Kees Duineveld

1 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Scores rekentoets zeggen niet alles over prestaties school

ANALYSE, DATA - Op 6 mei publiceerde het Ministerie van OCW een lijst met de gemiddelde scores op de rekentoets. Dat ging niet zonder slag of stoot, er was een WOB-verzoek van onderwijsjournalisten Ronald Buitelaar en Anja Vink voor nodig om publicatie af te dwingen. De spreiding van deze schoolgemiddelden ziet er als volgt uit:

schoolgemiddelden

Zou het kunnen zijn dat de kwaliteit van de leerlingenpopulatie van invloed is? De verdeling, maar dan zonder de categorale gymnasia, laat zien dat het schooltype nogal wat uitmaakt:

schoolgemiddelden-excatgym

De rechteruitloper van de grafiek is flink korter geworden. Op zich niet gek dat de categorale gymnasia beter scoren op de rekentoets dan brede scholengemeenschappen. Ze halen immers de top-leerlingen van de basisschool binnen. Maar dit is een nogal grove benadering. Beter is om te kijken naar de verschillen per schooltype.

Verschillen per schooltype

Het ministerie heeft ook de data per schooltype beschikbaar gesteld. Deze kun je echter niet zomaar met elkaar vergelijken omdat de rekentoets verschillende niveaus kent. Havo en vwo leerlingen krijgen toetsen op 3F-niveau terwijl vmbo-leerlingen een toets krijgen op 2F-niveau. Binnen het vmbo wordt er nog eens gecompenseerd voor het niveau door leerlingen van de gemengde en theoretische leerwegen een punt aftrek te geven en de leerlingen van de basis-beroepsleerweg een punt extra.

Foto: Images Money (cc)

Werknemers zijn de dupe

DATA - In twee eerdere stukken (1, 2) hebben we laten zien hoe de welvaartsongelijkheid toeneemt in Nederland. Hierbij waren vermogens- en inkomensgroepen het uitgangspunt. Nu een andere invalshoek: een vergelijking op basis van de belangrijkste bron van inkomsten van de Nederlandse huishoudens.

Hoe hebben de vermogensposities zich de afgelopen jaren ontwikkeld? De onderstaande grafiek laat een vergelijking zien tussen werknemers, ondernemers en gepensioneerden. Een kleine kanttekening vooraf is hierbij op z’n plaats. De CBS cijfers waarop we ons baseren geven het vermogen weer op basis van huishouden. Van elk huishouden is de belangrijkste bron van inkomsten geregistreerd, wat dus niet betekend dat dit de enige bron van inkomsten is. 3-vermogen-hoofdbronnen

Duidelijk is dat de werknemers de klappen krijgen in deze crisis. Het aantal huishoudens met loon als voornaamste inkomstenbron dat een negatief vermogen heeft, is bijna verdrievoudigd en in bijna alle andere vermogensklassen afgenomen. De werknemers zijn dus de dupe. De verdeling van gepensioneerden is daarentegen verbeterd. Gepensioneerden met een negatief vermogen zijn er bijna niet en in de andere vermogensklassen neemt het aantal huishoudens (licht) toe of blijft min of meer gelijk.

In de bovenstaande grafiek zijn, voor de overzichtelijkheid, niet alle huishoudens weergegeven. Hieronder een overzicht van huishoudens met een uitkering als voornaamste inkomsten bron.

Foto: Images Money (cc)

Hogere winstbelasting is nog niet zo’n gek idee

DATA - Eind januari werd het voorstel van de FNV om de winstbelasting te verhogen afgeschoten door zowel VVD-staatssecretaris Wiebes als door ondernemersclub VNO-NCW. Met als belangrijkste argument dat een lagere winstbelasting voor meer banen zorgt. Toch was dat niet zo’n gek idee.

Het argument van de FNV is dat bedrijven ook een eerlijke bijdrage moeten leveren aan allerlei voorzieningen. Over wat een eerlijke bijdrage is zullen de meningen nogal verschillen, zoals ook de reactie van VNO-NCW laat zien. Al we het woord eerlijk even achterwege laten, dan kunnen we prima kijken naar de bijdrage aan de belastingopbrengsten. Verdeeld over verschillende soorten belastingen, ziet de verdelingen van de belastinginkomsten er als volgt uit: 4-belastinginkomsten

Het is vrij duidelijk dat het aandeel van de vennootschapsbelasting is gedaald, terwijl het aandeel van de loon- en inkomstenbelasting is gestegen. Voor de duidelijkheid hieronder deze twee belastingen apart:

4-loon-vs-vennootsbelasting

Duidelijker kan het bijna niet: de overheidsinkomsten op basis van de loon- en inkomstenbelasting zijn bijna verdubbeld, de overheidsinkomsten op basis van de vennootschapsbelasting zijn amper toegenomen.

Het VNO-NCW ziet een verhoging om een aantal redenen niet zitten. Ten eerste stellen ze dat de omvang van het bedrag waarover winstbelasting wordt berekend groter is geworden. Prima, maar met diezelfde redeneertrant kun je ook beargumenteren dat de loon- en inkomstenbelasting dan omlaag moet. Vervolgens komen ze ook met het argument dat de BTW en andere belastingen zijn verhoogd. Nu klopt het dat die belasting door het bedrijfsleven wordt afgedragen aan de overheid, maar het is uiteindelijk de consument die de BTW betaald en niet het bedrijfsleven. We zijn geen fiscalisten, maar wat betreft die andere belastingen zou het ons niet verbazen als deze gewoon in de kostprijs worden doorberekend. In dat geval ligt ook dan de rekening bij de consument op het bord.

