Unicum dreigt: De eerste regering die een meerderheid in de Eerste Kamer verliest

Rutte III lijkt de eerste reguliere regeringscoalitie te worden sinds de invoering van het algemeen kiesrecht die zijn meerderheid in de Eerste Kamer verliest. Een analyse van Tom van der Meer, eerder gepubliceerd op Stuk Rood Vlees. Vol spanning kijken politici, journalisten, en peilers uit naar de Provinciale Statenverkiezingen. Dan zal immers ook indirect de samenstelling van de Eerste Kamer bepaald worden. Al langere tijd suggereren de peilingen dat de regering de krappe meerderheid van 38 zetels in de Eerste Kamer zal verliezen. De regering rust dan wel op een meerderheidscoalitie in de Tweede Kamer, maar die zal dan niet weerspiegeld zijn in de Eerste Kamer.

Den Haag nationaliseert de Provinciale Statenverkiezingen

Voor wie zich zo nu en dan begeeft op Twitter of Facebook, komt ‘#StemZeWeg’ bekend voor. Met deze hashtag wordt oproep gedaan aan de boze burger om bij de Provinciale Statenverkiezingen naar het stemhokje te gaan en op een oppositiepartij (met name PVV of FvD) te stemmen. Het doel is om Kabinet Rutte III ten val te brengen.

Provinciale Statenverkiezing

De StemZeWeg-tweeters illustreren de absurditeit rond de aankomende verkiezingen. Een kabinet kan niet ten val worden gebracht door een zure tegenslag in de Provinciale Statenverkiezing. In het ergste geval moet er in de Senaat een gedoogcoalitie bij elkaar worden gelijmd, nadat de Provinciale Staten de Eerste Kamer hebben gekozen.

Armèn Hakhverdian, universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, licht dit in een Sargasso-interview toe: ‘De enige die een kabinet kan wegsturen is een Tweede Kamer. Als je #StemZeWeg letterlijk neemt, slaat het nergens op. Je kunt wel, aan de hand van de Eerste Kamer, de regering verzwakken. Dit zal betekenen dat de regeringspartijen meer ad-hoc akkoorden moeten sluiten. Bij wisselende thema’s vorm je verschillende coalities. Het vergt wel een andere vorm van politiek bedrijven.’

Kaping

De provinciale volksvertegenwoordiging neemt vooral besluiten op het gebied van mobiliteit en ruimtelijke ordening, niet over migratie of over de kabinetsformatie. Het debat over de verkiezingen gaat echter niet over infrastructuur en de woningmarkt, maar juist over de thema’s waar de Provinciale Staten helemaal niet over beslissen.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Vrije verkiezingen

COLUMN - Gisteren ging de Rijksoverheidscampagne voor de Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen van start.

Bemoeienis van het Rijk met regionale politiek? Nee, het is de inmiddels rituele bewustwordingscampagne ‘Elke stem telt’, die er toe moet bijdragen dat zoveel mogelijk stemgerechtigden daadwerkelijk gaan stemmen. En dat de kiezers zich kunnen informeren over wat nu eigenlijk Provinciale Staten en waterschappen zijn.

Wie zich ergert aan het verschijnsel dat wat eigenlijk regionale verkiezingen zijn, het vehikel wordt van landelijke politiek, gaat voorbij aan het feit dat de Provinciale verkiezingen tot een nieuwe Eerste Kamer moeten leiden. En dus gaat Rutte de boer op, zogenaamd om zijn provinciale collega’s te promoten, in werkelijkheid om zieltjes voor het kabinetsbeleid te winnen.

Ook de bewindslieden en partijleiders van alle andere landelijke partijen gaan op campagne, in de hoop straks een sterkere fractie in de Eerste Kamer te hebben. De Provinciale democratie zal tot 20 maart gegijzeld worden door landelijke verkiezingscampagnes.

