Joost

2.821 Artikelen
2.840 Waanlinks
25.657 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chat (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: klimkin on Pixabay

De erfenis: de populairste subsidie van Nederland

Het merkwaardige aan erfbelasting is hoe snel het debat verandert in een soort natuurrechtelijke paniek. Alsof de staat plotseling je tandenborstel komt opeisen zodra oma overlijdt. “Er is al belasting over betaald”, klinkt het dan verontwaardigd. Een argument dat meestal wordt uitgesproken terwijl dezelfde persoon zonder morren btw betaalt op een broodje, accijns op benzine en loonbelasting over salaris waarmee vervolgens opnieuw van alles wordt gekocht waar alweer belasting op zit. Geld beweegt door de economie en wordt voortdurend opnieuw belast. Dat is geen uitzonderlijke communistische terreurdaad speciaal gericht tegen nalatenschappen. Dat is gewoon hoe belasting werkt.

De bijzondere emotionele status van erfenissen verraadt iets anders: veel mensen ervaren dat geld eigenlijk al als van henzelf voordat ze het hebben gekregen. Alsof de spaarrekening van hun ouders een soort extensie is van die van henzelf. Een toekomstig bezit waar de overheid vanaf moet blijven. Alleen is dat juridisch, economisch en moreel nogal een vreemde redenering. Dat geld was van degene die het verdiende. Daarna sterft die persoon. Vervolgens krijgt iemand anders plotseling een enorme som geld puur door geboorte, familiebanden en ander toeval.

Maar een erfenis is geen prestatie. Geen beloning voor arbeid, risico of ondernemerschap. Het is in essentie een gelukje. Sommige mensen erven een huis in Amsterdam. Anderen erven schulden, trauma’s of een verzameling vergeelde Donald Ducks. De samenleving accepteert inmiddels vrij breed dat extreme ongelijkheid op basis van afkomst problematisch kan zijn, behalve wanneer die ongelijkheid letterlijk via afkomst wordt overgedragen. Dan heet het ineens “van de familie afblijven”.

Foto: Manuel Torres Garcia on Unsplash

Het Pentagon als testosteronkliniek

De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth wil alle militairen van dertig jaar en ouder jaarlijks laten testen op een tekort aan testosteron. Ook vrouwen vallen onder het programma. Militairen met lage waarden kunnen vrijwillig testosterontherapie krijgen. Hegseth noemt het zelf de opmaat naar een “High-T Department of War”.

Daarmee is meteen duidelijk dat dit niet uitsluitend gezondheidsbeleid is. Testosteron fungeert hier als politiek symbool: meer hormoon, meer kracht, betere soldaat. Een ingewikkeld medisch onderwerp wordt teruggebracht tot de beeldtaal van sportscholen, podcasts en de manosphere, want wetenschappelijk bewijs ontbreekt.

Een testosterontekort kan serieuze klachten veroorzaken. Maar bevolkingsbrede screening onder gezonde militairen is iets anders dan gerichte diagnostiek bij mensen met symptomen. Testosteronwaarden variëren door tijdstip, slaap, stress, ziekte, voeding en fysieke belasting. Een lage uitslag is niet automatisch een aandoening. Bij massale jaarlijkse tests zullen onvermijdelijk grote aantallen militairen in vervolgonderzoek en behandeling terechtkomen, ook wanneer hun lage waarde tijdelijk of klinisch nauwelijks relevant is.

Daarmee dreigt normale vermoeidheid te worden gemedicaliseerd. Militairen slapen slecht, werken onregelmatig en staan onder stress. Dat kan hormoonwaarden beïnvloeden. Testosteron voorschrijven is dan aantrekkelijker dan werkroosters aanpassen, rust organiseren of langdurige overbelasting aanpakken. Het lichaam van de militair wordt “gerepareerd”, terwijl de omstandigheden die het probleem veroorzaken intact blijven.

Foto: Mr MdR (cc)

Het geweldsmonopolie vraagt om meer dan collegiale loyaliteit

Een zwangere vrouw die in mei tijdens een politieoptreden in een asielzoekerscentrum in Zeist hard tegen de grond werd getrokken, doet aangifte tegen de betrokken agenten. Volgens haar advocaat gaat het om mishandeling of poging tot zware mishandeling en schending van de geweldsinstructie. De vrouw stelt dat zij na het incident vroegtijdige weeën kreeg en psychisch letsel opliep.

