‘Elite weet geen antwoord op populisme’
Volgens een TNS Nipo enquête in opdracht van de Volkskrant onder vierhonderd invloedrijke Nederlanders ‘heeft de elite geen antwoord op het populisme’. Wel ziet ruim driekwart van deze groep -die bestaat uit CEO’s, wetenschappers, topambtenaren, bankiers, (oud-)politici en cultuurpausen- de opkomst van het populisme als een groot probleem. Zo schaadt de beweging van Wilders de reputatie van Nederland in het buitenland. Maar een antwoord op dit gevaarlijke populisme heeft de elite niet, aldus de Volksrant.
Persoonlijk vind ik het gebruik van het woord ‘elite’ in de Nederlandse poldercontext nogal overdreven. Wilders creëert zelf maar al te graag het beeld van een onbereikbare kliek die de zaakjes onderling verdeelt. Maar wie naar de lijst Invloedrijkste Nederlanders kijkt (waaronder de enquête is gehouden) ziet ook genoeg mensen die gewoon met hard werken en een goed stel hersenen de top hebben bereikt. Daar komt bij dat tot nu toe niemand de oplossing voor de opkomst van het populisme heeft gevonden. Dat komt mijns inziens omdat het zo uitgekauwde causale verband met mogelijke oorzaken: immigratie, onveiligheid op straat en regenteske politiek in feite veel minder belangrijk is. Het merendeel van de PVV aanhang woont immers niet tussen de allochtonen, Nederland is geen onveilig land en de PVV fractie heeft zelf aangetoond dat iedereen ongeacht competentie en achtergrond mag meebesturen.
In een digitaal onbegrensde wereld is identiteit eens temeer een kernopgave van staten, gemeenschappen, instituties en individuen. De ‘power of identity’ valt moeilijk te overschatten. Een saillant voorbeeld daarvan betreft een uitspraak van prinses Maxima in 2008 dat ze de Nederlandse identiteit had gezocht, maar niet had gevonden. Ze deed die bij de presentatie van een rapport dat, subtiel,
It is “interesting” how discussions of crime and punishment vary based on the social classes of offenders.
Waarom is men zoveel kwader op WikiLeaks dan op elkaar? Om dat te begrijpen moeten we twee soorten waarheid van elkaar onderscheiden. De ene is draaglijk en de andere niet.
Met het krijgen van kinderen komt ook de goede raad. Familie en vrienden vertellen wat je moet doen en laten, waarna je al dat advies beleefd laat verstoffen. Voor de onzekere ouder staat ook een online leger klaar om op alle boertjes-, voeding- en slaapvragen antwoord te verschaffen. Populair zijn ook de hulpboeken, meestal geschreven in een quasi-grappig toontje. Ik heb me ook aan een paar gewaagd, maar na adviezen als ‘vader, zorg dat je genoeg eten in de vriezer hebt, want mama kan voorlopig niet koken’ haakte ik snel af. Uiteraard hebben wij ook het min of meer verplichte
Weet u het nog, voor welk een duivels dilemma we geplaatst werden bij het referendum over de Europese Grondwet? Als we niet voor stemden, zo waarschuwde het kabinet bij monde van Laurens Jan Brinkhorst, dan zou het licht uitgaan in Europa. Zouden we wel voor stemmen, dan zou Nederland volgens de SP verzwolgen worden door de Noordzee. En dus stemden we tegen, want wat heb je aan licht als je verzuipt? Dat brengt alleen maar kortsluiting.
Gisteravond zat ik voor het eerst sinds tien, vijftien jaar weer eens in de bus naar Obbicht.
De Britse socioloog Anthony Giddens was jarenlang dé lieveling van sociaal-democraten in Europa en van Bill Clinton aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. New Labour, het Paarse kabinet, de Duitse sociaal-democraten onder Schröder, Lionel Jospin, allemaal dweepten ze met zijn sociaal-democratische Third Way in de hand. Kok voorop. Hij mocht zelfs bij Clinton langskomen om uit te leggen hoe ons ‘poldermoddol’ het neo-liberalisme en sociaal-democratie zo knap wisten te verenigen.