We hebben democratisch goud in handen, laten we dat koesteren én beschermen

Gisteren mochten Nederlandse kiesgerechtigden (wederom) naar de stembus, ditmaal voor de gemeenteraadsverkiezingen. Een van de belangrijkste verworvenheden van de afgelopen 150 jaar is het recht op zelfbestuur: burgers kunnen via vrije verkiezingen hun bestuur vormgeven, zowel in passieve vorm (kandidaatstelling voor openbare lichamen) als in actieve vorm (het stemrecht). Dat we gisteren vrije verkiezingen hadden, kan dan ook met recht “het feestje van de democratie” genoemd worden. Dit jaar maak ik ook zelf, als nummer 6 van het CDA Lingewaard, gebruik van ons passieve kiesrecht. Het zijn momenten als deze waarop ik besef in wat voor bevoorrecht land we leven. Het vorige moment waarop ik mij dit realiseerde was bij de aanstelling van het kabinet-Jetten. De voorganger van Rob Jetten, Dick Schoof, droeg met slechts één krabbel de macht over aan het huidige kabinet. Hoe anders is dat in dictatoriale en autoritaire landen, waar geen sprake is van een vreedzame machtsoverdracht als sluitstuk van vrije en eerlijke verkiezingen. We bevinden ons in een “democratische recessie” Toch treedt er binnen de democratische wereld betonrot op. Vijf jaar geleden, op 6 januari 2021, bleek dat bij “de leider van de vrije wereld” ,in casu de VS, een vreedzame machtsoverdracht geen vanzelfsprekendheid meer is. De huidige president Donald Trump beraamde een staatsgreep en bracht de als eerlijk erkende verkiezingen in diskrediet. Ook aan onze kant van de Atlantische Oceaan vormen autoritaire partijen een steeds vastere machtsbasis; denk aan de AfD in Duitsland, Rassemblement National in Frankrijk en Reform UK in het VK. In Midden-Europese landen hebben potentaten, zoals Orbán met zijn Fidesz-partij en Robert Fico met zijn SMER-SD de staatsinrichtingen bovendien zodanig “verbouwd” dat deze staten zijn verworden tot autoritaire, corrupte roversnesten. Dat de wereld “autocratiseert” (lees: onvrijer wordt) blijkt ook uit kwantitatief onderzoek. The Economist analyseert sinds 2006 jaarlijks de mondiale staat van de democratie aan de hand van vijf kenmerken: verkiezingen en pluralisme, functioneren van de overheid, politieke participatie, politieke cultuur en burgerlijke vrijheden. Op basis daarvan wordt per land een score berekend op een schaal van 0 tot 10. In twee decennia daalde de gemiddelde wereldscore van 5,52 naar 5,17 en nam het aantal volledige en gebrekkige democratieën af van 82 naar ongeveer 71 landen. The Economist spreekt daarom van een “democratische recessie”. Ook in ons eigen postzegellandje tekenen deze ontwikkelingen zich af. Het eerder vermelde kabinet-Schoof was, hoewel het vreedzaam de macht overdroeg aan het huidige kabinet, daar exemplarisch voor. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis kregen antidemocratische partijen toegang tot het centrum van de macht. Partijen die evident hadden laten zien het parlementaire en rechtstatelijke systeem niet intrinsiek te willen beschermen, werden desondanks “beloond” met bestuurlijke machtsposities. Dat werd gerechtvaardigd met het slappe excuus dat “de kiezer had gesproken”, alsof er geen andere parlementaire meerderheden mogelijk waren. Ook het optreden van regeringsleden van het kabinet-Schoof was illustratief voor dit verval. Vooral toenmalig minister Faber leek met haar solistische koers weinig respect te hebben voor onafhankelijke instituties, medeoverheden en maatschappelijke organisaties. De wederopstanding van het politieke midden (forse zetelwinst van D66 en het CDA) tijdens de laatste Tweede Kamerverkiezingen was hoopgevend. Tegelijkertijd bleef het antidemocratische blok ongeveer even groot als in 2023, maar is het radicaalrechtse kamp nu verder versnipperd geraakt over meerdere fracties. Na afsplitsingen van Mona Keijzer en de groep-Markuszower is die versplintering zelfs nog groter geworden. Daardoor wordt verhuld hoe radicaalrechts numeriek steeds meer greep krijgt op het parlementaire bestel. Als één radicaalrechtse partij erin slaagt deze kiezers te verenigen en mobiliseren, kan dat electoraat al snel oplopen tot 25 à 33 procent van het totaal aantal zetels. En dan zullen we opnieuw het gezwets horen dat “de kiezer heeft gesproken”, zonder dat erbij wordt vermeld dat het grotendeels dezelfde kiezers zijn die telkens een nieuwe populistische partij groot maken. Ook in onze eigen gemeenten zien we tekenen van een “democratische recessie”. Wethouders worden met de dood bedreigd en raadsleden stoppen vanwege intimidatie. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een gemeente voornemens is een azc te openen: tijdens en na de besluitvorming kunnen bestuurders, burgemeesters en raadsleden hun werk soms niet meer veilig uitvoeren, wat ook invloed heeft op hun stemgedrag en op wat zij nog durven te zeggen. Tijdens de huidige verkiezingscampagne zien we bovendien dat FvD fascistische personen op de kieslijst zet. Hoewel FvD in sommige gemeenten al resoluut is uitgesloten, laat dit zien hoe democratische normen vervagen wanneer partijen denken met dergelijk partijbeleid bij de kiezer weg te kunnen komen. Oplossingen: ideeënstrijd, burgerschap en normeren De oplossingen voor het democratische verval zijn drieledig. Allereerst moet er een breder besef ontstaan van wat democratie werkelijk inhoudt. De nauwe definitie van democratie van “50+1” heeft door de populistische opmars aan terrein gewonnen. Zij zijn de bepleiters van het honeren van “de volkswil”. Maar deze definitie is, zogezegd, erg “nauw”. Democratie betekent inderdaad dat de meerderheid beslist, maar onder voorbehoud dat de rechten en belangen van minderheden op proportionele wijze worden meegewogen tijdens de besluitvorming. Anders is er sprake van absolute democratie en door het totalitaire karakter van deze vorm zal er al gauw helemaal geen democratie meer zijn, omdat de rechten van burgers dan op de helling staan. Er zal dan sprake zijn van precedentwerking. De ideeënstrijd over democratie moeten we daarom winnen door steeds opnieuw te benadrukken dat democratie per definitie pluralistisch is en anders ook niet duurzaam is. Daarnaast begint een democratische ommekeer van onderop. Burgers kunnen zelf veel doen om de vrije samenleving te verdedigen. Historicus Timothy Snyder heeft hiervoor al aanbevelingen gedaan in zijn boek On Tyranny: Twenty Lessons from the Twentieth Century. Twee adviezen springen er voor mij uit: abonneer je op kwaliteitsmedia en word actief lid van maatschappelijke organisaties. Daarmee versterk je immers actoren in de samenleving die tegenmacht vormen tegenover de regering. Een werkende democratie vereist dat de bestuursmacht wordt gecontroleerd door betrekkelijk sterke tegenmachten. Zo voorkom je machtsmisbruik en een al te grote concentratie van macht. Voorts kan ook de politiek zelf stappen zetten om de democratie te versterken. Dat begint met het versterken van onafhankelijke instituties die de macht in toom houden. De regering dient daarom voldoende afstand te bewaren tot instituties zoals de rechterlijke macht en de publiek gefinancierde journalistiek. Een autoritair gezinde regering kan anders eenvoudig de geldkraan dichtdraaien voor kritische journalisten of politiek gemotiveerde benoemingen doen bij de Raad voor de Rechtspraak. Het is dan ook goed dat het kabinet voornemens is deze benoemingsprocedure te herzien. Daarnaast zou het verstandig zijn de gehele verhouding tussen politiek en “tegenmachtinstituties” – denk aan de publieke omroep en het wetenschappelijk onderwijs – opnieuw tegen het licht te houden. Ten slotte is er ook een politiek-culturele omslag vereist in politiek Den Haag: normeren, normeren en normeren. Benoem het gevaar van antidemocratische krachten en wijs daarbij expliciet op de verantwoordelijken voor het aanwakkeren ervan. Politici hebben immers een zekere autoriteit in het publieke debat en moeten die verantwoordelijkheid vaker nemen. Dat geldt overigens ook voor de Nederlandse media, waar controversiële figuren vaak snel een podium krijgen. Zo werd Gidi Markuszower, die eerder stelde dat migranten “beesten” zouden zijn, na zijn afsplitsing van de PVV gewoon uitgenodigd in talkshows om gezellig te keuvelen over de actualiteit. Het moge kortom duidelijk zijn dat we met onze democratische verworvenheden goud in handen hebben. Maar die democratie vraagt om blijvend onderhoud, anders vervalt zij. Om haar levendig te houden begint het met het besef hoe waardevol en uniek zij is in historisch en internationaal opzicht. Vervolgens moet de bredere, pluralistische definitie van democratie weer terrein winnen, zodat burgers haar dagelijks blijven beschermen, onder meer door kwaliteitsjournalistiek te steunen en zich te organiseren in maatschappelijke verbanden.

