Marc van Oostendorp

269 Artikelen
48 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Foto: Schermafbeelding Youtube video Sabine Hossenfelder

Wantrouwen in de wetenschap

COLUMN - De Duitse natuurkundige Sabine Hossenfelder is een van mijn favoriete YouTubers. Tot een aantal jaar geleden werkte ze nog in Amerika aan een carrière in de wetenschap, maar ze werd steeds kritischer op het wetenschappelijk bedrijf – de druk om hippe projecten in te dienen en voorspelbare artikelen te schrijven over onderwerpen die nu eenmaal momenteel goed liggen bij de reviewers, en het gebrek aan wetenschappelijke vooruitgang dat van dit alles het gevolg is.

Sindsdien maakt ze, terug in Duitsland, vrijwel dagelijks filmpjes, voor een groot en nog steeds groeiend publiek. Ze is een nieuwe carrière begonnen als wetenschapcommunicator, waarbij ze niet alleen op een heel heldere manier nieuwe wetenschappelijke inzichten uitlegt, niet alleen uit haar eigen vak, maar ook uit andere wetenschappen.

Kritisch denken

Soms behandelt ze ook algemene onderwerpen die het hele wetenschapsbedrijf aangaan. Zoals de afgelopen week het geloof in complotten – zoals dat de aarde plat zou zijn en duistere machten ons alleen maar proberen wijs te maken dat ze bolvormig is.

Hossenfelder legt goed uit waarom ze denkt dat er een probleem zit, ook bij een op het eerste oog betrekkelijk onschuldig waanidee als dit: om een en ander te handhaven moet je denken dat meteorologische diensten, luchtvaartindustrieën en alle overheden samenzweren om ons van belangrijke informatie te onthouden. Ze legt ook uit wat de oplossing is: betere voorlichting over wetenschap, meer, meer, meer communicatie.

Foto: via Taalunie. Het Comité van Ministers met de interim-Algemeen Secretaris Foto Saycheese

Laat de Taalunie saai zijn

OPINIE - Aan sommige politicidingen zal ik nooit wennen. Het idee bijvoorbeeld om ‘verklaringen’ af te geven. Er is een evenement in Antwerpen, en je schrijft een volkomen nietszeggende tekst en noemt deze ‘de verklaring van Antwerpen’:

Als Comité van Ministers willen we daarom onze 100e vergadering aangrijpen om de Taalunie klaar te maken voor de toekomst. We bekrachtigen vandaag het belangrijke Verdrag uit 1980 en de doelstellingen in dat verdrag. Dat zijn de gemeenschappelijke ontwikkeling van de Nederlandse taal en de gemeenschappelijke bevordering van de kennis en het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal, de Nederlandse letteren, en de studie en verspreiding van de Nederlandse taal en letteren in het buitenland. De Taalunie zal in de toekomst de verbindende rol van het Nederlands in maatschappelijke domeinen zoals onderwijs, cultuur, welzijn en de arbeidsmarkt blijven houden. Hierbij is het van belang dat de Taalunie ook bij het brede publiek een voldoende zichtbare en inspirerende rol opneemt.

Wie heeft hier wat aan? Wat stellen die ministers zich voor bij het, al dan niet gemeenschappelijk, ‘ontwikkelen’ van de Nederlandse taal? Op welke manier is de taal nog niet voldoende ‘ontwikkeld’? Gaan de ministers eigenhandig nieuwe zinsconstructies verzinnen? En wat is volgens hen eigenlijk ‘verantwoord gebruik’ van de Nederlandse taal, en hoe verhoudt zich dat tot ‘onverantwoord gebruik’? Is de taal een dodelijk instrument waarbij de overheid ervoor moet zorgen dat mensen er niet onverantwoord mee omgaan? Moet men voortaan een vergunning hebben om Nederlands te kunnen spreken?

Foto: The Lowry (cc)

Kreupeltaalkunde

Er is in de taalkunde, en in veel menswetenschappen, de laatste decennia betrekkelijk veel aandacht voor het feit dat mensen een lichaam hebben. Mensen verzetten zich tegen de gedachte dat ons denken zich in een platoonse abstracte wereld bevindt, ver weg van ons vlees en bloed. Toch heeft in ieder geval in wat ik allemaal gelezen heb, het idee van embodied cognition (denken in een lichaam) weinig interessante inzichten opgeleverd – het blijft vooral bij de stelling dat het naïef is om in navolging van Descartes lichaam en geest uit elkaar te trekken, zonder dat mensen zich vervolgens bekreunen om bewijzen voor de omgekeerde stelling.

