Karin Spaink

434 Artikelen
83 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: BoBink, CC0 1.0 via Wikimedia Commons Homomonument-overview2

De omkering aller waarden

COLUMN - Op 4 mei, herdenken we de slachtoffers van het fascisme: de joden die zijn vergast door de nazi’s, de politieke gevangenen die zijn gefusilleerd, de homoseksuelen die werden vervolgd, de tweelingen die als medisch experiment zijn gebruikt, de dwangarbeiders die werden afgebeuld totdat ze er dood bij neervielen. De burgers die werden gebombardeerd, werden opgepakt bij razzia’s, die de mond werd gesnoerd, die op de bon moesten leven en uiteindelijk bloembollen moesten eten.

Oorlog is vrede. Vrijheid is slavernij. Onwetendheid is kracht.

5 mei, is ‘Nederland In Opstand’, de groep van de extreemrechtse Tinus Koops, van plan te demonstreren op het Malieveld in Den Haag. Hun motto: ‘Bevrijdingsdag moet weer de dag van de vrijheid worden.’ Deze week stelde Forum voor Democratie voor de zoveelste keer de coronamaatregelen gelijk aan de Duitse bezetting: ‘Op 5 mei herdenken wij 75 jaar vrijheid: 1945 – † 2020’.

Feiten zijn leugens. Bescherming is bezetting.

Rik Rutten, politiek verslaggever van NRC Handelsblad, liep in een uitgebreid twitterdraadje de ondertekenaars van Forums ‘vrijheidsherdenking’ na: allemaal corona-ontkenners, complotdenkers en extreem conservatieve of zelfs extreemrechtse organisaties. Een van de ondertekenaars typeert Nederland als ‘een totalitaire staat’. Een andere meent dat corona een groot complot is: alles is van hogerhand ‘gesimuleerd en vanaf januari [2020] uitgerold’. Het RIVM en de Wereldgezondheidsorganisatie zijn marionetten van de jood Soros, en hun maatregelen zijn onderdeel van een complot tegen de burgers.

Foto: Frans Berkelaar (cc)

Huishouding

COLUMN - Het was een degelijk gesprek bij Buitenhof: de Nationale Ombudsman schoof aan, de vicepresident van de Raad van State, plus de president van de Algemene Rekenkamer. Zat Nederland in een bestuurscrisis? Het ging over wetgeving die te complex was en daardoor onuitvoerbaar, over dichtgetimmerde regeerakkoorden waar niemand nog een vinger tussen kreeg, over de moeizame verhouding tussen het parlement en de regering, over hun eigen adviezen die vaak waren genegeerd, en natuurlijk over de tegenmacht, waarvan iedereen tegenwoordig de mond vol heeft, de premier incluis.

Een term die vaak viel was ‘informatiehuishouding’. Daar schortte het aan, die moest echt beter. Het klonk alsof de overheid helaas de weg was kwijtgeraakt in haar eigen paperassen en daardoor tekortschoot in haar taak. Het was evident een probleem, maar klonk tegelijkertijd overzichtelijk: als iets dat een legertje archivarissen gerust kon oplossen.

Maar het is een eufemisme van de bovenste plank, een gekuiste term die het echte probleem verhult: dat de overheid informatie doelbewust achterhoudt. De overheid dupeert daarmee specifieke burgers – getuige de slachtoffers van de toeslagenaffaire, die jarenlang niet is verteld dat zij voor fraudeurs werden versleten, laat staan waarom. Toen dat eindelijk boven tafel kwam doordat die burgers gingen procederen, en de overheid hen inzage in hun dossiers moest geven, kregen ze hun eigen dossiers zwartgelakt terug. Zelfs in hun rechtszaken verzaakte de overheid relevante documenten te produceren.

Foto: Jeroen Mirck (cc)

Een blokje om met je vuilnis

COLUMN - Het is klein leed, ik geef het grif toe, maar de ergernis duurt al maanden – en dat telt ook. Bovendien oogt het smerig: de stroom afval naast de ondergrondse afvalcontainers. Sinds begin vorig jaar staan ze ook in mijn buurt, en het werd er bepaald niet schoner op. Bijna altijd staat er troep naast.

