De politiek-economische sfeer van het internet

Op 17 augustus 1982 werd de eerste Compact Disc gemaakt, door Polygram, een bedrijfsonderdeel van Philips. Daar was decennia aan onderzoek voor nodig geweest, onder andere in het NatLab van Philips in Waalre. Er was veel tijd en geld geïnvesteerd en dat resulteerde uiteindelijk in een vernieuwend product dat z’n weg vond op de consumentenmarkt. De CD werd een succes. Het werd de nieuwe standaard als opslagmedium voor muziek. De CD was op dat moment een belangrijke innovatie en de investeringen die daaraan vooraf gingen moesten natuurlijk terugverdiend worden. De adviesprijs van één CD, met meestal een klein uur aan muziek, was bijna veertig gulden. Twee keer zoveel als de LP. Een speler kosten vele honderden guldens. Consumenten moesten daar dus wel iets voor willen neerleggen. Gezien het succes van de CD waren ze daar echter graag toe bereid. In 2007, 25 jaar na de introductie, waren er zo’n 200 miljard CD’s verkocht. De CD heeft zich op de consumentenmarkt dus ruimschoots terugverdiend. Het is daarmee ook een illustratie van hoe het kapitalisme in die jaren werkt. Innovatieve technologiebedrijven investeren in onderzoek en productiefaciliteiten en ontwikkelen nieuwe technieken. Dat leidt tot nieuwe producten die op de consumentenmarkt verkocht kunnen worden. Daarmee worden de investeringen terugverdient en wordt er, als het mee zit, nog jaren winst gemaakt. Een andere economische sfeer Dan de wereld van vandaag. Hebben we het tegenwoordig over high-tech en innovatie, dan denken we vooral aan de wereld van Big Tech. Een wereld waarin duizenden programmeurs werken, maar die vooral draait op wereldwijde netwerken en talloze datacenters. Dat is waar techbedrijven in investeren. Daar draaien duizenden computers, op grote hoeveelheden stroom die samen de fysieke infrastructuur vormen die het internet draaiend houdt. De hardware die de software mogelijk maakt waarmee we e-mailen, chatten, videobellen, zoekopdrachten geven, schrijven, filmpjes kijken, berichtjes doorsturen en hartjes uitdelen. Als de economische sfeer van het internet hetzelfde zou werken als dat jaren-80-kapitalisme, dan zouden consumenten voor het gebruik geld neerleggen. Een middelbare scholier zou een bijbaantje hebben, om tegen betaling TikTokfilmpjes te kunnen zien, om Google zoekopdrachten te kunnen geven en via WhatsApp berichten te kunnen sturen. Maar het kapitalisme van big tech werkt niet zoals het kapitalisme van toen. Een groot deel van de economische sfeer van het internet werkt heel anders, mede doordat het gebaseerd is op software waar je niet voor betaald. Privé-gegevens als betaalmiddel? Dàt het niet zo werkt weten we allemaal. Niemand betaalt voor het gebruik van TikTok, Google en WhatsApp. Toch moeten die investeringen terug worden verdiend. Dat gebeurt natuurlijk vooral door onze persoonlijke gebruiksgegevens met advertentie-inkomsten te gelde te maken.[1] Tot zover niets dat u niet al wist. De vraag is alleen, hoe werkt die economische sfeer van het internet dan? De conclusie die je in ieder geval niet kunt trekken is dat wij als consumenten onze privé-gegevens als betaalmiddel inzetten. Want stel je maar eens voor hoe het eruit zou zien als we met onze privé-gegevens zouden betalen. Je wilt TikTok gebruiken en bij het starten van de app wordt je gevraagd met welke gegevens je wilt afrekenen. Je kunt kiezen uit allerlei privé-gegevens die voor van alles zullen worden gebruikt. Je stemt in met het afstaan van drie dagen aan locatiegegevens, zodat TikTok en alle bedrijven die daarvoor willen betalen, je drie dagen mogen volgen. Of je verkoopt je zoekgeschiedenis, berichten aan bekenden, of foto’s. Vervolgens krijg je een uur de tijd om filmpjes kijken. In zo’n geval zijn je privé-gegevens betaalmiddel geworden. Er is een afweging van de consument die duidelijk weet wat betaald moet worden en wat hij daarvoor ontvangt. Als de consument akkoord gaat vindt de transactie plaats. Zo werkt het economisch contact met Big Tech echter niet. [caption id="attachment_370308" align="aligncenter" width="641"] Zo zou een betaalscherm voor transacties met privé-gegevens eruit kunnen zien[/caption]   Gebruiker is niet de consument maar het product Het kapitalistische model van de internet-economie en haar gratis software, is wel gebaseerd op privé-gegevens. Ze worden alleen niet door de gebruiker als betaalmiddel ingezet. We kunnen de activiteiten van Big Tech beter vergelijken met de activiteiten van de olie-industrie. Want zoals de olie-industrie olie oppompt, zo tapt Big Tech privé-gegevens af om deze vervolgens te verkopen. Voor dat aftappen van privé-gegevens heeft Big Tech spionage-infrastructuur [2] gebouwd, die aan de aardlagen van onze telefoons, pads en computers doorlopend gegevens onttrekt. Daar bovenop wint ze waar mogelijk nog gegevens uit ons privé-domein, via onze camera’s en