“Geen Leeraer op den Stoel is voor gevaer beveiligd” (1755)

Dat het beroep van journalist niet tot de veiligste behoort is al geruimte tijd bekend, maar recentelijk werden we in ons brave landje weer eens met de neus op de feiten gedrukt: journalisten aangevallen bij de Mieraskerk in Krimpen aan den IJssel en recentelijk een journalistiek fotograaf die gewoon een foto van een brand wilde maken en met een shovel compleet met auto en vriendin in een sloot werd gekieperd. Om nog maar te zwijgen van hulpverleners die inmiddels al gedurende diverse jaren bedreigd worden. Zijn er dan helemaal geen veilige beroepen meer ? Nou, misschien dat van dominee. Braver kan je je toch niet voorstellen. Maar dat is niet altijd zo geweest. Hierbij drie voorbeelden waarbij predikanten hun leven niet zeker waren, in omgekeerde chronologische volgorde verhalen uit 1755, 1668 en 1573. 1755: Moordaanslag in de Waalse Kerk In de ochtend van zondag 12 oktober 1755 ging 'pasteur' Jean Henri François voor in de Franstalige protestantse Waalse Kerk in Amsterdam. Tijdens een gebed waarbij het kerkvolk ongetwijfeld de ogen gesloten had, klonk een schot. Direct viel de dominee van de kansel en kwam hevig bloedend op de grond terecht. Kennelijk was iemand tijdens het gebed met een pistool de kerk binnengeslopen en had de trekker overgehaald. De kogel had de voorganger aan zijn hoofd geraakt en was vervolgens afgeketst op een pilaar schuin achter de preekstoel. Uiteraard ontstond er meteen grote consternatie. Te oordelen naar de plas bloed meende men aanvankelijk dat de predikant dood was, maar dat bleek mee te vallen. De plas bloed was een gevolg van de val van de kansel en verder betrof het slechts een schampschot. François werd naar de kosterswoning overgebracht waar besloten werd tot een aderlating, omdat de dominee wel eens een infectie of bloedvergiftiging opgelopen had kunnen hebben. In de hysterie van het moment besloten ook andere gemeenteleden zich te laten aderlaten. [caption id="attachment_328917" align="aligncenter" width="764"] Waalse-Kerk-Amsterdam-in-vogelperspectief-voor-1800. Public Domain.[/caption] De dader kon direct na de aanslag worden opgepakt, waarbij de koster voorkwam dat het kerkvolk de dader lynchte. Het bleek de 25-jarige bakkersknecht Jean Langele te zijn, die vervolgens werd afgevoerd naar de gevangenis onder het stadhuis op de Dam (het latere Koninklijk Paleis). Langele was een Franse knecht die was geboren in Metz. Hij woonde sinds 1748 in Amsterdam. Langele leed volgens zijn werkgever(s) sinds 1752, toen hij in dienst kwam van de bakkerij van Henriëtte Willemars in de Bloemstraat, aan psychoses en waandenkbeelden. De bakkersknecht zou bezeten zijn door de duivel en ondanks gebed daartegen daarvan niet zijn bevrijd. Hienriëtte had inmiddels contact opgenomen met de kerkenraad van de Waalse Kerk met de vraag of de knecht niet geholpen kon worden. Ondertussen werd bekeken of Langele preventief in verzekerde bewaring gesteld kon worden. Echter, terwijl pogingen hiertoe in het werk werden gesteld, ontsloeg Henriëtte Willemars de knecht. Hierna versleet Langele nog twee werkgevers. Vanwege zijn vreemde gedrag was Jean Langele ongelukkig in de liefde. Zo had hij tevergeefs geprobeerd om Antoinette Pauline le Maitre, de dochter van de rijke koopman en ouderling van de Waalse Kerk Paul le Maitre, aan de haak te slaan. Langele zou om de hand van zijn dochter gevraagd hebben, maar de ouderling had dit huwelijksvoorstel afgewezen. Hierna vroeg Langele de plaatselijke voorganger Jean François om hulp. Maar in plaats van de verwachte hulp kreeg Langele verbaal een veeg uit de pan. Hierop besloot de bakkersknecht wraak te nemen met de aanslag tot gevolg. Hierna werd Langele opgesloten en verhoord. Op 18 november 1755 besloten de schepenen Jean Langele over te brengen naar het rasphuis omdat hij volgens hen, zoals wij nu zouden zeggen, ontoerekeningsvatbaar was. Dit was een opmerkelijke straf, want geestesgestoorden kwam meestal in het dolhuis terecht. Na een jarenlang verblijf in het rasphuis werd in Langele in 1764 alsnog naar het Dolhuis overgebracht, waar hij in 1777 overleed, vlakbij de Waalse Kerk waar hij 22 jaar eerder op de voorganger geschoten had. Het incident bleef in Amsterdam nog lang na-ebben. Zo werden er in de maanden erna allerlei pamfletten over de gebeurtenis verkocht in Amsterdam. Hierbij maakte graveur Simon Fokke een ets van het gebeuren, waaronder hij het volgende rijmpje plaatste: “Geen Leeraer op den Stoel is voor gevaer beveiligd – Als Zinnelooze Wraek Gods Bedehuis ontheiligt.” 