Studium Generale Universiteit Utrecht

191 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Ontmoet befaamde wetenschappers, debatteer met denkers en luister naar schrijvers die hun drijfveren blootleggen. Studium Generale is het podium van de Universiteit Utrecht, waar studenten, docenten en andere geïnteresseerden kennis kunnen maken met alle mogelijke vakgebieden.

Studium Generale biedt iedereen de mogelijkheid kennis te maken met een vakgebied zonder verdere verplichtingen. Een toegankelijk programma op academisch niveau, te volgen zonder voorkennis. Waarom vindt de universiteit dit belangrijk? Omdat academische vorming meer is dan vakinhoudelijke kennis. En omdat de wet bepaalt dat de universiteit aandacht moet schenken aan de samenhang van wetenschappen en aan de maatschappelijke aspecten van wetenschap.

Meer informatie over ons, onze lezingen en ons nieuwsblog vind je op www.sg.uu.nl.
Foto: Wonder woman0731 (cc)

Hoe bestrijden we institutioneel racisme?

VERSLAG - van Eline Dondorp

Etnisch profileren, racistische Whatsappjes en discriminatie op de werkvloer: de politie is weer negatief in het nieuws. Maar niet alleen daar, ook in de politiek, onderwijs en beleid zien we verontrustende patronen. Hoe is institutioneel racisme ontstaan? En hoe komen we er vanaf?

“Over het beleid dat we in Nederland hebben, zal niemand die het maakt zeggen: ‘Mijn intentie is om onderscheid te maken tussen groepen, ten voordele van de ene groep en ten nadele van een andere groep.’ Toch gebeurt dit in Nederland wel structureel,” vertelt dr. Markha Valenta (UU). Samen met dr. Diantha Vliet (UU) en Cemil Yilmaz (IZI solutions) sprak ze over institutioneel racisme als direct gevolg van het slavernijverleden. Volgens Vliet is institutioneel racisme een patroon dat langzaam in onze samenleving is geslopen: “Onze geschiedenis, ook ons slavernijverleden, maakte langzaam maar zeker bepaalde keuzes makkelijker en normaal.”

Heel complex vraagstuk

Eerder verscheen de documentaire De blauwe familie bij KRO-NCRV. In de documentaire vertellen politiemensen hoe zij of collega’s vanwege hun huidskleur geïntimideerd, getreiterd en gediscrimineerd worden. De leiding grijpt niet in en zij die melding maken, zien weinig verandering op de werkvloer.

In een interview naar aanleiding van de documentaire zei Martin Sitalsing, politiechef in Midden-Nederland en portefeuillehouder diversiteit, dat racisme en discriminatie “een structureel probleem” zijn binnen de politie. In 2021 werden Rotterdamse agenten schriftelijk berispt om racistische berichtjes op WhatsApp. Ook toen sprak Sitalsing van een “heel complex vraagstuk” dat in de hele samenleving speelt en vraagt om continu investering in leiderschap, diversiteit en de norm stellen als die wordt overschreden.

Foto: ukhomeoffice (cc)

Is er nog hoop voor ‘narcostaat’ Nederland?

VERSLAG - door Larissa Biemond

Van liquidaties op klaarlichte dag tot de gestage groei aan drugsvangsten in de Rotterdamse haven: Nederland lijkt de grip te verliezen op de drugshandel en het bijkomende geweld. De roep om een keiharde aanpak wordt luider, maar is dat wel de oplossing?

Vergismoorden, ontvoeringen, beschietingen en brandstichting: het extreme drugsgeweld in Nederland haalt regelmatig de voorpagina’s. Is Nederland getransformeerd tot een heuse ‘narcostaat’? Tijdens deze eerste avond in de serie Nederland drugsland, bespraken criminoloog dr. Damián Zaitch (UU), bestuurskundige prof. dr. Pieter Tops (LEI & Politieacademie) en misdaadverslaggever Jan Meeus (NRC Handelsblad) het Nederlandse drugsgeweld. Hoe effectief is de huidige strategie van de opsporingsdiensten? En waar liggen de oplossingen?

