Modernisering van de ambtseed voor ambtenaren?

van mr. Huub Linthorst Hoe moderniseer je in bestuurlijk Nederland iets, als je zelf eigenlijk niet zo van veranderingen houdt? Door alleen de vorm te veranderen en niet de inhoud. Dat was het leidend beginsel bij de grondwetsherziening van 1983; en dat is het nu weer bij de beoogde herziening van de ambtseed voor rijks­ambtenaren.[1] Desondanks bleken er, zowel destijds bij de grondwetsherziening als nu bij de nieuwe ambtseed, toch ook nog wel wat inhoudelijke verbeteringen mogelijk te zijn. Maar het grote struikelblok is altijd weer de positie van de Koning. Bij de grondwetsherziening van 1983 leidde dat tot een compromis. Dat hield ruwweg in dat als het ging om bepalingen waarin een bestuurlijke taak of positie in het algemeen werd beschreven, gesproken werd over de regering. Maar als het ging om specifieke regeringshandelingen, werd gesproken over handelen door de Koning of namens hem; en als dat een besluit was, werd dat een koninklijk besluit. Ruwweg, want erg consequent was het allemaal niet. Over de ambtseed van ministers en staatssecretarissen werd in artikel 49 bepaald dat die door hen wordt afgelegd ten overstaan van de Koning en dat zij daarbij trouw beloven aan de Grondwet. Trouw aan de Koning werd niet nodig geacht. Trouw aan de persoon van de Koning was uit de tijd en trouw aan het instituut van het koningschap lag al besloten in trouw aan de Grondwet, want daarin is dat instituut al stevig verankerd en in detail geregeld. 1. Hoe “modern” wordt de eed voor rijksambtenaren? Bij de ambtseed voor rijksambtenaren wordt echter nog steeds het beloven van trouw aan de Koning zinvol geacht. Blijkens de toelichting – in bijlage 1 bij de brief van de minister van BZK – omdat het traditie is. Daarbij wordt er – net als bij de grondwetsherziening van 1983 – op gewezen dat het niet gaat om de persoon van de Koning, maar om de grondwettelijk verankerde functie. Daar wordt nu echter een opmerkelijke draai aan gegeven: de Koning is hier het instituut “als vertegenwoordiger van het gezag”. Dat roept de vraag op namens wíe hij over dat gezag zou beschikken; waar dat gezag vandaan komt. Dat kan alleen maar van God zijn. Niet voor niets onderschrijft de Koning in ieder besluit dat hij neemt, dat hij Koning is bij de Gratie Gods. Ook de Bijbel is er duidelijk over: “Er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld.” (Romeinen XIII, 1-7). Maar waarom zouden we moeten blijven proberen om iedere ambtenaar hiervan te doordringen; ook wanneer de ambtenaar kiest voor het afleggen van de belofte? En stel dat het lukt, en dat iedere ambtenaar zich er permanent van bewust is dat hij, als zijn functie met zich meebrengt dat hij gezag over burgers moet uitoefenen, dat gezag via de Koning van God heeft verkregen? Gaat dat bijdragen aan een nieuwe bestuurscultuur? Zou het eraan bijdragen dat, als de overheid – bijvoorbeeld de belastingdienst of het openbaar ministerie – eens een fout heeft gemaakt, dat snel en ruiterlijk wordt erkend en gecompenseerd? Vervolgens maakt de toelichting nog een tweede opmerkelijke draai. Uit het feit dat onlangs aan de Grondwet een algemene bepaling is toegevoegd, waarin gesteld wordt dat de Grondwet de grondrechten en de democratische rechtstaat waarborgt, én omdat in de voorgestelde tekst voor de ambtseed de eed van trouw aan de Grondwet gekoppeld blijft aan trouw aan de Koning – wat, zoals blijkt uit artikel 49 Grondwet, volstrekt overbodig is – zou de volgende conclusie getrokken kunnen worden: “Trouw zijn aan de Koning en de Grondwet hebben dus beide te