1668: Onuitwisbare bloedvlekken In het Zeeuwse dorp Waterlandkerkje in de gemeente Sluis in Zeeuws-Vlaanderen ligt een eenvoudig zaalkerkje dat teruggaat tot 1674, maar elders herbouwd na een brand in 1713. Waterlandkerkje ontstond in 1657 als nederzetting rond een kerk. Het gehucht werd 't Kerkje genoemd, zoals de dorpsbewoners nog altijd doen. In 1796 kreeg het dorp de naam Waterland, maar rond 1820 werd dit veranderd in de huidige naam, om verwarring met het vijf kilometer zuidelijker gelegen Belgische dorp Waterland-Oudeman te voorkomen. Op 25 november 1668 vormde het kerkje het toneel van een aanslag op dominee Johannes Steurbout alsmede andere 'sanglante en horribele delicten'. Wat was er aan de hand ? Na de overstromingen van 1377, 1404, 1440 en 1477 stond in deze streek een groot gebied onder water. Bedijking stuitte vaak op tegenstand van de gebruikers van de waterwegen. De heer van Watervliet, Hieronymus Lauweryn, kreeg in 1507 toestemming om de huidige Oudemanspolder in te dijken. Ook had hij het voornemen om de Passageulepolder te bedijken. Deze landen wilde hij samenvoegen tot de heerlijkheid "Waterland", die hij als huwelijksgeschenk aan zijn dochter Barbara zou schenken. Ook kreeg hij in 1504 toestemming om hierin een parochie met kerk te stichten. Dit zou uiteindelijk de aan de Heilige Nicolaas gewijde kerk in Waterlandkerkje (1530) worden. Vermoedelijk werd dit kerkje al rond 1600 beschadigd door Zeeuwse geuzen die naar Vlaanderen trokken en geleidelijk verviel het bouwvallige bedehuis tot een ruïne. Na herdijking van de meermalen ondergelopen polder eisten de Rooms-Katholieken de restanten van het kerkje op. De weinige gereformeerden in de omgeving protesteerden hiertegen met succes bij de Staten-Generaal en verkregen vervolgens toestemming van het Vrije van Sluis om de kerk te herstellen. In 1658 volgde vervolgens de organisatie van een kerkelijke gemeente met ouderlingen en diakenen en de aanstelling van de eerste dominee, Johannes Steurbout. Alles uiteraard tegen het zere been van de Rooms-Katholieken, de oorspronkelijke eigenaars van het kerkje. Steurbout lag toch al slecht bij de Rooms-Katholieken als verrader van het 'ware geloof' die godbetere in hun gebied een protestantse kansel in bezit had genomen. Als katholiek geboren in het Vlaamse stadje Gerardsbergen begon hij in 1651, ruim 130 jaar na de Reformatie, aan een priesteropleiding in Leuven. Hier verloor hij zijn Rooms-Katholieke overtuiging en ging opnieuw beginnen aan een theologische studie, ditmaal een protestantse aan de Illustere School  in Middelburg. Na zijn afstuderen werd hij door de gereformeerde gemeente te Oudeman beroepen en in 1658 in het ambt bevestigd. De roomse afschuw over Steurbout's predikantschap klonk al één jaar later in een pamflet van Aernout van Geluwe, een knipperlicht dat na een bekering tot het protestantisme terugbekeerd was tot het Rooms-Katholicisme en nu fanatieker was dan ooit. Na de bijwoning van een preek van Steurbout had hij hem middels een theologische discussie tot de orde proberen te roepen, hetgeen mislukt was. [caption id="attachment_328918" align="aligncenter" width="1024"] Kerkje van Waterlandkerkje met standbeeld van ds Steurbout. Foto: Wiki Commons.[/caption] In de jaren daarop klaagde Steurbout herhaaldelijk over molestaties van leden van zijn gereformeerde kudde en verstoringen van kerkdiensten door Rooms-Katholieken, tot op een zondagmiddag in 1668 de definitieve afrekening volgde. Een bende van acht gewapende ruiters kwam aan bij het kerkgebouw waar de dienst nog in volle gang was. Twee bleven de wacht houden bij de paarden terwijl de overige zes de kerk binnendrongen, dominee Steurbout van de preekstoel trokken, hem mishandelden en tenslotte halfnaakt en wentelende in zijn bloed op de vloer achterlieten. Ook de kerkenraadsleden en verschillende kerkgangers kregen rake klappen en kerkboeken werden verscheurd. Tenslotte werd het linkeroor van Steurbout afgesneden en omhoog gehouden onder de uitroep "Dat is in spijt van de Geuzen !", daarmee doelende op de vernielingen die de geuzen rond 1600 in het kerkje van Sint Nicolaas hadden aangericht. Na het toevoegen van diverse dreigementen verdween het zestal tenslotte uit de kerk. Steurboot overleed op 21 januari 1669 aan zijn verwondingen. Een paar