Sociale Vraagstukken

263 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Sascha Kohlmann (cc)

Inburgering op z’n Duits: steunen, sancties werken niet

ANALYSE - door Huub Verbaten

Ook de nieuwe Nederlandse inburgeringswet is weer calvinistisch streng: gij zult inburgeren, want anders… Het Duitse beleid laat zien dat een inburgeringsbeleid veel effectiever is als het inburgeraars ondersteunt en niet voortdurend met straffen dreigt.

Binnen de Nederlandse politiek woedt al decennia een heftig debat over het inburgeringsbeleid. Het resultaat daarvan is een uiterst complexe wetgeving en een minstens zo moeizame uitvoering.[1] De problemen bij de inburgering zijn legio: een slecht uitpakkende keuze voor marktwerking, een overschatting van de zelfredzaamheid van nieuwkomers en een systeem dat totaal niet aansluit op het aanpalende participatie- en onderwijsbeleid.

 Het Duitse voorbeeld; daar kan Nederland alleen van dromen

Vanaf 1 januari 2022 zou de situatie moeten verbeteren, dan treedt er na eerder uitstel een nieuwe inburgeringswet in werking. Hoewel die wet op bepaalde punten zeker een verbetering inhoudt, zijn lang niet alle problemen opgelost.

Neem de taaleis van inburgering (en naturalisatie); die wordt verhoogd naar niveau B1 (gevorderd), terwijl de lagere A2-norm (basisniveau) momenteel al voor flink wat problemen zorgt. Van de nieuwkomers in Nederland die in 2015 inburgeringsplichtig waren, haalde 68 procent vier jaar later het examen op A2-niveau. Onder hen waren ook mensen die in aanmerking kwamen voor vrijstelling. Ruim 27 procent van de inburgeringsplichtigen kreeg ontheffing en 3 procent slaagde voor een examen op B1- of B2-niveau.[2] Omdat het stelsel bol stond van dwang en sancties kozen nieuwkomers massaal voor het A2-niveau om maar aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

Foto: René Gademann (cc)

Deze superzomer kan niet zonder vrijwilligers

Zijn vrijwilligers deze (super)zomer waterdragers? Blijven ze met lege handen achter? De super sport- en cultuurzomer met vanwege de coronacrisis uitgestelde evenementen als het Eurovisie Songfestival, de Olympische Spelen en het EK-voetbal in een ander licht bezien.

Deze zomer wordt een super sport- en cultuurzomer. Na lang wachten kunnen we eindelijk ons huis uit en genieten van mooie sport, cultuur en muziekevenementen. Veel van deze evenementen kunnen niet zonder vrijwilligers. Krijgen de vrijwilligers de eer, plaats en waardering die zij verdienen of verdwalen ze in de turbulentie van de evenementen en staan ze ook deze zomer na afloop met lege handen? Blijven vrijwilligers waterdragers?

Investeerders of sprinkhanen?

Al jaren woedt de discussie over maatschappelijk nut en noodzaak van grote en supergrote sport- en cultuurevenementen. Deze zomer zien we een concentratie door de uitgestelde evenementen vanwege de coronacrisis, zoals het Eurovisie Songfestival, de Olympische Spelen, EK-voetbal, et cetera. Zijn deze mega-events die van stad naar stad en van land naar land trekken de investeringsmagneten die de lokale economie en samenleving stimuleren (zo wordt het verkocht), of zijn het sprinkhanen die steden en landen leegzuigen, de voedingsbodem voor lokale events en gemeenschappen verschralen, burgers verdwaasd achterlaten en daarna verder trekken op onze planeet?

Foto: cc Emma Simpson via Unsplash.

Neoliberaal getinte ‘roze’ positieve gezondheidsbril verblindt

COLUMN - Rob Arnoldus en Mark de Koning

Welzijns-en gezondheidsinstanties omarmen schijnbaar gedachteloos het concept van positieve gezondheid. Met veerkracht, eigen regie en coping komt de zieke in beeld als een gezond mens. Het concept doet geen recht aan het lijden van ernstig zieke patiënten, aan de positie van groepen die over onvoldoende gezondheidsvaardigheden beschikken, en ook niet aan het recht op gezondheid.

