Sociale Vraagstukken

272 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Foto Fethi Benattallah via Unsplash.

Syriërs: moeite om plek als man te vinden

ACHTERGROND - Jonge Syrische mannelijke vluchtelingen en hun opvattingen over gender- en partnerrollen worden vaak als problematisch, gevaarlijk en onwenselijk beschouwd. Ze zouden afbreuk doen aan de Nederlandse identiteit. Rik Huizinga ontkracht in zijn proefschrift dit negatieve beeld.

Aan mannelijke vluchtelingen afkomstig uit islamitische landen worden vaak mannelijkheidsvormen toebedeeld die haaks zouden staan op denkbeeldige genderrollen en -relaties in Nederland. In sociaal-maatschappelijke debatten lijkt hun genderidentiteit aan de ene kant onverenigbaar met kwetsbaarheid, maar ook wordt betwijfeld of zij tot verandering in staat zijn. Sterker nog, hun veronderstelde mannelijkheid wordt regelmatig geassocieerd met gewelddadigheid en gevaar, en wordt daarom als ongewenst gezien.

Deze mannen worden dikwijls geportretteerd als gelukzoekers, verkrachters of terroristen. Hierdoor wordt het beeld in stand gehouden dat zij een bedreiging voor de Nederlandse samenleving vormen. Dit beeld bepaalt deels wie zij hier kunnen zijn en beperkt de mate waarin zij zelf hun alledaagse leven kunnen organiseren.

Zoektocht naar thuisgevoel

Ik wilde graag begrijpen hoe zij in deze veelal ‘vijandige’ omgeving gevoelens van thuis en verbondenheid proberen te ontwikkelen. Daarvoor interviewde ik 42 Syrische mannelijke vluchtelingen in Noord-Nederland. Uit deze gesprekken blijkt dat wanneer zekerheden en routines abrupt wegvallen, het lastiger is om je ergens thuis en op je plek te voelen. Veel mannen waren op zoek naar herkenning, rust, comfort en veiligheid. Maar dit bleek tegelijkertijd erg moeilijk te vinden.

Foto: Foto Tyler Nix via Unsplash.com

Actief burgerschap biedt uitweg uit asielcrisis

De grote ophef in Albergen rondom de vestiging van een opvang van asielzoekers en de mensonwaardige omstandigheden in Ter Apel zijn evenzoveel kenmerken van een overheidsbeleid dat al decennialang ernstig tekortschiet. Ervaringen in het buitenland en van betrokken burgers leren dat het echt beter kan, zegt Sascha Pimentel van mensenrechtenorganisatie Justice & Peace.

De Nederlandse ontvangst van vluchtelingen heeft een Januskop: tegenover lokale welkomstacties en initiatieven staat een berekenend en onbewogen overheidsbeleid. Groningse ondernemers haalden onlangs via een inzamelingsactie €12.500 op om opgooitentjes voor de mensen buiten de hekken van Ter Apel te kopen. ‘We mengen ons niet met de politiek, maar mensen moeten niet buiten slapen’, zei Willem Straat, een van de ondernemers.

Betrokken burger, onbereikbare overheid

Boa’s en politie namen de opgooitentjes overigens haastig in beslag waardoor vluchtelingen ’s nachts alsnog en opnieuw in het natte gras lagen. Het is een gebeurtenis die zich steeds herhaalt: als burgers in het gat springen dat de overheid laat vallen willen de beleidsmakers daar niets van weten.

Bij de vluchtelingen die voortkwamen uit de crises in Syrië, Afghanistan en Oekraïne reageerden burgers veel alerter en adequater dan de overheid.  Zij stelden hun huizen open, zamelden spullen in, en hielpen nieuwkomers met de taal of met praktische zaken. De Taalmaatjes, gastgezinnen en vrijwilligers laten steeds zien dat mensen elkaar gewoon willen en kunnen opvangen. Voor de overheid is dat echter geen aanleiding om de burgerlijke betrokkenheid aan te moedigen of te ondersteunen, zelfs niet als de centrale opvang van vluchtelingen dramatisch tekortschiet en de procedures eindeloos voortslepen en ontmenselijken. ‘Het is dweilen met de kraan open, maar we moeten harder dweilen’, zei de staatssecretaris Asiel en Migratie Eric van der Burg, toen vorige maand de mogelijkheden voor asielopvang op zee werden onderzocht.