maken met het dienen van Nederland als democratische rechtsstaat.” Dat is wat al te kras. Het lijkt een poging om de monarchie tot grondbeginsel van de democratische rechtsstaat te verheffen. Niet onbelangrijk in het kader van het recente wetsvoorstel van BZK met betrekking tot het verbieden van politieke partijen, waarin de beginselen van de democratische rechtsstaat centraal staan. Maar het erfelijk koningschap behelst een uitzondering op één van de beginselen van de democratische rechtsstaat: het in artikel 3 van de Grondwet vastgelegd grondrecht dat alle Nederlanders op gelijke voet benoembaar zijn in openbare dienst. Daar valt mee te leven, maar deze uitzondering – én het trouw zijn daaraan – op deze gekunstelde wijze koppelen aan de democratische rechtsstaat past niet in een operatie die beoogt de ambtseed te moderniseren. 2. Kan een republikein ambtenaar worden? Het leidt er ook toe dat de toelichting niet doet wat zij zou moeten doen: verduidelijken en mogelijke vragen beantwoorden. Nu roep zij onvermijdelijk de vraag op: kan een republikein ambtenaar worden? Het antwoord op die vraag moet zijn: Ja, mits hij zich bij het streven naar een republiek houdt aan de Grondwet en de wet. Maar dat staat niet in de toelichting. Daardoor rijst het vermoeden dat de schrijvers ervan geneigd zijn die vraag te beantwoorden met: Ja, maar daar geven we liever geen ruchtbaarheid aan. En als het gevolg daarvan is dat sommige lezers gaan denken dat een republikein géén ambtenaar kan worden, dan vinden we dat ook niet erg. 3. Hoe trouw moet een ambtenaar zijn aan “zijn” minister? Door al het gegoochel met begrippen wordt een kans gemist om iets te benoemen dat de laatste tijd nogal in de belangstelling staat: de spanning tussen de loyaliteit van ambtenaren jegens de minister die verantwoordelijk is voor alles wat zij doen, en hun taak om die minister te voorzien van deskundige adviezen, óók als die hem politiek niet goed uitkomen. Want ambtenaren hebben, net als alle andere werknemers, wel degelijk te maken met een specifieke vorm van gezag: dat van hun werkgever. En wie is dat, als het gaat om rijksambtenaren? De Koning? Echt niet. De Staat is hun werkgever en die wordt op dit gebied vertegenwoordigd door de betrokken minister. Maar als we het over alle rijksambtenaren als groep hebben, is er niets mis mee om te spreken over het door hen trouw of loyaal zijn aan de regering. Maar geef dan aan waar de grens daarvan ligt: bij de ambtelijke professionaliteit en de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat (óók als die niet in de Grondwet staan). 4. En de eed voor Kamerleden? Voor alle duidelijkheid: “trouw aan de Koning” vervangen door “trouw aan de regering” kan alleen in de ambtseed van rijksambtenaren, gelet op hun arbeidsrechtelijke positie. In de eed voor Kamerleden – die óók aan modernisering toe is – zou het net zo ongepast zijn om hen “trouw aan de regering” te laten beloven als “trouw aan de Koning”. Volksvertegenwoordigers staan niet onder gezag van de regering en ook niet onder dat van de Koning “als vertegenwoordiger van het gezag”. Als Kamerleden zich houden aan de Grondwet, de wet en de niet in de Grondwet opgenomen beginselen van de democratische rechtsstaat – zoals het legaliteitsbeginsel en de scheiding van kerk en staat – is dat al mooi genoeg. [1] Brief van de minister van BZK van 20 januari 2023, Kamerstukken II 2022-2023, 29362, nr. 320. Deze column verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Mr. Huub Linthorst is voormalig directeur Wetgeving & Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.