Foto: Images Money (cc)

Toename vermogensongelijkheid

DATA - De Volkskrant zoemt bij de analyse van de vermogensongelijkheid met name in op de rijkste 1% van Nederland. Voor een goede inschatting van veranderingen in vermogensongelijkheid geeft een focus op de rijkste 1 procent een (te) beperkte blik op de veranderingen.

Niet geheel verrassend heeft de crisis zijn sporen nagelaten in het totale vermogen van de Nederlandse huishoudens. Waar tot 2008 het totale vermogen nog groeide, is de omvang van het totale vermogen vanaf 2009 gestaag geslonken tot onder het niveau van 2006.

2-totaal-vermogen

Na een gestage daling tot 2012, versnelt de daling van het totale vermogen in 2013. De taart wordt dus kleiner. In onderstaande grafiek is het vermogen weergegeven van de verschillende vermogensgroepen. Zoals is te zien, is alleen van de rijkste tien procent het vermogen toegenomen ten opzichte van 2006.

2-vermogen-vermogensgroep

Van de overige groepen heeft in 2013 de op één na rijkste tien procent een vermogen dat slechts marginaal lager is dan het vermogen in 2006 terwijl bij alle andere groepen het vermogen in 2013 duidelijk lager is dan in 2006. Gecombineerd met de afname van het totale vermogen resulteert dit in toename van het aandeel in het totaal vermogen voor de hoogste vermogensgroep. Verder wordt duidelijk dat het overgrote deel van het vermogen in handen is van de rijkste twintig procent van de huishoudens in Nederland.

Foto: Images Money (cc)

Welvaartsongelijkheid in Nederland

DATA - Sinds Thomas Piketty zijn boek Capital in the Twenty-First Century heeft gepubliceerd, is er een discussie op gang gekomen over vermogens- en inkomensongelijkheid. Volgens oud-minister Willem Vermeend hebben we in Nederland helemaal geen ongelijkheidsprobleem.

Hoewel de inkomensongelijkheid laag is in Nederland (waar Vermeend zijn oordeel op baseert), is dat niet het geval met de vermogensongelijkheid. Gisteren bevestigde de Volkskrant nog eens dat de vermogensongelijkheid is toegenomen. Inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid vormen samen welvaartsongelijkheid. Het is dus van belang om zowel naar inkomen als vermogen te kijken en alsook de interactie tussen deze twee componenten. De meest recente beschikbare data zijn van 2013 en laten het volgende beeld zien:

Verdeling welvaart in Nederland (2013)

Eén van de eerste dingen die opvallen is dat ongeveer 20% van de huishoudens in Nederland een negatief vermogen heeft en behoorlijke concentraties aan de uiteinden van het welvaartsspectrum. Binnen deze groepen valt met name de groep die zowel in de laagste vermogensgroep als in de laagste inkomensgroep valt. Een laag inkomen en een schuld van gemiddeld anderhalve ton. Een behoorlijk uitzichtloze situatie.

Een ander opvallend punt is, is dat er een groep is met weinig inkomen en een hoog vermogen. Zoals Jesse Frederick bij Follow the Money laat zien, heeft dat (gedeeltelijk) te maken met wijze waarop het CBS de gegevens registreert. Terecht merkt hij op dat sommige inkomsten niet mee worden geteld door het CBS. Kanttekening daarbij is natuurlijk wel dat deze inkomsten leiden tot hogere vermogens en dus met enige vertraging wel in de vermogenscijfers terecht komen. Reden te meer dus om zowel naar inkomen als vermogen tegelijkertijd te kijken.

Periodieke veranderingen in temperatuur

DATA - Dat alleen een Siberische winter nog kan voorkomen dat 2014 het warmste jaar wordt sinds 1901, is inmiddels wel duidelijk. Twee andere recente recordjaren (2006 & 2007) en de stijgende wereldtemperaturen laten een duidelijke opwarming zien. Maar is deze opwarming ook gelijk verdeeld?

Om te bepalen wanneer de veranderingen in temperatuur het grootst zijn, hebben we eerst per dag in het jaar het gemiddelde genomen van de eerste 30 jaar van de temperatuurreeks van het KNMI (1901 – 1930). Onderstaande figuur laat voor iedere dag in alle jaren vanaf 1901 zien hoeveel de temperatuur afwijkt van de gemiddelde temperatuur van de periode 1901 – 1930.

Verandering gemiddelde dagtemperatuur (De Bilt)

Wat gelijk opvalt, is dat de opwarming niet gelijk over het jaar is verdeeld. Met name tijdens de lente en de herfst is het een stuk warmer geworden.

Een ander patroon met betrekking tot veranderingen in temperatuur is te zien bij de gemiddelde minimum en maximum temperaturen.

Verandering gemiddelde minimum en maximum temperatuur per jaar (De Bilt)

De 30-jarig voortschrijdende gemiddelden (zwarte lijnen) voor de gemiddelde minimum en maximum temperatuur per jaar (resp. blauw en rood) laten zien dat de gemiddelde minimum temperatuur geleidelijk stijgt, terwijl het voortschrijdend gemiddelde van de maximum temperatuur een flinke dip in de jaren 70 en 80 laat zien. Bovendien is het verschil tussen de oudste en meest recente waarde van het 30-jarig gemiddelde groter bij de minimum temperatuur dan bij de maximum temperatuur.