Die aangifte is belangrijk, los van de vraag hoe een rechter uiteindelijk over deze zaak zal oordelen. Ze legt namelijk een fundamenteler probleem bloot: de manier waarop de politie reageert wanneer er serieuze vragen worden gesteld over het eigen geweldsgebruik.

Vrijwel direct na het incident volgde de boodschap dat het geweld “noodzakelijk” was. Later bleek dat een interne geweldscommissie tot dezelfde conclusie was gekomen. Op de vraag of het geweld ook proportioneel en volgens de regels was toegepast, gaf de politie geen inhoudelijk antwoord. Dat zou onderdeel zijn van een interne procedure die niet openbaar wordt gemaakt.

En dat is gek. De politie beschikt als enige organisatie over het wettelijke geweldsmonopolie. Dat is een uitzonderlijke positie, gebaseerd op vertrouwen. Burgers accepteren dat agenten geweld mogen gebruiken omdat zij ervan uit mogen gaan dat elk gebruik van geweld onafhankelijk, kritisch en transparant wordt beoordeeld.

Foto: Yuri Samoilov (cc)

De stilstaande klok die Maurice de Hond heet

Daar zat hij dan, bij de corona-commissie. Eindelijk mocht Maurice de Hond zijn verhaal doen. En het was zoals we hem kenden: de man die in coronatijd vooral zelf vond dat hij een miskend genie was, genegeerd door starre instituties die te traag, te voorzichtig en te gesloten waren om zijn gelijk te erkennen: het waren de aerosolen.

Voeg hier een collectieve oogrol in van iedereen die zich destijds ook maar enigszins in de materie had verdiept en de zeperts van De Hond had gezien. Een genie? Eerder een stilstaande klok die, zoals stilstaande klokken nu eenmaal doen, twee keer per dag de juiste tijd aangaf. En toegegeven, de rol van aerosolen, slecht geventileerde ruimtes en luchtkwaliteit is in het officiële coronabeleid inderdaad te lang onderschat. Op dat punt zat De Hond dichter bij wat later serieuzer werd genomen dan veel van zijn critici toen wilden toegeven.

Alleen volgt daar veel minder uit dan zijn aanhang ervan maakt. Gelijk krijgen op één onderdeel maakt iemand nog geen betrouwbaar denker. Een correcte uitkomst kan voortkomen uit een sterke methode, uit geluk, uit intuïtie, uit koppigheid, of uit een combinatie daarvan.

Pointer zette in 2021 een aantal claims van De Hond op een rij. De anderhalvemetersamenleving zou onnodig zijn. Je zou niet besmet kunnen raken door voorwerpen aan te raken. Het kon volgens hem “gewoon niet anders” dan dat besmettingen via de lucht gingen. Ook stelde hij in het voorjaar van 2020 dat er tot het najaar geen tweede golf zou komen, wat duidelijk wel gebeurde. Volgens Pointer schreef De Hond bovendien dat aerosolen verantwoordelijk waren voor 95 procent van de coronabesmettingen.

Foto: Don Corleone - screenshot film

The Godfather in het Witte Huis

Nice ship you have there. Shame if something were to happen to it. De term zou zo uit een maffiafilm kunnen komen, maar dit keer komt het dreigement vanuit het Witte Huis. Verrast het eigenlijk nog iemand? Donald Trump wil namelijk tol heffen op schepen die door de Straat van Hormuz varen. In ruil daarvoor krijgen ze ‘bescherming’ van de Amerikaanse marine. De prijs: twintig procent van de waarde van de lading.

Het lijkt op het verdienmodel van een maffiafamilie. Eerst veroorzaak je zelf het veiligheidsprobleem. Daarna bied je bescherming aan tegen de gevolgen. Wie betaalt, mag hopen op een veilige doorgang. Wie weigert, zoekt het kennelijk zelf maar uit, en daarbij vertrouwt Trump op Iran om de dreiging te leveren.

Hij verkoopt hiermee een oplossing voor een feitelijk niet bestaand probleem. De Amerikaanse marine verandert daarbij van bewaker van de vrije scheepvaart in de gewapende incassodienst van het Witte Huis.