Foto: Mike Andrews (cc)

Manoeuvreren tussen pandemie en oorlog vereist democratische stuurmanskunst

ANALYSE - We waren de coronacrisis nauwelijks te boven, of de Oekraïnecrisis verscheen. Om die megacrises, en ‘kleinere’ noodsituaties, de baas te kunnen, wil de overheid daadkrachtig kunnen optreden. Daarmee zet ze de democratie echter op het spel, waarschuwt bestuurskundige Joram Feitsma.

Opvallend vloeiend lijkt de Nederlandse samenleving van de ene megacrisis in de andere overgegaan: van pandemie naar oorlog, en daartussen ogenschijnlijk-net-iets-minder-acute crises rondom wonen, biodiversiteit en klimaatopwarming. Er lijkt geen ontkomen meer aan: ook Rutte-IV wordt een crisiskabinet.

Elke crisis is anders en heeft een eigen dynamiek. Zo was de coronacrisis primair een volksgezondheidskwestie die al gauw een economische ondertoon kreeg. In de strijd om Oekraïne staan bovenal nationale soevereiniteit en veiligheid op het spel, en inmiddels ook de energiezekerheid.

Omtrent corona zijn allerhande experts bezig met het identificeren van nieuwe virusvarianten en het anticiperen op nieuwe coronapieken. Nucleaire dreiging laat zich een stuk minder gemakkelijk wetenschappelijk modelleren. Hoewel het vrij logisch is dat een mondiale verspreiding van een virus anders doorwerkt in beleid en samenleving dan een escalatie van een internationaal militair conflict, is dit gegeven misschien toch gebaat bij nadere reflectie.

Technocratische insteek coronacrisis

Een elementair contrast is zichtbaar in de mate waarin de crises stuurbaar worden geacht. Opvallend was hoe snel de bestuurlijke aanpak van de coronacrisis haast als vanzelfsprekend een technocratische insteek kreeg. Ofwel, wetenschappelijke expertise werd leidend in het bepalen van de bestuurlijke koers.

Foto: Foto Engin Akyurt portrait of an angry man, via unsplash.

Twintig jaar onderzoek naar de boze burger

ONDERZOEK - Na de moord op Pim Fortuyn, twintig jaar geleden, kregen we te maken met een nieuw fenomeen: de boze burgers. Jelle van der Meer en Marcel Ham plozen uit hoe de wetenschap al die jaren dacht over boze burgers.

De moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 bracht het land in shock. Maar achteraf gezien, heeft het enorme electorale succes van Fortuyn en zijn partij LPF een veel grotere impact gehad op politiek en samenleving. Een slagveld was het, in zetels. Niet voor niks heette dit al snel ‘de opstand’ en ‘de revolte’; daaruit sprak schrik en angst. Het had grote indruk gemaakt dat op de avond van de moord een woedende menigte Fortuyn-aanhangers aan de poorten van het Binnenhof stond te rammelen.

Het beeld van ‘boze burgers’ was geboren. De analyses en onderzoeken kwamen onmiddellijk op gang en zijn sindsdien niet meer gestopt. Wie zijn zij, wat willen zij? Zijn ze wel boos? We zetten twintig jaar onderzoek op een rijtje. En beginnen bij het begin.

Acht jaar paarse coalitie

Een revolte lag rond de eeuwwisseling niet in het verschiet. Na acht jaar paarse coalitie (VVD, PvdA en D66) stonden de economische indicatoren op zonneschijn. Als die opstand er dan opeens toch is, staan columnisten en opiniemakers onmiddellijk met hun duidingen klaar.

Foto: Foto Karolina Grabowska via Pexels

Ook bij ‘ons soort mensen’ komt huiselijk geweld voor

Het heersende beeld is dat huiselijk geweld vooral onder sociaaleconomisch zwakkeren voorkomt. Grensoverschrijdend gedrag manifesteert zich echter evenzeer onder ‘ons soort mensen’, de hoogopgeleiden en beter gesitueerden. Onderzoekers Janine Janssen en Suzanne Bouma vinden dat we onze ogen moeten openen voor het geweld dat ook bij deze mensen achter de voordeur plaatsvindt.

Het ‘gewone volk’ wordt ook wel het ‘gemene volk’ genoemd. Het enigszins ouderwetse ‘gemene’ kan uitgelegd worden als niet bijzonder of alledaags, maar ook als ordinair en slecht. Wij merken dat hoogopgeleiden meestal kiezen voor de laatste uitleg. Zij plaatsen het gemene volk niet zelden buiten zichzelf en verbinden het aan mensen met een zwakke sociaaleconomische positie.

