COLUMN - van Mariken A.C.G. van der Velden en Bert N. Bakker
De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 in Gorinchem trokken landelijke aandacht nadat de verkiezingsuitslag ongeldig was verklaard vanwege onregelmatigheden. Als gevolg daarvan gingen inwoners op 29 april opnieuw naar de stembus.[1] Een herverkiezing is ongebruikelijk [2], maar niet per definitie een teken van systeemfalen. De kwestie in Gorinchem laat juist zien welke rol zelfcorrectie, procedurele transparantie en publieke percepties spelen in het functioneren van democratische verkiezingen.[3] Daarmee raakt de casus aan bredere vragen over democratisch vertrouwen, verkiezingsintegriteit en democratische weerbaarheid.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het vermogen tot correctie een centrale pijler van democratische legitimiteit is (zie Norris, 2014; Levi et al., 2009). Niet de afwezigheid van fouten onderscheidt een robuuste democratie, maar de manier waarop instituties reageren wanneer fouten aan het licht komen. Juist zichtbare correctieprocedures kunnen bijdragen aan vertrouwen in verkiezingen en bestuur.
Toen de onregelmatigheden in Gorinchem aan het licht kwamen, werd de gebruikelijke procedure in werking gezet: de signalen werden onderzocht, de bevindingen bevestigd en de gemeenteraad besloot op 31 maart de uitslag ongeldig te verklaren en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Deze gang van zaken laat zien hoe de formele waarborgen van het Nederlandse verkiezingssysteem in de praktijk functioneren. Uit onderzoek naar institutioneel vertrouwen weten we dat juist dit soort zichtbare, transparante interventies vertrouwen kan ondersteunen (zie Norris, 2014; Levi et al., 2009). Bestuurders vrezen misschien dat het erkennen van fouten of het ongeldig verklaren van een uitslag het vertrouwen schaadt, maar empirisch zien we eerder het tegenovergestelde. Waar het proces zichtbaar corrigeert, wordt duidelijk dat de spelregels daadwerkelijk worden gehandhaafd. Het alternatief — twijfels laten circuleren of problemen niet benoemen — is op langere termijn schadelijker voor de geloofwaardigheid van het proces dan het herstellen van een fout zelf.
Tegelijkertijd bestaat er reden tot zorg over de mogelijkheid dat de verkiezingsfraude in Gorinchem een eigen leven gaat leiden in het collectieve geheugen. Onderzoek van Kevin Arceneaux en Rory Truex (2023) naar de nasleep van ongefundeerde fraudeclaims bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 laat zien hoe hardnekkig dergelijke verhalen kunnen zijn. Eenmaal gezaaide twijfel over verkiezingsintegriteit blijkt moeilijk te weerleggen, zelfs wanneer claims aantoonbaar onjuist zijn. Mensen die geneigd zijn wantrouwen te koesteren jegens politieke instituties vinden in fraudeverhalen bevestiging van hun wereldbeeld.
De situatie in Gorinchem is wezenlijk anders dan de Amerikaanse casus: in Gorinchem was wél sprake van fraude, die wél correct werd vastgesteld en gecorrigeerd. Toch bestaat het gevaar dat het incident wordt geïnstrumentaliseerd door actoren die baat hebben bij het ondermijnen van vertrouwen in het electorale systeem. De redenering “als het in Gorinchem kon gebeuren, waarom dan niet elders?” is retorisch krachtig, ook al is zij logisch zwak, en kan bijdragen aan langdurige twijfel over de integriteit van verkiezingen.
Die gevoeligheid voor twijfel bestaat tegen een bredere maatschappelijke achtergrond. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2023 laat zien dat veel Nederlanders zich zorgen maken over politiek en bestuur. Tegelijkertijd laat voorlopig onderzoek van Matthijs Rooduijn, Honorata Mazepus en Bert Bakker zien dat Nederlandse kiezers veel steun hebben voor de liberale democratie (Rooduijn, Mazepus & Bakker, 2024). Vrijwel alle deelnemers aan de studie vinden dat burgers het recht moeten hebben hun volksvertegenwoordigers te kiezen door middel van vrije en eerlijke verkiezingen. Hoewel deze bevindingen niets zeggen over inwoners van Gorinchem specifiek, onderstrepen zij wel hoe fundamenteel verkiezingsintegriteit voor veel Nederlanders is.
Die toewijding aan de democratie blijkt bovendien behoorlijk sterk. Kevin Arceneaux, Bert Bakker, Sara Hobolt en Catherine de Vries (2026) onderzochten in hoeverre burgers tijdens de COVID-19-crisis bereid waren democratische rechten in te leveren. Hoewel burgers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten tijdens de pandemie soms openstonden voor ingrijpende gezondheidsmaatregelen, bleek de steun voor fundamentele democratische rechten opvallend sterk. Vooral voorstellen die direct raken aan de kern van de democratie, zoals het uitstellen van verkiezingen of het beperken van het recht op protest, konden op weinig steun rekenen. De auteurs concluderen dan ook dat er sprake is van een “opmerkelijke weerstand tegen anti-democratische beleidsmaatregelen”.