microfoons. [3] En zoals de olie-industrie olie raffineert voor ze die verkoopt, zo vindt er ook een soort data-raffinage plaats. Gegevens die gebundeld en geordend worden, alvorens ze te gelde worden gemaakt. Essentieel daarbij is dat die gegevens-winning onze rol in het economische spel verandert. We zijn wel de gebruikers van de gratis producten van big tech, maar we zijn niet de consumenten. Ons gebruik van die gratis producten is de grondstof waar het winningsproces om draait. Het levert Big Tech de gegevens op die ze na bewerking verkoopt aan adverteerders. Dat onderscheid, tussen gebruiker en consument is in de oude economie ongebruikelijk. De gebruiker van de CD was ook de consument die de CD aanschafte. De consumenten van Big Tech zijn echter de adverteerders. Door ons gebruik van alle gratis software zijn wij het product geworden dat door die adverteerders wordt geconsumeerd. Deze veranderde rol van het grote publiek dat voorheen altijd de consument was en de verreikende spionage-infrastructuur die daar de basis voor vormt, zijn bepalend voor de inrichting van de economische sfeer van het internet. Dat heeft allerlei gevolgen. Drie daarvan, elk van een andere orde, wil ik verkennen. 1. Anti-trust en mededinging Het eerste gevolg heeft te maken met economische macht en hoe die ingeperkt kan worden. In de economisch orde van voor de jaren tachtig waren er twee belangrijke machten waar bedrijven mee te maken hadden. De eerste was de macht van de consument. Als een bedrijf een product maakte dat de consument niet beviel, dan kon de consument ‘met z’n voeten stemmen’ door te vertrekken naar de concurrent. Dat kan echter niet bij een monopolist, omdat er geen concurrenten (meer) zijn. Daarom was er die andere macht, de overheid met haar anti-monopoliewetgeving. Op basis van die wetgeving kon de te grote macht van monopolisten aangepakt worden. Deze tegenmachten werken niet meer zo. Om te zien hoe dat is veranderd en te begrijpen wat dat betekent voor de door Big Tech ingerichte economische sfeer van het internet, hebben we enige historische context nodig. Een blik in de geschiedenis van de anti-monopoliewetgeving. Deze begint, in de V.S., rond het aannemen van de Sherman Act in 1891. Dat was een reactie op de macht van de robberbarons, de bazen van grote bedrijven als Standard Oil. Het luidde het begin in van een strijd tegen die macht en kreeg handen en voeten met het instellen van The Bureau of Corporations in 1903. Dat onderzocht de olie-industrie en op basis van dat onderzoek werd Standard Oil, het zakelijk imperium van Rockefeller, in 1911 opgesplitst. In 1915 werd The Bureau of Corporations onderdeel van de in dat jaar opgerichte Federal Trade Commission (FTC), die nog steeds bestaat. De FTC onderzoekt monopolistisch machtsmisbruik en waar ze dat aantreft worden bedrijven voor de rechter gedaagd. Na Standard Oil volgde er in de twintigste eeuw verschillende grote zaken, zoals tegen Alcoa (eind jaren 30, begin jaren 40) en AT&T (jaren 70). [4] Die zaken werkten vooral ook preventief. In de woorden van Matt Stoller over Thurman Arnold - de ‘trustbuster’ die eerst werkte voor de FTC en vanaf 1938 de anti-trustdivisie van het Amerikaanse ministerie van Justitie leidde - "As Congress publicly exposed how monopolies acted in the economy, Arnold didn’t even have to prosecute cases.” [5] — — — Dit artikel is onderdeel van de substack Workshop Nieuw Kapitalisme. Geïnteresseerden kunnen zich daar inschrijven voor een nieuwsbrief. Nieuwe artikelen ontvang je dan per mail. — — — In de loop van de jaren 70 veranderde echter het denken over de macht van grote bedrijven. Onder het neoliberale gesternte werden de criteria voor problematische monopoliemacht aangepast. Cruciaal daarbij werd - en daarmee zijn we terug waar we begonnen - de consument. In navolging van het boek The Antitrust Paradox (1978) van Robert Bork, werd het probleem van monopoliemacht teruggebracht tot de vraag of een monopolie het consumentenwelzijn aantastte. Dat was het geval wanneer een monopolie leidde tot hogere consumentenprijzen. Als dat niet kon worden aangetoond, dan was er volgens deze neoliberale uitleg van de antitrustwetten, geen probleem. [6] Kijken we vervolgens naar Big Tech, dan bestaat de indruk dat wij als gebruikers ook de consumenten zijn. Aangezien het grootste deel van de software kosteloos is, zou je daarom tot de conclusie kunnen komen dat de consument überhaupt niet hoeft te betalen aan Big Tech en gratis is natuurlijk nooit te duur. Daarmee vervalt, volgens het criterium van Bork, de grond om de macht van Big Tech aan te pakken. We weten nu echter dat dat niet is hoe de economie van Big Tech werkt, omdat niet het grote publiek, maar adverteerders de consumenten zijn. Zij betalen veel geld aan de weinige aanbieders die deze markt van persoonsgegevens domineren. Een oligopolistische markt met slechts enkele spelers die mede daardoor immense macht in handen hebben en hoge prijzen kunnen vragen. Prijzen die de adverteerder ophoest en via andere wegen aan het grote publiek doorberekent. Laten we in meer detail kijken naar die verhouding tussen Big Tech en de gebruiker. 