Het zou verboden moeten worden. Maar daar doen we niet aan in een vrije democratie. Eigenlijk zou die koppeling tussen Provinciale Staten en Eerste Kamer eens op de schop moeten. Zolang er een Eerste Kamer in leven blijft, zouden de leden middels directe verkiezingen gekozen moeten worden.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Relatie die je met een lampje moet zoeken

COLUMN - De door het Interprovinciaal Overleg geschonken lampen, die in de Eerste Kamer onder andere op de ministerstafel staan, doen anders vermoeden, maar van een hecht verband tussen ‘provincie’ en Eerste Kamer is geen sprake. Die relatie bestaat uit niet veel meer dan de ene dag in de vierjarige zittingsperiode waarop de Statenleden de Eerste Kamerleden kiezen en uit een incidenteel bezoek van Statenleden aan de Eerste Kamer.

Tot 1923 was er wel een zeker verband. Toen koos iedere provincie een vast aantal Eerste Kamerleden. Maar ook toen was de relatie minder sterk dan nu soms wordt gedacht. Kozen de provincies in de negentiende eeuw vrijwel altijd eigen inwoners tot Eerste Kamerlid, toen er partijen opkwamen was dat niet langer het geval. De Friese Staten verkozen bijvoorbeeld de oud-ministers Lely en Van Houten en de sociaaldemocratische voormannen Polak en Van Kol. Dat waren allen niet-Friezen. De Zeeuwse Staten kozen voor de ARP de Amsterdammer Hovy en de uit Utrecht afkomstige oud-minister Godin de Beaufort. De Amsterdamse oud-wethouder Reekers kwam via Gelderland in de Senaat.

Het is ook een misverstand te denken dat de Staten-Generaal van na 1814 of de Eerste Kamer vanwege de verkiezing door Statenleden ‘opvolger’ was van de Staten-Generaal van vóór 1795. De oude Staten-Generaal was geen parlement, maar een bestuursinstelling van de Unie van zeven provincies. De zeven zelfstandige provincies hadden elk één stem. De delegaties naar de vergaderingen beslisten met ‘last’ en na ruggespraak. De Staten-Generaal hield zich alleen bezig met zaken die aan de generaliteit waren toebedeeld, zoals buitenlandse zaken en defensie, maar ook het bestuur van de generaliteitslanden. Voor het overige behielden de provincies hun bestaande ‘particuliere’ rechten, privileges, gewoonten etc., anders gezegd hun soevereiniteit.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: 350 .org (cc)

“Wet minimalisering gaswinning Groningen is onverantwoord”

NIEUWS - Deze week hebben de fracties van CDA (minus het lid Lokin-Sassen), SGP, ChristenUnie, VVD, OSF en D66 in de Eerste Kamer ingestemd met de wet minimalisering gaswinning Groningen. CDA-Eerste Kamerlid Pia Lokin-Sassen (de enige CDA senator die tegen de nieuwe mijnbouwwet stemde) schrijft in het Dagblad van het Noorden op persoonlijke titel dat deze mijnbouwwet onverantwoord is:

Volgens de nieuwe Mijnbouwwet is het uiteindelijk de minister die met betrekking tot het Groningenveld – het veld dat bij uitstek aardbevingsgevoelig is! – beslist hoeveel laagcalorisch gas daaruit mag worden gewonnen volgens het criterium: ‘niet meer dan nodig’. Daarbij wordt in de nieuwe wet niet langer alléén rekening gehouden met de veiligheid der omwonenden, maar introduceert de wet een tweede ‘veiligheidsbegrip’, namelijk de ‘leveringszekerheid’. Het is de minister en de minister alléén die deze veiligheidsbelangen afweegt bij zijn beslissing over de hoeveelheid te winnen gas.

In de nieuwe wet is voor het Groningenveld zowel aan de NAM als aan het SodM de bevoegdheid tot ingrijpen in de gaswinning ontnomen. De NAM krijgt van de minister nog slechts de plicht opgelegd om een bepaalde hoeveelheid gas te winnen: als zij zich daaraan houdt en dit correct doet, kan ze niet langer strafrechtelijk worden vervolgd. Zij heeft, anders gezegd, strafrechtelijke immuniteit. Het SodM mag nog slechts gevraagd en ongevraagd advies geven aan de minister, maar heeft ook geen bevoegdheid meer tot ingrijpen (lees: tijdelijk stopzetten) in de gaswinning in geval de veiligheid van omwonenden gevaar loopt.

Foto: Ritzo ten Cate (cc)

Activistisch of actief?

COLUMN - door Dr. Bert van den Braak.