bendeleden konden tenslotte worden opgepakt, maar die beweerden dat het om een uit de hand gelopen roofoverval was gegaan. Niemand die dit geloofde, maar de Staten-Generaal slaagde er niet het bewijs te leveren dat het om een opdracht tot moord van hogerhand ging. Wel werden twee mannen uit Henegouwen wegens hun betrokkenheid veroordeeld en opgehangen. Het kerkje zelf was ook geen gelukkig lot beschoren. In het rampjaar 1672 waren Franse soldaten Staats-Vlaanderen [ https://nl.wikipedia.org/wiki/Staats-Vlaanderen ] binnengevallen en hadden het kerkje in brand geschoten om vervolgens de Oudemanspolder onder water te laten lopen. De gereformeerden bouwden een nieuwe kerk in de Prins Willempolder die in 1674 in gebruik werd genomen, de huidige kerk. Deze kreeg ook met oorlogsgeweld te maken: in 1708 werd de kerk, wederom door Franse soldaten, in de as gelegd waarna alleen de muren overbleven en in 1713 herbouwd. In de jaren 1956-1958 werd de kerk gerestaureerd en in 1984 werd voor de kerk een beeld, ontworpen door de Rooms-Katholieke pastoor van Breskens, Omer Gielliet, geplaatst, voorstellend dominee Steurbout, lezende uit de Bijbel en wel uit Jesaja 61. Het gebeuren had nog een opmerkelijk staartje in het ontstaan van de legende van de onuitwisbare bloedvlekken, een bekend motief uit de volkscultuur. Het huidige kerkje in Waterlandkerkje is dus niet de kerk in het gehucht Stroopuit [ https://nl.wikipedia.org/wiki/Stroopuit ] waarin de aanslag op dominee Johannes Steurbout plaatsvond. Anders schijnt het volgens de overlevering te liggen met de preekstoel van Steurbout waar hij zo jammerlijk van was afgesleurd. Die zou in 1672 gered zijn en overgebracht naar de nieuwe, huidige kerk uit 1674 en vervolgens het oorlogsgeweld van 1708 overleefd hebben. Bij de toen ontstane brand was de kerkenraadskamer gespaard gebleven alsmede de preekstoel, die tegen de muur van dit vertrek had gestaan. De waarheid van deze overlevering is waarschijnlijk nihil, maar heeft te maken met de legende dat op deze kansel bloedvlekken waren achtergebleven als gevolg van de toetakeling van dominee Steurbout. De bloedvlekken, die niet te verwijderen bleken, schijnen alleen in de volksfantasie bestaan te hebben. In 1839 constateerde een verre opvolger van Steurbout, ds Johannes Was, kennis genomen hebbende van de volksoverlevering, dat er op de preekstoel geen bloedvlekken te ontwaren vielen. De huidige preekstoel dateert uit 1713 toen de door de Fransen verwoestte kerk herbouwd werd. Overigens woedt de legende over de niet uitwisbare bloedvlekken nog steeds voort. Het volksgeloof is taai, heel taai. 1573: De kogel door de kerk Niet iedere aanslag van Rooms-Katholieken op een protestantse dominee slaagde. Tijdens het beleg van Haarlem (1572/1573) schoten de Spaanse soldaten van Don Frederik een kanonskogel dwars door de Sint Bavokerk. Naar verluidt was de kogel bedoeld voor de predikant, die werd beschouwd als een afvallige. De recent gerestaureerde kogel is nog altijd te bezichtigen in een binnenmuur van de Haarlemse kerk. De predikant bleef ongedeerd. [caption id="attachment_328919" align="aligncenter" width="1024"] Interieur Sint Bavo Haarlem, 1668 (Job Adriaensz. Berckheyde). Foto: Public Domain.[/caption] Uit dit incident zouden wij de uitdrukking 'de kogel is door de kerk' hebben overgehouden. Men vermoedt dat deze uitdrukking, qua betekenis vergelijkbaar met 'de knoop is doorgehakt', te maken heeft met het respecteren van kerkgebouwen tijdens oorlogen. Als de vijand deze ongeschreven regel negeerde, beschouwde men dit als een grove schending en inbreuk. De taalkundige Carolus Tuinman was de eerste die melding maakte van deze uitdrukking en wel in zijn spreekwoordenboek 'De oorsprong en uitlegging van dagelijks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden' (1726-1727). Hij stelde: “Is dan de kerk zelf aangetast en doorschoten, ‘t is een blyk, dat men door geen ontzag wordt afgeschrikt, en nu alles durft ondernemen. Die het heilige niet spaart, en de vreeze daar voor afgelegt heeft, zal dan het ongewyde nog minder verschoonen.”. Tuinman kwam echter niet met bewijzen om zijn verklaring te staven, waarop de taalkundige F.A. Stoett beweerde dat het woord ‘kerk’ in het gezegde terecht is gekomen als alliteratie op het woord ‘kogel’. Dat dit soort betekenisloze alliteraties in de volkstaal vaak voorkomen is een feit, maar de mening van Stoett is ook niet meer dan een aanname.