Maar dat ligt aan ons, begrijp ik. ‘De gemeente zet die zak niet naast de container,’ berispte wethouder Laurens Ivens (SP) de burgers vorige week via Het Parool. ‘We moeten met elkaar beseffen dat dit een collectieve inspanning is. De wethouder kan dit niet allemaal oplossen en de vuilnisman ook niet.’

Maar dat doen mensen ook, zich inspannen en zoeken naar oplossingen. Mijn lieve, oudere buurman van om de hoek brengt zijn afvalzak tegenwoordig al weg als die halfvol is: hij woont op tweehoog en heeft hartklachten, de container is honderdvijftig meter verderop. Een vollere zak ernaartoe dragen lukt hem gewoon niet. Soms zie ik de buurman na zo’n poging ontmoedigd terug sjokken, halflege vuilniszak nog in de hand: de container was weer eens vol. Hij heeft zijn vuilnis weer mee naar huis genomen.

Zelf ga ik tegenwoordig eerst poolshoogte nemen: ik loop naar de container om te zien of daar nog iets in kan, en zo ja, dan ga ik naar huis, bind de vuilniszak dicht, til hem in mijn Canta, rijd ermee de container, dump er mijn afvalzak, rijd terug naar huis, parkeer mijn Canta en ga weer naar binnen. Want anders dan de buurman kan ik een halfvolle vuilniszak geen honderd meter dragen, dan is mijn sjouwarm nadien een paar uur ontregeld.

Foto: Daniel Antunes (cc)

De matties van de ministers

COLUMN - Al langer piekerde ik hoe het kabinet er nu een noodwet over de avondklok doorheen kon jagen die de juiste grondslag miste. Dat de Kamer het niet doorhad, kan ik me voorstellen: die beschikt niet over een gespecialiseerd leger ambtenaren. Maar Justitie en Binnenlandse Zaken wel. Had er niemand met kennis van grondrechten bij een topambtenaar aan de bel getrokken? Had geen enkele stafchef zijn of haar minister gewaarschuwd dat die op het punt stond te blunderen? Ik kon het me slecht voorstellen.

Tot ik een interview met Onno Ruding hoorde, oud-minister van Financiën onder Lubbers, in de jaren ’80. Ruding haalde daarin uit naar de Algemene Bestuurdienst; de pool van hoge ambtenaren, die geregeld van directoraat – en soms ook van ministerie – moeten wisselen, als waren ze deelnemer aan een stoelendans zonder nieten. Dat kwam neer op systematisch afbreuk doen aan het belang van vakkennis, vond Ruding: zo schiep je een generatie van generalisten, die eerder manager waren dan specialisten. Er zouden veel meer vakinhoudelijke eisen aan hun benoeming moeten worden gesteld.

Ruding liet de term ‘bontkraag’ vallen: topambtenaren die als een beschermlaagje om de nek van hun minister klitten. Hoogleraar Roel Nieuwenkamp schreef in 2014 een boek over deze ‘functioneel-gepolitiseerde’ topambtenaren: Schaduwpolitici, bontkragen en blokkendozen. Ze fungeren eerder als ministeriële entourage of hofhouding dan als kritische deskundigen; ze zijn er meer om hun minister te stutten en steunen dan om solide beleid te bepleiten en als advocaat van de burgers treden ze zelden op, omdat zulks hun minister niet behaagt.

Foto: Quite Adept (cc)

Arrogantie van de macht

COLUMN - Het was niet zozeer het het gelieg, verpakt als ‘daar heb ik geen herinnering aan’; dat hadden we al eerder gezien van Mark Rutte. Wat me het meest stoorde aan Ruttes optreden was al een week eerder gebeurd. Nadat de aantekeningen van de verkenners waren uitgelekt, en de Kamer opheldering had geëist wie hun collega Pieter Omtzigt nu die ‘functie elders’ had toegedacht, vroeg een journalist van de NOS aan Rutte of iemand hier nog verantwoording over ging afleggen.

