Wanneer is iemand te rijk?

door Vincent Buskens en Ingrid Robeyns. Nederlanders zijn het er in grote lijnen over eens wanneer mensen simpelweg teveel geld hebben. Toch vinden ze overheidsmaatregelen die voorkomen dat mensen extreem rijk worden, zoals een bovengrens aan spaargeld en erfenissen, niet nodig. Extreme rijkdom belasten om de armoede van anderen te verlichten, vindt men wel een goed idee. Sinds het boek van Piketty ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ (2014) is de discussie over sociale ongelijkheid weer opgelaaid en zeker ook over de wenselijkheid dat sommigen in onze samenleving extreem veel geld en kapitaal accumuleren. In de politiek zien we dan ook steeds meer voorstellen om bijvoorbeeld extreem rijken zwaarder te belasten. Filosofen hebben zich afgevraagd of er een ‘rijkdomsgrens’ bestaat als tegenhanger van de armoedegrens en of er in de samenleving consensus zou zijn over waar zo’n grens zou kunnen liggen tussen mensen die rijk zijn en mensen die extreem rijk zijn – gedefinieerd als dat ze veel meer luxe hebben dan nodig. Wij onderzochten dit aan de hand van twee vragen. Bestaat er consensus binnen een representatieve steekproef van Nederlanders over waar een rijkdomsgrens min of meer zou moeten liggen? En vinden mensen dat de overheid maatregelen moet nemen om te voorkomen dat mensen teveel kapitaal vergaren en te ver boven de rijkdomsgrens uitkomen? Tien fictieve families Om de rijkdomsgrens vast te stellen, legden we respondenten tien fictieve beschrijvingen van families voor in volgorde van toenemende rijkdom (zie tabel 1). De beschrijvingen bestonden uit de grootte van het huis (en de mate van luxe) van deze familie, of ze een tweede huis in Zuid-Frankrijk hadden, of ze een bescheiden of een dure auto hadden of zelfs twee dure auto’s, of ze twee, drie of vijf keer per jaar op vakantie gingen en hoeveel spaargeld ze achter de hand hadden. Tabel 1. Tien hypothetische families [caption id="" align="alignnone" width="756"] © Ingrid Robeyns, Vincent Buskens. Via Sociale Vraagstukken[/caption] Respondenten gaven voor elke familie op een schaal aan hoe rijk ze deze familie vonden. De schaal liep van 1 (deze familie heeft net voldoende om rond te komen) tot 5 (deze familie heeft veel meer dan nodig om een welvarend leven te leiden). Als respondenten een familie in deze laatste categorie plaatsten, interpreteren we dit als dat ze deze familie extreem rijk vonden en dat deze familie dus een hoeveelheid rijkdom had die boven een mogelijke rijkdomsgrens ligt. Is extreme rijkdom een probleem? Daarna legden we respondenten stellingen voor om te meten hoe problematisch ze extreme rijkdom vinden en of ze interventie van de overheid om deze rijkdom te beperken zouden steunen. Bijvoorbeeld abstractere stellingen zoals ‘Zolang mensen hun geld eerlijk volgens de regels verdiend hebben en niet aan belastingontduiking doen, is het geen probleem als ze extreem rijk worden’ en concretere stellingen als ‘Als de regering-Rutte III moet kiezen tussen het verlagen van de voorzieningen voor de meest kwetsbare medeburgers en het verhogen van de belastingen op de inkomens van de rijken en superrijken, dan moet ze voor belastingverhoging kiezen’. Grote overeenstemming over rijkdomsgrens Het eerste resultaat van onze studie is dat er grote overeenstemming is over waar de rijkdomsgrens ongeveer zou moeten liggen. Ongeveer 67 procent van onze respondenten legt de rijkdomsgrens ergens tussen een kapitaal van 1,2 en 2,7 miljoen euro. Daarnaast is bijna 83 procent het erover eens dat een familie met meer dan 2,7 miljoen aan kapitaal extreem rijk is. Er lijkt dus consensus te zijn dat mensen echt niet meer dan 3 miljoen euro aan totaal kapitaal nodig hebben om een zeer welvarend leven te leiden. Opvallend is dat waar mensen de rijkdomsgrens leggen nauwelijks afhangt van hun demografische kenmerken. Mensen met een hoger inkomen, een hogere opleiding en een hogere leeftijd leggen de rijkdomsgrens ietsje hoger en vrouwen ietsje lager, maar deze verschillen zijn echt klein. Mensen die meer geneigd zijn maatregelen om rijkdom tegen te gaan te ondersteunen, vinden dat de rijkdomsgrens wat lager zou moeten liggen dan andere respondenten aangegeven. Tot slot is meer dan twee derde van de mensen het niet eens met de stelling dat overheidsmaatregelen moeten voorkomen dat mensen extreem rijk kunnen worden, zoals een maximum stellen aan hoeveel spaargeld iemand heeft, of hoeveel iemand kan overerven. Als de overheid moet afwegen tussen de rijkeren meer belasten of de armeren ontzien, dan blijkt er wél een meerderheid te zijn voor het hoger belasten van de rijkeren. Rijkdom net als armoede bespreekbaar maken in politiek Er bestaat dus zoiets als een rijkdomsgrens die de rijken scheidt van de extreem rijken. Mensen zijn in staat zo’n grens aan te geven en er lijkt binnen de Nederlandse samenleving ook behoorlijke overeenstemming te zijn over waar die zou moeten liggen. Politici kunnen zo’n grens gebruiken om het niveau van rijkdom bespreekbaar te maken op een soortgelijke manier als de armoedegrens. De tweede interessante bevinding is dat mensen niet oordelen dat extreme rijkdom zonder meer bestreden moet worden door de overheid, maar er lijkt wel draagvlak om extreme rijkdom te belasten als dat ten goede kan komen aan het verlichten van de armoede van anderen. Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken. Vincent Buskens is hoogleraar Theoretische Sociologie bij de afdeling Sociologie, Universiteit Utrecht. Ingrid Robeyns is hoogleraar Ethiek van Instituties bij het Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht. Dit artikel is gebaseerd op ‘How Rich is Too Rich? Measuring the Riches Line’ (2020), van Ingrid Robeyns, Vincent Buskens, Arnout van de Rijt, Nina Vergeldt en Tanja van der Lippe, gepubliceerd in Social Indicators Research. Voor details en referenties verwijzen we naar deze publicatie.