In 2011 verschijnt een artikel van Machteld Huber en collega’s in het British Medical Journal waarin afscheid wordt genomen van het alledaagse denken over gezondheid en impliciet ook van het recht op (volledige) gezondheid – als tegenpool van ziekte. De auteurs nemen afscheid van definitie van de World Health Organization (WHO) waarin gezondheid wordt gezien als een toestand van compleet lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden – en niet alleen de afwezigheid van ziekte en gebrek. Volgens hen zou de WHO-definitie medicalisering in de hand werken, te veel de nadruk leggen op wat niet kan en daarmee (oudere) chronisch, zieke mensen definitief ziek kunnen verklaren.

In hun nieuwe positieve omschrijving wordt gezondheid benoemd als het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van lichamelijke en sociale uitdagingen van het leven. Op de voorgrond staat het adaptievermogen: het vermogen van een individu om zich aan te passen aan een gewijzigde situatie. Sleutelbegrippen zijn veerkracht, eigen regie en coping.

Foto: Molly John (cc)

Arbeidsmigratie is onvoldoende voor balans tussen beroepsbevolking en zorgvraag

Zelfs bij hoge arbeidsmigratie zal de beroepsbevolking tot 2050 minder sterk groeien dan de vraag naar langdurige zorg. Het NIDI adviseert het nieuwe kabinet daarom te investeren in onderwijs, participatie en een preventief gezondheidsbeleid. Meer gezonde, goed geschoolde mensen die met z’n allen meer werken remmen de groeiende zorgvraag af.

De vergrijzing leidt tot een toenemende druk van de zorgvraag op de beroepsbevolking blijkt uit het recente rapport ‘Bevolking 2050 in beeld: opleiding, arbeid, zorg en wonen’ van het NIDI en het CBS. Omdat de hoge geboorteaantallen van na de oorlog en de daling van het aantal geboorten vanaf de jaren zeventig een belangrijke oorzaak zijn van de huidige vergrijzing, wordt vaak geredeneerd dat een stijging van het kindertal een remedie is tegen de gevolgen van vergrijzing.

Een hoger kindertal leidt echter pas over tientallen jaren tot een substantiële toename van de beroepsbevolking. De eerstkomende decennia leidt een hoger kindertal vooral tot een toename van de arbeidsvraag – voor kinderopvang en onderwijs.

Hoge arbeidsmigratie leidt wel op korte termijn tot een toename van de beroepsbevolking. Zij kan bijdragen aan het vervullen van vacatures van nu. Diverse sectoren, zoals land- en tuinbouw en distributiecentra zijn in belangrijke mate afhankelijk van arbeidsmigranten. Op de lange termijn is dit echter niet voldoende.

Foto: Floris van Halm (cc)

Geen herstel maar hervorming na deze crisis

Steeds meer politici en belangenverenigingen roepen om een ‘nationaal herstelplan’. Dit suggereert dat de huidige crisis plotseling zaken heeft geschaad die ook gemakkelijk hersteld kunnen worden. Koen Frenken (hoogleraar Innovation Studies aan het Copernicus Institute of Sustainable Development van de Universiteit Utrecht) ziet dat anders: het zijn vooral structurele ongelijkheden die door de coronacrisis groter werden. Om die aan te pakken zijn geen herstelplannen, maar hervormingen nodig.

De eerste ongelijkheid die door de crisis sterk toenam, is de scheefgroei op de arbeidsmarkt tussen vast en flex: een afnemend aandeel van vast heeft een grote mate van zekerheid van werk, inkomen en pensioen, terwijl een toenemend aandeel van flex een onzeker bestaan kent. Deze scheidslijn is niet enkel economisch, maar ook sociaal, omdat flex veel vaker voorkomt onder vrouwen, migranten en laagopgeleiden. Het is duidelijk dat juist in de flex-groep de zekerheid van werk en inkomen sterk is afgenomen tijdens de crisis, en dat de steunmaatregelen voor deze groep niet altijd soelaas bieden.