Foto: © Tweede Kamer Plenaire zaal tijdelijke Tweede Kamer copyright ok. Gecheckt 28-09-2022

Vragen die (nog) niet zijn gesteld

van mr. Huub Linthorst

Leden van de Tweede Kamer stellen veel vragen aan de regering. Te veel, hoor je wel eens. Maar er zijn ook belangrijke vragen die níet gesteld worden. Dat doet dan weer de vraag rijzen waaróm dat zo is. Hierna signaleer ik twee voorvallen uit de afgelopen zomermaanden, die aanleiding hadden moeten zijn voor Kamervragen en kritische commentaren in de pers. Die twee houden verband met elkaar. Berichten of – liever nog – ophef in de pers leiden vaak tot Kamervragen. Andersom hoopt ieder Kamerlid dat zijn Kamervragen tot aandacht in de pers zullen leiden.

De Koning

Allereerst de uitspraken van de Koning bij de traditionele ontmoeting van hem en zijn gezin met de pers, bij het begin van de zomervakantie. Op dat moment waren er al tamelijk ontwrichtende betogingen van boeren geweest, die niet altijd correct waren aangemeld en conform de door de burgemeesters gestelde voorwaarden werden uitgevoerd. Én gepaard gingen met intimidatie, verkeers- en andere delicten en verstoringen van de openbare orde. Toch zei de Koning tijdens dat persmoment onder meer: “Boeren draag ik echt in mijn hart”. “Het culturele erfgoed van het platteland wordt gedragen door de boeren”. En: “Wij spreken heel veel met boeren”. “De boeren weten ook dat wij heel erg met hen meeleven.”

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

De koning en de Gouden Koets

We gaan niet de geschiedenis herschrijven met restauratie dus hij is gewoon eheheh gerestaureerd ehe ehe dat ie weer in z’n oude glorie hersteld is. En er wordt een discussie gevoerd en ik vind het mooie van luisteren dat je niks hoeft te zeggen.

Koning Willem Alexander op het achtuurjournaal op prinsjesdag. De ehehe’s heb ik er niet bij verzonnen en ik vind ze in dit geval wel van gevoeligheid getuigen. Er wordt weleens gezegd dat de koning te ver van de bevolking af staat. En natuurlijk is dat zo, hij is tenslotte koning! Maar dat wil niet zeggen dat hij sentimenten onder de bevolking niet waarneemt. Uit zijn weifelende spreken blijkt ook dat hij hier zelf geen uitgesproken mening over heeft.

Foto: Verloren Oudheid

Interview met Rolf Strootman – Het Perzische Rijk als sociaal netwerk

INTERVIEW - Het Perzische Rijk (550-330 v. Chr.) was de eerste grootmacht die erin slaagde van het Midden-Oosten een politieke eenheid te maken. De Perzen verenigden tientallen volken onder hun gezag en zorgden zo voor een langdurige vrede. Onder het Perzische gezag bloeide de langeafstandshandel en kwamen verschillende culturen met elkaar in contact. De vraag hoe dit Perzische Rijk tot stand kwam en hoe het zich als politieke eenheid heeft weten te handhaven blijft tot op heden onbeantwoord. Deze week een interview Rolf Strootman, die onderzoek doet naar de rol van sociale netwerken en handelsroutes in het functioneren van het Perzische Rijk.

Rolf Strootman

Rolf Strootman

Dr. Rolf Strootman is docent-onderzoeker bij het Departement Geschiedenis & Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Zijn huidige onderzoek richt zich op de vraag hoe het Perzische en het latere Seleucidische Rijk zich wisten te handhaven. Volgens Strootman waren deze wereldrijken in de kern sociale netwerken die ernaar streefden de handelsroutes tussen de Middellandse Zee en Centraal-Azië te beheren. Met de opkomst van het Perzische Rijk werd dit gebied voor het eerst een politieke eenheid en werd de basis gelegd voor de Zijderoute.

Foto: Verloren Oudheid

Verloren Oudheid | Het Mesopotamische koningsideaal

COLUMN - Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden? En wat is een roversbende anders dan zo’n koninkrijk in het klein?

Augustinus, De Civitate Dei IV, 4

Dit citaat van Augustinus illustreert mooi de paradox van een geweldsmonopolie: om te voorkomen dat mensen elkaar geweld aandoen is een staatsapparaat nodig dat het recht heeft om – indien nodig – met geweld op te treden tegen geweldplegers. Dit roept echter de vraag op waar een staat dit recht op baseert. Een staat die naar willekeur handelt verschilt inderdaad weinig van een grote roversbende.

