Welvaartsongelijkheid in Nederland

Sinds Thomas Piketty zijn boek Capital in the Twenty-First Century heeft gepubliceerd, is er een discussie op gang gekomen over vermogens- en inkomensongelijkheid. Volgens oud-minister Willem Vermeend hebben we in Nederland helemaal geen ongelijkheidsprobleem. Hoewel de inkomensongelijkheid laag is in Nederland (waar Vermeend zijn oordeel op baseert), is dat niet het geval met de vermogensongelijkheid. Gisteren bevestigde de Volkskrant nog eens dat de vermogensongelijkheid is toegenomen. Inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid vormen samen welvaartsongelijkheid. Het is dus van belang om zowel naar inkomen als vermogen te kijken en alsook de interactie tussen deze twee componenten. De meest recente beschikbare data zijn van 2013 en laten het volgende beeld zien:

Nederlandse inkomens gestegen – maar niet echt op de manier waarop je hoopt

Het CBS:

In het eerste kwartaal van 2014 was het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens 0,2 procent hoger dan in het eerste kwartaal van 2013. Het is de eerste toename in twee jaar tijd.[…]

Het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen en bestaat behalve uit lonen nog uit andere inkomenscomponenten, zoals uitkeringen, inkomens van zelfstandigen en inkomens uit vermogens. De stijging van het inkomen komt deels door een toename van de inkomens uit vermogens, zoals dividenden. Daarnaast namen ook de ontvangsten aan sociale uitkeringen en de inkomens van zelfstandigen iets toe. De toename van de totale loonsom was zeer bescheiden. Dit hangt onder meer samen met de afname van het aantal banen. Gecorrigeerd voor de inflatie nam de loonsom zelfs af.

Foto: Euro Realist Newsletter (cc)

Wie zijn Henk en Ingrid eigenlijk?

ANALYSE - Het lijkt erop dat Henk en Ingrid, niet alleen in Nederland maar ook in andere West-Europese landen, de verliezers van het globaliseringsproces zijn, vindt Matthijs Rooduijn.

Er is de laatste maanden veel geschreven over de samenwerking tussen de PVV en radicaal rechtse zusterpartijen als het Front National in Frankrijk, de United Kingdom Independence Party (UKIP) in het Verenigd Koninkrijk en de Lega Nord in Italië. Onlangs heeft de PvdA de aanval op deze partijen ingezet. Met een speciale website, getiteld devriendenvanwilders.eu, probeert de partij kiezers over te halen niet op de PVV te stemmen.

Ook de ‘lijsttrekker’ van de fractie van de sociaaldemocratische partijen in het Europees Parlement, Martin Schulz, is niet zo blij met het succes van radicaal rechts. Hij zei dat deze partijen haat voorstaan en noemde het ondenkbaar dat er straks een nazipartij in het Europees Parlement zit die propaganda maakt voor Adolf Hitler. Of dit een goede strategie is valt te betwijfelen. Maar vooral laten deze acties en uitspraken van de sociaaldemocraten zien hoe het publieke debat over het succes van radicaal rechts een sterk veroordelende ondertoon heeft en bovendien puur en alleen gaat over de partijen zelf.

In plaats van radicaal rechts tot vervelens toe te veroordelen is het voor gevestigde partijen misschien een beter idee om eens te proberen te begrijpen waar het succes van Wilders en de zijnen eigenlijk vandaan komt. Een goed begin is dan wat langer stil te staan bij de vraag wie nu eigenlijk de mensen zijn die op radicaal rechts stemmen en waarom ze dat doen. Het zijn uiteindelijk immers de kiezers die bepalen hoe succesvol radicaal rechtse partijen zijn. Om het succes van deze partijen te begrijpen zullen we, in andere woorden, moeten uitzoeken wie Henk en Ingrid zijn.

Foto: Tax Credits (cc)

Rijken worden weer rijker in Nederland

DATA - Slecht nieuws, het totale vermogen van mensen in Nederland is gedaald van 2011 naar 2012. Maar dit nieuws verhult een ander verhaal. De rijkste 20% van Nederland had in 2009 75,5% van het vermogen in handen. In 2012 was hun aandeel gestegen naar 80,5%. De rest van Nederland werd armer.

Vermogen volgens CBS is het totaal van bezittingen en schulden. Sinds 2008 is er nogal wat vermogen verdwenen, met name door de daling van huizenprijzen. Ook de rijken hebben vermogen verloren sinds 2008. Maar niet ten opzichte van 2006.

Maar belangrijker, het aandeel van de rijkste 40% van de bevolking in het vermogen is sinds 2008 gestegen van 96% naar 99%.

vermogen_nl_top4_475

“Rijk” is een relatief begrip. Rijk ben je ten opzichte van anderen. Als iedereen 100 euro heeft, is niemand rijk. Als er een iemand een euro meer heeft, valt dat niet echt op. Maar als iemand 2 of 200 keer zoveel heeft, dan is hij of zij rijk. En als een minderheid van de bevolking vrijwel al het vermogen heeft, dan zijn de verhoudingen scheef.

Een andere manier om dit te illustreren:
Vermogen_10proc_2012_475

De verdeling naar groepen is eenvoudig. Neem alle gezinnen in Nederland en deel die op in 10 even grote groepen. In de eerste groep de mensen met het minste vermogen. In de laatste groep de mensen met het meeste vermogen.
In de bovenste grafiek kan je zien dat de rijkste 10% ongeveer 714 miljard euro aan vermogen heeft. Dat zijn 741.000 gezinnen die dus gemiddeld allemaal iets minder dan een miljoen hebben.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Thomas Piketty: ‘Ongelijkheid is gevaarlijk’

INTERVIEW - Krijgt het kapitaal krijgt (weer) de schuld? In zijn boek “Capital in the twenty-first century” over de toenemende financiële ongelijkheid, voorspelt de Franse econoom Thomas Piketty dat de gevolgen daarvan desastreus zijn, vooral voor arme landen. Maar in somberheid vervallen hoeft niet. ‘Mijn data laten juist zien dat ongelijkheid geen natuurwet van het kapitalisme is,’ zegt hij in een interview met OneWorld.

