Wat is een goede partijleider?
Wie moet de nieuwe leider van de PvdA worden? Bij dit besluit zouden de leden zich moeten laten leiden door drie overwegingen.
Allereerst moet een politiek leider een man/vrouw met een missie zijn. Hij moet gekozen hebben voor een politieke loopbaan omdat hij vindt dat er veel mis is en het (radicaal) anders moet. En daarbij gedrevenheid en urgentie aan de dag leggen. De politiek is geen baan, maar een instrument om de samenleving te veranderen. Als je als politiek leider geen eigen “verhaal” hebt maar vooral leunt op wat anderen aan ideeën aandragen, moet je geen leiding willen geven aan een politieke partij. Waar je als partij voor staat is altijd het resultaat van collectieve gedachtevorming. Maar als partijleider moet je gezag afdwingen omdat jouw visie op de samenleving inspirerender en overtuigender is dan die van anderen. Als dat niet het geval is, kun je nooit geloofwaardig zijn. Niet binnen je fractie en niet daarbuiten. De intellectueel Den Uyl had autoriteit omdat hij ergens voor stond en de volkse Jan Schaefer op een andere manier maar om dezelfde reden, ook. Cohen had die niet omdat hij bevlogenheid miste.
Daarnaast moet je een politicus zijn. In die rol moet je er niet voor terugdeinzen om over te gaan tot immoreel gedrag zoals manipulatie en wat kleine en grotere leugens als je daarmee macht behoudt of verwerft, aldus Macchiavelli, de man die als geen ander begreep hoe politiek werkt. Het is een misplaatst idee dat je vooral authentiek moet zijn. Cohen was er trots op dat hij zichzelf bleef in de politiek en zich niet liet leiden door scoringsdrift en zich niet bezig hield met wheeling and dealing. Hij was authentiek maar tegelijkertijd ineffectief. Als je de politieke arena betreedt moet je bereid zijn om het spel te spelen volgens de regels die daar gelden. Cohen maakte vooral de indruk dat hij niet wist hoe hij in het Haagse theater moest acteren en als hij het al wist, dat niet wilde. Je moet de rol van politicus ook met verve willen spelen zonder jezelf erin te verliezen. Wiegel is daar een goed voorbeeld van. Hij straalde uit dat hij het politieke spel leuk vond maar kon het ook relativeren. Agnes Kant daarentegen kon dat niet en ging aan haar idealisme ten onder. Wie niet bereid is om het spel om de macht te spelen om politieke idealen te realiseren (wat iets anders is dan macht gebruiken om er zelf beter van te worden) en er geen lol in heeft, heeft niets te zoeken in de politiek en kan zeker geen partij aanvoeren.

