Vragen die (nog) niet zijn gesteld

van mr. Huub Linthorst Leden van de Tweede Kamer stellen veel vragen aan de regering. Te veel, hoor je wel eens. Maar er zijn ook belangrijke vragen die níet gesteld worden. Dat doet dan weer de vraag rijzen waaróm dat zo is. Hierna signaleer ik twee voorvallen uit de afgelopen zomermaanden, die aanleiding hadden moeten zijn voor Kamervragen en kritische commentaren in de pers. Die twee houden verband met elkaar. Berichten of – liever nog – ophef in de pers leiden vaak tot Kamervragen. Andersom hoopt ieder Kamerlid dat zijn Kamervragen tot aandacht in de pers zullen leiden. De Koning Allereerst de uitspraken van de Koning bij de traditionele ontmoeting van hem en zijn gezin met de pers, bij het begin van de zomervakantie. Op dat moment waren er al tamelijk ontwrichtende betogingen van boeren geweest, die niet altijd correct waren aangemeld en conform de door de burgemeesters gestelde voorwaarden werden uitgevoerd. Én gepaard gingen met intimidatie, verkeers- en andere delicten en verstoringen van de openbare orde. Toch zei de Koning tijdens dat persmoment onder meer: “Boeren draag ik echt in mijn hart”. “Het culturele erfgoed van het platteland wordt gedragen door de boeren”. En: “Wij spreken heel veel met boeren”. “De boeren weten ook dat wij heel erg met hen meeleven.” Het is altijd problematisch als de Koning zich uitspreekt over een kwestie waarover in de samenleving en de politiek nogal verschillend wordt gedacht. Dat roept vragen op als: Zijn de uitspraken van de Koning vooraf afgestemd met de verantwoordelijke ministers? Doen deze uitspraken voldoende recht aan de complexiteit van het probleem? Is niet ook de schaarse in ons land nog aanwezige natuur een onderdeel van ons erfgoed? Had de Koning niet op zijn minst ook dát moeten benoemen, in plaats van vagelijk te spreken over “een stikstofprobleem”? Had niet moeten zijn voorzien, dat een zó hartstochtelijk uitgesproken steun van de Koning voor de boeren hen eerder zou kunnen brengen tot méér en hardere acties dan tot de gewenste de-escalatie? Heeft de Koning ook contact gehad met boeren die deelnamen aan acties die gepaard gingen met wetsovertredingen of ordeverstoringen? Was, toen de Koning zei “Wij spreken heel veel met boeren”, het gebruik van de wij-vorm een toepassing van de pluralis majestatis? Of doelde de koning mede op leden van zijn familie? Hebben de Koning of leden van zijn familie direct of indirect belang bij de bedrijfsactiviteiten van boeren op een kroondomein of koninklijk landgoed? Zijn er formele of informele afspraken tussen de RVD en de pers, die erop neerkomen dat bij het persmoment weliswaar gelegenheid wordt geboden tot het stellen van vragen aan de Koning, maar dat het niet de bedoeling is dat de daarop gegeven antwoorden voorwerp worden van kritiek in de pers? De politiechef Kort na de uitspraken van de Koning bleek ook de politie veel sympathie voor de boeren te hebben. Een politiechef van de Landelijke Eenheid zei eerst: “Wat we de laatste dagen hebben gezien, gaat een grens over, en raakt de rechtsstaat en de democratie.” Maar hij achtte het niet mogelijk om excessen in de kiem te smoren. En toch was hij tevreden. En ten slotte zei hij: “Veel politiemensen hebben begrip voor de positie van de boeren, ik ook.” Dat roept vragen op als: Is het passend dat een politiechef, mede namens “veel politiemensen”, begrip toont voor actievoerders die in zó ernstige mate de wet overtreden en de openbare orde verstoren, dat de rechtsstaat en de democratie in gevaar komen? Is aan de betrokken politiechef duidelijk gemaakt dat hij met zijn uitspraken ook zélf een grens heeft overschreden? Was de betrokken politiechef wellicht van mening dat zijn uitspraken wel toelaatbaar waren, gelet op uitlatingen van de Koning kort daarvoor? Wil het kabinet laten onderzoeken of er verband bestaat tussen de voorkeur van de politie voor niet-ingrijpen tegen illegale boerenacties en het begrip dat veel politiemensen zouden hebben voor de positie van de boeren? Worden maatregelen getroffen om aan de gehele Nationale Politie duidelijk te maken dat de politie volstrekt neutraal moet zijn jegens eenieder die de wet overtreedt of de openbare orde verstoort? En dat de politie zijn begrip en sympathie moet reserveren voor de slachtoffers van wetsovertredingen en ordeverstoringen; en van eventueel onbevoegd of disproportioneel politieoptreden? Het kan alsnog Het zijn vragen die, voor zover ik heb kunnen nagaan, nauwelijks of niet zijn gesteld. Waarom niet? Voor de pers geldt wellicht dat men het halfjaarlijkse persmomentje niet in de waagschaal wilde stellen. Kamerleden dachten misschien in vakantietijd te weinig aandacht voor hun vragen te zullen krijgen. Maar het is nog niet te laat. Kamervragen vinden hun aanleiding meestal in de actualiteit. Maar het is niet verboden om, teruggekeerd van een welverdiende vakantie, nog eens te overdenken wat er in deze hete zomer zoal is gepasseerd, maar dat we in een fatsoenlijke democratische rechtsstaat liever níet zien gebeuren. Dat zou dan tot vragen en debat moeten leiden. Om er lessen van te kunnen leren. Ténzij we vinden dat er – rechtsstatelijk gezien – géén sprake was van grensoverschrijdende gedragingen en uitlatingen van boeren, een politiechef en – onder verantwoordelijkheid van de minister-president – de Koning. Dan hoeven we ook helemaal geen lessen te leren. Fijn en rustgevend is dat altijd. Maar wel riskant. Dit artikel verscheen eerder bij het Montequieu Instituut. Mr. Huub Linthorst is voormalig directeur Wetgeving & Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken. Op Parlement.com staat een overzicht van Kamervragen in de zomer en de manier waarop het vragenrecht in de zomermaanden gebruikt wordt door Kamerleden.