Foto: klokwerk (cc)

Is het basisinkomen betaalbaar?

ANALYSE - Een basisinkomen voor iedereen is alleen te betalen als het inkomen op een bestaansminimum (vergelijkbaar met het bijstandniveau) ligt.

In eerdere bijdragen in deze serie over het onvoorwaardelijk basisinkomen is lovend geschreven over dit idee. Een belangrijke vraag moet echter nog wel beantwoord worden: is het ook betaalbaar? Ik heb een representatief voorstel  voor invoering van het basisinkomen nagerekend. Hoewel het moeilijk is om exact te voorspellen wat er met de economie gebeurt als je een dergelijke grote verandering doorvoert, is het toch goed om te doen: het dwingt je om je aannames expliciet te maken.

De Aannames

Op basis van de voorstellen die er liggen heb ik de volgende drie essentiële aannames over het basisinkomen geïdentificeerd:

Aanname 1. Het basisinkomen is onvoorwaardelijk. Ik weet dat het onderdeel uitmaakt van de naam, maar ik wil dit aspect nogmaals benadrukken. Het gaat erom dat het basisinkomen losgekoppeld is van het wel of niet verrichten van arbeid en van andere persoonlijke omstandigheden. Het wordt zonder meer uitgekeerd aan alle burgers en iedereen heeft recht op hetzelfde bedrag. Alleen dan is het mogelijk om de bureaucratie die nu nodig is om het huidige uitkeringsstelsel draaiend te houden af te schaffen. Het is dan niet meer nodig om te bepalen of iemand wel recht heeft op een uitkering en hoe hoog die uitkering moet zijn.

Foto: Sharon Drummond (cc)

Wat brengt onderwijs op?

DATA - Kan je de opbrengsten van onderwijs in geld uitdrukken? En zo ja, helpt dat dan in de discussie over studiefinanciering? Een recente publicatie levert relevante inzichten.

Beleidsrapporten en statistiek zijn nooit neutraal, al is het alleen maar om wat er niet wordt onderzocht. Van Bijsterveld besloot in 2010 dat het geen zin heeft om “zwarte” en “witte” scholen apart te behandelen, omdat segregatie in grote steden een feit is, ook op basis van de samenstelling van de wijken. Daarmee verdwenen ook de statistieken hierover. Een ander voorbeeld is “bevoegdheid”, dat sinds 2008 niet meer wordt bijgehouden; een veel onduidelijker criterium “bevoegdheid” kwam er voor in de plaats.

Maar er verdwijnen niet alleen statistieken, er komen er ook bij. Zo is in het rapport “Trends in Beeld 2012” van OCW sinds enkele jaren het begrip “Net Present Value” opgenomen (zie grafiek 1.101 op p. 68). Een indicator van de OECD die aangeeft hoeveel het volgen van een opleiding oplevert voor het individu en de maatschappij. Voor een hogere opleiding is dat ongeveer 100k. Een mooie prelude voor het sociaal leenstelsel.

Ik zocht naar meer grafieken hierover en kwam al snel uit bij een blog van Bas Jacobs, die met diverse bekende economen (Rick van der Ploeg, Sweder van Wijnbergen) heeft gepubliceerd over alternatieve vormen van studiefinanciering. Hij is al jaren voorstander van een sociaal leenstelsel, dat ook met succes is ingevoerd in Australië. Het heeft daar geen negatieve gevolgen gehad voor de toegankelijkheid.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Feiten en fabels | VVD en inkomstenbelasting

De VVD komt op voor de hoge inkomens en hun recht op hypotheekaftrek. Maar bij de motivatie gaat het een beetje mis. De getallen kloppen niet en geven door de formulering een verkeerd beeld.

Het betreft hier dit stuk over een voorstel van de VVD over een volledig vrije huurmarkt. In het interview hierover komt dit bijzondere stuk voor:

Maar die aftrek is toch net zo marktverstorend als de subsidie op de huurmarkt?

“Je kunt het niet vergelijken. De huursubsidie is bedoeld voor mensen die het niet kunnen betalen. Bij de koopmarkt moet je het terugvoeren tot de inkomstenbelasting. Die is in Nederland het hoogst. De inkomens boven de 65.000 euro betalen 90 procent van alle inkomstenbelasting.”

De redenering kan ik niet volgen. Maar de laatste zin is duidelijk een feitelijke uitspraak. En die moet je dus kunnen reproduceren.

Dat lukt helaas niet helemaal.

Dit komt ten eerste door de uitspraak “de inkomens”. Ik kan namelijk nergens een overzicht vinden waarin de verdeling van inkomen naar personen staat EN de geheven inkomstenbelasting. We moeten het dus doen met wat wel achterhaalbaar is, inkomen per huishouden.

Wat staat hierboven? Alle huishoudens met een inkomen in 2009 zijn in tien even grote groepen verdeeld. Dus iedere groep bevat evenveel huishoudens (ongeveer 750 duizend). Ze zijn gegroepeerd naar gezamenlijk inkomen voor dat huishouden. Dus de 10% huishoudens met de minste inkomsten zitten onderin het lijstje, de huishoudens die de meeste inkomsten hadden bovenin.
Ter indicatie staat erbij wat het gemiddelde bruto inkomen was voor die huishoudens (tweede kolom).

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Vorige Volgende