Nee, antwoordde Rutte, en loog nog maar eens dat de opmerking over Omtzigt niet van hem kwam. En nu, vroeg de journalist. Tsja, zei Rutte: de verkenners waren afgetreden, er zouden nieuwe komen, en dat was dat. De voormalige verkenners zouden niet toelichten waar die opmerking over Omtzigt vandaan kwam. En toen zei hij het: ‘Niemand gaat hier uitleg over geven.’

Het was geen constatering, maar een opdracht aan de verkenners, waarvan er eentje dient als (demissionair) minister in Ruttes regering en de ander prominent lid van zijn partij, de VVD. Kortom: mensen over wie Rutte macht heeft. ‘Niemand gaat hier uitleg over geven.’ Bek houden, jullie allebei. Rutte deed de zaak ter plekke af als een bedrijfsongevalletje. Zand erover, schouders ophalen en doorgaan. Niets aan de hand, niets te zien. Doorlopen, mensen.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Rutte is het oog van de orkaan

COLUMN - Eén op de vijf Nederlandse gezinnen zit in de schulden. Vast werk voor jongeren is tegenwoordig eerder uitzondering dan regel. De dakloosheid is groot. De prijs van koopwoningen blijft maar stijgen, terwijl huurhuizen schaarser en duurder worden. We kunnen de mest niet meer kwijt. Dieren worden verminkt, gemaltraiteerd en dan opgedist. We stoten meer stikstof uit dan de ons omringende landen.

De overheid jaagt op mensen die ze vanwege hun achternaam of postcode als potentiële uitkeringsfraudeurs bestempelen, en behandelt die soms als schuldig zonder ze kans op weerwoord te geven.

De winsten van grootbedrijven stijgen, maar de lonen van hun werknemers allang niet meer. Overwinsten worden niet aangepakt, integendeel: multinationals krijgen dealtjes van de Belastingdienst, en Nederland prijkt hoog op de lijsten van landen die witwasconstructies op bestelling leveren. Bedrijven die gas oppompen in de noordelijke provincies worden schadeloos gesteld voor hun toekomstige inkomstenderving, maar de mensen die in Groningen, Drenthe en Friesland al jaren met kapotte huizen zitten, moeten geduld hebben.

Intussen kampen we – net als andere landen – met een pandemie, een klimaatcrisis, de ineenstorting van de biodiversiteit, gif in de grond, het water en de lucht, met complotdenkers die op hol slaan, en met extreme religies die het op de persvrijheid en de persoonlijke keuzes van andersdenkenden hebben voorzien.

Foto: risastla (cc)

De Kamer laat te veel onbesproken

COLUMN - Op 17 december is de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden in de Tweede Kamer aangenomen. De WGS moet het instanties nog makkelijker maken om gegevens uit te wisselen over burgers om fraude op te sporen. Er is amper maatschappelijk debat over de WGS geweest: we waren te druk met corona.

Het wetsontwerp werd, na fikse kritiek van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens, tegen hun adviezen in niet ingeperkt maar juist uitgebreid. Voorts zijn belangrijke onderdelen niet in de wet geregeld; die worden later ingevuld door de minister van Justitie en Veiligheid.

In de WGS vallen onder de ‘gegevens’ die bedrijven en overheden met elkaar mogen delen, ook signalen, vermoedens en zwarte lijsten. Op grond daarvan mogen de deelnemende partijen ‘interventies’ met elkaar afstemmen en ‘handhavend optreden’ tegen burgers die zo in het vizier komen.

De toeslagenaffaire is er niets bij. Het collectief dat eerder SyRI – het ‘Systeem Risico Indicatoren’, ook al zo’n groots opgetuigd systeem – bij de rechter verboden wist te krijgen, noemt de WGS niet voor niets ‘super SyRI’. (SyRI heeft veel burgers verdacht gemaakt, doch geen enkele fraudeur opgespoord; de basis voor de verdenkingen bleek te mager).

Er was amper debat in de Kamer over de WGS. Er zijn bovendien amper mensen in de Kamer die de WGS inhoudelijk doorgronden. Twee van hen – Kees Verhoeven van D66 en Kathalijne Buitenweg van GroenLinks – vertrekken eind deze maand uit de Kamer.

