestatie. Geen beloning voor arbeid, risico of ondernemerschap. Het is in essentie een gelukje. Sommige mensen erven een huis in Amsterdam. Anderen erven schulden, trauma’s of een verzameling vergeelde Donald Ducks. De samenleving accepteert inmiddels vrij breed dat extreme ongelijkheid op basis van afkomst problematisch kan zijn, behalve wanneer die ongelijkheid letterlijk via afkomst wordt overgedragen. Dan heet het ineens “van de familie afblijven”.