Tata Steel dacht met Donald Pols een mooie groene laklaag binnen te halen: ex-Milieudefensie, en meteen directeur duurzaamheid én communicatie, zodat de giftige rookpluim voortaan netjes in een persbericht kon worden weggepoetst. Zijn eigen milieuclub nam per direct afstand van hem toen hij bij een van de grootste vervuilers van Nederland aanschoof, maar die groene geloofwaardigheid was natuurlijk het hele verkoopargument. De laklaag bladderde dus al vóór dag één. Een milieuactivist inhuren als luchtverfrisser voor de hoogovens, dat kan bijna niet goed gaan.
En goed ging het inderdaad niet, maar wel op een compleet andere manier: Pols blijkt na één dag alweer weg bij Tata Steel, wegens verzwegen informatie over zijn extreemrechtse verleden. Volgens NRC was hij in zijn studententijd voorman van een extreemrechtse studentenbeweging die voor, ja voor, apartheid streed; Tata zegt dat die informatie nooit met het bedrijf is gedeeld.
En zo werd de man die Tata van binnenuit moest vergroenen, of eh greenwashen, vooral een lesje achtergrondonderzoek, voor Tata zelf. Binnengehaald als groen boegbeeld, weer afgevoerd voordat de koffieautomaat zijn naam kende. Mooi circulair, dat wel. En ‘schadenfreude’ heeft er met ‘Donald Pols’ een nieuw synoniem bij.