De hoogte van de gevraagde tol maakt de vergelijking nog treffender. Twintig procent van de ladingwaarde is geen bijdrage aan loodsdiensten, kustbewaking of verkeersleiding. Het is een aandeel in de buit. Bij een tanker met een straatwaarde van honderd miljoen dollar vraagt Trump twintig miljoen voor één veilige passage. Don Corleone zou zijn vingers aflikken bij zo’n deal.

Foto: Count Binface - plaatje gemaakt met AI

De verkiezingsstunt van Nigel Farage en de vuilnisbak die hem kan stoppen

De inwoners van het Britse kiesdistrict Clacton mogen op 6 augustus opnieuw naar de stembus. Niet omdat hun parlementslid is overleden of ziek is geworden. Nee, Nigel Farage, frontman van de rechts-extremistische Reform UK-partij, heeft zelf ontslag genomen als parlementslid, uitsluitend om zich onmiddellijk opnieuw verkiesbaar te stellen.

Farage presenteert de tussentijdse verkiezing als een oordeel van het volk over zijn integriteit. De kiezers van Clacton zouden mogen bepalen of hij iets verkeerd heeft gedaan. Dat is niets meer dan een afleidingsmanoeuvre. Een lokaal electoraat kan immers beslissen wie het naar Westminster stuurt, maar niet of een parlementslid de regels rond giften, belangenverstrengeling en financiële openheid heeft overtreden.

Daarvoor bestaat een parlementaire onderzoeksprocedure. En die procedure vormt de aanleiding voor Farages stunt.

Vijf miljoen pond

Hij ligt namelijk onder vuur vanwege een gift van vijf miljoen pond van Christopher Harborne, een miljardair die zijn vermogen onder meer met cryptovaluta verdiende en al jarenlang een belangrijke financier van Reform UK is. Farage zegt dat het om een persoonlijke gift ging die niets met zijn politieke activiteiten te maken had en daarom niet hoefde te worden aangegeven.

Die uitleg is natuurlijk totale onzin. Farage was in de betreffende periode directeur van de onderneming achter Reform UK en keerde kort na de gift terug naar de voorgrond van de Britse politiek. Daarnaast wordt onderzocht of hij in het parlement onderwerpen heeft aangekaart waarvan zijn weldoener kon profiteren. Er zijn bovendien vragen over ondersteuning door George Cottrell, een vermogende medewerker en vertrouweling van Farage die eerder in de Verenigde Staten werd veroordeeld voor fraude.

Foto: Towfiqu barbhuiya on Unsplash

Armoede in de aanbieding

Nederland heeft van boodschappen doen een soort laagbetaalde deeltijdbaan gemaakt. Niet aan de kassa, niet in het distributiecentrum, maar thuis aan de keukentafel, met folders, apps, bonuskaarten, hamsterweken, weekdeals, persoonlijke aanbiedingen en de vraag of het wc-papier deze week bij Albert Heijn, Jumbo of Dirk strategisch verantwoord is.

Dat wordt verkocht als voordeel voor de consument. Wie oplet, wint. Wie slim koopt, bespaart. Wie aanbiedingen volgt, houdt geld over. Het probleem is dat zo’n systeem vooral vriendelijk lijkt vanuit het perspectief van iemand die genoeg geld, tijd, opslagruimte en mentale bandbreedte heeft. Voor wie weinig geld heeft, wordt die zogenaamde keuzevrijheid al snel een extra verplichting.

De actie als rookgordijn

Het meest gunstige verhaal over aanbiedingen is simpel: supermarkten concurreren, consumenten profiteren. Dat verhaal klopt voor losse producten, op losse momenten, voor consumenten die precies kopen wat toevallig scherp geprijsd is. Op systeemniveau wordt het minder overtuigend. Korting wordt gepresenteerd als cadeau, terwijl het eigenlijk vooral een prijsmechanisme is dat eerst ruimte moet maken om daarna royaal te kunnen ogen.

Een supermarkt die structureel korting geeft, moet die korting ergens terugverdienen. Via andere producten. Via hogere reguliere prijzen. Via fabrikanten die betalen voor schapruimte, promoties of zichtbaarheid. Via klanten die geen tijd hebben om de folder uit te pluizen. Via mensen die de bonuskaart vergeten, de app niet gebruiken of het geld missen om groot in te slaan wanneer de aanbieding langskomt.