Juist vanuit dat perspectief is de kwestie rond de verkiezingsfraude in Gorinchem relevant. Wanneer twijfel ontstaat over de eerlijkheid of integriteit van verkiezingen, raakt dat aan een democratisch principe dat burgers van fundamenteel belang vinden. Een herverkiezing is daarom niet alleen een procedurele of juridische correctie, maar ook een manier om de legitimiteit van het verkiezingsproces zichtbaar te herstellen.
Daarbij riep de timing van de herverkiezingen tijdens de meivakantie vragen op over procedurele eerlijkheid: de mate waarin burgers het proces als eerlijk ervaren. Een lagere opkomst vanwege vakantieplannen zou de legitimiteit van de nieuwe raad kunnen aantasten — niet juridisch, maar wel in de perceptie van kiezers. Die kritiek is begrijpelijk, al moet zij in perspectief worden geplaatst. Elke alternatieve datum zou eigen bezwaren hebben gekend, terwijl langdurig uitstel weer andere democratische kosten met zich mee zou brengen.
De discussie laat vooral zien dat democratische procedures om meer draaien dan de letter van de regels. De perceptie van eerlijkheid roept vragen op over wie mag meedoen, wanneer en onder welke omstandigheden. Die vragen zijn minstens zo belangrijk als formele correctheid. Bestuurders die denken dat het volgen van de procedure voldoende is, onderschatten daarmee de symbolische dimensie van democratie.
In bredere context ontstaat echter een gematigd optimistisch beeld. Onderzoek laat consistent zien dat grote meerderheden van de Nederlandse bevolking vrije en eerlijke verkiezingen als essentieel beschouwen voor het functioneren van de democratie (Rooduijn, Mazepus & Bakker, 2023). Tegelijkertijd zien we een toenemende politisering van democratische principes zelf. Opvattingen over onderwerpen als verkiezingsintegriteit, checks and balances en de liberale democratie raken steeds sterker verweven met de culturele conflictlijn in de Nederlandse politiek (Rooduijn, Mazepus & Bakker, 2023). Daarbij verwijten verschillende politieke groepen elkaar regelmatig de democratische spelregels onvoldoende te respecteren.
Juist in zo’n context wordt zichtbaar en geloofwaardig institutioneel handelen extra belangrijk. Tegen die achtergrond was snel en transparant ingrijpen na de fraude in Gorinchem vermoedelijk de beste strategie voor het behoud van vertrouwen. Juist door snel en zichtbaar te corrigeren, liet het Nederlandse verkiezingssysteem zien dat democratische procedures ook functioneren wanneer zij onder druk komen te staan.
[1] Binnenlands Bestuur, 27 maart 2026, Gorinchem doet aangifte van verkiezingsfraude;
Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, 16 april 2026, Gorinchem opnieuw naar de stembus na vermoedens van fraude;
[2]het AD )betaalmuur), 30 maart 2026, Herstemming is niet uniek herstemming vanwege mogelijke verkiezingsfraude wél;
[3]Kiesraad, 23 april 2026, Landelijk overzicht uitslagen gemeenteraadsverkiezingen beschikbaar
Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Mariken van der Velden is hoogleraar Politiek & Media bij de afdeling Communicatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Bert Bakker is Universitair Hoofddocent Politieke Communicatie aan de Amsterdam School of Communication Research (UvA).
Referenties:
Arceneaux, K., & Truex, R. (2023). Donald Trump and the lie. Perspectives on Politics, 21(3), 863-879.
Arceneaux, K., Bakker, B. N., Hobolt, S. B., & De Vries, C. E. (2026). Support for liberal democracy in times of crisis: Evidence from the COVID-19 pandemic. European Journal of Political Research, 65(1), 286-305.
Levi, M., Sacks, A. & Tyler, T. (2009). “Conceptualizing Legitimacy, Measuring Legitimating Beliefs.” American Behavioral Scientist, 53(3), 354–375.
Norris, P. (2014). Why Electoral Integrity Matters. Cambridge: Cambridge University Press.
Rooduijn, M., Mazepus, H. & Bakker, B.N. (2023). “De democratie staat onder druk, maar Nederlanders blijven haar steunen.” Stuk Rood Vlees. https://stukroodvlees.nl/liberale-democratie-als-onderdeel-van-de-politieke-strijd/
Sociaal en Cultureel Planbureau (2023). Burgerperspectieven 2023. Den Haag: SCP.
Reacties (8)
Dit klopt niet: er is niet vastgesteld dat er sprake is geweest van fraude. Er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is geweest van het ronselen van stempassen, er is aangifte gedaan en het OM is een onderzoek gestart, maar daar is nog geen uitkomst van bekend.
En daarmee hebben we ook het probleem van dit artikel te pakken: allerlei algemeenheden en verwijzingen naar ander onderzoek, maar de casus die de aanleiding vormt wordt niet goed onderzocht en daardoor niet correct weergegeven. En wat zijn je conclusies op basis van deze casus dan waard?