Foto: David Lisbona (cc)

Het CIDI: van waakhond tot medeplichtige

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël was natuurlijk nooit neutraal, maar het presenteerde zichzelf wel zo: als een organisatie die feiten checkt, nuance bewaakt en het debat zuiver houdt. Dat zelfbeeld klopt al jaren niet meer, en de feiten laten inmiddels weinig ruimte voor twijfel. Wie het publieke optreden van het CIDI volgt, ziet een organisatie die steeds dieper verstrikt raakt in bondgenootschappen met partijen en personen die zelf een lange geschiedenis hebben van uitsluiting, racisme en complotdenken. Dat is geen toeval. Het is het logische gevolg van een organisatie die haar eigen bestaansrecht koppelt aan de verdediging van de Israëlische staat, ongeacht de koers die die staat vaart.

Want die koers is onmiskenbaar: Israël radicaliseert ook al decennia. Netanyahu presenteerde eind 2022 de meest extreemrechtse regering in de geschiedenis van Israël, met als minister van Nationale Veiligheid de extremist Itamar Ben-Gvir, in 2007 veroordeeld wegens terrorisme en aanzetten tot racisme. Bezalel Smotrich, die openlijk opriep tot annexatie van de bezette gebieden, werd verantwoordelijk voor het nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Haaretz-hoofdredacteur Aluf Benn schreef dat de verandering van Israël diepgaand en onomkeerbaar is: de overwegend seculiere en progressieve versie van Israël die ooit tot de verbeelding van de wereld sprak, is allang voorbij.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Het Grote Sargasso Verkiezingscafé

Ergens tussen de stembureaus, de lokale partijprogramma’s en de kandidaten die plots overal op lantaarnpalen verschijnen, staat vandaag ons popup politieke café, een plek waar iedereen die de gemeenteraadsverkiezingen volgt even kan aanschuiven. Een houten vloer die plakt, een toog met krassen van jarenlange discussies, en een barvrouw die al lang geleden is gestopt met neutraal blijven, en een tyfushekel heeft aan de PVV, FvD, BBB, JA21 en elke lokale kloon daarvan.

Foto: Jeremy Bishop on Unsplash

De top van je eigen piramide

Er bestaat een hardnekkig misverstand over macht. Dat die zich concentreert in een kleine, overzichtelijke top, waar een handvol mensen het geheel overziet en bestuurt. In werkelijkheid lijkt macht eerder op een verzameling piramides, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. Iedereen zit ergens in zo’n constructie. En vrijwel iedereen ervaart zichzelf als de top van zijn eigen deelpiramide.