Hoewel de gemiddelde lezer ongetwijfeld bekend is met een begrip als ‘witteboordencriminaliteit’ bestaat toch een sterke neiging om veel veiligheidsvraagstukken met dat ‘gemene volk’ in verband te brengen. Voor een deel gaan wij daarin mee. We vinden echter dat we in het geval van huiselijk geweld de ogen niet mogen sluiten voor de ellende die zich ook achter de voordeuren van hoogopgeleiden en andere beter gesitueerden afspeelt.

Sociaaleconomische positie en partnergeweld

Die associatie tussen onveiligheid en een zwakkere sociaaleconomische positie is op zich niet zo vreemd. Bij de analyse van het helaas veel voorkomende geweld tegen vrouwen wordt vaak in stelling gebracht dat vrouwen financieel meer afhankelijk zijn dan mannen.

Foto: Foto lechenie-narkomanii op Pixabay

Waar staan we in de aanpak van dakloosheid in Nederland?

ESSAY - door Max Huber, Lia van Doorn, Maarten Davelaar

De afgelopen jaren zijn grote stappen gezet op het gebied van dakloosheid, qua kwaliteit van de opvang en begeleiding. Tegelijkertijd is er nog steeds te weinig aandacht voor de structurele oorzaken, met voorop de bestaansonzekerheid en het tekort aan betaalbare woningen. Dit essay beschrijft de uitdagingen om te komen tot een betere aanpak. Opvallend: er is een gebrek aan eenduidigheid over wat dakloosheid is. Dat heeft gevolgen voor de politieke keuze hoeveel geld er beschikbaar is voor daklozen.

In vrijwel alle landen van de Europese Unie tekent zich een sterke stijging af van het aantal dak- en thuislozen. In een poging om het tij te keren, heeft de Europese Commissie op 21 juni 2021 een verklaring ondertekend. Daarin beloven de lidstaten dakloosheid te beëindigen. In deze verklaring – de ‘Lisbon declaration to combat homelessness’ – staat dat:

  • niemand buiten hoeft te slapen door gebrek aan goede opvang;
  • niemand langer dan nodig in de opvang hoeft te verblijven;
  • niemand de gevangenis of het ziekenhuis verlaat zonder adequate huisvesting;
  • zo min mogelijk mensen uit hun huis gezet worden en niemand uit huis gezet wordt zonder ondersteuning naar een passende huisvesting;
Foto: Foto Nijwam Swargiary on Unsplash.

Bijstand of tegenstand

COLUMN - door Marcel Canoy, Sandra van Dijk

Wie niet kan voorzien in zijn of haar bestaan kan aanspraak maken op de bijstand. Het idee is dat de bijstand een strikt minimale voorziening is. Alle manieren om extra middelen te vergaren moeten worden gemeld, er mag geen relevant vermogen zijn en alle extra’s worden direct afgeroomd.

Boodschappenboete

De gevolgen bleken pijnlijk duidelijk bij een recente rechtszaak waar het neologisme boodschappenboete vandaan kwam. Een inwoonster van de gemeente Wijdemeren liet haar boodschappen voor een deel door haar moeder betalen en verzuimde dit te melden. Toen de gemeente daar achter kwam, was zij door de Participatiewet genoodzaakt ruim 7000 euro terug te vorderen.

Giften

Gemeenten hebben weliswaar enige beleidsvrijheid om te bepalen wat een bijstandsgerechtigde aan giften mag ontvangen, maar dat mag geen structureel karakter hebben dat tot kostenbesparing leidt. Kortom, de boodschappen gingen kennelijk te ver en de gemeente – en in navolging de rechter – legde een terugbetaling op.

Wat zit hier achter?

De casus leverde nogal wat ophef op, want voor velen voelt dit onrechtvaardig. Waarom geen boodschappen van je moeder, maar wel levensmiddelen van de Voedselbank? De gedachte is dat een bijstandsgerechtigde niet mag wat alle andere wereldburgers wel mogen: de hulp van familie gebruiken om een menswaardig bestaan te leiden. Kinderen van rijke ouders mogen zelfs een ton belastingvrij cashen om een huis te kopen.