2. Transactieloze keuze-arme gebruikerservaringen In een klassieke economie heeft de consument een belangrijke functie in die zin dat zijn aankopen sturend zijn voor wat er geproduceerd wordt. We zijn allemaal consument en met onze aankopen bepalen we dus het succes, of falen van producten die de industrie levert, zoals de CD. Dat draait om een hele basale economische mechaniek, namelijk de afweging die plaatsvindt rondom een (mogelijke) transactie. De consument zoekt een product, maakt een inschatting over de kwaliteit, weegt de kosten af en neemt uiteindelijk een beslissing die soms tot aankoop leidt. Die transacties tussen gebruikers en Big Tech bestaan binnen het ecosysteem van gratis software niet. De vraag hoeveel het iemand waard is om van Whatsapp en TikTok gebruik te maken, wordt nooit gesteld. Terwijl die afwegingen in het klassieke kapitalisme richtinggevend waren. Dat betekent dat de macht die de consument heeft, door ‘met de voeten te stemmen’ en naar de concurrent te gaan, niet op die manier werkt. Producten waar je niet voor betaalt zijn nooit te duur, dus dat is nooit een reden om naar een andere producent te gaan. Een belangrijke overweging daarbij is dat voor veel van de gratis producten van Big Tech er nauwelijks alternatieven bestaan. Op de meeste I-Phones draait alleen het besturingssysteem IO/S van Apple. Andere telefoons worden standaard geleverd met Android (van Google/Alphabet). Alternatieven zijn nauwelijks bekend en omdat Android al geïnstalleerd staat, ingewikkelder om te gaan gebruiken. Voor YouTube van Google bestaan alternatieven, maar die bieden maar een fractie van het filmmateriaal van wat op Youtube te zien is. Dus ben je toch op YouTube aangewezen. Belangrijker nog is het fenomeen dat het netwerk-effect wordt genoemd. Dat geldt met name voor software als Whatsapp en TikTok. Als al je familie en vrienden gebruik maken van zo’n app, dan val je buiten dat netwerk op het moment dat jij kiest voor een alternatief. Het zorgt voor een soort sociale binnensluiting, waar je als individu niet uitkomt. Kortom, de consument in de klassieke economie maakt altijd een afweging, over of het product de prijs wel waard is. Hij heeft keuzevrijheid en kan dus ook ‘met z’n voeten stemmen’ en bij een andere fabrikant aankloppen. Zo oefent hij de macht uit die hij als consument heeft. De gebruiker in het ecosysteem van gratis software maakt die afweging om tot aankoop over te gaan helemaal niet. Zijn keuzevrijheid is grotendeels gecompromitteerd door het functioneren van dat ecosysteem dat op allerlei manieren obstakels opwerpt om alternatieve keuzes te maken. Tegenover het gratis gebruik staat dus minder tegenmacht en minder keuzevrijheid. We hebben gezien dat het loskoppelen van gebruiker en consument, in combinatie met de antitrustwetten die sinds de jaren 80 op consumentenprijzen focussen, een immense machtsconcentratie bij Big Tech heeft mogelijk gemaakt, die nauwelijks wordt aangevochten. Mede doordat gebruikers het probleem niet zien. Verder is duidelijk geworden dat het grote publiek niet meer uit consumenten bestaat die en masse met hun voeten stemmen. De gebruiker is geen consument, sluit geen transacties met Big Tech af en wordt zoveel mogelijk binnengesloten in het door Big Tech ingerichte ecosysteem van gratis software, die de winning van persoonsgegevens mogelijk maakt. Die alomvattende spionage-infrastructuur zelf heeft ook gevolgen, waar ik mee wil besluiten. 3. De (on)persoonlijke economie Milton Friedman dichtte een eigenschap aan de klassieke economie toe, waar niet vaak bij wordt stilgestaan, maar die door de infrastructuur van Big Tech weleens ongedaan zou kunnen worden gemaakt. “The essence of a competitive market is its impersonel character”. [7] Dat onpersoonlijke heeft te maken met het transactionele karakter van de economie en de rol van prijzen daarin. Prijzen zijn neutraal in die zin dat ze geen onderscheid maken tussen soorten mensen. Het maakt niet uit wie de mensen zijn die een product maken, welke politieke opvattingen ze hebben, of wat hun culturele achtergrond is. Op de markt gaat het om de prijs en de kwaliteit van het product. Dat is waar het om draait in een vrije markt economie. Dat onpersoonlijke karakter van de economie vormt ook een fundament voor politieke vrijheid. Dat zien we het best als we begrijpen hoe dat in een dictatuur werkt, waar economie en politiek niet van elkaar gescheiden zijn. De economische productie is er of in handen van de overheid, of is onderwerp van vergaande overheidsbemoeienis. In zo’n situatie is kritiek op bijvoorbeeld een politieke leider niet mogelijk zonder het risico op vergaande