Drugsland Nederland anno 2022

Nederland is een doorvoerland, en helaas niet alleen voor legale goederen. Jaarlijks weet de politie duizenden kilo’s aan cocaïne te onderscheppen in de haven van Rotterdam: in 2021 liepen de aantallen inbeslaggenomen cocaïne op tot maar liefst 72.800 kilo! Hoeveel kilo’s weet men nog meer ongezien langs de Nederlandse grenzen te smokkelen? Dit veelvoorkomende beeld dat de autoriteiten slechts een fractie van de drugs weet te onderscheppen, is volgens Damián Zaitch echter incorrect. “De productie van cocaïne is hard toegenomen, maar ondertussen is de politie de afgelopen jaren veel beter geworden in het vinden van binnengesmokkelde drugs.” Zo wordt in Nederland naar schatting zeker twee derde van de binnengesmokkelde cocaïne in beslag genomen. Zaitch: “De groei van de cocaïneproductie toont eigenlijk het succes van de politie aan. Hoe meer er namelijk wordt geconfisqueerd, hoe meer men moet produceren om aan de gelijkblijvende vraag te kunnen voldoen.”

Foto: Michael Coghlan (cc)

Recycling van plastic: schone schijn?

ACHTERGROND - door Ellen Mohlmann

De geringe recycling van plastic legt de moeilijkheden van de circulaire economie bloot. Waarom is recycling zo moeilijk? Wat doen we nu, en wat moeten we verbeteren voor de toekomst?

Wie wel eens heeft geprobeerd om minder plastic te gebruiken zal herkennen dat dit frustrerende momenten kan opleveren. Plastic is moeilijk te vermijden, het zit om iedere komkommer in de supermarkt. Tegelijkertijd luidt de noodklok, want we vinden microplastics overal terug: van op de hoogste toppen van de Himalaya tot in de diepste krochten van de oceaan. Zelfs in ongeboren baby’s worden al microplastics gevonden, die zijn doorgegeven door de moederkoek. Nu de vergaande gevolgen van plastics tot ons beginnen door te dringen, wordt er volop ingezet op recycling, zou je denken. Toch zijn we niet zo goed in recycling als we graag zouden willen. Recycling is het fundament van de circulaire economie: je kunt lang producten hergebruiken, maar uiteindelijk moet alles een keer worden gerecycled. Hoog tijd dus, om dit probleem onder de loep te nemen.

Waarom is recycling zo moeilijk?

Van al het plastic wordt slechts twee procent gerecycled. Waarom is dit percentage zo schrikbarend laag? Hier zijn verschillende redenen voor, recycling is namelijk niet zo makkelijk als het lijkt. Ten eerste: het ene plastic is het andere niet, maakt chemicus dr. Ina Vollmer (UU) duidelijk. Plastic is heel veelzijdig en kan voor veel verschillende toepassingen worden gebruikt. Hoewel dit één van de grote voordelen van plastic is, is het een groot nadeel wanneer het aankomt op recycling. Een wegwerpflesje bevat bijvoorbeeld al drie verschillende soorten plastic: één voor het flesje, één voor de dop, en één voor het etiket. Je kunt je misschien voorstellen dat het lastig is om dit te scheiden. Maar als verschillende soorten plastic bij elkaar worden omgesmolten, zal het plastic zijn eigenschappen verliezen en voor geen van deze toepassingen meer geschikt zijn.

Foto: the justified sinner (cc)

Oud worden: een zegen of een vloek?

“Ouder worden is een ziekte, maar hij gaat vanzelf over,” grapte Herman van Veen ooit. We hebben vaak negatieve associaties bij ouderdom: aftakeling, slijtage en achter de geraniums zitten. Media berichtten lange tijd over een Alzheimertsunami, en als het CBS spreekt over het groeiende aandeel ouderen in vergelijking tot jongeren, noemen ze dit de ‘grijze druk’. Ouderdom is dus eerder een maatschappelijke last dan een lust. Waarom is ons beeld van ouder worden zo negatief, en welke gevolgen heeft dit?

Mensbeeld in de zorg

“De wetenschap doet net alsof er in ons leven eerst alleen groei is, dan een periode van bloei, en daarna totale ineenstorting”, aldus psycholoog prof. dr. Liesbeth Woertman (UU). Ouderdom wordt in de wetenschap vaak gezien als een niet-zelfstandige levensfase. Terwijl onze vroegere levensjaren worden opgedeeld in baby, kind en adolescent, komt daarna eigenlijk alleen de categorie volwassene. “Oud zijn is daarmee een soort non-entiteit,” stelt Woertman.