Door: Foto: © Tweede Kamer Plenaire zaal tijdelijke Tweede Kamer copyright ok. Gecheckt 28-09-2022

De koning en de Gouden Koets

We gaan niet de geschiedenis herschrijven met restauratie dus hij is gewoon eheheh gerestaureerd ehe ehe dat ie weer in z’n oude glorie hersteld is. En er wordt een discussie gevoerd en ik vind het mooie van luisteren dat je niks hoeft te zeggen.

Koning Willem Alexander op het achtuurjournaal op prinsjesdag. De ehehe’s heb ik er niet bij verzonnen en ik vind ze in dit geval wel van gevoeligheid getuigen. Er wordt weleens gezegd dat de koning te ver van de bevolking af staat. En natuurlijk is dat zo, hij is tenslotte koning! Maar dat wil niet zeggen dat hij sentimenten onder de bevolking niet waarneemt. Uit zijn weifelende spreken blijkt ook dat hij hier zelf geen uitgesproken mening over heeft.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Verloren Oudheid

Interview met Rolf Strootman – Het Perzische Rijk als sociaal netwerk

INTERVIEW - Het Perzische Rijk (550-330 v. Chr.) was de eerste grootmacht die erin slaagde van het Midden-Oosten een politieke eenheid te maken. De Perzen verenigden tientallen volken onder hun gezag en zorgden zo voor een langdurige vrede. Onder het Perzische gezag bloeide de langeafstandshandel en kwamen verschillende culturen met elkaar in contact. De vraag hoe dit Perzische Rijk tot stand kwam en hoe het zich als politieke eenheid heeft weten te handhaven blijft tot op heden onbeantwoord. Deze week een interview Rolf Strootman, die onderzoek doet naar de rol van sociale netwerken en handelsroutes in het functioneren van het Perzische Rijk.