Door onlineplatformen en vastgoed groeien verschillen

De tweede ongelijkheid betreft het grootbedrijf en kleine ondernemers. Een kleine groep van platformbedrijven (Microsoft, Amazon, Uber) groeide de afgelopen decennia sterk in omvang en winstgevendheid, zonder belasting af te dragen in de landen waar ze actief zijn. Daarmee samenhangend werd een steeds grotere groep van kleine bedrijven en zelfstandigen (in retail, reisbranche, taxi, media, uitgeverij) afhankelijk van deze platformen, met dalende inkomsten (en lonen) van dien. Daarnaast heeft de concentratie van vermogen uit vastgoed bij een klein deel van de bevolking jonge woningzoekenden sterk op afstand gezet en de tweedeling in steden (tussen wijken) en in het land (tussen Randstad en krimpgebieden) versterkt.

Foto: Thomas Hawk (cc)

Wanneer is iemand te rijk?

ONDERZOEK - door Vincent Buskens en Ingrid Robeyns.

Nederlanders zijn het er in grote lijnen over eens wanneer mensen simpelweg teveel geld hebben. Toch vinden ze overheidsmaatregelen die voorkomen dat mensen extreem rijk worden, zoals een bovengrens aan spaargeld en erfenissen, niet nodig. Extreme rijkdom belasten om de armoede van anderen te verlichten, vindt men wel een goed idee.

Sinds het boek van Piketty ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ (2014) is de discussie over sociale ongelijkheid weer opgelaaid en zeker ook over de wenselijkheid dat sommigen in onze samenleving extreem veel geld en kapitaal accumuleren. In de politiek zien we dan ook steeds meer voorstellen om bijvoorbeeld extreem rijken zwaarder te belasten. Filosofen hebben zich afgevraagd of er een ‘rijkdomsgrens’ bestaat als tegenhanger van de armoedegrens en of er in de samenleving consensus zou zijn over waar zo’n grens zou kunnen liggen tussen mensen die rijk zijn en mensen die extreem rijk zijn – gedefinieerd als dat ze veel meer luxe hebben dan nodig.

Wij onderzochten dit aan de hand van twee vragen. Bestaat er consensus binnen een representatieve steekproef van Nederlanders over waar een rijkdomsgrens min of meer zou moeten liggen? En vinden mensen dat de overheid maatregelen moet nemen om te voorkomen dat mensen teveel kapitaal vergaren en te ver boven de rijkdomsgrens uitkomen?

Foto: Rob Oo (cc)

Doomsday of de schade beperkt – De maatschappelijke gevolgen van Covid-19 in vier scenario’s

ANALYSE - door Sandra van Dijk en Marcel Canoy

In tijden van grote onzekerheid is het zoeken naar houvast. Ook wetenschappers weten vooral wat ze niet weten. We weten dat kwetsbare groepen disproportioneel hard getroffen worden, maar tasten in het duister of de schade tijdelijk is of permanent. Maar in al die onzekerheid is wel enige orde te scheppen door het schetsen van verschillende maatschappelijke scenario’s
.

De scenario’s maken we aan de hand van twee sleutelonzekerheden. De eerste sleutelonzekerheid is de mate waarin de samenleving en overheid er samen in slagen het virus in te dammen door effectief gedrag. Het indammen van het virus is cruciaal voor het herstellen van de economie. In het gunstigste geval gaat dat snel, en in de ongunstige prognoses duurt het tot dik in 2021 tot we van het virus af zijn.

De tweede sleutelonzekerheid is weerbaarheid. Een individu of een samenleving als geheel kan een meer of minder adaptief vermogen hebben om met onzekerheid en tegenslag om te gaan. Hangen we massaal in de touwen? Of proberen we er het beste van te maken of zien we zelfs nieuwe kansen voor een betere samenleving?

Vier scenario’s en vier archetypes

Foto: Eric Heupel (cc)

‘Beschaafd reageren’ op ‘gezellig racisme’

ONDERZOEK - door Jurriaan Omlo

Onderzoek naar discriminatie gaat vaak over cijfers en trends. Relatief weinig wetenschappelijke aandacht is er voor hoe mensen met een migratieachtergrond reageren op discriminatie-ervaringen.

Interviews over copingstrategieën

De manieren waarop mensen omgaan met discriminatie, wordt ook wel omschreven als copingstrategieën: reacties om een stressvolle situatie, zoals discriminatie en daarmee gepaard gaande emoties te tolereren, te verminderen of te overwinnen.