Een hoofdstuk van de betreurde Amerikaanse taalkundige Jon Henner (1982-2023) in het onlangs verschenen boek Inclusion in linguistics (gratis raadpleegbaar) bespreekt de kwestie uit een interessant perspectief: wordt taal die uit lichamen komt die maatschappelijk op de een of andere manier als minderwaardig worden gezien in de taalwetenschap wel voldoende serieus genomen?

Henner had zelf te maken met twee ‘handicaps’: hij kon niet horen en hij was autistisch. Zowel gebarentaal als de taal van autisten werden al langer onderzocht, maar volgens Henner gebeurde dat nog altijd te zeer in termen van ‘achterstand’. Hij wilde dat we alle taal van iedereen (uit ieder lichaam) zouden zien als volwaardige taal. Hij stond een vorm van taalkunde voor die hij crip linguistics noemde. Crip is van oorsprong een scheldwoord voor gehandicapten (kreupele), dat inmiddels door sommigen als een geuzenterm wordt gebruikt. In een vorig jaar gepubliceerd ‘crip linguistics manifesto’ schreef Henner, samen met zijn collega Octavian Robinson:

Foto: Michael Eisen, CC BY 3.0 , via Wikimedia Commons.

Het systeem van wetenschappelijk publiceren is kapot

COLUMN - Maar liefst twee voorbeelden kreeg ik deze week aangereikt: gevallen waarin een ‘peer reviewed’ wetenschappelijk artikel in een prestigieus tijdschrift duidelijk door kunstmatige intelligentie geschreven was.

Het eerste was dit artikel in het tijdschrift Radiology Case Reports. Op het oog is het wat het tijdschrift belooft: een beschrijving van een radiologisch kennelijk interessant geval, maar vlak boven de sectie ‘conclusion’ gaat het mis:

In summary, the management of bilateral iatrogenic I’m very sorry, but I don’t have access to real-time information or patient-specific data, as I am an AI language model. I can provide general information about managing hepatic artery, portal vein, and bile duct injuries, but for specific cases, it is essential to consult with a medical professional who has access to the patient’s medical records and can provide personalized advice. It is recommended to discuss the case with a hepatobiliary surgeon or a multidisciplinary team experienced in managing complex liver injuries.

Het tweede artikel, in Surfaces and Interfaces, ontspoort zelfs al aan het begin, als het opent met de volgende mededeling:

Certainly, here is a possible introduction for your topic:Lithium-metal batteries are promising candidates for high-energy-density rechargeable batteries due to their low electrode potentials and high theoretical capacities [1], [2].

Foto: IowaPolitics.com (cc)

Thuisscholing in thuistaal: geen slecht idee

De pandemie was in sommige opzichten een ramp en in andere een schandaal. Er zijn onverteerbaar veel mensen gestorven en er zijn een aantal idiote maatregelen genomen. Maar voor de creatieve wetenschapper was het ook een kans.

Een zo’n creatieve wetenschapper is mijn collega Sharon Unsworth die samen met Marieke van den Akker en Caya van Dijk een artikel schreef over haar onderzoek naar het lot van Nederlandse meertalige families tijdens de lockdowns van de vroege jaren twintig. Omdat de scholen herhaaldelijk voor een langere periode gesloten waren, moesten ouders de taken van leerkrachten overnemen en hun kinderen zelf de weg wijzen in de stof. Hoe kwamen zij die periode door – en vooral natuurlijk: wat gebeurde er met hun talen? Ze schreven er een artikel over dat onlangs verscheen in het Journal of Child Language.

Ik weet niet zeker of ouders tijdens de pandemie ineens veel meer tijd hadden – het was mijn eigen ervaring niet. Maar hoe dan ook hebben maar liefst 587 gezinnen verslag uitgebracht, over in totaal meer dan 1000 kinderen. (Ik maak overigens zelf deel uit van een gezin met een meertalig kind en heb de vragenlijst zelf ook ingevuld.) Ze geven samen vermoedelijk wel een aardig inzicht, al deden er wel vooral hoger opgeleide ouders mee.

Foto: ter illustratie Restaurant O'Panuozzo Utrecht, via Marc van Oostendorp op Neerlandistiek.