Door: Foto: © Sargasso logo Goed volk

Quote du Jour | Onfatsoenlijk

Een citaat uit de vrijgegeven notulen van de ministerraad over het toeslagenschandaal dat ik nog niet ben tegengekomen in de media is dat van Mark Rutte op 14 juni 2019.

De ministers zijn ontstemd over de felle reacties die staatssekretaris Snel in de Tweede Kamer moest incasseren, ook uit de coalitiefracties. Rutte sluit zich daarbij aan:

De minister-president toont zich ontstemd over de reactie op 9 en 10 juni 2019. De vraag is of dit type reactie in de toekomst geheel kan worden voorkomen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Alexandervn_85 (cc)

Stopt de overheid nu zelf ook met het discrimineren van huurders?

De discriminatie door verhuurders is “zeer alarmerend”, aldus minister Ollongren in reactie op landelijk onderzoek. Maar de overheid maakt zich ook zelf schuldig aan discriminatie van huurders door de inzet van de Rotterdamwet en de Leefbaarometer.

Uit een landelijk onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) naar discriminatie bij woningverhuur blijkt dat woningzoekers met een buitenlands klinkende naam vaker afgewezen voor een huurhuis dan woningzoekers met een Nederlandse naam, en dat makelaars en bemiddelaars vaak meewerken aan het verzoek om bepaalde groepen uit te sluiten voor een huurwoning. Het onderzoek bevestigt de uitkomsten van eerdere onderzoeken op kleinere schaal (bijv. van de Groene Amsterdammer in 2018, van Radar in 2019, en onderzoeken in Rotterdam, Utrecht, Amsterdam en Den Haag in 2020 en dit jaar).

“Zeer alarmerend”

Minister Ollongren kondigde direct aan dat de aanpak van discriminatie door verhuurders wordt geïntensiveerd, want:

Dat vind ik zeer alarmerend. Discriminatie is niet toegestaan en wordt niet getolereerd. Dat geldt zowel voor de verhuurbemiddelaars als voor de verhuurder die zijn woning openbaar aanbiedt.

Fijn dat de ogen van de minister geopend zijn, maar gaat de minister dan nu ook eindelijk het eigen beleid kritisch onder de loep nemen? Al jaren verstrekt de minister via de omstreden Rotterdamwet aan gemeenten een wettelijke basis om huurders te discrimineren op basis van hun inkomen, en indirect hun afkomst, met het doel om de leefbaarheid in zogenaamde achterstandswijken te verbeteren. En ook het aanwijzen van de gebieden waar deze discriminerende wet mag worden ingezet is gebaseerd op een discriminerend instrument, de Leefbaarometer.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Nationaal Klimaatakkoord: Regionale Energiestrategie 1.0

ANALYSE - Terwijl de Tweede Kamer druk bezig is met de formatie en de lijken die uit de kast van de toeslagenaffaire komen wordt in 30 regio’s van Nederland gestaag doorgewerkt aan de regionale energie strategie versie 1.0. Hierin geven regio’s aan welke bijdrage ze willen leveren aan het landelijk Klimaatakkoord voor gebouwde omgeving en elektriciteit. Vorig jaar analyseerde Sargasso de concept regionale energiestrategieën, inmiddels hebben 24 van de 30 regio’s hun RES 1.0 gepubliceerd. Het totale bod aan duurzame elektriciteit van deze 24 regio’s is 49,5 TWh. Ter vergelijking de opgave voor 2030 bedraagt 35 TWh. Bij die 35 TWh passen twee kanttekeningen: in het Klimaatakkoord is de mogelijkheid opgenomen om de opgave voor hernieuwbare elektriciteit te verhogen als de landelijk CO2-doelstelling aangepast wordt of als de elektriciteitsvraag vanuit andere sectoren sterker groeit dan verwacht.

Europees klimaatdoel aangescherpt

Sinds 2019 heeft Rutte zich in de EU ingespannen om de klimaatdoelstelling te verhogen van 40% reductie naar 55% CO2 reductie. In oktober 2020 heeft het Kabinet Rutte III de EU nogmaals opgeroepen om de klimaatdoelstelling voor 2030 te verhogen naar 55% CO2-reductie, deze wens tot ophogen van de EU doelstelling staat ook in het nationale klimaatakkoord. Vorige week hebben het Europees Parlement, de Europese Raad en de Europese Commissie een akkoord bereikt over het ophogen van de Europese doelstelling naar ten minste 55% in 2030. Deze doelstelling wordt vastgelegd in een Europese klimaatwet. Het Europees Parlement had ingezet op 60%. Groene partijen zijn ook ontevreden, omdat de opslag van CO2 in Europese bossen en moerasgebieden ook zijn meegerekend. Hierdoor blijft er van die 55 procent netto maar 52,8 procent over.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | White Noise

Een kennis vertelde dat hij, dit speelde  voor de coronacrisis, dat hij met de collega’s van zijn organisatie op studiereis was geweest in Noord-Ierland. Werk dus. Maar er was ook tijd voor ontspanning. Zo was het gezelschap op een gegeven moment verzeild geraakt bij een bandje waarvan de drummer nog bij Stiff Little Fingers gespeeld had. Stiff Little Fingers? Maar ik had toch nog een elpee van die punkband uit Belfast, Inflammable Material? Ja, die had ik nog. En die klonk nog steeds erg urgent, hard en boos. En er was dat nummer, White Noise, wat destijds wel ‘ns misbegrepen werd. Lullig wel, en ook om moedeloos van te worden, maak je je in een song kwaad over racisme, heel puntig verwoord, en dan word je beschuldigd van…. racisme. Mijn gok is dat een platenmaatschappij dit nummer nu niet meer zou uitbrengen, want krijg je last mee. Maar, oordeel zelf.

Foto: Poëzie van de Peel-zaalimpressie © foto Wilma Lankhorst.

Kunst op Zondag test een Fieldlab-museumdag

VERSLAG - Mijn laatste museumbezoek was op 12 december 2020. De honger naar een echt bezoek aan een kunsttempel neemt met de dag toe. Toen de pilots van Fieldlab werden aangekondigd, zat ik op het puntje van mijn stoel. Dinsdagmiddag 12 april kwam het verlossende bericht. Een tweet van de Stichting Museumkaart: “Je kunt vanaf nu reserveren!”
Noordbrabants Museum in Den Bosch, here I come!

Fieldlab Den_Bosch_Poezie van de Peel © foto Wilma_Lankhorst

Poëzie van de Peel in het Noordbrabants Museum © foto Wilma Lankhorst.

“Je kunt vanaf nu reserveren! Van 19 t/m 25 april gaan 17 musea open voor een pilot van het ministerie van OCW.
Museumkaarthouders kunnen zich aanmelden voor een museumbezoek en een gratis sneltest.
Reserveer snel, wat op = op!”

Fieldlab Poëzie van de Peel - houd afstand - corona © foto Wilma_Lankhorst

Fieldlab, houd afstand © foto Wilma Lankhorst.

Ik klik op de meegestuurde link en kom op de keuzepagina. Mijn eerste optie is het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Zonder probleem heb ik binnen twee minuten een bevestiging. Voor het vereiste toegangsbewijs moet ik een app installeren. Dan volgt de testaanvraag. Hiervoor moet ik een tweede app downloaden, het digitale spoor wordt zo verder verspreid. Daar zit ik niet echt op de wachten, maar voor deelname aan deze test heb ik geen alternatief. Met tegenzin accepteer ik de app-voorwaarden. Na dit dilemma verschijnen er drie testlocaties op mijn scherm. De dichtstbijzijnde is op 27,5 kilometer, de tweede optie ligt op ruim 53 kilometer en de derde op bijna 60 kilometer vanaf mijn woonplaats.

Foto: Patrick van IJzendoorn (cc)

Tsjechië botst met Rusland

Temidden van oplopende spanningen tussen Rusland en de NAVO heeft de Tsjechische Republiek vorige week achttien Russische diplomaten uitgewezen. Dat volgde op de beschuldiging van Praag aan Moskou dat Russische agenten in 2014 twee wapen- en munitiedepots hebben opgeblazen in Vrbětice. Twee mensen kwamen daarbij om. De Tsjechische regering heeft de EU-lidstaten gevraagd -net als na de Skripal-affaire in het Verenigd Koninkrijk in 2018- ook tegenmaatregelen te nemen. Tot nu toe heeft alleen buurland Slowakije daar positief op gereageerd.

Voor Tsjechië betekent de botsing met Rusland een koerswijziging. Het land heeft zich tot nu toe nogal gematigd opgesteld tegenover Moskou. Van president Milos Zeman is bekend dat hij goede relaties onderhoudt met Poetin. Hoewel hij de uitwijzing van de diplomaten zegt te steunen lijken zijn dagen langzamerhand geteld. Het gerucht gaat dat Zeman van de aanslag op de hoogte was en geprobeerd heeft het onderzoek naar de daders te verhinderen.

Ook de regering van premier en zakenman Andrej Babis stelde zich tot nu toe pragmatisch op tegenover Rusland. Maar nu even niet. De minister van Binnenlandse Zaken Jan Hamáček die op het punt stond naar Moskou af te reizen voor overleg over het Sputnik-vaccin heeft zijn bezoek afgezegd. Ook is een contract met de Russische kernreactorbouwer Rosatom gecanceld.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Closing Time | Journey Of The Sorcerer

Wat is dit?
The Eagles.
Serieus?
Serieus.
The Eagles van dat Hotel Calfornia?
Ja.
Waar je wel kunt uitchecken maar nooit kunt vertrekken?
Ja.
Van die verschrikkelijke Top 2000 muzak? Laat dan maar zitten verder.
Janee, dit is wat anders. Dit nummer is heel erg kort, dat scheelt al, en het is instrumentaal en, daar ging het mij eigenlijk om, het is gebruikt als tune voor de film en het radiohoorspel The HitchhikersGuide To The Galaxy.
Ah, van Dent, Arthur Dent en Marvin de depressieve robot.
Ja, en van 42.

Closing Time | The Wellerman

Nee, ik had ook niet verwacht dat ik in 2021 te onpas mee zou zingen met een shanty  die populair werd via TikTok (wat, een shanty, gast, dit is sargasso, een serieus blog) en die zich ophield, nee, ophoudt in mijn hoofd. O, daar gaat ‘tie weer: ‘soon may the Wellerman come, to bring us sugar and tea and rum.’

“Wellerman (Sea Shanty)”
(originally by The Longest Johns)

There once was a ship that put to sea
The name of the ship was the Billy of Tea
The winds blew up, her bow dipped down
O blow, my bully boys, blow (Huh!)

Closing Time | Coded Language

 

 

Een kennis van mij vroeg van de week: ‘Die spoken word dichters van jou, hartstikke leuk, maar ligt dat nou aan mij of hebben die dichters nou allemaal dezelfde manier van presenteren en voordragen?’ Ik kon haar niet helemaal weerspreken. Elk genre heeft op een gegeven moment een mal, en eenvormigheid kan dan op de loer liggen. Er wordt school gemaakt. Men kijkt en luistert naar elkaar. En men filmt. En daar wordt dan weer naar gekeken etc.

Vorige Volgende