Dat zie je volgens verplegingswetenschapper prof. dr. Marieke Schuurmans (UMC Utrecht) ook in de gezondheidszorg. Er wordt maar weinig onderzoek gedaan naar oudere mensen, en daardoor is er van veel behandelingen niet bekend hoe effectief ze zijn voor mensen die ouder zijn dan 80. Dit kan overbehandeling als gevolg hebben, omdat behandelingen worden toegepast zonder te weten hoe zinvol deze zijn bij ouderen. Tegelijkertijd bestaat er het risico op onderbehandeling: artsen en verpleegkundigen schrijven klachten soms onterecht aan iemands leeftijd toe.

Foto: EU2017EE Estonian Presidency (cc)

Hoe zeg je sorry als politicus?

ACHTERGROND - “Ik zeg daar sorry voor”, “dat was een inschattingsfout” en “ik baal daar ongelofelijk van”. Dit is slechts een greep uit de vele verontschuldigingen die premier Mark Rutte de afgelopen jaren aan de kiezer deed. Onze premier is niet de enige politicus met spijt: politieke verontschuldigingen zijn wereldwijd populair. Hoe zeg je eigenlijk sorry als politicus?

Van de vele spijtbetuigingen voor het toeslagenschandaal tot de excuses van Kaag over het verloop van de evaluatie in Afghanistan: in 2021 regende het politieke verontschuldigingen in Den Haag. Critici hebben de Haagse beleidscultuur intussen omgedoopt tot ‘sorry-democratie’: een beleidscultuur waarin bewindspersonen ernstige fouten van zichzelf, of van de ambtenaren voor wie ze verantwoordelijk zijn, slechts afdoen met een excuus. Hoe kan deze toename aan politieke spijtbetuigingen eigenlijk worden verklaard? Wij spraken hierover Henri Beunders, emeritus hoogleraar Ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Beunders is gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van de publieke opinie in Nederland. Ook schreef hij veelvuldig over hoe de druk van de publieke opinie kan doorwerken in zowel de strafrechtbank als het politieke bestel.

Burger versus overheid

Is de toename van politieke excuses het gevolg van politici met een sterker ontwikkeld moreel kompas? Beunders denkt van niet: hij beargumenteert dat de opkomst van politieke excuses voortvloeit uit de zogeheten ‘rechtendemocratie’. “De burger waant zich tegenwoordig een soort ‘homo deus’, een koning in zijn eigen bestaan”, stelt Beunders. “Je kan het eigenlijk zien als de totale emancipatie van het individu. Wij burgers claimen als individuen recht te hebben op allerlei vrijheden, van gelijke behandeling en goede zorg tot huisvesting en privacy.” Dit zijn stuk voor stuk enorme zorgtaken die op het bordje van de overheid zijn terechtgekomen. De afgelopen decennia resulteerde dit volgens Beunders tot een dubbele houding van burgers. “Overdreven gezegd, aan de ene kant vragen we de vrijheid om te doen wat we willen, maar als het verkeerd gaat eisen we dat de overheid de schade vergoedt.” We neigen er volgens Beunders dus naar om de verantwoordelijkheid voor het realiseren van deze rechten en vrijheden alleen bij de overheid neer te leggen. Beunders: “De overheid is bovendien een makkelijke zondebok om de schuld van alles te geven als het misgaat, want die kan immers geld uitkeren”.

Foto: Elvert Barnes (cc)

‘Sorry, not sorry’: Wat als excuses een PR-strategie worden?

We zeggen niet alleen maar sorry om verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden. Van klassieke dichters, tot moderne Big Tech-bedrijven; al eeuwen worden mooie woorden gebruikt om er vooral zelf beter van te worden. Hoe werken die retorische excuses precies? En waarom slikken we ze?

Tijdens onze zoektocht naar de waarde van verontschuldigingen, hoorden wij steeds weer: Excuses moeten gericht zijn op verbroedering. In de praktijk lijkt het woord sorry soms ook nog een andere bedoeling te hebben. Een sorry kun je ook inzetten om je eigen positie veilig te stellen en je verantwoordelijkheid juist af te schuiven. Als PR-strategie om je eigen imago te redden. Zo kleedde Chris Wetherell, ontwerper van de retweet-knop zijn excuses aan met het poëtische “We might have just handed a 4-year-old a loaded weapon. Social media is broken. And the retweet is a big reason why.” Wetherell bekende weliswaar schuld, maar kaatst met deze zinnen in feite het echte probleem terug naar de macht van ongrijpbare algoritmes. En bovendien: de retweet-knop bestaat nog steeds. Wij gingen op zoek naar het hoe en wat van de retorische sorry. Wat blijkt: de PR-excuses van vandaag de dag maken gebruik van eeuwenoude trucjes.