Foto: Rasande Tyskar (cc)

Institutioneel racisme in Nederland

LONGREAD - Institutioneel racisme wordt wel gedefinieerd als een vorm van racisme die zichtbaar wordt in de praktijken van politieke en sociale instituties. Het is een vorm van onzichtbaar racisme die zich manifesteert naast openlijk of alledaags racisme. In deze empirische verkenning probeert Jan de Jonge institutioneel racisme zichtbaar te maken aan de hand van cijfers op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt en inkomen.

In Nederland zijn recentelijk een aantal onderzoeken gepubliceerd (o.a. door het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Plan Bureau) die uitkomsten naar personen met en zonder migratie-achtergrond geven. Zo kunnen verschillen tussen Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders en Nederlanders zonder migratieachtergrond met elkaar vergeleken worden. Ik heb gekeken naar het onderwijs, de arbeidsmarkt en naar de relatieve inkomensverschillen.

Het is duidelijk dat daarmee geen beeld wordt gegeven over de omvang van institutioneel racisme in Nederland. Ik kijk niet naar de rechtspraak, het politie-optreden, het handelen van de belastingdienst of de praktijken in de horeca, de woningsector en dergelijke. In die zin pretendeer ik niet een alomvattend onderzoek te hebben gedaan naar het vóórkomen van institutioneel racisme in Nederland. Ik beschouw de uitkomsten van het onderwijs, de arbeidsmarkt en de inkomens-verschillen als relevante indicatoren, maar niet als doorslaggevend.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: MD5050 (cc)

Negatieve inkomstenbelasting is beter dan het onvoorwaardelijke basisinkomen (2)

OPINIE - In deel 1 van dit artikel schreef Hein Vrolijk dat de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBI) tot grotere inkomensongelijkheid leidt. ‘Want iedereen krijgt een extra bedrag bovenop wat hij of zij al verdient, behalve – vreemd genoeg – diegenen voor wie dat basisinkomen eigenlijk is bedoeld: de mensen met een uitkering. (….). Op deze manier krijgen zij ‘evenveel wijn in nieuwe zakken’, terwijl de midden- en hogere inkomens van een extra fles wijn kunnen genieten.’