Dat geldt niet alleen voor organisaties, maar voor de samenleving als geheel. De huiseigenaar die neerkijkt op de huurder. De vaste werknemer die zich onderscheidt van de flexkracht. De burger die zich afzet tegen de bijstandsgerechtigde of de nieuwkomer. Het zicht naar beneden is scherp. Je ziet wie er volgens jou minder bezit, minder status heeft, minder zekerheid geniet. Het zicht naar boven is diffuus. Multinationals, investeringsfondsen, geopolitieke blokken, financiële markten. Abstracties waar je weinig directe invloed op ervaart.

Die asymmetrie vormt het fundament van maatschappelijke nervositeit. Naar beneden zie je concrete mensen die mogelijk aanspraak maken op wat jij hebt. Naar boven zie je structuren die als natuurwetten worden gepresenteerd. Zo ontstaat een permanente valangst. De angst om af te glijden op de sociale ladder.

Wantrouwen als maatschappelijk smeermiddel
Wie bang is om te dalen, ontwikkelt reflexen. Afbakenen. Uitsluiten. Strenger willen zijn voor wie onder je staat in de veronderstelde hiërarchie. Politieke voorkeuren verschuiven mee. Wie zich bedreigd voelt in zijn relatieve positie, zoekt bescherming in beleid dat de onderlaag disciplineert.

Foto: Verkiezingsbord 2021

De strijd om de verkiezingsposters

COLUMN - De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema keert zich tegen de vernieling van verkiezingsposters. „Het is niet alleen vandalisme , het is ook ondemocratisch”, stelt ze maandag. „Wat je idealen of motieven ook zijn, ondermijn vrije verkiezingen niet. Poten af van de verkiezingsposters!” Vooral de posters van Forum voor Democratie moeten het ontgelden met hakenkruizen en Hitlersnorretjes op de foto van Lidewij de Vos.

Ook posters van D66 in Sittard en van Leefbaar Rotterdam zijn beklad met swastika’s en verwijzingen naar het fascisme. Een ‘rondje langs de velden’ levert verder meldingen op uit de Betuwe, De Bilt, Hendrik-Ido-Ambacht, Berlicum, Oisterwijk, Leiderdorp, Ronde Venen, Woerden en Hoogmade. Ook CDA, SGP, CU, VVD en GroenLinks-PvdA hebben te lijden onder de vernielingen. En overal worden ze betreurd door burgemeesters die eenzelfde boodschap hebben als Halsema. Burgemeester Haverkamp van De Bilt: ‘Dit veroordeel ik ten zeerste; dit hoort niet thuis in onze democratie. Ik roep u daarom op elkaar in elkaars waarde te laten en u goed te laten informeren door deze uitingen.’

De burgemeesters hebben gelijk. In de verkiezingsstrijd moeten alle stemmen gehoord kunnen worden. Het dwarsbomen van de uitingen van een concurrent is uit den boze. Vrije verkiezingen in een democratisch land vereisen tolerantie ten opzichte van alle deelnemers. Burgemeesters staan in Nederland boven de partijen en het is duidelijk dat zij zich in die functie zorgen maken over dit soort acties, die velen met hen ook zullen zien als een betreurenswaardige uiting van de toenemende politieke polarisatie en de vijandigheid tegen alle politiek.

Closing Time | Sadeness

Wellicht een beetje mainstream, voor de Closing Time, maar wellicht is dit inmiddels zo oud dat menig Sargassiaan dit nummer kent, maar ook denkt “wat is dit eigenlijk en waar ken ik dit van?”. Nou ja, van Enigma, dus.

De volledige versie, zonder clipje, is denk ik nog net wat leuker muzikaal gezien:

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

In Iran helpt elke bom het regime

Wanneer buitenlandse aanvallen op Iran plaatsvinden, duikt in westerese media vaak dezelfde verwachting op: dat militaire druk het regime zal verzwakken en de oppositie ruimte zal geven. In werkelijkheid gebeurt meestal het omgekeerde. Buitenlandse bombardementen verschuiven het politieke kader in Iran onmiddellijk. Protest verandert van binnenlandse kritiek in vermeende samenwerking met een vijand.