economische consequenties. Want die kritiek wordt opgemerkt binnen het bedrijf en gerapporteerd aan de staat, of andersom. De staat noteert de kritiek in de media, of tijdens een demonstratie en geeft dat door aan de werkgever van de criticus. Het bedrijf weet wat te doen. De persoon die z’n mond open durfde te doen is z’n baan kwijt en vindt geen nieuwe, omdat alle bedrijven onder toezicht van de staat staan. Inkomen weg, huis weg, bestaan weg. In een liberale democratie wordt politieke vrijheid mede mogelijk gemaakt doordat politiek en economie gescheiden zijn. Dus zelfs als een politiek leider het niet zo op heeft met zijn critici, zal dat niet leiden tot economische consequenties. De communicatie tussen bedrijven onderling en met de overheid is transactioneel, waarbij prijzen leidend zijn. Dat betekent dat je niet weet of het brood dat je eet is gemaakt van graan dat is geoogst door iemand met een andere politieke overtuiging, een ander geloof, of een andere kleur. Dat illustreert, in de woorden van Friedman “how an impersonal market separates economic activities from political views and protects men from being discriminated against in their economic activities for reasons that are irrelevant to their productivity - whether these reasons are associated with their views or their color.[8] Binnen de democratie bestaat er een scheiding van machten, de zogenaamde trias politica, die te grote machtsconcentraties voorkomt en de vrijheid van burgers waarborgt. In het verlengde daarvan draagt ook de scheiding tussen economie en politiek daaraan bij en zorgt voor het voortbestaan van onze vrijheid. Die scheiding tussen politiek en economie en het onpersoonlijke karakter van de economie zelf dreigen verloren te gaan. De basis voor die verandering is de spionage-infrastructuur van Big Tech, die een omvang heeft die geheime diensten in de koude oorlog niet voor mogelijk hadden gehouden. Die infrastructuur wordt, zoals we weten, gebruikt voor het verzamelen van immense hoeveelheden persoonlijke gegevens, waaruit bijvoorbeeld duidelijke politieke profielen kunnen worden afgeleid. Wat die infrastructuur echter ook doet is het op allerlei manieren verweven van economische organisaties, met elkaar en met de politiek. Dat gebeurt op het moment dat data als product op de markt wordt verkocht, of als overheden data toe-eigenen, bijvoorbeeld op basis van anti-terrorismewetgeving. Dan worden werelden samengebracht, die om goede redenen gescheiden zouden moeten blijven. Een ogenschijnlijk onschuldig voorbeeld zijn bedrijven die bij het zoeken naar personeel hun uitingen op social-media doorlichten. De infrastructuur van Big Tech, geeft toegang tot politieke opvattingen, soms van lang geleden, en maakt dat doorlichten mogelijk. Het zal dus voorkomen dat sollicitanten vanwege hun (vroegere) politieke opvattingen economisch worden benadeeld. Dat het veel verder kan gaan illustreert de installatie van DOGE direct na de inauguratie van Donald Trump in januari 2025. Dit door zakenman Musk geïnitieerde Department of Government Efficiency krijgt een vrijgeleide van Trump om alle overheidsonderdelen die iets met diversiteit, gelijkheid en inclusie te maken hebben (DEI) te ontmantelen en medewerkers te ontslaan. Musk betrekt daarbij technici van zijn eigen bedrijven, die de computersystemen van de overheid overnemen, koppelen en doorlichten, op zoek naar afdelingen en mensen die dit gedachtegoed onderschrijven of uitdragen. Dit teneinde de overheid te zuiveren van dit gedachtegoed en deze praktijken.[9] Kortom, een versmelting van politieke en economische macht, waarbij de digitale infrastructuur en medewerkers van bedrijven worden ingezet om bepaalde politieke opvattingen van mensen in overheidsdienst economisch te bestraffen. Het levert terecht geschokte reacties op, maar maakt vooral goed zichtbaar, wat in andere gevallen onzichtbaar zal blijven. Dat de infrastructuur van Big Tech economie en politiek met elkaar verweeft en daardoor onze politieke vrijheid vergaand kan ondermijnen. — — — [1] Ter illustratie de advertentie inkomsten van Meta tot 2024 [2] Het woord spionage kan in deze context wat ongepast klinken, omdat we daarbij eerder denken aan de activiteiten van de staat. Maar laat je de praktijken van Big Tech tot je doordringen, dan kan de conclusie geen andere zijn dan dat het woord spionage de lading uitstekend dekt. [3] Denk aan de Facebook-pixel en Alexa van Amazon. [4] Matt Stoller, Goliath. The 100 year war between monopoly power and democracy, Simon & Schuster Paperbacks, 2019. Pagina 135 [5] Ibid. Pagina 150 [6] Tim Wu, The Curse of Bigness. Antitrust in the new gilded age, Columbia Global Reports, 2018. Pagina 88 [7] Milton Friedman, Capitalism and Freedom, The University of Chicago Press, 2002. Pagina 119 [8] Ibid. Pagina 21 [9] Meer informatie is bijvoorbeeld te vinden op deze gearchiveerde pagina van de Washington Post.