‘Via de progressieve inkomstenbelasting is dit wel weer recht te trekken’, zo luidt meestal de reactie van OBI-aanhangers. Ik vind het altijd weer verbluffend hoeveel mensen – meestal van linkse signatuur – menen dat je met een progressief marginaal belastingtarief de veelverdieners kunt afromen. Een vergelijkbaar naïef optimisme zien we als het gaat om de invloed van nieuwe wetgeving, zoals ik straks laat zien bij de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Inkomensongelijkheid

Laat ik beginnen met de inkomensongelijkheid. Zelfs als het mogelijk is de grotere inkomensongelijkheid bij invoering van de OBI te ‘repareren’, scoort de OBI ook daarna een stuk slechter dan de negatieve inkomstenbelasting (NIB), door mij aangeduid als garantie-inkomen. Net als in deel 1 ga ik uit van Bea en Gea die beiden een uitkering van duizend euro per maand netto krijgen als zij hun studie hebben afgerond en nog geen werk kunnen vinden (periode 1). Na enige tijd hebben zij een baan gevonden met een bruto-inkomen van duizend euro per maand (periode 2). Beiden maken voortdurend promotie, zodat hun maandelijkse bruto-inkomen uiteindelijk stijgt naar 4000 euro (periode 5, de laatste jaren van hun werkzame leven). Voor beiden is het marginale belastingtarief 50 procent en netto verdienen ze evenveel, opklimmend van duizend naar 3000 euro per maand.

Rechts, rechtser, Rutte

COLUMN - Op het oog is het een bont allegaartje, die uitgelekte plannen van het kabinet Rutte-III. Een beetje D66 hier, een heleboel VVD daar, een fikse dot CDA en een toef CU erbij: kabinet klaar. Maar mens o mens, wat een droefenis.

Terwijl de winst van grote bedrijven inmiddels torenhoog is en Nederland geldt als een van de grootste belastinghavens van de wereld, worden onder aanvoering van Rutte-III de middeninkomens nog weer wat platter geslagen. Het lage btw-tarief mocht ook gerust wat omhoog, menen Buma, Segers, Pechtold en Rutte in koor – die tegenvallende belastinginkomsten moeten immers toch ergens worden gecompenseerd? – terwijl ze het bedrijfsleven voor pakweg 3 miljard aan douceurtjes toestoppen.

De overbelaste zorg, de onderbetaalde onderwijzers: ze moeten allemaal niet zo zeuren. Gewoon de markt haar verheffende werk laten doen, elke dag het Wilhelmus in de operatiekamer zingen en elke schoolklas verplicht op excursie naar het Rijksmuseum, voor de broodnodige bijles in nationale trots. Dat is pas een degelijke opvoeding!

Maar het allerergste is wel dit.

Rutte en Buma papegaaien al maandenlang Wilders na en hameren in hun speeches en campagnes op ‘ons soort mensen’ versus ‘de gelukszoekers’ en ‘de onaangepasten’, en gebruiken nu de aarde die ze zelf zo vruchtbaar hebben omgeploegd nu als argument om een hele groep mensen als tweederangsburgers te behandelen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: M. Jeremy Goldman (cc)

Wat willen partijen doen aan ongelijkheid? Deel 2: inkomen

Het thema ongelijkheid kon in de afgelopen jaren op veel belangstelling rekenen. In aanloop naar de verkiezingen kijk ik wat partijen beloven te doen aan het verminderen van ongelijkheid. Deel 2: inkomen.