Het Iraanse regime gebruikt dat mechanisme al jaren. Demonstranten worden geregeld beschreven als instrumenten van buitenlandse machten. Zodra er daadwerkelijk een militaire aanval plaatsvindt, krijgt dat frame enorme kracht. Elke demonstratie kan en wordt dan neergezet als steun aan een agressor. Repressie krijgt zo een nieuwe rechtvaardiging. Veiligheidsdiensten krijgen daarmee een vrijwel onbeperkte ruimte om protest hard neer te slaan.

Van protest naar verraad
Voor demonstranten verandert de situatie fundamenteel. Wat eerst een politieke demonstratie was, wordt nu gepresenteerd als hulp aan een vijandige staat. Arrestaties worden dan verdedigd als nationale veiligheid. Schoten op demonstranten als noodzakelijke verdediging van het land. Verschilt dat van hoe de protesten hiervoor werden neergeslagen? Niet per se, maar een groot deel van het land accepteert deze uitleg wél.

De Iraanse oppositie is zich van dit risico al lang bewust. Activisten benadrukken regelmatig dat buitenlandse interventie hun positie verzwakt. Veel protestbewegingen proberen juist te voorkomen dat ze worden gezien als instrument van buitenlandse belangen. De geschiedenis van buitenlandse inmenging in Iran, maakt dat stigma politiek explosief.

Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

NAVO-bondgenoten of vazallen?

Donald Trump waarschuwde NAVO-landen vandaag voor een “zware toekomst” wanneer zij de Verenigde Staten geen steun geven rond Iran en de Straat van Hormuz. Volgens berichtgeving verwacht Washington dat bondgenoten oorlogsschepen sturen om de scheepvaart te beschermen. Wie afhankelijk is van olie uit de Golf moet volgens Trump ook militair bijdragen, want de wereldhandel moet immers beschermd worden.

Alleen blijft één detail buiten beeld: de huidige escalatie rond Iran ontstond natuurlijk pas nadat de Verenigde Staten en Israël militair ingrepen. Eerst zelf een geopolitiek vuur aansteken, daarna rondkijken wie de brandweer mag gaan spelen tegen de fallout van je eigen acties. En ja, natuurlijk kijkt Washington dan naar de NAVO.

Trumps waarschuwing dat het bondgenootschap een “zeer slechte toekomst” wacht zonder steun klinkt dramatisch. Tegelijkertijd is het inmiddels vooral routine geworden. Onder Trump bestaat Amerikaanse diplomatie uit een vrij overzichtelijk stappenplan. Eerst een conflict laten escaleren. Daarna bondgenoten oproepen “verantwoordelijkheid” te nemen. Vervolgens dreigen wanneer die bondgenoten vragen stellen of weigeren.

Het bondgenootschap wordt daarmee steeds minder een overlegclub en steeds meer een logistiek platform. Washington beslist. Europa mag de schepen sturen. Dat schuurt met het oorspronkelijke idee achter de NAVO. De alliantie was ooit bedoeld als collectieve verdediging tegen externe dreiging. Niet als abonnement op Amerikaanse geopolitieke avonturen.

Het CIDI even niet aan tafel

Minister-president Rob Jetten spreekt vandaag vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over antisemitisme. Op de lijst met genodigden ontbrak één bekende naam: het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Volgens directeur Naomi Mestrum een breuk met eerdere jaren, waarin haar organisatie “vaak” werd uitgenodigd bij dit soort gesprekken.

De verontwaardiging, die door de regels heen sijpelt, roept een simpele vraag op: waarom zou het CIDI daarbij moeten zijn?

Het CIDI presenteert zich graag als vertegenwoordiger van “de Joodse gemeenschap”. In werkelijkheid functioneert het vooral als lobbyorganisatie voor de Israëlische staat. Dat is een politieke positie. Een zeer uitgesproken politieke positie zelfs, waarin de Israëlische oorlog in Gaza en bezetting van de Westoever consequent worden verdedigd of gebagatelliseerd, ook wanneer internationale organisaties spreken over mogelijke oorlogsmisdaden of genocide.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende