Gertrude Bell

Foto: Gertrude Bell Historia REX Shutterstock.com (according to Brittanica.com), Public domain, via Wikimedia Commons.

En dan ineens sta je, op een wat rommelige ochtend, op het Britse kerkhof in Bagdad. Je ziet het graf van officieren en manschappen die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog, toen de Britten de olievelden in zuidelijk Irak bezetten. De graven zijn wat mottig, niet al te best onderhouden, op één na: het graf van Gertrude Bell. Een gigant. Geboren in 1868, aanwezig op diverse kruispunten in de geschiedenis van het moderne Midden-Oosten. Zelfmoord in 1926, vandaag een eeuw geleden.

Wie was Bell? Ze was een Britse reiziger, auteur, politiek adviseur en archeoloog. En ze hielp bij de vorming van de moderne staat Irak.

Reiziger in de Levant

Gertrude Bell stamde uit een vermogende familie en was half wees: haar moeder overleed toen ze drie was, en ze werd grotendeels opgevoed door haar vader. Een stiefmoeder zorgde voor haar scholing en begeleidde Bell naar college in Oxford: Lady Margaret Hall. Ik ben er weleens iemand wezen opzoeken en ik denk dat ik me herinner Bells naam daar te hebben gezien, ingeschreven in een inscriptie in een muur.

De jonge Bell – we hebben het over een vrouw van rond de dertig aan het einde van de negentiende eeuw – was een enthousiaste reizigster, bergbeklimster én taalkundige, die niet alleen het Frans, Duits en Italiaans beheerste, maar ook het Arabisch, Perzisch en Turks. Ze publiceerde een vertaling van de middeleeuwse Perzische dichter Hafez, beklom diverse Alpentoppen en trok door Perzië en door Ottomaans Syrië en Mesopotamië. Ze organiseerde een expeditie naar het hart van het Arabische Schiereiland. En daarover publiceerde ze. Zoals destijds gebruikelijk combineerde ze in haar boeken reisverslag, fotografie en archeologische observaties. Hiermee vestigde ze in Europa haar reputatie als kenner van de Arabische wereld.

En ze sloot vriendschappen. Niet alleen met Ottomaanse functionarissen –  vriendschappen waaraan ze na de Eerste Wereldoorlog weinig had – maar ook met mannen die toen wél invloedrijk zouden zijn. Eén daarvan was een beginnende archeoloog die onderzoek had gedaan naar kruisvaarderskastelen en inmiddels werkzaam was in Karchemish: de later als “Lawrence of Arabia” bekend geworden .

De Eerste Wereldoorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, meldde Bell zich als vrijwilligster bij het Rode Kruis, maar al snel was ze werkzaam voor de Britse inlichtingendienst in het Midden-Oosten. Meer precies: het Arab Bureau in Caïro, waar ook Lawrence werkte. (Dat een archeologe inlichtingenwerk ging doen, was normaal: oudheidkundigen waren geschoold in het denken over de lacunes in hun kennis.) Bell hielp bij het verzamelen van inlichtingen over lokale stammen, informatie die later belangrijk was toen Lawrence optrad als liaison met de Arabische troepen.

Toen de Britten Mesopotamië binnenvielen, bevond Bell zich al snel in Basra. Hier begon ze met de documentatie van de gruwelen van de Armeense genocide. Alleen al om deze werkzaamheden zou ze herdacht moeten worden.

Het mandaatgebied Irak

Na de Eerste Wereldoorlog werd “Mesopotamië”, dat we inmiddels Irak noemen, een Brits mandaatgebied. Bell was hier een van de centrale figuren en concludeerde dat de Britse machtsovername alle fouten van het Empire vertoonde: men was zonder kennis of plan begonnen het land te bezetten en dat was dus uitgelopen op een “immense failure”.

Ze kwam in conflict met de high commissioner, die voorstander was van een vorm van bestuur zoals in koloniaal India: Britse regering met plaatselijke adviseurs. Bell pleitte voor een Arabische regering, geleid door koning Faisal I, met Britse adviseurs. Toen er in 1920 een grote anti-Britse opstand uitbrak, gaf Bell de schuld aan de verkeerde en te hardhandige aanpak. Haar rapport kwam hard aan maar ze had het oor van de Britse regering.

In 1921 volgde een conferentie in Caïro, waar de grenzen werden getrokken tussen de diverse Britse gebieden in het Midden-Oosten. Bell was een van de weinige Britse functionarissen met werkelijke expertise in Arabische aangelegenheden. Hier bereikte ze dat Faisal werd benoemd tot koning van Irak, want ze meende dat zijn positie als afstammeling van de profeet Mohammed en buitenstaander (afkomstig uit wat nu Saoedi-Arabië heet) hem kon maken tot een verbindende figuur voor alle bewoners van Irak.

Churchill (links, armen wijd); rechts van hem en voor de sfinx Bell en Lawrence (klik=groot)

Ze drong er verder op aan dat de olierijke regio Mosul, met een Koerdische meerderheid, zou komen liggen binnen de grenzen van Irak: een lastige kwestie omdat dit gebied in de Sykes-Picot overeenkomst was toegezegd aan Frankrijk.

Bell en Faisal

Faisal werd in 1921 ingehuldigd. Bell adviseerde hem over zijn relatie tot de diverse stammen, bemiddelde tussen Britse ambtenaren en de Iraakse elite, organiseerde conferenties en hielp zelfs bij het ontwerpen van de Iraakse vlag. Ze was voorstander van een door soennieten gedomineerde, pan-Arabische regering, omdat ze (vrijwel zeker ten onrechte) vreesde dat sjiitische religieuze leiders zich zouden verzetten tegen modernisering. Ze stemde ook in met het gewelddadig onderdrukken van Koerdische opstanden. Dat de Koerden, ondanks afspraken over zelfbeschikkingsrecht, nog altijd geen eigen staat hebben, is mede aan Bell te wijten.

Als archeologe zette ze zich in voor het Mesopotamische erfgoed. Ze had contact met Leonard Woolley in Ur, hielp bij de oprichting van de Nationale Bibliotheek en stelde de eerste Iraakse monumentenwet op. Daarin bepaalde ze dat de vondsten zouden worden verdeeld tussen de Iraakse staat en de buitenlandse opgravers, waarbij haar archeologisch bureau aanzienlijke bevoegdheden kreeg als toezichthouder. Jarenlang lobbyde ze voor een eigen archeologisch museum in Bagdad, dat Faisal vlak voor haar dood opende. (Dit is het museum dat in 2003 werd geplunderd.)

Bell en Woolley

Dood

Dat de vrouw die had geholpen Irak vorm te geven, die grenzen had getrokken en Faisal tot koning had gemaakt, eindigde als ere-directeur van een museum, bewijst wat u al vermoedde: een demotie. Faisal had haar niet meer nodig, andere Britten hadden inmiddels evenveel expertise. Ze werd langzamerhand overbodig.

Bells gezondheid verslechterde: ze was een kettingrookster, leed aan bronchitis en malaria, en kreeg een mentale opdoffer toen haar halfbroer overleed. Met de kennis van nu zouden we zeggen: ze leed aan een depressie. Op 12 juli 1926, vandaag een eeuw geleden, werd ze dood op bed aangetroffen. Ze had een overdosis slaappillen ingenomen. De dag ervoor had ze nog instructies gegeven voor de verzorging van haar hond.

Het graf van Gertrude Bell

Bell werd begraven met “pomp and circumstance”, en Faisal was daarbij aanwezig. “The Iraq state is a fine monument,” was Lawrences commentaar en die woorden hadden haar grafschrift kunnen zijn. Het eigenlijke graf is eenvoudiger, en op een rommelige begraafplaats het enige dat netjes wordt onderhouden.

Literatuur

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*