Zonde, want er is wel degelijk veel interessants te bekijken naar aanleiding van deze casus. Vooral als het gaat om de lage drempels die er zijn om via een stempas iemand anders voor jou te laten stemmen. Dit is namelijk niet de eerste keer dat er in Gorinchem vermoedens zijn van ronselen met stempassen, en ook is dit zeker niet de enige gemeente waar dit speelt. Waarmee ik niet wil zeggen dat overal waar veel met stempassen gestemd is sprake is van ronselen. Maar durven we onze handen in het vuur te steken dat het altijd helemaal goed gaat? We weten het niet goed, en dat is een probleem.
Zou het kunnen dat je de aanleiding en het eigenlijke onderwerp van dit artikel met elkaar verwart?
Dat lijkt me niet.
De casus Gorinchem is niet een aanleiding, maar wordt gebruikt als voorbeeld voor het brede punt. Dan moet de beschrijving van het voorbeeld wel kloppen.
En ook jij kan het niet anders met mij eens zijn dan dat er anders dan de auteurs van het artikel zeggen daadwerkelijke fraude (nog) niet is vastgesteld in Gorinchem.
Dat weet ik niet. Ik weet namelijk onvoldoende van de details om daar al te stellig iets over te beweren.
En het is maar de vraag of het strafrechtelijk onderzoek daar hét criterium is. Zo’n strafrechtelijk onderzoek draait immers vooral om de vraag of er specifieke personen aan te wijzen zijn als schuldige. De meeste onderzoeken van het OM beginnen pas na de vaststelling van een strafbaar feit. (Ik bedoel: als er op straat iemand wordt neergeschoten hoef je ook geen onderzoek van het OM af te wachten om te kunnen stellen dat er een misdaad is gepleegd.)
Het zou dus kunnen dat die formulering wat zorgvuldiger had gekund, maar zeker weten doe ik dat niet. Ik vind het in elk geval zwaar overdreven om op basis daarvan dit hele verhaal te beoordelen. Omdat die casus in Gorinchem wel degelijk aanleiding is en niet het onderwerp van het artikel. Het echte onderwerp is namelijk veel breder, zoals oplettende lezers al op kunnen maken uit de titel.
Ik zou zeggen: ga op zoek, en je ontdekt dat ik gelijk heb. Er is geen fraude vastgesteld, niet juridisch, niet bestuurlijk.
Wat er wel is: sterke signalen dat er door een aantal kandidaten in de Turkse gemeenschap stemmen geronseld zijn, zoals eigenlijk ook bij eerdere verkiezingen gebeurde. Dat weten we door enkele journalistieke artikelen (en de gemeente heeft daarnaast nog interen bronnen uiteraard). Maar met deze journalistieke verhalen heb je nog niet vastgesteld dat daadwerkelijk de wet is overtreden, daarvoor is meer nodig. Dat onderzoek loopt nog.
De verkiezingen in Gorinchem zijn dan ook niet overgedaan omdat er fraude is geconstateerd, maar omdat het zuivere verloop van de verkiezingen door de sterke signalen niet meer gegarandeerd kon worden. De raad heeft een politieke afweging gemaakt (met 1 stem verschil) dat het beter was de twijfel weg te nemen door nog een keer naar de stembus te gaan dan deze onzekerheid te laten bestaan. Dat heeft goed uitgepakt (door de hoge opkomst en vrijwel gelijke uitslag), maar had ook anders kunnen uitpakken.
Het CDA Gorinchem legt het dilemma op basis van de op dat moment bekende feiten goed uit:
https://www.cda.nl/zuid-holland/gorinchem/nieuws/toelichting-standpunt-cda-gorinchem-op-de-stemfraude/
De verkeerde voorstelling van zaken werkt door in de rest van het artikel. Neem deze zin:
“Tegelijkertijd bestaat er reden tot zorg over de mogelijkheid dat de verkiezingsfraude in Gorinchem een eigen leven gaat leiden in het collectieve geheugen”
Een terechte zorg, maar één waar de auteurs zelf aan meewerken door hun verkeerde voorstelling van wat er in Gorinchem gebeurd is. De meeste media doen het beter door het consequent te hebben over ‘vermoedens van’ fraude. Ironisch
Je begrijpt me niet helemaal, geloof ik. Natuurlijk heb ik de berichten in de media ook gelezen en weet ik dus in grote lijnen wat er is gebeurd. Je vertelt me dus niks nieuws.
Het artikel bevestigt weer eens dat het niet moeilijk is verdachtmakingen in de wereld te helpen, veel mensen zijn zeer goedgelovig.
Een van de remedies is het stemproces volledig open te laten verlopen zodat de leek kan zien én begrijpen én zelf controleren hoe de einduitslag tot stand komt.
Iedereen die roept dat het proces via internet of computers moet verlopen omdat dat nu eenmaal modern is en omdat je dan op de verkiezingsavond om 21:05 al naar bed kunt, want dan is de uitslag meteen bekend, die mensen moet je meteen als verdachte van poging tot verkiezingsfraude noteren.
sommige mensen zijn natuurlijk verblind door het gemak dat de computer biedt, en te dom om te snappen dat fraude zo veel makkelijker wordt.
Zulke mensen denken ook dat AI de problemen in de zorg op gaat lossen.