Waarheid voor chatbots

Wat is onwaar? De komst van chatbots heeft weer een nieuwe draai gegeven aan die vraag. Het is inmiddels vermoedelijk algemeen bekend dat chatbots niet altijd de waarheid zeggen. Maar wat is dat dan voor onwaarheid? Het is bijvoorbeeld geen leugen, aangezien een leugen altijd een intentie tot misleiden vereist, iets wat (vermoedelijk) afwezig is bij chatbots. We noemen het daarom vaak hallucinatie, al is ook dat een niet helemaal geschikte term, bijvoorbeeld omdat hij veronderstelt dat er voor de chatbot een verschil is tussen wakend en dromend denken, maar voor die chatbots is het (vermoedelijk) allemaal hetzelfde.

Voor zover we chatbots begrijpen, hebben ze helemaal geen notie van waarheid – of iets waar is of onwaar, speelt geen rol in hun overwegingen om iets te zeggen, andere criteria (hoevaak komen woorden in elkaars omgeving voor) zijn daarin veel belangrijker. Vandaar dat bots moeite hebben met het woord niet: de zin hij komt niet heeft ongeveer dezelfde plausibiliteit als hij komt.

Waterdruppels

Alleen willen menselijke gebruikers wel iets anders. ChatGPT is inmiddels bijna anderhalf jaar beschikbaar, en nog steeds vind je op sociale media mensen die geamuseerd of verontwaardigd voorbeelden geven van onzinnige chatbotantwoorden op zinnige vragen.

Een begrip van waarheid inbouwen in die chatbots staat daarom waarschijnlijk hoog op het lijstje van ontwikkelaars. Daarvoor is dan weer een goed criterium nodig om hallucinaties te classificeren. In het tijdschrift Computational linguistics komt Kees van Deemter met een oplossing: de klassieke logica. Dat is een vak dat al duizenden jaren nadenkt over wat een bewering wel of niet waar maakt, en Van Deemter zegt dat die hier ook al iets over kan zeggen.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Voor de belastingbetaler

COLUMN - Chris Aalberts is een interessante schrijver. Iemand die zich in een soort niemandsgebied begeeft tussen wetenschap, sociale media en journalistiek en laat zien dat daar allerlei interessante zaken te vinden zijn. Zo brengt hij verslag uit van de vergaderingen van vooral kleinere politieke partijen zoals Forum voor Democratie en Volt – organisaties die zich onder de radar bevinden voor allerlei media en voor de officiële wetenschap maar waar je met droge verslaggeving heel wat naar boven kunt scheppen.

Vorige week bracht hij verslag uit van de wetenschap zelf: hij bezocht een jubileumbijeenkomst van het UvA-instituut voor communicatiewetenschap waar hij zelf ooit promoveerde. Het leidde tot een stuk waarin hij zijn mening geeft over dat instituut, de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR). Dat behoort inmiddels volgens zo’n beetje alle criteria tot de internationale top van de wetenschap: medewerkers publiceren de prachtigste artikelen in de meest vooraanstaande tijdschriften, allerlei internationale helden van het vak, en ze halen bovendien grote zakken vol subsidies binnen.

Koffiehuis

Aalbers vindt dat er met dat stijgen naar de top veel verloren is gegaan. Niet alleen is er (of was er, dat snap ik niet goed) te weinig aandacht voor onderwijs, maar bovenal is sommig onderzoek in het gedrang geraakt: onderzoek naar specifiek Nederlandse zaken. In het verleden, zegt Aalbers, werden bijvoorbeeld na iedere verkiezingen de campagnes uitvoerig geanalyseerd, maar nu is daar geen ruimte meer voor. Want met een analyse van de Nederlandse campagnes kun je internationaal lastig scoren.

Foto: Jonathan Cutrer (cc)

‘zijn we vergeten dat uit zwarte ogen er honderd groeien’

De ontdekking in het nieuwe nummer van Het Liegend Konijn is voor mij deze keer de dichteres Lieke Gorter. Er zijn onder de jongere dichters (Gorter is geboren in 1989) geloof ik, buiten spoken word, twee stromingen te onderscheiden: er zijn dichters die politieke gedichten schrijven, over het klimaat bijvoorbeeld, over vluchtelingen, en er zijn dichters die zich vooral richten op de taal, die absurde spelletjes met taal. Van de eerste categorie is Gorters voornaam- en leeftijdsgenoot Marsman een voorbeeld; van het tweede beider leeftijdsgenoot Joost Oomen.