Om meer inzicht te verkrijgen in de opgebouwde ervaringskennis van mensen over de toepasbaarheid en effectiviteit van diverse copingstrategieën, heb ik interviews afgenomen onder hoogopgeleiden met uiteenlopende etnische achtergronden in de leeftijdscategorie van 22 tot en met 45 jaar. Veel van de respondenten bekleden hoge maatschappelijke posities. Naast interviews heb ik gebruik gemaakt van (inter)nationale studies.

Actieve en passieve copingstrategieën

Het onderzoek laat zien dat de respondenten een rijk palet aan copingstrategieën gebruiken en afwisselen. Zij gebruiken zowel passieve als actieve strategieën.

De twee passieve copingstrategieën: vermijden en conformeren. De actieve: verbinden, polariseren, confronteren, steun zoeken en hervormen.

Vermijdende en conformerende coping

Vermijdende copingstrategieën zijn het vaakst genoemd. Respondenten hopen op deze manier verdere discriminatie en stigmatisering te voorkomen. Voorbeelden van vermijding zijn bewust niet reageren op discriminerende opmerkingen, het verdringen of ontkennen van de ervaring en fysiek en sociaal terugtrekken door (online) plekken of organisaties te vermijden.

Foto: Directie Voorlichting (cc)

Steun onder statushouders voor de Nederlandse rechtsstaat

ONDERZOEK - Regelmatig is er politieke en maatschappelijke discussie over de vraag of migranten zich wel voldoende identificeren met de Nederlandse normen en waarden. Nieuw WODC-onderzoek suggereert dat er weinig reden tot zorg is. Statushouders vinden vrijheid en gelijkheid erg belangrijk.

Tijdens de recente ‘vluchtelingencrisis’, toen grote groepen asielmigranten uit met name Syrië en Eritrea zich in Nederland meldden, werden af en toe zorgen uitgesproken over de mate waarin statushouders de kernwaarden van de Nederlandse staat onderschrijven (zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 2016/17, 30 982, nr. 31, p. 12Kuppens et al., 2020). In de regel zijn rechtsstatelijke waarden in de herkomstlanden afwezig of staan onder druk. Zo staan Syrië en Eritrea respectievelijk laatste en op twee na laatste in de ranglijst van politieke en burgerlijke vrijheid wereldwijd (Freedom House, 2019).

Hoe verhouden statushouders zich tot de Nederlandse rechtsstaat

Deze zorgen waren mede aanleiding voor het in 2017 invoeren van het participatieverklaringstraject (PVT) als verplicht onderdeel van de inburgering.

Gedurende het PVT leren statushouders over vrijheid, gelijkheid, solidariteit en participatie (zie De Vries et al., 2019), waarna ze verklaren deze kernwaarden te zullen respecteren.

Onderzoek onder statushouders richt zich vooral op structurele en sociale integratie (bijvoorbeeld Dagevos et al., 2018). Over hoe deze groep zich verhoudt tot de (waarden van de) rechtsstaat is nog weinig bekend. Dit is opvallend omdat het goed voorstelbaar is dat de precaire rechtsstatelijke situatie in het land van herkomst meegespeeld heeft in de beslissing om te vluchten. Dit maakt dat statushouders misschien juist bijzonder veel waardering hebben voor de Nederlandse rechtsstaat. Ons onderzoek (Noyon et al., 2020) richt zich op deze paradox.

Foto: freeimage4life (cc)

Je baas gaat met je mee het stemhokje in

ONDERZOEK - door Agnes Akkerman, Katerina Manevska, Antonia Stanojevic

Conflicten met leidinggevenden hebben verstrekkende gevolgen in de privésfeer. Ze kunnen zelfs een weerslag krijgen in politiek zwart-witdenken, waar populistische partijen op inspelen.

Dat je baas je politieke voorkeur kan beïnvloeden, lijkt misschien vergezocht. Maar wie laat na werktijd zijn baas altijd achter op het werk? Als alles koek en ei is tussen jou en je leidinggevende is het wellicht eenvoudig om thuis afstand te nemen van het werk. Wanneer je gedoe hebt met je baas, kan dit wel eens een stuk lastiger zijn.

Bekend is dat mensen werkstress en arbeidsconflicten niet bij de poort van kantoor laten staan, maar meenemen naar huis.

Uit eerder onderzoek blijkt dat dit de relatie met de partner negatief kan beïnvloeden, samenhangt met huiselijk geweld en kan leiden tot een toename van alcoholgebruik. Minder bekend is dat een conflict met je leidinggevende samenhangt met politieke voorkeuren.