Dichterlijke onvrijheid

‘Ik heb echt geprobeerd om een heldendicht over U te schrijven. Maar plots dook Cupido op en stal mijn zesde versvoet. En met slechts vijf voeten in het metrum, kan ik alleen nog maar over de liefde schrijven’. Dit is, grof vertaald, waar de ‘Amores’ mee openen, de liefdespoëzie van de Latijnse dichter Ovidius. “Zijn beste woordkunsten zette Ovidius in om zijn excuses aan te bieden aan keizer Augustus”, vertelt classica prof. dr. Antje Wessels (LEI). Zij is als hoogleraar Latijnse Taal en Literatuur verbonden aan het departement voor ‘Arts in Society’. “Ik vind dit éen van de mooiste voorbeelden van een recusatio”. Een poëtisch stijlmiddel waarin een dichter uitlegt waarom hij niet in staat is zich aan zijn oorspronkelijke schrijfplan te houden, maar in plaats daarvan een andere stijl kiest.

Foto: Camille King (cc)

Excuses: de lijm voor sociale relaties?

Excuses zijn de lijm om misstappen te herstellen. Maar hoe werken ze precies? En kunnen verontschuldigingen elk conflict uit de weg ruimen?

April 2017. Frisdrankbedrijf Pepsi lanceert zijn nieuwste reclamespotje. In het filmpje zien we een vrolijke groep Black Lives Matter-demonstranten van verschillende etniciteiten door een stad bewegen, met realityster Kendall Jenner in hun midden. De sfeer is vrolijk en uitbundig. Plots komt de protesterende massa tegenover de politie te staan. De sfeer wordt gespannen. Totdat Jenner naar voren stapt. Ze biedt een agent een blikje Pepsi aan. Het geluid van het blikje doet het feest weer losbarsten.

Pepsi’s bruisende commercial probeert een positieve boodschap uit te stralen over samenzijn, gelijkheid en acceptatie. Het effect was echter minder positief. De campagne werd op sociale media overspoeld met boze reacties. Ook Kendall Jenner kreeg de volle laag.

Wat ging hier mis? Critici namen aanstoot aan de manier waarop Pepsi de Black Lives Matter-protesten portretteerde. De commercial zou hun strijd tegen racisme en onrecht niet serieus nemen. Kendall Jenner die met één blikje cola dit complexe conflict oplost? Zo makkelijk gaat dat niet. Pepsi nam de kritiek ter harte en bood zijn excuses aan door het volgende bericht te verspreiden:

“Pepsi was trying to project a global message of unity, peace and understanding. Clearly we missed the mark, and we apologize. We did not intend to make light of any serious issue. We are removing the content and halting any further rollout. We also apologize for putting Kendall Jenner in this position.”

Foto: Erwyn van der Meer (cc)

Het gevaar van terrorisme schuilt niet exclusief in de arme buitenwijken

Parijse banlieues en andere Europese arme buitenwijken worden sinds 9/11 regelmatig bestempeld als broedplaatsen voor terrorisme. Hoeveel bewijzen hebben we eigenlijk voor die claims?

In 2015 werd Parijs opgeschrikt door een aantal van schokkende terreurdaden: de aanslag op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in januari en de serie aanslagen in november, waar jihadisten een bloedbad aanrichtten in de concertzaal Bataclan. In de nasleep van deze en andere aanslagen in Europese steden kwamen arme buitenwijken met een grote moslimpopulatie de afgelopen jaren onder een vergrootglas te liggen. Volgens sommige politici en media zouden terroristische netwerken in deze wijken ongestoord aanslagen kunnen voorbereiden op de westerse samenleving. Zijn deze beschuldigingen gegrond?

In de serie ‘9/11: 20 years after’, belichtten historici, antropologen, juristen en politiek wetenschappers de gevolgen van de 11 septemberaanslagen en de Global War on Terror op onze samenleving. In deze laatste lezing bespreken antropoloog dr. Luuk Slooter (UU) en Amsterdams gemeenteraadslid en fractievoorzitter Sofyan Mbarki (PvdA) hoe het nieuwe veiligheidsklimaat na 11 september ons beeld van de Europese buitenwijken veranderde. Zijn de sporen daarvan nog steeds zichtbaar? En wat waren de consequenties voor de inwoners van deze buurten?

De banlieu als terroristisch gevaar?

