Het Sailliant | Waar blijven de rode vaandels?
Ongecontroleerd en schaamteloos kapitalisme hebben de wereldeconomie in een diepe crisis gestort, en er lijkt geen oplossing in zicht. Maar waar praat Nederland over? Chocomelknoeiende Marokkanen in Gouda en dronken meppende kamerleden. Wordt het niet eens tijd dat socialistische partijen laten zien waarvoor ze eigenlijk bestaan? Revolutie potverdrie!
Wat opviel aan de crimi-enquete die onze Tweede Kamer deze week opgelegd kreeg door de chantagejournalistiek van RTL: ieder kamerlid vulde braaf een formuliertje in. De enige die dat niet deed was Hero Brinkman (kudoos voor hem). Maar verder protesteerde niemand tegen een debiele poging om de privacy van kamerleden te grabbel te gooien. Zorgwekkend.
Maar er was nog wat anders: het is duidelijk dat met het vertrek van Krista van Velzen uit de Tweede Kamer er een bloedeloos, non-activistisch links is overgebleven. Is er nou helemaal niemand bij die SP, PvdA of GroenLinks-fractie gearresteerd bij een protest, het gooien van verfbommen, ophitsing, muiterij of belediging van een ambtenaar in functie? Je kan veel zeggen van die PVV-ers, maar hun justitieverleden past perfect bij het beeld dat er van hun partij bestaat. En als je een beeld hebt van links als zacht pratende, weldenkende middenklasse zonder ruggegraat of vuile handen die nooit “vol op het orgel” gaat, dan klopt dat ook best aardig.
Een ethische robot.
Nu het neoliberalisme in ons land leidend is geworden vraag ik mij af hoe je in deze tijd een kind het beste kunt voorbereiden op de toekomst. De kans is groot dat onze kinderen niet langer kunnen vertrouwen op de vangnetten van de verzorgingsstaat. Moeten we daarom onze kinderen daarom extra stimuleren om sociaal en solidair met zwakkeren te zijn? Of moeten we ze leren om juist voor hun eigen hachje te zorgen?
Dat blijkt volgens mij uit het net gepubliceerde
Via WWNorton Sociology on
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg heeft zich de afgelopen jaren ontpopt tot een allesverslindend monster dat zonder enige legitimiteit talloze nationale wetten en regelingen buiten werking stelt. Democratisch tot stand gekomen asiel- en immigratiebeleid, de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst, eventuele grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, maar ook regels over huiszoeking en politieverhoor en de inrichting van het openbaar onderwijs: dit alles kan in laatste instantie niet meer door de Tweede Kamer – en daarmee door de Nederlandse bevolking – worden bepaald. Het Hof in Straatsburg beslist.
Op korte tijd verschenen twee boeken over de sport in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eén populair en onvolledig van Ad van Liempt en Jan Luitzen,
Swijtink vertelt ook over de sportbetrekkingen tussen Nederland en Duitsland voor, tijdens en na de oorlog: er werden vraagtekens gezet bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, maar uiteindelijk gingen bijna alle sporters ernaar toe. Tinus Osendarp, toen de snelste blanke sprinter, werd twee keer 3e, op de 100 en de 200 m, telkens achter twee zwarte Amerikanen. Op het podium stond hij dus naast Jesse Owens, die vier medailles won. Hitler feliciteerde hem niet, maar hij deed dat bij bijna geen enkele winnaar, nadat het I.O.C. hem verplicht had iedereen of niemand te feliciteren.