Foto: engin akyurt on Unsplash

Rusland is weer welkom in de olympische familie

Het IOC heeft de deur voor Rusland weer verder opengezet. Het Russische olympisch comité is voorlopig gerehabiliteerd, waardoor Russische sporters en ploegen weer richting internationale competities en uiteindelijk Los Angeles 2028 kunnen bewegen. Of dat straks ook weer met vlag, volkslied en nationale kleuren mag, moet nog worden beslist. Voorlopig heet het dus nog voorzichtigheid, maar laten we het voor het gemak ‘gewenning’ noemen.

Aan de oorlog is intussen niets wezenlijks veranderd. Rusland voert nog altijd een bloedige aanvalsoorlog tegen Oekraïne. De reden waarom Russische sporters en teams ooit werden geweerd, bestaat dus nog steeds. Alleen de bestuurlijke rek is eruit. De morele verontwaardiging heeft zijn houdbaarheidsdatum blijkbaar bereikt.

Het IOC zal wijzen op neutraliteit. Sport mag niet worden gegijzeld door politiek, heet het dan. Maar die neutraliteit werkt opvallend vaak één kant op. Oekraïense sporters trainen in een land waarvan sportfaciliteiten zijn verwoest, waar ploeggenoten en familieleden aan het front zitten of zijn omgekomen, en waar een gewone voorbereiding al een privilege is geworden. World Athletics gebruikte precies dat argument vorige week nog om de uitsluiting van Rusland en Belarus te handhaven: er is geen tastbare beweging richting vrede en de positie van Oekraïense atleten is ernstig beschadigd.

Foto: Aleksandr Popov on Unsplash

Alle Duitsers behalve Helmut en alle Marokkanen behalve Mo

Toen ik het artikel van gisteren las over polarisatie en de conclusie dat de meeste mensen in het eigen leven dat weinig ervaren, moest ik onwillekeurig denken aan mijn eigen jeugd. Als kleinkind van een Nederlandse veteraan die bij de Prinses Irenebrigade had gevochten, maakte ik op zijn verjaardag een huis vol met oude strijdmakkers mee. Nederlandse mannen die via de omweg van oorlog en ballingschap weer bij de bevrijding van hun eigen land betrokken raakten. Ze kenden elkaar van uniformen, kazernes, modder, angst,  kameraadschap en trauma. En ze hadden allemaal een hekel aan Duitsers.

Alle Duitsers waren klootzakken. Dat was ongeveer de regel.

Alleen gold die regel zelden voor de Duitsers die ze daadwerkelijk kenden. De Duitse kennis viel mee. De Duitse collega was een aardige vent. De Duitse vrouw op vakantie was hartelijk. De uitzondering zat altijd dichtbij. Het stereotype bleef intact, de individuele mens werd ervan vrijgesteld.

Achteraf was dat misschien mijn eerste les in de elasticiteit van vooroordelen. Een mens kan een groep wantrouwen en tegelijk prima omgaan met de leden van die groep, zodra die een naam, gezicht, stem en adres hebben. Helaas sneuvelt het vooroordeel dan meestal niet, het wordt verplaatst. Weg van de concrete persoon, terug naar de abstracte massa.

Foto: Pablo García Saldaña on Unsplash

De rechtse vrijstelling voor extremisme

In de politiek geldt voor links en rechts een verschillende boekhouding. Extreemrechts kan jarenlang de toon zetten, de thema’s leveren, de taal verharden en de grens van het betamelijke verplaatsen, zonder dat rechts als geheel daar automatisch voor wordt afgerekend. Extreemlinks hoeft maar in de buurt van een debat te verschijnen en heel links mag uitleggen dat betaalbare huren geen opmaat zijn naar de goelag.

Onderzoek naar verkiezingen laat zien dat extreme kandidaten wel degelijk stemmen kosten. In Amerikaanse verkiezingen verliezen extreme kandidaten van beide partijen aantoonbaar electorale steun. Wie zelf als extremist op het stembiljet staat, betaalt vaak een prijs.

Alleen werkt extreemrechts meestal subtieler. Het hoeft niet altijd te winnen om effectief te zijn. Het hoeft vooral de agenda te bepalen. Onderzoek naar Duitsland laat zien dat radicaal-rechtse partijen steeds meer invloed kregen op de communicatie van gevestigde partijen, vooral rond migratie, islam en integratie. Ander Europees onderzoek laat zien dat het overnemen van anti-immigratiestandpunten radicaal-rechts zelden verzwakt. Het origineel blijft aantrekkelijker dan de imitatie.