Foto: European Union, Copernicus Sentinel-2 imagery

Nu overstromingen en later waterschaarste door smeltende gletsjers in de Himalaya

ACHTERGROND - Door: Arthur Oldeman
Een snel opwarmend klimaat en terugtrekkende gletsjers vergroten het risico op een gebeurtenis zoals die van afgelopen week in Nepal, ongeacht of we deze specifieke ramp uiteindelijk aan klimaatverandering kunnen toeschrijven. Door onze uitstoot warmt de aarde op en smelten de gletsjers in de Himalaya in een rap tempo, wat voor afbrekende gletsjers en instabiele smeltwatermeren zorgt. Na een aantal decennia van overstromingen door meer smeltwater, zal er juist waterschaarste volgen omdat het ijs verdwijnt. Naast het stoppen van de opwarming is er meer financiering nodig om landen als Nepal te steunen met klimaatadaptatie en risicomanagement.

Nepal

Afgelopen woensdag 26 augustus vond er een rampzalige stortvloed plaats in Nepal en het grensgebied met Tibet in het Himalaya gebergte. Het gevaar is op moment van schrijven nog niet volledig voorbij. Waarschijnlijk brak er een stuk gletsjer af in Tibet, wat een lawine veroorzaakte en benedenstrooms, in de rivier de Trishuli, een vernietigende stortvloed tot gevolg had. Een ongekend trieste ramp waarvan de volledige omvang pas later duidelijk zal zijn.