In deel 2 van de serie kijk ik naar inkomensongelijkheid (zie deel 1 voor verantwoording). De bruto-inkomensongelijkheid is in de afgelopen decennia ‘drastisch toegenomen’, concludeert de WRR in 2014: ‘de laagste inkomens blijven over de 35 jaar grosso modo onveranderd, de hoogste inkomens stijgen met meer dan 60 procent.’ Vanwege herverdeling via belastingen en toeslagen blijft de inkomensongelijkheid in Nederland relatief laag. Leidse economen berekende dat tussen 1990 en 2000 ‘de ongelijkheid van primaire inkomens [is] toegenomen, maar die stijging is nagenoeg volledig afgevlakt door sociale uitkeringen en directe belastingen’. De WRR stelt echter dat de herverdelende werking van belastingen en premies is afgenomen, waardoor dus ook de netto-ongelijkheid toeneemt. De Leidse economen spreken echter tegen dat de rijken steeds rijker worden.

Genoeg ongelijkheid?

Over inkomensongelijkheid kun je dus twisten, maar we kunnen ook de vraag stellen of – ongeacht een toename en los van hoe het in andere landen is – Nederlanders nu van mening dat zijn de inkomensongelijkheid te groot is. Als veel mensen de huidige mate en vormen van ongelijkheid problematisch of onrechtvaardig vinden, dan is dat immers ook een reden er iets aan te doen.

Foto: Russell Shaw Higgs (cc)

Kunst op Zondag | Basisinkomen

Dinsdag 31 mei werd het tweede basisinkomen van Nederland uitgereikt aan kunstenares Anne van Dalen.

Wat? Is het basisinkomen al ingevoerd? Nee, het betreft een experiment, opgezet door MIES (Maatschappij voor Innovatie van Economie en Samenleving). Met crowdfunding wil de stichting genoeg geld bijeen krijgen om mensen een jaar lang een basisinkomen van 1000 euro per maand te kunnen geven. Op Ons Basisinkomen lees je er meer over.

De zich ‘autonoom autodidact’ noemende Anne van Dalen, kunstenaar sinds 2015, raakte geïnspireerd door Peter Smith, oprichter van KLEAN (Klagen Loont Echt Absoluut Niet).

De missie van Peter Smith is om elke dag minstens één stukje zwerfafval op te ruimen. Behalve dat hij gastlessen en spreekbeurten geeft over ‘Plastic Soep’, maakt hij ook reusachtige kunstwerken van zwerfafval. Momenteel werkt KLEAN aan een 12 meter grote Plastic Madonna, die tijdens de Olympische Zomerspelen op het strand van Rio de Janeiro zal liggen.
© KLEAN Plastic Madonna

Die inspiratie leidde in 2013 tot ‘Anne loopt langzaam hard’. Blootsvoets liep ze een jaar lang haar ‘zwerfafvalreis’. Haar blote voeten leidden vorige maand nog tot wat opschudding in het Haagse Gemeentemuseum. Ze werd de toegang ontzegd, een besluit van een beveiliger dat een week later door het museum werd rechtgezet, nadat de kunstenares over dit merkwaardige beleid haar beklag had gedaan.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Frans de Wit (cc)

Demotie: Je kunt niet iedereen magazijnbediende maken

COLUMN - Als de oudere werknemer zijn werk niet meer aankan, kun je hem ‘terug zetten’ naar een functie die beter past bij zijn verminderde productiviteit. Er zijn echter slimmere alternatieven voor demotie: door scholing of deeltijdpensioen kunnen mensen ook langer doorwerken.

Recente berichten in de media laten zien dat voor steeds meer werkgevers in Nederland demotie een serieuze optie vormt bij het voeren van HR-beleid. Aan het eind van het vorige decennium was nog geen 10 procent van de werkgevers geporteerd van het idee dat werknemers ‘een stapje terug’ zouden doen. Volgens een recent rapport van ADP en Berenschot acht inmiddels meer dan 40 procent van de werkgevers dat idee bespreekbaar. In diezelfde berichten wordt demotie enerzijds in verband gebracht met versobering van arbeidsvoorwaarden. Anderzijds zou het een instrument zijn om oudere werknemers betere mogelijkheden te bieden daadwerkelijk langer door te werken.

