Vrouwen zijn nog steeds geen baas in eigen baarmoeder
Ruim vijftig jaar geleden eisten de Dolle Mina’s met de iconische leus ‘Baas in eigen buik’ het recht op abortus op. Na een felle politieke strijd werd abortus uiteindelijk gelegaliseerd, maar het staat ook in het Wetboek van Strafrecht. Hoe kan dat en hoe beïnvloedt dat het zelfbeschikkingsrecht?
“Het is een draak van een wet”
Laten we beginnen met de feiten: abortus staat in Nederland nog steeds in het Wetboek van Strafrecht. Juridisch gezien is het strafbaar, tenzij artsen voldoen aan de voorwaarden van de Wet afbreking zwangerschap. Van een expliciet ‘recht op’ is dus geen sprake.
Rechtswetenschapper Fleur van Leeuwen noemt het een draak van een wet, die illustreert hoe we in dit land abortus benaderen. “We hebben in Nederland een liberale abortuspraktijk, maar dat hebben we dankzij artsen die bereid zijn die zorg te verlenen, niet omdat er een recht op abortus bestaat,” stelt ze. Wie een zwangerschap wil afbreken, moet dus eigenlijk de juiste zorgverlener treffen of daar actief naar op zoek gaan. Er zijn vrouwen die onbedoeld zwanger raken en naar een huisarts gaan, die vervolgens weigert. Dat betekent dat je naar een kliniek moet of naar een online portaal voor medicatie.
Daarnaast legt de wet volgens Van Leeuwen opvallend veel nadruk op controle. Een arts moet beoordelen of iemand de keuze voor een abortus weloverwogen maakt. “Er zit ook een zeker paternalisme in om na te gaan: laten we eens even checken of jij wel zeker weet wat je doet,” stelt ze. Daarmee suggereert de wet impliciet dat mensen niet volledig over hun reproductieve leven kunnen beslissen.