Dit soort rampen gebeurt niet in isolatie. Klimaatverandering teistert de hele wereld, en ook dus de Himalaya. Het smelten van gletsjers en permafrost is een van de duidelijkste gevolgen van de opwarming van de aarde. Een individuele ramp is nooit volledig door klimaatverandering veroorzaakt (de attributie studie van deze situatie volgt mogelijk nog), maar dat de kans op deze situaties toeneemt, is duidelijk. En daarmee past deze ramp “zeker in het plaatje”, zo stelt ook berghydroloog Walter Immerzeel op Nu.nl.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Closing Time | Walk of the Earth covered Goteye

One-man bands kennen wel wel. Je hebt ze in alle soorten soorten en maten.

Eén instrument bespeeld door meerdere muzikanten / musici is de andere categorie. U kent wel: quatre-mains, de vier handen op één piano. Wat natuurlijk altijd beter kan, maar voor 88 pianisten op één vleugel is wel wat kunst nodig.

De Canadese complete band ‘Walk off the Earth’ covered hier ‘Somebody That I Used to Know’ van Goteye. Dus met hun vijven, op één gitaar.

Foto: UX Gun on Unsplash

Over bewapening hebben we het niet meer

COLUMN - Het minderheidskabinet-Jetten worstelde met het rondkrijgen van de begroting voor volgend jaar. In de berichtgeving krijgen we een beeld van een strijd tussen VVD, die partijen aan haar rechterzijde tegemoet wil komen en CDA/D66 die PRO mee willen krijgen. Sociale zekerheidsuitgaven spelen een belangrijke rol, belastingen ook. Maar veel details krijgen we niet. Waar je weinig over hoort zijn de stijgende uitgaven voor Defensie om tegemoet te komen aan de NAVO-afspraken conform Trumps eis: 5% van het BNP moet naar de oorlog. Als er al naar verwezen wordt is het in verhullende termen, zoals de extra belasting die het CDA voorstelt als ‘vrijheidsbijdrage’. Waar het echt om gaat zijn miljardeninvesteringen in de wapenindustrie die niet ter discussie staan. En die dus niet of nauwelijks in de openbaarheid komen.

Eerder schreef de NRC dat het Nederlandse ministerie van Defensie bezig is in een ijltempo geld uit te geven, maar steeds minder informatie vrij geeft over waar al deze miljarden aan worden besteed. ‘In 2021 kreeg minder dan de helft (43 procent) van alle materieelprojecten het stempel ‘vertrouwelijk’; dit jaar was dat driekwart (76 procent).’ De redenen zijn zowel commercieel (bescherming van de onderhandelingspositie) als operationeel (de vijand niet informeren). Defensie probeert het zichzelf zo gemakkelijk mogelijk te maken. De grens voor uitgaven waarboven melding moet worden gemaakt aan de Kamer wordt verhoogd, aanbestedingsregels worden soepel gehanteerd. Dat leidde tot kritiek van de Algemene Rekenkamer die constateerde dat van de in totaal 4,4 miljard euro aan „fouten en onzekerheden” die de Rekenkamer vond in de door Defensie aangegane verplichtingen 3,6 miljard direct was gegund, zonder voldoende onderbouwing. De Rekenkamer is al jaren kritisch op Defensie. Dit jaar kapittelde voorzitter Pieter Duisenberg minister van Defensie Dilan Yesilgöz omdat zij volgens hem de onvolkomenheden niet serieus genoeg neemt. “Dat de verantwoordelijke minister defensief reageert en deze bevinding niet erkent, is niet goed voor een lerende overheid”, zei Duisenberg.

Recensie Zomergasten | Jim van Os in de Allerlaatste Zomergasten Ooit

RECENSIE - Bijna aan eind van deze Allerlaatste Zomergasten Ooit liet de allerlaatste zomergast ooit, psychiater Jim van Os, een fragment zien waarin kunstenares Marjan Teeuwen het sloopafval van een sloophuis zo opstapelt dat er iets nieuws ontstaat. Een herschikking van het interieur, met een geheel eigen schoonheid. Maanden is ze bezig, monnikenwerk noemt ze het. Als het klaar is, dan staat het een paar weken, wordt het kunstwerk vastgelegd en wordt het met de grond gelijkgemaakt. ‘Er komt wel weer iets nieuws’, zegt ze. Voor haar gaat het erom te laten zien dat de mens een ‘enorme kracht heeft de wereld op te bouwen. En met dezelfde kracht breken we hem ook weer af.’

Jim van Os zegt dat het verleidelijk is om de kunstwerken van Marjan Teeuwen te projecteren op de psychiatrie. Die moet, in zijn ogen, ook afgebroken en herschikt worden. Maar zelf zag ik toch vooral een metafoor voor het einde van het programma dat sinds 1988 bestaat en waarvan ik nu naar de allerlaatste aflevering aan het kijken was. Een programma waarin elke keer één gast (een enkele keer twee) drie uur de tijd kreeg om samen met een presentator een ideale televisieavond op te bouwen, door zorgvuldig fragmenten, persoonlijke verhalen, bekentenissen, verhullende en onthullende reacties op elkaar te stapelen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: bertknot (cc)

Sterke toename van brandgevaar in Zuid-Europa door veranderde weersomstandigheden

Zijn de natuurbranden die we deze zomer in Europa en elders in de wereld zien het gevolg van klimaatverandering? Op sociale media lopen de meningen hierover uiteen van “Ja, helemaal” tot “Nee, helemaal niet”. Het zal de lezers van dit blog niet verbazen dat de realiteit wat genuanceerder in elkaar zit. Zoals dat nu eenmaal altijd het geval is, wanneer je de wetenschap erbij haalt.

Statistiek

Eerst maar eens wat data, afkomstig van de Europese databank EFFIS. Met meteen maar een kanttekening, want de hier beschikbare data beslaan maar een vrij korte periode van twintig jaar. Vrij kort om al te stellige conclusies aan te verbinden over trends voor de lange termijn. Kijken we naar het totaal verbrande oppervlak in de EU tot nu toe, dan ligt dat ver boven het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Maar het ligt iets onder het record, dat vorig jaar werd gevestigd.

Verbrand oppervlak in de EU in 2026 tot en met 26 augustus (in rood) vergeleken met het gemiddelde (in blauw) en het minimum en maximum voor de periode 2006 – 2025. Bron: EFFIS

Ook in Nederland zitten we ver boven het gemiddelde maar onder het record. Dat record stamt uit 2020 toen er in de laatste week van april tegelijkertijd twee grote natuurbranden waren in de Deurnese Peel en de Meinweg, ten oosten van Roermond. Het was de beginperiode van de corona-epidemie, mogelijk zitten die branden daardoor wat minder prominent in ons collectieve geheugen.

Foto: UN International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (cc)

Het is maar waar je je voor in wil zetten…

COLUMN - De ‘je’ in de titel slaat in dit geval op de Servische regering. Er is daar natuurlijk een bloederige oorlog geweest in de jaren negentig. Het verhaal is de meeste lezers waarschijnlijk bekend: verschillende deelrepublieken wilden het federatieve Joegoslavië verlaten. In Joegoslavië had de kliek van Slobodan Milosevic de macht gegrepen, en wilde kost wat kost die macht behouden. Toen het niet lukte om het land bij elkaar te houden, moesten deelrepublieken die de onafhankelijkheid uitriepen met geweld veroverd worden – in ieder geval de delen waar Serviërs woonden, want als er dan geen Joegoslavië kon zijn, dan toch ten minste een Groot-Servië.

Die oorlog duurde tot halverwege de jaren 90, met de genocide in Srebrenica als tragisch dieptepunt. Vervolgens herhaalde de geschiedenis zich nog een keer eind 99 in Kosovo – waar de Servische agressie uiteindelijk mede door bombardementen van de NAVO een halt toe werd geroepen. De nationalistische waanzin eiste het leven van naar schatting 130.000 a 140.000 levens, waarvan een groot deel burgers.

De vraag is dan: waar zet je je als Servische regering voor in, 25 a 30 jaar later? Je kan je energie besteden aan het verbeteren van de verstoorde relaties met buurlanden. Het opsporen van nog voortvluchtige oorlogsmisdadigers uit die tijd. Het werken aan de relatie met Europa, omdat Servië toe wil treden tot de EU (werkt vast beter dan spelletjes te spelen en te voetjevrijen met de Russen).

Closing Time | Alex Roeka

Dit schijnt kleinkunst te zijn. Van mij mag je Alex Roeka ook een singer-songwriter noemen, of zanger-liedschrijver, want dat zal hij zelf waarschijnlijk prefereren. Hij vertelt tussendoor wel wat verhaaltjes op het podium, maar het draait toch vooral om de muziek en liedteksten. En er zijn ook ander grote zanger-liedschrijvers die ook de nodige aandacht besteden aan hun bindteksten. Tom Waits bijvoorbeeld, of Loudon Wainwright. Nou ja, Wikipedia rekent Boudewijn de Groot ook tot de kleinkunst, dus dan klopt het wel weer.

Closing Time | Laatste Dag – De Mis

De Mis komt uit Nijmegen. Ze hebben iets gemeen met hun stadgenoot Frank Boeijen: ze zingen in een soms wat lastig verstaanbaar  Nederlands. Niet dat dat een probleem hoeft te zijn. Ik ken Nederlandstalige bands die wel wat meer onverstaanbaarheid zouden kunnen gebruiken. Bovendien moeten er nu eenmaal keuzes worden gemaakt bij het mixen van geluidsopnames: meer nadruk op het een gaat altijd ten koste van iets anders. En deze mix klinkt absoluut lekker, met de power die hoort bij punk en postpunk. Alleen kan het onderwerp van de tekst daardoor wel aan de aandacht ontsnappen: het gevaar dat vrouwen lopen op straat.

Foto: Josh Reid on Unsplash

IJsland staat weer voor de deur van de EU

Morgen mogen de IJslanders zich in een referendum uitspreken over een mogelijke hervatting van de onderhandelingen met Brussel over het EU-lidmaatschap. In 2015 waren de gesprekken afgebroken door de toenmalige eurosceptische regering. Sinds Trump Groenland bedreigt en de geopolitieke spanningen in het gebied rond de Noordpool sterk stijgen is de discussie over aansluiting bij de EU weer opgelaaid. De regering heeft bij het uitschrijven van het referendum nadrukkelijk aangegeven dat het alleen gaat over onderhandelingen en dat de uitkomst tezijnertijd in een nieuw referendum zal worden voorgelegd aan de bevolking. Maar de oppositie schreeuwt nu al moord en brand met de door Groenland geïnspireerde leus: ‘Iceland is not for sale’.

IJsland is al jaren verbonden met Europa. Het land maakt deel uit van de Schengenzone, de EER (Europese Economische Ruimte) en de EVA (Europese Handelsassociatie). Qua handel en reizen volgt het land Europese regels en wetgeving, echter zonder er over mee te mogen praten. Net als Noorwegen. Voor beide landen is het visserijbeleid tot nu toe de belangrijkste reden om geen lid te worden. De tegenstanders van aansluiting bij de EU verzetten zich er tegen omdat het land dan onderworpen zou worden aan visquota en visserijbeheerregels die door de EU worden vastgesteld, en het zou gedeelde toegang tot bepaalde wateren moeten accepteren. De visserijsector en de vissersgemeenschappen zouden aanzienlijke verliezen kunnen lijden. De EU Commissaris voor de Visserij Costas Kadis heeft al laten weten dat er ruimte is voor uitzonderingen. Een aanbeveling aan de IJslanders om voor hervatting van de onderhandelingen te stemmen. Maar het is de vraag hoever Costas Kadis van de huidige EU-leden mag gaan. 

Foto: "Jews Against Zionism" by zorilla is licensed under CC BY 2.0

De laatste niet-antisemiet moet het licht uitdoen

OPINIE - een gastbijdrage van Mihai Martoiu Ticu

Nazi-vergelijkingen met twee maten

Vorige week beschuldigde voormalig parlementariër Wim Kortenoeven de ChristenUnie en het CDA van antisemitisme. Kortenoeven, die tegenwoordig in een Israëlische nederzetting woont en zich tot het orthodoxe jodendom heeft bekeerd, richtte zich in het Reformatorisch Dagblad op twee partijen die een boycot van producten uit Israëlische nederzettingen steunen. Hij haalde daarbij zelfs de Duitse leus ‘Kauft nicht bei Juden’ aan, bekend van de landelijke boycot van Joodse winkels, artsen en advocaten die de NSDAP op 1 april 1933 organiseerde.

Thierry Baudet werd voor de rechter gesleept toen hij de coronamaatregelen met de Holocaust vergeleek en Francesca Albanese (VM Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden) werd op verzoek van het CIDI uit de Tweede Kamer geweerd toen ze Tweede Wereldoorlog-analogieën maakte, omdat die de Holocaust zouden bagatelliseren. Dus blijkbaar mag Kortenoeven, directeur van het Netherlands-Israel Public Affairs Committee (NIPAC), een lobbyorganisatie ten behoeve van Israël (een Nederlandse variant van het Amerikaanse AIPAC), de Holocaust wél bagatelliseren, want hij doet het voor een goed doel.

Een paar dagen eerder werd ook Frans Timmermans van antisemitisme beschuldigd omdat hij rechts en extreemrechts in Israël met de nazi’s vergeleek. Trouwens, de vergelijking van Timmermans was een legitieme deductieve analogie.

Volgende