Rolf Strootman

Rolf Strootman

Dr. Rolf Strootman is docent-onderzoeker bij het Departement Geschiedenis & Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Zijn huidige onderzoek richt zich op de vraag hoe het Perzische en het latere Seleucidische Rijk zich wisten te handhaven. Volgens Strootman waren deze wereldrijken in de kern sociale netwerken die ernaar streefden de handelsroutes tussen de Middellandse Zee en Centraal-Azië te beheren. Met de opkomst van het Perzische Rijk werd dit gebied voor het eerst een politieke eenheid en werd de basis gelegd voor de Zijderoute.

Foto: Verloren Oudheid

Verloren Oudheid | Het Mesopotamische koningsideaal

COLUMN - Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden? En wat is een roversbende anders dan zo’n koninkrijk in het klein?

Augustinus, De Civitate Dei IV, 4

Dit citaat van Augustinus illustreert mooi de paradox van een geweldsmonopolie: om te voorkomen dat mensen elkaar geweld aandoen is een staatsapparaat nodig dat het recht heeft om – indien nodig – met geweld op te treden tegen geweldplegers. Dit roept echter de vraag op waar een staat dit recht op baseert. Een staat die naar willekeur handelt verschilt inderdaad weinig van een grote roversbende.

Priesterkoning (ensi) van Uruk. Pergamonmuseum, Berlijn.

Priesterkoning (ensi) van Uruk.
Pergamonmuseum, Berlijn.

Soemerische oorsprong van het koningschap
De oude Soemeriërs waren zich al bewust van dit probleem. In het vierde millennium voor Christus kwamen daar de eerste steden op. Nu tienduizenden mensen bij elkaar leefden – de stad Uruk had ruim 40.000 inwoners – was er behoefte aan één man die als een goede herder de boel bij elkaar kon houden. Deze herder vond men in de ensi (hogepriester), die bemiddelde tussen het volk en de beschermgod van de stad. Omdat hij een speciaal lijntje had met de goden, had hij het mandaat om belastingen te eisen en recht te spreken. Alleen het aanvoeren van de legers liet hij over aan een lugal (grote man).

Met de voortdurende dreiging van oorlog nam in het derde millennium voor Christus de macht van de lugals toe. Na verloop van tijd gingen zij ook de ceremoniële en gerechtelijke taken van de ensi overnemen. In het derde millennium was de stad Nippoer – een religieus centrum dat door alle Soemeriërs werd gerespecteerd – erg belangrijk. De lugal die over Nippoer heerste en de tempel van de god Enlil beschermde werd beschouwd als de enige ware afgezant van de goden, die ‘het koningschap’ bezat. ‘Het koningschap’ wordt in de Soemerische koningslijst omschreven als een geschenk van de goden dat uit de hemel was neergedaald en dat maar door één persoon tegelijk kon worden bezeten.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Domenico (cc)

Sint Mandela

COLUMN - 2013 loopt op zijn eind, en Oud Zeikwijf maakt de balans op.

Hoe ik ook mijn best doe om mij al het andere te herinneren, bij het noemen van 2013 verschijnt Mandela in neonlicht op mijn visuele cortex.

Weg knus Nederland-Ruslandjaar, over-the-top kroning – pardon, inhuldiging (we mogen geen kroning zeggen uit angst voor lelijke alliteraties, ‘de kroning van de Koning’) – van onze kersverse Koning, waarbij de kersverse Koningin er bewijs van gaf tenminste twee hoedanigheden van de Nederlander overgenomen te hebben: slechte kledingsmaak, door een jurk te dragen in het lelijkste KLM-blauw dat ze kon vinden; en ongevoeligheid voor waterkou, door uren op een boot te dobberen in de ijskoude noordenwind, slechts gekleed in een flinterdunne japon.

