serie

Ongelijkheid en verkiezingen

Foto: Cary Bass-Deschenes (cc)

Wat willen partijen doen aan ongelijkheid? Deel 4: rechten

Het thema ongelijkheid kon in de afgelopen jaren op veel belangstelling rekenen. In aanloop naar de verkiezingen kijk ik wat partijen beloven te doen aan het verminderen van ongelijkheid. Deel 4: rechten.

Evenals onderwijskansen, inkomen en vermogen, is de mate waarin mensen zich effectief op hun rechten kunnen beroepen ongelijk verdeeld. De oorzaken moeten onder meer gezocht worden in (onbewuste) discriminatie of de ongelijke verdeling van hulpbronnen zoals geld en kennis die nodig zijn een beroep te kunnen doen op, bijvoorbeeld, rechtsbijstand of een bestaansminimum.

Op initiatief van de Orde van Advocaten verscheen vorige week een analyse van het rechtsstatelijk gehalte van 13 verkiezingsprogramma’s, waarin ook de bescherming van fundamentele rechten tegen het licht werd gehouden. Conclusie: vijf partijen doen voorstellen die ‘op gespannen voet staan met de rechtsstaat’. (Volgens mij zijn het acht partijen.)

Deze conclusie zal niet verbazen gezien een recent advies aan de Verenigde Naties, waarin 23 mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de mensenrechtensituatie in Nederland de afgelopen vijf jaar is verslechterd. ‘Ouderen en mensen met een beperking worden uitgesloten, de politie discrimineert stelselmatig, kwetsbare vluchtelingen worden slecht behandeld en de privacy van Nederlanders staat stevig onder druk.’ In het rapport worden 32 aanbevelingen gedaan. Sommige mensenrechtenschendingen raken (bijna) iedereen, andere inbreuken raken vooral kwetsbare groepen. Vanuit die gedachte zoom ik hier in op enkele van de aanbevelingen en kijk ik wat 16 partijen erover zeggen in hun verkiezingsprogramma’s (zie deel 1 voor verantwoording).

Foto: Low Jianwei (cc)

Wat willen partijen doen aan ongelijkheid? Deel 3: vermogen en wonen

Het thema ongelijkheid kon in de afgelopen jaren op veel belangstelling rekenen. In aanloop naar de verkiezingen kijk ik wat partijen beloven te doen aan het verminderen van ongelijkheid. Deel 3: vermogen en wonen.

In deel 3 van de serie kijk naar de vermogensongelijkheid en neem ik twee gerelateerde maatregelen mee die met wonen te maken hebben (zie deel 1 voor verantwoording). In het vorige deel schreef ik dat de inkomensongelijkheid niet zo spectaculair is (gestegen), maar voor vermogen ligt dat anders. De WRR laat zien dat de vermogensongelijkheid veel meer toenam en groter is dan de inkomensongelijkheid. De rijkste 10 procent Nederlanders bezit zo’n 60 procent van het vermogen, terwijl de helft van de Nederlanders geen vermogen heeft en de armste 10 procent zelfs een negatief vermogen (een schuld dus). De rijkste Nederlanders hebben naast het eigen huis nu meer vermogen dan ooit. Zie bijvoorbeeld ook deze grafieken over de impact van de crisis op het vermogen van de rijkste 10 procent versus de rest.

De (toenemende) vermogensongelijkheid wordt mogelijk nog onderschat omdat de gegevens die het CBS verzamelt onvolledig zijn. Anderen claimen dat de vermogensongelijkheid wordt overschat omdat de pensioenen niet worden meegerekend, hoewel betwist kan worden dat pensioenen echt vermogen zijn.

Foto: M. Jeremy Goldman (cc)

Wat willen partijen doen aan ongelijkheid? Deel 2: inkomen

Het thema ongelijkheid kon in de afgelopen jaren op veel belangstelling rekenen. In aanloop naar de verkiezingen kijk ik wat partijen beloven te doen aan het verminderen van ongelijkheid. Deel 2: inkomen.

In deel 2 van de serie kijk ik naar inkomensongelijkheid (zie deel 1 voor verantwoording). De bruto-inkomensongelijkheid is in de afgelopen decennia ‘drastisch toegenomen’, concludeert de WRR in 2014: ‘de laagste inkomens blijven over de 35 jaar grosso modo onveranderd, de hoogste inkomens stijgen met meer dan 60 procent.’ Vanwege herverdeling via belastingen en toeslagen blijft de inkomensongelijkheid in Nederland relatief laag. Leidse economen berekende dat tussen 1990 en 2000 ‘de ongelijkheid van primaire inkomens [is] toegenomen, maar die stijging is nagenoeg volledig afgevlakt door sociale uitkeringen en directe belastingen’. De WRR stelt echter dat de herverdelende werking van belastingen en premies is afgenomen, waardoor dus ook de netto-ongelijkheid toeneemt. De Leidse economen spreken echter tegen dat de rijken steeds rijker worden.

Genoeg ongelijkheid?

Over inkomensongelijkheid kun je dus twisten, maar we kunnen ook de vraag stellen of – ongeacht een toename en los van hoe het in andere landen is – Nederlanders nu van mening dat zijn de inkomensongelijkheid te groot is. Als veel mensen de huidige mate en vormen van ongelijkheid problematisch of onrechtvaardig vinden, dan is dat immers ook een reden er iets aan te doen.

Foto: Alan Levine (cc)

Wat willen partijen doen aan ongelijkheid? Deel 1: onderwijs

Het thema ongelijkheid kon in de afgelopen jaren op veel belangstelling rekenen. In aanloop naar de verkiezingen kijk ik wat partijen beloven te doen aan het verminderen van ongelijkheid. Deel 1: onderwijs.

Het boek van econoom Thomas Piketty en zijn bezoek aan de Tweede Kamer, een serie onderzoeken van de WRR en het SCP, zorgen van de Onderwijsinspectie, onthullingen over belastingontwijking, ophef over etnisch profileren, protest tegen bezuinigingen op de rechtsbijstand, en zo nog wat zaken: er werd in de afgelopen jaren weer volop gesproken over ongelijkheid en gepleit voor meer gelijkheid.

Ongelijkheid in verkiezingsprogramma’s

In een korte serie kijk ik wat politieke partijen willen doen aan het verminderen van ongelijkheid. Aan de hand van een aantal concrete problemen en maatregelen op het gebied van onderwijs, inkomen (deel 2), vermogen en wonen (deel 3) en rechten (deel 4) kijk ik wat partijen erover zeggen en in hoeverre ze maatregelen willen nemen die ongelijkheid zouden kunnen verminderen. Het moge duidelijk zijn dat partijen aan linkerzijde meer aan ongelijkheid willen doen dan rechtse partijen, maar ook dan de vraag: wat willen ze precies?

Mijn analyse heeft betrekking op 16 partijen: de 12 zittende partijen (inclusief DENK) plus vier nieuwe partijen: Forum voor Democratie (FvD), Nieuwe Wegen, de OndernemersPartij en VoorNederland (VNL). De 12 partijen die niet in alle kieskringen deelnemen laat ik buiten beschouwing.