Foto: bertknot (cc)

Twintig jaar Rotterdamwet heeft leefbaarheid niet vergroot

ANALYSE - door André Ouwehand en Wenda Doff

Bijna twee decennia lang probeert Rotterdam in bepaalde wijken de instroom van woningenzoekenden met een uitkering wettelijk in te dammen om de leefbaarheid te vergroten. Tevergeefs. Vanaf volgend jaar is artikel 8 van de Rotterdamwet niet langer van toepassing in Rotterdam. Een grote groep woningzoekenden heeft daar echter weinig baat bij.

Twintig jaar geleden pleitte Pim Fortuyn voor ingrijpende maatregelen om de bevolkingssamenstelling van Rotterdam te wijzigen, omdat volgens hem de meerderheid zou bestaan uit mensen van vreemde herkomst. ‘Dat is te veel. De stad hoort in evenwicht te zijn.’ Zijn pleidooi vond vrij massaal gehoor, ook in de politiek.

Van experiment tot wet

Naar aanleiding van de bevolkingsprognose uit 2003, waarin een groei van het aandeel bewoners met een migratieachtergrond werd voorspeld, vond de toenmalige Rotterdamse deelgemeente-portefeuillehouder in Charlois Dominic Schrijer dat er ingegrepen moest worden in de instroom van bepaalde groepen in bepaalde delen van de stad. In de toen en later afgekondigde maatregelen is afkomst of etniciteit nooit expliciet het criterium geweest, indirect wel.

Een van de maatregelen was het invoeren van een selectief vestigingsbeleid door in sommige gebieden het criterium ‘inkomen uit werk’ in te voeren. Daarvoor moest de Huisvestingswet gewijzigd worden. In 2004 erkende het Kabinet de ‘buitenmaatsheid’ van de problemen in Rotterdam en stond het de gemeente Rotterdam toe te experimenteren met selectieve toewijzing. Ondertussen werkte het Rijk aan de opstelling van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) beter bekend als de Rotterdamwet. Deze werd op 1 januari 2006 van kracht.

Foto: Vattenfall Nederland (cc)

De betere wereld begint helemaal niet bij onszelf

‘Dus de maatregelen waren goed, maar ons gedrag niet?, vroeg een journalist tijdens de coronapersconferentie van 13 oktober vorig jaar aan premier Rutte. Veel verder dan ‘we hebben het samen niet goed genoeg gedaan’, kwam de premier niet. Met dat korte zinnetje gaf de premier onbewust de grenzen en keerzijden aan van de in beleidskringen populaire gedragsbenadering.

Klimaatprobleem door wangedrag

De nadruk in de beleidsvorming op het begrippenkoppel ‘samen’ en ‘gedragsverandering’ komt voort uit een sterk geloof in het individu en de burger. Niet de overheid noch de markt, maar de burger kan de grote maatschappelijke problemen oplossen.

Met het bijna heilige geloof in het individu zijn allerlei gedragsbenaderingen weer komen bovendrijven die sociale vraagstukken, maar ook duurzaamheids- en klimaatvraagstukken ‘omdenken.’ Er zouden geen technologische, maatschappelijke of politieke problemen zijn, maar alleen psychologische problemen. Het gevaar van een dergelijke redenering, merkten HVA-onderzoekers Krispijn Faddegon en Reint Jan Renes hier eerder op, is dat daardoor dat alle problematiek wordt herleid tot gedrag van burgers, met ontkenning van de rol van de context.

Cognitieve dissonantie speelt ons parten

Het klimaatprobleem is in deze optiek vooral het gevolg van cognitieve dissonantie. Deze kent grofweg twee varianten. De eerste is dat we tegelijkertijd zowel klimaatvriendelijke als klimaat-onvriendelijke gedachten en opvattingen koesteren, en er maar niet uitkomen welke de overhand verdienen.

Foto: Sascha Kohlmann (cc)

Inburgering op z’n Duits: steunen, sancties werken niet

ANALYSE - door Huub Verbaten

Ook de nieuwe Nederlandse inburgeringswet is weer calvinistisch streng: gij zult inburgeren, want anders… Het Duitse beleid laat zien dat een inburgeringsbeleid veel effectiever is als het inburgeraars ondersteunt en niet voortdurend met straffen dreigt.

Binnen de Nederlandse politiek woedt al decennia een heftig debat over het inburgeringsbeleid. Het resultaat daarvan is een uiterst complexe wetgeving en een minstens zo moeizame uitvoering.[1] De problemen bij de inburgering zijn legio: een slecht uitpakkende keuze voor marktwerking, een overschatting van de zelfredzaamheid van nieuwkomers en een systeem dat totaal niet aansluit op het aanpalende participatie- en onderwijsbeleid.