Foto: Bart (cc)

Partij kiezen

COLUMN - De hoeveelheid politieke debatten die ik de laatste weken heb gezien en de aantallen kieswijzers die ik heb ingevuld, zijn haast niet bij te houden. Het stomme is: ik weet allang waar ik zo ongeveer op wil stemmen. Waarom vul ik die kieswijzers dan nog steeds in? Waarom leg ik mezelf en mijn overtuigingen langs de maat van allerlei willekeurige kieswijzers, die hun onderliggende keuzes zelden duidelijk maken?

Wil ik oprecht van mijn stuk worden gebracht, en ineens, out of the blue, met een eerder niet overwogen optie worden geconfronteerd? Zoek ik naar een deus ex machina? Of vul ik die stemwijzers in omdat ik hunker naar een externe, quasi-objectieve bevestiging dat wat ik allang dacht inderdaad de meest verstandige keuze is, mijn politieke overtuigingen in acht nemend? Terwijl ik dat doe, realiseer ik me dat dit alles zelfbedrog is.

Want laat dit duidelijk zijn: elke partij die nu nog steeds niet erkent dat ook in Nederland de kloof tussen arm en rijk, tussen bedrijven en werknemers, tussen woningbezitters en huurders, tussen vast werk en de flex economy de afgelopen jaren vrijwel onoverkomelijk is geworden, is domweg af. Onder de kabinetten-Rutte is het aantal daklozen hoger geworden dan ooit, leven ineens tienduizenden mensen met ‘tijdelijke’ huurcontracten, en is het netto-minimumloon niet gestegen – maar de lasten voor deze mensen wel. Ook is de fraudejacht op minvermogenden ingezet.

Foto: UNARMED CIVILIAN (cc)

‘Zou jij haar doen?’

COLUMN - ‘Het bredere patroon is dat tegen vrouwen en meisjes wordt gezegd: praat niet. Heb geen mening. En durf er niet voor te staan. Want wij weten jou te vinden.’ Aan het woord: Sigrid Kaag, de politica die de afgelopen maanden de meeste haatberichten op Twitter kreeg. Vrouwelijke politici worden meer dan hun mannelijke collega’s met haat en bedreigingen belaagd; maar ook op meer onschuldige manieren worden zij permanent op hun gender aangesproken: het gaat over hun uiterlijk, over hun gezin, en of ze niet te veel haar op hun tanden hebben. De Groene Amsterdammer turfde tweets, Instagramberichten, kranten- en media-interviews.

Aan Kaags adres werden in de vijf maanden dat het onderzoek liep, dik dertienduizend haattweets gestuurd: dat is bijna een kwart van alle berichten die ze krijgt. Nummer twee is Sylvana Simons, met dik drieduizend berichten (Simons krijgt al haatberichten sinds 2015, toen ze in een tv-programma iemand die publiekelijk de term ‘zwartjes’ gebruikte, daarop aansprak).

Het is een reflectie van wat mannen nog steeds op straat doen met vrouwen: vrouwen worden in de publieke ruimte lastiggevallen, achtervolgd, betast en uitgescholden. Vaak begint het als een opdringerige versierpoging, met op de achtergrond altijd de dreiging dat je afwijzing je op geweld zal komen te staan.

Foto: dmbosstone (cc)

Waardenafweging

COLUMN - We zouden de kwetsbaren beschermen. Het klonk nobel: alsof wij ons eigen lichaam als menselijk schild rondom de zwakkeren zouden opwerpen. We zouden hen behoeden voor de ziekte die rondwaart. Het maakte ons allemaal een beetje een held.

Maar zoals dat vaker gaat met de heldenrol: die verveelde snel, zeker toen er geen applaus kwam. Verdorie, we verleenden jullie toch een gunst? Kun je het in ruil werkelijk niet opbrengen om ons eventjes dankbaar te zijn? Vlak daarna ging de heldenrol knellen: nu hadden we lang genoeg op jullie gelet, het was weer tijd voor onszelf.