België werd acuut snertjaloers op de over-the-top kroning die we lekker wel konden betalen en moest per se ook een nieuwe Koning dus zo geschiedde, maar dan met een lelijke Koningin en een nog lelijkere Koning, en in low key (arme, arme Belgen). De wél mooie William en Kate kregen een even mooie liefdesbaby (arme, arme Belgen). De grond schudde erger dan ooit, niet in de Filipijnen maar in Groningen, en de verantwoordelijken deden gewoontegetrouw alsof hun neus bloedde. Flats in Bangladesh en omstreken stortten gewoontegetrouw in, een babyplaneet dacht dat de aarde zijn mammie was en spoedde naar huis maar miste op een haar na haar welkomstknuffel. Good old Chávez ging dood, good old Friso ging dood. De christelijke medemens kreeg eindelijk een toffe peer van een Paus die achter de paarse gordijnen kusjes gaf aan elke loser op wie hij de hand kon leggen, en die, toeval of niet, Argentijn bleek te zijn (de paus, niet de loser), net als onze kersverse Koningin (die, het moet gezegd, geen losers kust achter de gordijnen, voor zover we weten).

Foto: Swiss Pavilion (cc)

De koning kan niet authentiek zijn

ANALYSE - Volgens Willem-Alexander is ‘de belangrijkste les’ voor zijn koningschap om ‘authentiek’ en ‘jezelf’ te zijn. Maar een authentieke koning is praktisch onmogelijk. Willem-Alexander kan wel stellen dat hij ‘geen nummer’ is, maar het is precies doordat hij wél een nummer is dat hij koning mag en kan zijn.

Het televisie-interview met Willem-Alexander en Máxima van 17 april is exemplarisch voor de manier waarop er in Nederland over het huidige koningschap wordt gesproken, ook door de koninklijke familie zelf. Op de vraag welke implicaties de troonswisseling heeft voor de te gebruiken toon als koning (‘afstandelijk’ of ‘volkser’), geeft Willem-Alexander een relativerend antwoord: de toon is contextafhankelijk. De toon gebruikt de toekomstige koning als aanleiding om het domein buiten de functie aan te kaarten: ‘Je bent een koning, maar ook een mens. Je hebt ook emoties en gevoelens. Soms moet je die ook uiten, anders dan kan je niet echt jezelf zijn. Het belangrijkste is dat je authentiek blijft. Als je niet authentiek bent, dan kan je het in zo een nieuwe functie niet goed volbrengen.’ Máxima beaamt de authenticiteit van haar echtgenoot door te wijzen op de continuïteit van zijn persoonlijkheid (‘hij is zoals hij altijd is geweest, dat zal niet veranderen’) en op zijn gewoonheid (‘staat dicht bij de mensen’).

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Inhuldiging: wat vinden we ervan?

OPEN DRAAD - Het is zover! Het moment waar we sinds 28 januari naar toe leven: onze nieuwe koning wordt ingehuldigd! Inhuldiging, ja, geen kroning. Hij krijgt immers geen kroontje op zijn hoofd (hoewel, kroontje, het ding schijnt zo groot te zijn dat-ie over Wim-Lex’ oren zou zakken), maar wordt ingehuldigd in de Amsterdamse Nieuwe Kerk.

Het gaat eigenlijk al weken nergens anders over (van parlementariërs die de eed niet gaan afleggen tot talloze Oranje-gerelateerde reclames tot dat onderwerp waar we het niet meer over willen hebben) en Amsterdam ligt volkomen op zijn gat.

Daarom installeert de redactie zich lekker achter de teevee, kijkt ze daar naar het hele circus, en geeft ze de vloer aan u. Wat vinden we ervan? Een open draad voor al uw discussies over republiek versus monarchie, het hoedje van koningin prinses Beatrix, en Willem-Alexander’s onwil/onvermogen een baard te laten staan.