Priesterkoning (ensi) van Uruk. Pergamonmuseum, Berlijn.

Priesterkoning (ensi) van Uruk.
Pergamonmuseum, Berlijn.

Soemerische oorsprong van het koningschap
De oude Soemeriërs waren zich al bewust van dit probleem. In het vierde millennium voor Christus kwamen daar de eerste steden op. Nu tienduizenden mensen bij elkaar leefden – de stad Uruk had ruim 40.000 inwoners – was er behoefte aan één man die als een goede herder de boel bij elkaar kon houden. Deze herder vond men in de ensi (hogepriester), die bemiddelde tussen het volk en de beschermgod van de stad. Omdat hij een speciaal lijntje had met de goden, had hij het mandaat om belastingen te eisen en recht te spreken. Alleen het aanvoeren van de legers liet hij over aan een lugal (grote man).

Met de voortdurende dreiging van oorlog nam in het derde millennium voor Christus de macht van de lugals toe. Na verloop van tijd gingen zij ook de ceremoniële en gerechtelijke taken van de ensi overnemen. In het derde millennium was de stad Nippoer – een religieus centrum dat door alle Soemeriërs werd gerespecteerd – erg belangrijk. De lugal die over Nippoer heerste en de tempel van de god Enlil beschermde werd beschouwd als de enige ware afgezant van de goden, die ‘het koningschap’ bezat. ‘Het koningschap’ wordt in de Soemerische koningslijst omschreven als een geschenk van de goden dat uit de hemel was neergedaald en dat maar door één persoon tegelijk kon worden bezeten.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Domenico (cc)

Sint Mandela

COLUMN - 2013 loopt op zijn eind, en Oud Zeikwijf maakt de balans op.

Hoe ik ook mijn best doe om mij al het andere te herinneren, bij het noemen van 2013 verschijnt Mandela in neonlicht op mijn visuele cortex.

Weg knus Nederland-Ruslandjaar, over-the-top kroning – pardon, inhuldiging (we mogen geen kroning zeggen uit angst voor lelijke alliteraties, ‘de kroning van de Koning’) – van onze kersverse Koning, waarbij de kersverse Koningin er bewijs van gaf tenminste twee hoedanigheden van de Nederlander overgenomen te hebben: slechte kledingsmaak, door een jurk te dragen in het lelijkste KLM-blauw dat ze kon vinden; en ongevoeligheid voor waterkou, door uren op een boot te dobberen in de ijskoude noordenwind, slechts gekleed in een flinterdunne japon.

België werd acuut snertjaloers op de over-the-top kroning die we lekker wel konden betalen en moest per se ook een nieuwe Koning dus zo geschiedde, maar dan met een lelijke Koningin en een nog lelijkere Koning, en in low key (arme, arme Belgen). De wél mooie William en Kate kregen een even mooie liefdesbaby (arme, arme Belgen). De grond schudde erger dan ooit, niet in de Filipijnen maar in Groningen, en de verantwoordelijken deden gewoontegetrouw alsof hun neus bloedde. Flats in Bangladesh en omstreken stortten gewoontegetrouw in, een babyplaneet dacht dat de aarde zijn mammie was en spoedde naar huis maar miste op een haar na haar welkomstknuffel. Good old Chávez ging dood, good old Friso ging dood. De christelijke medemens kreeg eindelijk een toffe peer van een Paus die achter de paarse gordijnen kusjes gaf aan elke loser op wie hij de hand kon leggen, en die, toeval of niet, Argentijn bleek te zijn (de paus, niet de loser), net als onze kersverse Koningin (die, het moet gezegd, geen losers kust achter de gordijnen, voor zover we weten).

Foto: Swiss Pavilion (cc)

De koning kan niet authentiek zijn

ANALYSE - Volgens Willem-Alexander is ‘de belangrijkste les’ voor zijn koningschap om ‘authentiek’ en ‘jezelf’ te zijn. Maar een authentieke koning is praktisch onmogelijk. Willem-Alexander kan wel stellen dat hij ‘geen nummer’ is, maar het is precies doordat hij wél een nummer is dat hij koning mag en kan zijn.