Antropoloog dr. Luuk Slooter bekritiseert de vaak gelegde link tussen terroristisch geweld en de Franse banlieues. Zelf deed Slooter enkele jaren onderzoek naar de Parijse voorsteden, waarbij hij ook een periode in de banlieues woonde. Daar probeerde hij van binnenuit de problemen in deze wijken te bestuderen. Was er werkelijk sprake van een voorstedelijke crisis?

Foto: Tobias Begemann (cc)

Wat je van dieren imiteren kan

Wat hebben de sluipwesp, wolf, boomkikker en termiet met elkaar gemeen? Meer dan je denkt! Steeds meer technologieën voor de mens worden namelijk geïnspireerd door het dierenrijk. Hoe leer je van de natuur?

Kijk! Een boomkikker. Daar aan het plafond. Hoe blijft het zo zitten op dat gladde oppervlak? Je zou denken dat het dier eraf glijden zou, maar dat is niet waar. Ze zullen een soort verfijnd systeem in hun vingers hebben, dat ze grip geeft zonder zich vast te klampen. Het verwondert en inspireert. Kun je dat systeem niet toepassen op een nieuwe uitvinding? Daarvoor duiken we in de wondere wereld van biomimicry.

Imiteren van de natuur

Biomimicry (biomimetica in het Nederlands) betekent letterlijk het imiteren van biologische ideeën om menselijke toepassingen uit te vinden, ze te verbeteren en duurzamer te maken. Zo laat biomimetica-onderzoeker dr. Dimitra Dodou van de TU Delft zich inspireren door dieren om nieuwe medische hulpmiddelen te ontwerpen. Gebiologeerd keek ze ooit naar de sluipwesp. Deze wesp plaatst haar eitjes met een zogenaamde legboor onder de huid van een slachtoffer. Zo’n legboor is ongekend flexibel en kan een grote hoek maken zonder ergens af te breken. Dat is interessant voor chirurgen. Bij kijkoperaties willen zij namelijk zoveel mogelijk onderhuidse ruimte kunnen ontdekken met een enkele prik door het oppervlak. Dodou en haar team onderzochten, imiteerden, testten en verbeterden de legboortechnologie van de wesp. Het resultaat: een ultradunne, stuurbare naald, die bijna niet te breken is.

Foto: Jym Dyer (cc)

Wat moeten we met plaagdieren in de stad?

ACHTERGROND - door Nienke Floor.

Vieze ziek- en bangmakers, zo staan stadsratten bekend. Hoe onwrikbaar is dat beeld? Is diervriendelijk bestrijden de beste optie voor deze plaagdieren, of kan de mens de rat ooit omarmen?

Vijfentwintigduizend zwarte ratten in één gebouw. In het noorden van India, in het dorpje Deshnoke, staat de Karni Mata Tempel. Op deze plek vereert de Hindoestaanse gemeenschap de rat. De heilige dieren lopen er vrij rond en krijgen volop te eten en te drinken. De aangevreten restjes worden door pelgrims eerbiedig buit gemaakt. En loop je een witte rat tegen het lijf? Dan heb je pas echt geluk.

In Nederland ligt dat wel anders. De meesten mensen zullen niet van geluk spreken als ze een rat over straat zien lopen. De kans dat het gebeurt wordt echter steeds groter. Het aantal ratten in de stad neemt toe. Gewenst zijn de dieren meestal niet. Met gif of andere dieronvriendelijke middelen vind de bestrijding plaats. Hoe kan het dat ratten ons hier in Nederland zo tegen de haren instrijken? Is een andere omgang met het dier mogelijk, misschien niet aanbidding, maar dan toch tolerantie?

Plaag of geen plaag? De mens bepaalt

Gemeenten en inwoners spreken momenteel vaak van een rattenplaag. Wat zorgt ervoor dat het dier op die plekken een plaag gaat vormen? Hoeveel dieren is ‘te veel’? Dat bepaalt uiteindelijk de mens, zegt plaagdierexpert dr. Bastiaan Meerburg (WUR). Als de omstandigheden, zoals klimaat en voedselvoorziening voor een soort gunstig zijn, dan zal het aantal dieren van die soort toenemen. De populatie groeit, steeds sneller, maar niet onbeperkt. Zo treedt er voedselschaarste wanneer de dieren met teveel worden. Dan zal er altijd een moment komen dat de groei weer stopt. Het ecosysteem heeft zijn ‘draagkracht’ voor die soort bereikt. Het probleem is dat dat punt vaak pas komt bij een grotere populatie dan de mens in zijn leefomgeving wil accepteren. Pas als de mens een bepaalde hoeveelheid dieren niet meer wil verdragen, dan begint men te spreken van een plaag.