 

Foto: FaceMePLS (cc)

Het Koningslied is een populistisch lied

ANALYSE - Bent u al aan het oefenen op het nieuwe ‘Koningslied’ dat we op 30 april allemaal moeten gaan zingen? Er valt enorm veel uit te leren over wat het Nederlanderschap aan het begin van de 21ste eeuw betekent.

Muzikaal is het een allegaartje dat de laatste jaren steeds uit de kast wordt gehaald als de nationale eenheid benadrukt moet worden: een zoete melodie die doet herinneren aan musicals en dan wat rap erdoorheen, omdat dit iets moet zijn voor jongeren en multiculturaliteit. Al een jaar of twintig is rap de jongerenmuziek bij uitstek, bij sommige van de rappers die je hoort in het Koningslied zijn de eerste grijze haren al een paar jaar geleden weggespoeld.

Maar het gaat mij natuurlijk om de tekst. Die is een schatkamer van modern Nederlanderschap.
Populisme is een politieke stijl die claimt dat ‘het volk’ een eenheid is dat één belang heeft en één mening. Dat belang en die mening staan tegenover het gedrag van de elite, maar er is één leider die precies samenvalt met het volk. In die zin is het Koningslied een populistisch lied.

Er zijn verwijzingen naar allerlei eerdere liederen die de volksaard moesten uitdrukken, van het Wilhelmus (‘De W van welkom in ons midden / Tot welke God je ook moge bidden’) via de Zilverenvloot (‘En hoe klein we ook zijn / Onze daden zijn groot ‘), De Genestets Boutade, André Hazes’ Wij houden van Oranje (‘Heel Oranje staat zij aan zij‘) tot en met Vijftien miljoen mensen (‘Miljoenen coaches die beter weten’).

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Kees de Vos (cc)

Willemstreepjealexander

COLUMN - Willem-Alexander. Hij was jong toen ik jong was. Hij studeerde in Leiden. Wij, zijn generatiegenoten uit de culturele onderbuik van Amsterdam, vonden hem zo’n typische corpsbal. Hij datete met Emily Bremers, ook zo’n kleurloze corpsbal, getver. Je praatte er niet over. Hij was te min. Hij was dommig en dikkig, met zo’n fletse aardappelgezicht. We schaamden ons voor hem. Beatrix, iedereen was hartstikke links dus tegen haar en wat ze voorstelde, maar ons schámen voor haar? Never. Ze was een dijk van een koningin. Daar kon je mee voor de dag komen. Hoe kon zo’n briljante persoonlijkheid zo’n debielig zoontje hebben geworpen? Lijken op zijn pa deed hij evenmin, die goeie ouwe Claus – God hebbe zijn ziel. Ook niet op zijn oma, die alomgeliefde Juul, of, Allah oeh ekber, zijn opa, die de boel aan alle kanten magistraal had weten te fletsen flessen.

Willem-Alexander sleet dus betrekkelijk onopgemerkt de dagen van zijn volwassenheid in wording. Tot hij op een mooie ochtend in de jaren nul terug kwam uit het verre buitenland met een vakantieliefde aan zijn arm. Die hij patsboem aan het volk presenteerde als zijn toekomstige vrouw. Onze monden vielen open van verbazing. Hoe. Kon. Dat. Een schoonheid! En slim! Gevat! Grappig! Zij was blind, en doof, dat kon niet anders. Maar out of the blue hoorde wij haar opmerken over iets wat haar aanstaande had gezegd: ‘Een beetje dom.’ Ze wíst dus dat W.A stupiede was! En toch trouwde ze met hem. Wij wisten niet meer of wij ons nog harder moesten schamen of dat wij eerbied moesten koesteren voor zijn meesterlijke schaken van de mooiste prinses van deze aardkloot.

Volgende