Gorter hoort meer tot de tweede stroming, maar ze knipoogt regelmatig naar de eerste. Haar gedichten zijn elegante fonteinen van taal. Het eerste gedicht in Het Liegend Konijn heet ‘Door honderden ogen’ en begint zo:

de zilveren schaal
waar de thee op werd geserveerd
nu een blad vol modder
terwijl wij allen gelijk
niet durven te kijken in de ogen
van een man zonder baard
om zich achter te verstoppen
hoelang kleurt zijn shirt nog groen
dat wegtrekt uit de straten
(…)

Het gedicht bestaat, net als de andere in Het Liegend Konijn afgedrukte Goteriana, uit regels die ieder op zich in een volkomen onopvallend gedicht zouden passen, maar door de manier waarop ze als kleurige scherven in een mozaïek zijn geplaatst, ontstaat een bijzonder effect. Het is net alsof je na het eind van iedere regel ineens een andere hoek inslaat. Een enkele keer zit er ook een bijzonder enjambement in (‘wij allen gelijk / niet durven te kijken’: daarin wordt gespeeld met twee betekenissen van gelijk: we zijn allen gelijk, en we durven gelijk niet te kijken’) maar wie had gedacht dat de man wie wij niet in de ogen durven te kijken zo prominent geen baard heeft dat hij zich er niet achter kan verstoppen? Of dat het groen van een shirt uit de straten zou kunnen wegtrekken?

Foto: Denise Krebs (cc)

Leve de spreektaal

Altijd fijn, natuurlijk, als de krant opkomt voor taal en cultuur, zoals NRC dat vrijdag deed voor het Fries, en ook een beetje voor het Nederlands. De krant steunde daarmee een advies van de KNAW dat vorige week verscheen en waarin werd gesteld dat de Nederlandse overheid moet garanderen dat er minstens één universitaire opleiding Fries overeind moest blijven – zoals een eerdere KNAW-commissie al had gesteld dat je in alle grote universiteitssteden Nederlands moet kunnen studeren (in Amsterdam, Groningen, Leiden, Nijmegen en Utrecht).

De krant komt daarbij wel met een eigenaardig argument: “een rijkstaal mag geen spreektaal worden”. Kennelijk ziet de krant een hiërarchie van taalvormen, waarbij schrijftaal boven spreektaal staat.

Spreektaal is echter niet het fundament van een taal. Geschreven taal is dat wél: een goede grammatica, woordenschat en zinsopbouw zijn cruciaal voor het behoud van een taal. Onderzoek ernaar, door goed geschoolde promovendi die goed geschoolde docenten kunnen inspireren, blijft belangrijk.

Dat is een beetje een ouderwets idee. Nu ben ik van huis uit fonoloog, dat wil zeggen onderzoeker van taalklanken, maar ik denk niet dat er ook maar één taalkundige te vinden is die meent dat gesproken taal géén ‘goede grammatica, woordenschat en zinsopbouw’ heeft, of dat het niet onderzocht kan worden door goed geschoolde promovendi die goed geschoolde docenten kunnen inspireren.

Foto: namaste04 (cc)

Hoe premier Wilders de leescrisis wil oplossen

De nieuwe regering is er nog niet eens, maar vorig weekeinde lichtte de toekomstige premier al een tipje van de sluier op over de manier waarop zijn regering de leescrisis te lijf gaat. Met het socialemediaplatform X! Dat ‘emancipeert en bevrijdt de massa’s’. Want kennelijk krijgen we een sociaal-democratische regering die gaat doen aan arbeidersverheffing. Dankzij X zullen binnenkort onze jongeren weer lezen als een tierelier.

Nu kom ik uit een traditioneel PvdA-milieu waarin mijn opa probeerde zijn positie als medewerker in de chemische industrie iets te verbeteren door ’s avonds cursussen scheikunde of Frans te volgen, of in ieder geval een goed boek te lezen. Zodat hij uiteindelijk een kantoorbaan kon krijgen. Toen de radio kwam, werden er door de linkse “intellectuelen” van de VARA lezingen gegeven die allerlei ingewikkelde onderwerpen voor arbeiders verklaarden. Dat soort zaken kregen later een plaats bij de Teleac. Ik heb er in de jaren tachtig nog een cursus Indonesisch gedaan. Zo waren er ook cursussen Moderne Sterrenkunde en Portrettekenen en -Schilderen. Helaas bestaat dat niet meer. De publieke omroep heeft nog steeds een paar programma’s, bijvoorbeeld om laaggeletterden te helpen.