Foto: wbeem (cc)

Ook in een digitale wereld kunnen we autonoom zijn

Hoe vrij zijn we in een wereld die wordt geregeerd door data en algoritmes? Is onze autonomie uit handen geven onvermijdelijk? Of kunnen we zelf, als individu, nog iets doen om onze autonomie te behouden?

“Hoe heb je afgelopen nacht geslapen?” Het is een vraag die je tegenwoordig kan beantwoorden door naar je smartwatch te kijken. In gesprek met essayisten Bas Heijne en Miriam Rasch legt filosoof Joel Anderson uit dat zijn smartwatch meer weet over zijn nachtrust dan hijzelf. Op het apparaat draaien apps die het zuurstofgehalte in zijn bloed meten en zijn slaapcyclus monitoren. Met die data is de vraag exacter te beantwoorden. Waarom zou je zulke vondsten niet gebruiken om je leven beter te maken? De mens heeft altijd hulpmiddelen nodig gehad om te overleven, en dat is nu niet anders, betoogt Anderson.

Waar Anderson optimistischer tegenover technologie staat, neigt Heijne meer naar tech-pessimisme. In 2006 was de Time person of the year: You, omdat de digitalisering de macht zou leggen bij het individu. Heijne constateert nu dat die belofte niet is uitgekomen. Het is eerder omgekeerd, het individu wordt beheerst door grote bedrijven die geld verdienen met de datastromen die we produceren. Deze twee standpunten laten zien hoe ingewikkeld het is om individuele autonomie in de digitale wereld te begrijpen. Kiezen we er zelf voor omdat het ons leven makkelijker maakt, of zijn we marionetten van Facebook, Amazon, Google en dat soort bedrijven? Wat kunnen we doen om onze autonomie online te verstevigen?

Foto: Chris Devers (cc)

Waarom we het over klasse moeten hebben

Als we praten over kansenongelijkheid, gaat het vaak over gender, sekse, religie, etnische achtergrond. Maar welke rol speelt klasse eigenlijk in de Nederlandse samenleving?

In het eerste opzicht lijkt klasse niet zeer zichtbaar in het dagelijks leven. Toch is het overal. We observeren elkaars uiterlijk, kledingstijl en gezondheid, waaraan we vervolgens aflezen en categoriseren in welke klasse de persoon in kwestie past. De alomtegenwoordigheid van klasse in de samenleving én in ons denken toont aan dat een gesprek over klasse onvermijdelijk is. Tijdens deze eerste avond in de serie ‘Kansrijk?’, gingen sociologen prof. Ineke Maas (UU), prof. Giselinde Kuipers (KU Leuven) en sociaal geograaf dr. Sanne Visser (RUG) met elkaar én het publiek in gesprek over klasse en kansenongelijkheid in Nederland.

IS NEDERLAND NOG STEEDS KAMPIOEN KANSENGELIJKHEID?

“Het onderwijs is de afgelopen jaren steeds minder een emancipatiemotor geworden”, kopte de NRC deze zomer. En De Volkskrant schreef: “Nederland was ooit kansenkampioen, maar ongelijkheid is gegroeid.” Als we dergelijke krantenkoppen moeten geloven, lijkt Nederland er niet goed voor te staan. Het idee dat we onze klasse kunnen ontstijgen is misschien lastiger dan we dachten. Is deze aanname correct?

Prof. dr. Ineke Maas heeft een meer genuanceerde kijk op de sociale mobiliteit. Zo laat onderzoek zien dat er wel degelijk sprake is van opwaartse mobiliteit in Nederland. Grotendeels is dit te danken aan veranderingen in de beroepsstructuur: een toename in de vraag naar hoger opgeleiden betekent meer mogelijkheden voor mensen om de sociale ladder te beklimmen. Maar belangrijker nog, is het volgens Maas om te kijken naar de relatieve mobiliteit: hoe zijn de kansen om op te klimmen verdeeld? Hoe groot is de kans dat een kind van een timmerman of automonteur hogerop komt, vergeleken met het kroost van een advocaat of arts? Vergeleken met andere Europese landen scoort Nederland wat betreftop dat gebied niet hoger dan de middenmoot. “Het beroep van je ouders beïnvloedt dus nog steeds in sterke mate welke kansen jij krijgt”, aldus Maas.

Volgende