De schakel tussen werk en politiek: mondigheid

Voor het begrijpen van deze samenhang, kijken we naar een cruciale schakel tussen werk en politiek: namelijk de mondigheid van werknemers. Bij mondigheid gaat het om het opkomen voor de eigen belangen of die van de groep waartoe iemand behoort. Dat kan in een groep, of individueel, als lid van een vertegenwoordigend orgaan, zoals de vakbond of de OR, of op persoonlijke titel. Concreet gaat het om het aankaarten van problemen of kwesties bij de leidinggevende of de werkgever, zoals te hoge werkdruk, onveilige situaties, intimidatie, of het niet naleven van bepalingen in de cao.

Foto: Rawpixel Ltd (cc)

Solidariteit in euro’s, niet alleen in woorden

COLUMN - door Roeland van Geuns

De huidige Coronacrisis heeft zich vrijwel direct vertaald in een economische crisis met een ongekende omvang die zich in een zelden of nooit eerder geziene snelheid voltrekt. In sommige landen zijn mensen werkloos geworden, in andere kunnen mensen niet meer werken, maar het effect is vergelijkbaar: grote groepen die een forse achteruitgang in inkomen ervaren en hele bedrijfstakken die stilliggen. Het is de overheid die net als in de vorige crisis de portemonnee trekt en bedrijven en huishoudens probeert overeind te houden. Dat gaat gepaard met astronomische bedragen die in eerste instantie ten laste van de staatsschuld komen.

Dreigende bezuinigingen

Toch zien we nu al een verschuiving ten opzichte van de eerste onderbouwing van de steunpakketten.

In eerste instantie werd gezegd dat Nederland de lasten goed kon dragen en dat de staatsschuld best flink kon oplopen. Inmiddels klinkt het geluid dat bezuinigingen niet meer worden uitgesloten. Een geluid dat op dit moment het duidelijkst wordt vertegenwoordigd door Wopke Hoekstra. Zijn suggestie om te gaan bezuinigen doet vermoeden dat er niet fundamenteel geleerd is van de financiële crisis van 2008-2012.

Dreigende gevolgen

Ook toen ving de overheid een grote economische terugval in eerste instantie op met enorme extra uitgaven aan sociale zekerheid en het redden van onder andere banken en verzekeraars. Vervolgens werd vanaf eind 2011 bezuinigd op ongeveer alle denkbare overheidsuitgaven, variërend van cultuur via onderwijs tot natuuronderhoud. Jaren later zien we de gevolgen nog steeds.

Foto: Bournemouth Borough Council (cc)

Liefde in tijden van corona

COLUMN - door Mieke van Stigt

We zitten met zijn allen in een achtbaan die steeds sneller gaat en we hebben geen idee hoe we hieruit gaan komen, wanneer we hieruit gaan komen, óf we hieruit gaan komen. Daarom is het heel heikel om iets te schrijven over deze tijd. Het kan immers alweer totaal anders zijn als de bits van dit artikel doorgestuurd zijn naar de hoofdredacteur, er kan nog voor ik dit artikel af heb van alles gebeurd zijn, we weten het niet en niemand heeft overzicht. Toch ga ik het proberen.

Want voor sociologen zijn dit behalve zeer angstige tijden (ook sociologen zijn mensen met oude familie en kwetsbare vrienden door chemokuur of chronische aandoening), ook heel interessante tijden. Wat kunnen we leren van deze voor de meesten van ons totaal nieuwe situatie?

Vergrootglas

Wat ik zie is dat veel bestaande dingen uitvergroot worden. Sociale verschillen worden uitvergroot, onderling wantrouwen en haat wordt uitvergroot, maar ook zorg voor elkaar, zorgen om elkaar. Er is hulpvaardigheid voor onbekenden. Er worden allerlei projecten opgezet zoals boodschappendiensten voor ouderen. Mensen geven om elkaar, voor een ander. Er is daarin een enorme creativiteit. Kinderen en kleinkinderen bedenken hoe ze opa en oma elke week iets kunnen sturen, of proberen de oudjes op Skype te krijgen. Met stoepkrijt stond in grote letters ‘gefeliciteerd opa’ op de straat voor een bejaardenflat getekend.

Volgende