Die kwetsbaren, daar hoor ik ook bij – want multiple sclerose; mijn immuunsysteem doet gek genoeg van zichzelf. Ook mijn kwieke vader hoort erbij, want 90. En mijn demente moeder. Maar ook mijn collega die een levertransplantatie heeft gehad, die kennis van nog geen 45 met suikerziekte. Het zoontje van een ex-collega: Down. De jongvolwassen zoon van een vriend: ernstige astma. De partner van een lieve vriend: hiv. De zus van een andere collega: kanker.

Voor ons is een besmetting met corona, en dus ook een besmetting van een intimus, intens veel gevaarlijker dan voor de gemiddelde medemens. (Hoewel ook die lelijk te pas kan komen: één op de tien mensen die ziek worden van het virus, krijgt te kampen met long covid en is nog maandenlang een vaatdoek.)

Foto: Département des Yvelines (cc)

Terug naar wiens normaal?

COLUMN - In het Verenigd Koninkrijk werd deze maand bekend dat 60 procent van de coronadoden in dat land mensen met een handicap waren, terwijl zij iets meer dan 17 procent van onderzochte populatie uitmaakten. Laat het eens tot u doordringen: Bijna tweederde van alle cornadoden vielen in een groep die nog geen vijfde deel van de bevolking beslaat.

De cijfers komen van het Office for National Statistics, het Britse CBS. Dat koppelde gegevens van de meest recente volkstelling – die van 2011 – aan die van de officiële coronadoden. Mensen die zichzelf bij de volkstelling als ‘redelijk gehandicapt’ hadden omschreven, bleken ruim drie keer zo vaak aan corona te zijn overleden als gezonde mensen (bij vrouwen was dat zelfs 3,5 keer zo vaak); onder de mensen die zichzelf indertijd hadden getypeerd als ‘enigszins gehandicapt’, was de kans op overlijden twee keer zo groot.

Het ONS heeft gepuzzeld tot het erbij neerviel, maar ook gecorrigeerd naar bekende factoren als opleiding, sociaaleconomische status, demografische factoren en geografie bleef een keihard verschil over: deze groep ging 1,7 keer vaker dood aan corona.

Terecht dat zoveel mensen met makke zich al een jaar afzonderen en nog amper op straat durven: corona kunnen ze er écht niet bij hebben.

Foto: Rennett Stowe (cc)

Het NK voordringen

COLUMN - Wie mag er eerst, wie pas later? Wie wordt er plots tussendoor geschoven? Wie kruipt voor? Wie zakt er stilletjes op de lijst? Wie priemt er een vinger in de lucht, krijtend: ‘Ik ook, ik mag ook eerst?’ Wie wint de afweging tussen zielig genoeg zijn en sociaaleconomisch onmisbaar zijn?

De voorrang voor het smaldeel van de zorg dat zich intensief met coronapatiënten bezighoudt, was goed te billijken. Maar door die ene exceptie ging de rest van het land prompt los: belangenorganisaties kregen door dat wanneer je de onmisbaarheid van je beroepsgroep maar voldoende benadrukte, je kennelijk aanspraak kon maken op privileges. Waarna zowat iedereen ging bedelen om eerder dan de kwetsbare mensen gevaccineerd te mogen worden. Onderwijzend personeel wilde ook, net als de politie en de boa’s, de medewerkers in de kinderopvang, de doktersassistenten, ja zelfs de rijschoolhouders maakten aanspraak om eerder geprikt te mogen worden dan de oude en kwetsbare mensen. En toen wilden de obese middelbare mannen ook nog eerst.

Geen wonder dat de chronisch zieken, gehandicapten en ouderen zo snel kelderden op de lijst. Wie oud is of chronisch makke heeft, kan zich moeilijk op maatschappelijke onmisbaarheid beroepen. Die moet sowieso vaak genoegen nemen met de kruimpjes.

Het levert een schril beeld op: wie zijn maatschappelijk nut maar genoeg weet op te pimpen – rijschoolinstructeurs, god bewaar me – heeft meer rechten. Maar was het doel van de hele operatie niet om de mensen die het meest ziek werden van corona, als eerste in te enten en zo de overstroming van de zorg tegen te gaan?

Volgende