Het televisie-interview met Willem-Alexander en Máxima van 17 april is exemplarisch voor de manier waarop er in Nederland over het huidige koningschap wordt gesproken, ook door de koninklijke familie zelf. Op de vraag welke implicaties de troonswisseling heeft voor de te gebruiken toon als koning (‘afstandelijk’ of ‘volkser’), geeft Willem-Alexander een relativerend antwoord: de toon is contextafhankelijk. De toon gebruikt de toekomstige koning als aanleiding om het domein buiten de functie aan te kaarten: ‘Je bent een koning, maar ook een mens. Je hebt ook emoties en gevoelens. Soms moet je die ook uiten, anders dan kan je niet echt jezelf zijn. Het belangrijkste is dat je authentiek blijft. Als je niet authentiek bent, dan kan je het in zo een nieuwe functie niet goed volbrengen.’ Máxima beaamt de authenticiteit van haar echtgenoot door te wijzen op de continuïteit van zijn persoonlijkheid (‘hij is zoals hij altijd is geweest, dat zal niet veranderen’) en op zijn gewoonheid (‘staat dicht bij de mensen’).

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Inhuldiging: wat vinden we ervan?

OPEN DRAAD - Het is zover! Het moment waar we sinds 28 januari naar toe leven: onze nieuwe koning wordt ingehuldigd! Inhuldiging, ja, geen kroning. Hij krijgt immers geen kroontje op zijn hoofd (hoewel, kroontje, het ding schijnt zo groot te zijn dat-ie over Wim-Lex’ oren zou zakken), maar wordt ingehuldigd in de Amsterdamse Nieuwe Kerk.

Het gaat eigenlijk al weken nergens anders over (van parlementariërs die de eed niet gaan afleggen tot talloze Oranje-gerelateerde reclames tot dat onderwerp waar we het niet meer over willen hebben) en Amsterdam ligt volkomen op zijn gat.

Daarom installeert de redactie zich lekker achter de teevee, kijkt ze daar naar het hele circus, en geeft ze de vloer aan u. Wat vinden we ervan? Een open draad voor al uw discussies over republiek versus monarchie, het hoedje van koningin prinses Beatrix, en Willem-Alexander’s onwil/onvermogen een baard te laten staan.

 

Foto: FaceMePLS (cc)

Het Koningslied is een populistisch lied

ANALYSE - Bent u al aan het oefenen op het nieuwe ‘Koningslied’ dat we op 30 april allemaal moeten gaan zingen? Er valt enorm veel uit te leren over wat het Nederlanderschap aan het begin van de 21ste eeuw betekent.

Muzikaal is het een allegaartje dat de laatste jaren steeds uit de kast wordt gehaald als de nationale eenheid benadrukt moet worden: een zoete melodie die doet herinneren aan musicals en dan wat rap erdoorheen, omdat dit iets moet zijn voor jongeren en multiculturaliteit. Al een jaar of twintig is rap de jongerenmuziek bij uitstek, bij sommige van de rappers die je hoort in het Koningslied zijn de eerste grijze haren al een paar jaar geleden weggespoeld.

Maar het gaat mij natuurlijk om de tekst. Die is een schatkamer van modern Nederlanderschap.
Populisme is een politieke stijl die claimt dat ‘het volk’ een eenheid is dat één belang heeft en één mening. Dat belang en die mening staan tegenover het gedrag van de elite, maar er is één leider die precies samenvalt met het volk. In die zin is het Koningslied een populistisch lied.

Er zijn verwijzingen naar allerlei eerdere liederen die de volksaard moesten uitdrukken, van het Wilhelmus (‘De W van welkom in ons midden / Tot welke God je ook moge bidden’) via de Zilverenvloot (‘En hoe klein we ook zijn / Onze daden zijn groot ‘), De Genestets Boutade, André Hazes’ Wij houden van Oranje (‘Heel Oranje staat zij aan zij‘) tot en met Vijftien miljoen mensen (‘Miljoenen coaches die beter weten’).

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Volgende