 Het Duitse voorbeeld; daar kan Nederland alleen van dromen

Vanaf 1 januari 2022 zou de situatie moeten verbeteren, dan treedt er na eerder uitstel een nieuwe inburgeringswet in werking. Hoewel die wet op bepaalde punten zeker een verbetering inhoudt, zijn lang niet alle problemen opgelost.

Neem de taaleis van inburgering (en naturalisatie); die wordt verhoogd naar niveau B1 (gevorderd), terwijl de lagere A2-norm (basisniveau) momenteel al voor flink wat problemen zorgt. Van de nieuwkomers in Nederland die in 2015 inburgeringsplichtig waren, haalde 68 procent vier jaar later het examen op A2-niveau. Onder hen waren ook mensen die in aanmerking kwamen voor vrijstelling. Ruim 27 procent van de inburgeringsplichtigen kreeg ontheffing en 3 procent slaagde voor een examen op B1- of B2-niveau.[2] Omdat het stelsel bol stond van dwang en sancties kozen nieuwkomers massaal voor het A2-niveau om maar aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

Foto: René Gademann (cc)

Deze superzomer kan niet zonder vrijwilligers

Zijn vrijwilligers deze (super)zomer waterdragers? Blijven ze met lege handen achter? De super sport- en cultuurzomer met vanwege de coronacrisis uitgestelde evenementen als het Eurovisie Songfestival, de Olympische Spelen en het EK-voetbal in een ander licht bezien.

Deze zomer wordt een super sport- en cultuurzomer. Na lang wachten kunnen we eindelijk ons huis uit en genieten van mooie sport, cultuur en muziekevenementen. Veel van deze evenementen kunnen niet zonder vrijwilligers. Krijgen de vrijwilligers de eer, plaats en waardering die zij verdienen of verdwalen ze in de turbulentie van de evenementen en staan ze ook deze zomer na afloop met lege handen? Blijven vrijwilligers waterdragers?

Investeerders of sprinkhanen?

Al jaren woedt de discussie over maatschappelijk nut en noodzaak van grote en supergrote sport- en cultuurevenementen. Deze zomer zien we een concentratie door de uitgestelde evenementen vanwege de coronacrisis, zoals het Eurovisie Songfestival, de Olympische Spelen, EK-voetbal, et cetera. Zijn deze mega-events die van stad naar stad en van land naar land trekken de investeringsmagneten die de lokale economie en samenleving stimuleren (zo wordt het verkocht), of zijn het sprinkhanen die steden en landen leegzuigen, de voedingsbodem voor lokale events en gemeenschappen verschralen, burgers verdwaasd achterlaten en daarna verder trekken op onze planeet?

Foto: cc Emma Simpson via Unsplash.

Neoliberaal getinte ‘roze’ positieve gezondheidsbril verblindt

COLUMN - Rob Arnoldus en Mark de Koning

Welzijns-en gezondheidsinstanties omarmen schijnbaar gedachteloos het concept van positieve gezondheid. Met veerkracht, eigen regie en coping komt de zieke in beeld als een gezond mens. Het concept doet geen recht aan het lijden van ernstig zieke patiënten, aan de positie van groepen die over onvoldoende gezondheidsvaardigheden beschikken, en ook niet aan het recht op gezondheid.

In 2011 verschijnt een artikel van Machteld Huber en collega’s in het British Medical Journal waarin afscheid wordt genomen van het alledaagse denken over gezondheid en impliciet ook van het recht op (volledige) gezondheid – als tegenpool van ziekte. De auteurs nemen afscheid van definitie van de World Health Organization (WHO) waarin gezondheid wordt gezien als een toestand van compleet lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden – en niet alleen de afwezigheid van ziekte en gebrek. Volgens hen zou de WHO-definitie medicalisering in de hand werken, te veel de nadruk leggen op wat niet kan en daarmee (oudere) chronisch, zieke mensen definitief ziek kunnen verklaren.

In hun nieuwe positieve omschrijving wordt gezondheid benoemd als het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van lichamelijke en sociale uitdagingen van het leven. Op de voorgrond staat het adaptievermogen: het vermogen van een individu om zich aan te passen aan een gewijzigde situatie. Sleutelbegrippen zijn veerkracht, eigen regie en coping.

Volgende