Voor rechts is extreemrechts daardoor tegelijk concurrent en leverancier. Het levert thema’s, woorden en vijandbeelden. Mainstream-rechts vertaalt die vervolgens naar “zorgen serieus nemen”, “grenzen bewaken” en “realistisch beleid”. De smerige formulering verdwijnt, het frame blijft staan.

Foto: Jametlene Reskp on Unsplash

De aaibaarheidsindex voor migranten

Kiest u migrant A of B?” was de onderzoeksvraag. Een manier om bloot te leggen welke migranten burgers eerder accepteren. Opleiding, leeftijd, taalvaardigheid, religie, gezinssituatie, vluchtreden: alles kan worden gevarieerd, gemeten en netjes in grafieken gezet. En inderdaad, zulke studies kunnen iets belangrijks laten zien. Niet wat rechtvaardig is, maar wat mensen aantrekkelijk vinden.

Maar als je weet welke migrant het best verkoopt, ontstaat de verleiding om migratiebeleid daarop af te stemmen. De jonge, werkende, goed opgeleide migrant. De migrant die onze taal al spreekt. De migrant die cultureel niet te veel schuurt. De vluchteling met het begrijpelijke verhaal, het fotogenieke kind, de herkenbare wanhoop. De migrant die geen beroep doet op solidariteit, maar op sympathie.

Wie draagvlak wil behouden, moet weten waar dat draagvlak zit. Maar draagvlak is geen moreel kompas. Het kan net zo goed registreren waar onze vooroordelen, angsten en hiërarchieën zitten. Bovendien is draagvlak geen natuurverschijnsel. Het wordt gevormd door politieke keuzes, framing, media-aandacht, beleidstaal en jarenlange campagnes waarin migratie vooral als probleem, last of dreiging is gepresenteerd. Politiek hoort dus niet simpelweg achter de publieke opinie aan te hobbelen, omdat dat een cirkeltje creëert. Het is ook de taak van politiek om draagvlak te creëren voor wat juridisch noodzakelijk en moreel verdedigbaar is.

Foto: Wendy (cc)

Toenemend racisme: gelijkwaardigheid als staatsgreep

De standaard lezing van het toenemende aantal stemmen op radicaal- en extreemrechts is dat het zou gaan om angst voor achterstand, om buurten die onder druk staan, om mensen die hun land zien veranderen. Dat het dus geen ‘echt’ racisme is. Daar is natuurlijk een hoop op af te dingen, en die lezing mist iets wezenlijks. Racisme laait namelijk niet alleen op wanneer minderheden worden gezien als last, maar ook wanneer zij zichtbaarder, succesvoller en invloedrijker worden.

Dat is geen vreemde gedachte. In onderzoek naar intergroup threat en status threat komt steeds dezelfde dynamiek terug: vooroordelen nemen toe wanneer een dominante groep een andere groep ervaart als bedreiging voor macht, status, identiteit of de vertrouwde orde. Het gaat dus niet alleen om banen of woningen, maar ook om de vraag wie zichtbaar is, wie spreekt, wie beoordeelt en wie bepaalt.

Zolang migranten en hun kinderen passen in het oude schema, is er weinig aan de hand. Ze mogen schoonmaken, koken, bezorgen, bouwen, zorgen en dankbaar zijn. De spanning ontstaat zodra ze succesvoller worden en de ruimte innemen die vroeger vanzelfsprekend aan anderen werd toegekend.

Dat zie je overal. Mensen van kleur en kinderen van immigranten zijn steeds vaker niet meer het onderwerp waarover wordt gesproken, maar degenen die spreken, presenteren, besturen en duiden. Ze zitten aan talkshowtafels, in gemeenteraden, op redacties, in rechtbanken, universiteiten, raden van bestuur en politieke panels. Ze zijn geen lijdend voorwerp meer in het nationale verhaal, maar mede-auteurs ervan. Voor wie gewend was dat “de ander” hoogstens figureerde in reportages over achterstand, integratie of overlast, is dat een forse statuscorrectie.

Volgende