Het beeld van beide Kamers is de afgelopen vijfentwintig jaar onmiskenbaar veranderd. Sommigen spreken van een activistischer Eerste Kamer, die meer aan ‘politiek’ doet dan in het verleden en dan zij ‘eigenlijk’ zou moeten doen. Daar is overigens wel wat op af te dingen. Tegelijkertijd zijn Tweede Kamerleden zich in hun parlementaire werk anders gaan ‘gedragen’. Ik durf wel te stellen dat juist die Kamerleden ‘activistischer’ zijn geworden. In het licht van de advisering door de Staatscommissie verdienen beide Kamers aandacht.

Allereerst de Eerste Kamer. In welk opzicht is die Kamer zich anders gaan gedragen en hoe moet dat worden beoordeeld in het licht van haar ’taak’? Er wordt altijd gesproken van de erkenning van het politieke primaat van de Tweede Kamer. De Eerste Kamer zou, gelet op de indirecte verkiezing, een zekere terughoudendheid in acht moeten nemen. De terughoudendheid van de Eerste Kamer is er allereerst in een beperkter gebruik van controlerechten en in het veel minder houden van beleidsdebatten. Uiteraard leidt het ontbreken van het amendementsrecht ook tot een minder gedetailleerde behandeling van wetsvoorstellen.

De belangrijkste taak van de Eerste Kamer is het oordelen over door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstellen. Hoe zij dat doet is staatsrechtelijk niet begrensd. Net als de Raad van State kent de Eerste Kamer een (weliswaar informeel) toetsingskader met wetstechnische eisen, zoals noodzakelijkheid, uitvoerbaarheid en rechtmatigheid. Maar de Eerste Kamer spreekt zich primair politiek uit over voorstellen en dat politieke oordeel is zelfs leidend. Dat is altijd zo geweest, alleen merkten we dat in het verleden minder. Dat soms de gehele oppositie tegenstemde was voor het resultaat tot omstreeks 2012 niet zo relevant.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Die Eerste Kamer toch…

Een uiterst krappe meerderheid in de Eerste Kamer stemde tegen de wet Stroom. Die Eerste Kamer toch…

Had minister Kamp het wetsvoorstel terug moeten trekken omdat vooraf al bekend was dat er onvoldoende steun in de Eerste Kamer was? Twee keer eerder vond het kabinet dat wel verstandiger.

Eveneens twee keer eerder werd in de Eerste Kamer een wetsvoorstel weggestemd.

Zo gevaarlijk zijn de senatoren nu ook weer niet voor dit kabinet.

 

Intrekking raadgevend referendum in de Senaat: zwakke fundamenten en averechtse effecten

ANALYSE - door Frans Hendriks

Raadgevend referendum exit?

De Eerste Kamer staat deze maand voor de vraag of ze kan instemmen met de intrekking van de Wet raadgevend referendum, die het korte tijd mogelijk heeft gemaakt om met een groot aantal handtekeningen een adviserend referendum af te dwingen over een parlementair aanvaarde, maar maatschappelijk betwiste wet.

Met één ervaring op zak – het veelbesproken Oekraïne-referendum – nam het kabinet-Rutte III zich voor het raadgevend referendum zo spoedig mogelijk weer af te schaffen. Over een verbeterd ontwerp voor het nationaal referendum werd niet gesproken. Een raadgevend referendum over de Intrekkingswet zelf werd onmogelijk gemaakt. De Raad van State oordeelde dat de constructie die de regering hiervoor bedacht ‘juridisch effectief’ is, maar zoals het SGP-Tweede Kamerlid Bischop terecht opmerkte: “juridisch effectief is nog niet juridisch netjes of juridisch heel goed.” Laat staan bestuurlijk heel goed of wijs.

Goed openbaar bestuur?

Sinds 2009 kent Nederland een code voor goed openbaar bestuur. Er zijn internationaal meer van zulke codes in omloop, maar deze is interessant omdat ze normen bevat die de rijksoverheid zelf heeft opgesteld. Ten minste vier van deze normen komen in de knel door de rigoureuze manier waarop het referendum thans wordt ingetrokken. Op vragen die Eerste Kamerleden hierover hebben gesteld heeft Minister Ollongren weinig overtuigend schriftelijk geantwoord.

Vorige Volgende