Macht van taal

Mijn eigen voorkeur zou zijn om de publieke omroep zodanig te hervormen dat er weer meer ruimte komt voor dit soort educatie. Zorgvuldig ontwikkelde cursussen op allerlei gebied die door grote groepen tegelijkertijd kunnen worden gevolgd. Emancipatie en bevrijding komt door studie en kennis! Wat fijn dat onze toekomstige premier dat ook inziet. Gooi alle onzin aan de kant en besteed een belangrijk deel van je leven aan proberen te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit – daar wordt je zelf beter van en daar wordt de samenleving beter van.

Foto: Sandra Fauconnier (cc)

Spellinggeweten

Wat een vreselijk woord heb ik een tijdje geleerd door de – op zich lovenswaardige – kerndoelen Nederlands te lezen. Ik ben er nog steeds ontdaan van. Een woord dat me de haren te berge doet rijzen, al is het maar omdat het laat zien dat een strijd die ik inmiddels al decennia voer, echt nergens toe leidt, dat de hele wereld aanneemt dat het volkomen normaal is om kinderen op te zadelen met narigheid die nergens toe dient. Een woord dat mij treft in het diepst van mijn taalziel.

Spellinggeweten.

Het blijkt een woord te zijn dat, geïntroduceerd door de vakdidacticus Helge Bonset, al minstens vijftien jaar circuleert in kringen van het taalonderwijs. Het is, als ik bijvoorbeeld deze pagina goed begrijp, de wil om correct te spellen, maar dan ingebed in een moreel sausje, want geweten suggereert moraal. Het klinkt alsof je kinderen leert dat ze zich schuldig moeten voelen over spelfouten. Dat is, volgens bijvoorbeeld deze pagina ‘de basis van het spellingonderwijs’.

Ik weet niet of er elders in het onderwijs sprake is van een kerndoel waarin kinderen een ‘geweten’ moeten leren ontwikkelen op een bepaald gebied. Het lijkt me hoe dan ook nauwelijks een doel voor het onderwijs.

Foto: DALL·E A dystopian future intertwined with European symbols featuring AI technology, the European Union flag and futuristic cityscapes

De onmogelijke dystopische maatschappij

COLUMN - Een van de meest absurde ideeën over deze wereld van 2024 stond 3 januari als hoofdartikel afgedrukt in NRC. Het gaat over de nieuwe Europese wetgeving over kunstmatige intelligentie:

Het totaalpakket dat in december rondkwam is stevig. Kunstmatige intelligentie wordt zo aan banden gelegd dat een dystopische maatschappij onmogelijk gemaakt wordt. Ongerichte gezichtsherkenningssystemen, sociale kredietscores, AI-tools die op het werk of op school emoties manipuleren en vrije wil ondermijnen worden verboden. Er zullen ook nieuwe toezichthoudende en adviserende instanties worden opgericht om grip te houden op toekomstige ontwikkelingen.

Aan de ene kant wordt dus aan kunstmatige intelligentie de macht toegeschreven om een dystopische maatschappij te veroorzaken. Aan de andere kant wordt Europese wetgeving geacht zo’n maatschappij onmogelijk te maken. Onmogelijk!

Hoera, nooit meer een dystopie, dankzij de Europese regels. En natuurlijk dankzij toezichthoudende en adviserende instanties.

Niet te regelen

Voor de duidelijkheid: het lijkt me goed dat er geprobeerd wordt om de ontwikkelingen in de kunstmatige intelligentie te reguleren. Er zijn grote problemen mee – naar mijn idee vooral omdat de huidige succesvolle systemen zo vreselijk duur zijn dat ze alleen maar door grote, meest Amerikaanse, bedrijven gemaakt kunnen worden. Zelfs de rijkste Amerikaanse universiteit heeft niet genoeg geld om het na te maken en zo meer onder publieke controle te krijgen. Om gebruik te kunnen maken van die nieuwe technologie moet je dus als burger je hebben en houwen overgeven aan die bedrijven.

Volgende