Balans tussen productiviteit en loonkosten kan uit lood raken

Tenzij werkgevers in het verleden bepaalde werknemers ‘zomaar’ een andere ofwel hogere functie en dito salaris hebben gegeven zonder dat daar ingewikkelder werkzaamheden en een hogere productiviteit tegenover stonden, lijkt demotie weinig van doen te hebben met versobering van arbeidsvoorwaarden. Loonsverlaging zonder dat daar lagere functie-eisen tegenover staan, heeft niets met demotie te maken.

Foto: Eric Heupel (cc)

Studiekeuze in relatie tot inkomen ouders

Een interessante grafiek uit een Amerikaanse krant, laat zien dat studenten uit minder welvarende gezinnen vaker kiezen voor “veilige” en praktisch georiënteerde studies. De journalist van de The Atlantic schrijft daarover:

“Kids from lower-income families tend toward “useful” majors, such as computer science, math, and physics. Those whose parents make more money flock to history, English, and performing arts.”

Onderwijsgrafiek Studiekeuze Relatie inkomen ouders
Bron: The Atlantic (2015). Rich Kids Study English. Ben Southgate | Data: Kim Weeden; National Center for Education Statistics

In de grafiek staan de lerarenopleidingen (Education) bijna onderaan: ouders hebben een gemiddeld inkomen van 70.000 dollar. Bij het vak Engels is dat 100.000.

Bijzonder aardig aan het artikel is dat men ook heeft uitgezocht of studenten van Cambridge met elitaire achternamen andere studies kiezen; ook daar zie je dat de elite men de minder lucratieve studies kiest in termen van inkomen halverwege de loopbaan.

Dat suggereert dat studenten bij hun keuze meewegen hoeveel geld ze uiteindelijk meekrijgen van hun ouders.

Zou interessant zijn om dit uit te zoeken voor Nederland. Ben ook benieuwd hoe de lerarenopleidingen in verhouding tot andere studies “scoren”.

Originele publicatie

Via Onderwijs in Grafieken.

 

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Images Money (cc)

Welvaartsongelijkheid in Nederland

DATA - Sinds Thomas Piketty zijn boek Capital in the Twenty-First Century heeft gepubliceerd, is er een discussie op gang gekomen over vermogens- en inkomensongelijkheid. Volgens oud-minister Willem Vermeend hebben we in Nederland helemaal geen ongelijkheidsprobleem.

Hoewel de inkomensongelijkheid laag is in Nederland (waar Vermeend zijn oordeel op baseert), is dat niet het geval met de vermogensongelijkheid. Gisteren bevestigde de Volkskrant nog eens dat de vermogensongelijkheid is toegenomen. Inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid vormen samen welvaartsongelijkheid. Het is dus van belang om zowel naar inkomen als vermogen te kijken en alsook de interactie tussen deze twee componenten. De meest recente beschikbare data zijn van 2013 en laten het volgende beeld zien:

Verdeling welvaart in Nederland (2013)

Eén van de eerste dingen die opvallen is dat ongeveer 20% van de huishoudens in Nederland een negatief vermogen heeft en behoorlijke concentraties aan de uiteinden van het welvaartsspectrum. Binnen deze groepen valt met name de groep die zowel in de laagste vermogensgroep als in de laagste inkomensgroep valt. Een laag inkomen en een schuld van gemiddeld anderhalve ton. Een behoorlijk uitzichtloze situatie.

Een ander opvallend punt is, is dat er een groep is met weinig inkomen en een hoog vermogen. Zoals Jesse Frederick bij Follow the Money laat zien, heeft dat (gedeeltelijk) te maken met wijze waarop het CBS de gegevens registreert. Terecht merkt hij op dat sommige inkomsten niet mee worden geteld door het CBS. Kanttekening daarbij is natuurlijk wel dat deze inkomsten leiden tot hogere vermogens en dus met enige vertraging wel in de vermogenscijfers terecht komen. Reden te meer dus om zowel naar inkomen als vermogen tegelijkertijd te kijken.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Volgende