Als ‘borstvoeding’ de vraag is, is ‘fles’ geen antwoord

De blogpost van Sabine Roeser over borstvoeding heeft veel losgemaakt. Vandaag een nieuwe reactie, dit keer van columniste Gabriëlle Jurriaans. Toen ik was bevallen van mijn tweede zoon dacht ik wel te weten hoe ik moest borstvoeden. Met ruim drie jaar borstvoedingservaring op zak zou het dit keer een eitje worden. De eerste 24 uur nadat mijn kind geboren was, zag ik echter geen kraamhulp of vroedvrouw meer. Toen was het leed al geleden: zoonlief weigerde de borst en wij zaten met een borstvoedingsprobleem. In Nederland wordt op alle fronten gekort op zorg en welzijn. Bezuinigingen hebben directe gevolgen voor miljoenen Nederlanders en dus ook op de zorg rondom borstvoeding. Daarom is de opmerking van Sabine Roeser -dat borstvoeding soms mislukt 'ondanks al die hulp'- merkwaardig. In die eerste uren na de geboorte van een baby staat er zelden een lactatiekundige aan het kraambed, terwijl dat moment nu juist zo cruciaal is. Lactatiekundigen kunnen je vertellen hoe frustrerend het is dat zij vaak achter de feiten aan moeten lopen. De druk om borstvoeding te doen slagen, ligt bij verpleegsters, kraamverzorgers en vroedvrouwen. Dat zijn nu net vakgebieden die geteisterd worden door een chronisch hoge werkdruk. Als er überhaupt al voldoende kennis en ervaring over borstvoeding bij hen aanwezig is.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

10.613 mensen jarig op 29 februari

DATA - Op dit moment zijn er 10.613 mensen in leven die op schrikkeldag geboren zijn. Van de mensen die op 29 februari 1912 geboren zijn, zijn er nu nog 5 in leven. Zij worden officieel geen 100, maar 25. Op de laatste schrikkeldag, in 2008, zijn er 481 baby’s geboren. In de afgelopen vijftien schrikkeljaren, sinds 1940, zijn op 29 februari gemiddeld 560 kinderen geboren. Dat is iets hoger dan het normale gemiddelde dat rond de 540 ligt.

Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Trouwen op schrikkeldag

Stellen grijpen schrikkeldag massaal aan om te trouwen. Op de laatste schrikkeldag, in 2008, vonden er 450 huwelijkssluitingen plaats. Zoveel trouwerijen vonden er nooit eerder plaats op een schrikkeldag. Op een gewone doordeweeksedag in februari stappen veel minder mensen in het huwelijksbootje, gemiddeld vinden er 130 trouwerijen plaats. Geteld vanaf schrikkeldag 1944, vieren in totaal 5.359 mensen hun trouwdag komende 29 februari.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Stil verwijt

We hebben twee konijnen te logeren, van de buren. Het hok staat naast de vuilnisbakken. Ik gooide net wat afval weg en zag ze zitten, in het donker. Ze schrokken van het dichtklappen van de afvalcontainer.
    De witte heet Smokey, de naam van de zwarte weet ik niet. Ik hoor de buurmeisjes alleen over Smokey praten. Er zit een zeker ontzag in hun stemmen als ze mijn kinderen inwijden in de wensen van het konijn. Ze zijn de exclusieve woordvoerders van een mysterie.
    Het leek me koud in het hok. De dieren waren bovendien in de meest tochtige en zichtbare hoek gaan zitten, als een stil verwijt. Ik heb niet bedacht dat ze hun leven achter gaas in de achtertuin van een rijtjeshuis moeten doorbrengen, maar tegen zoveel hulpeloosheid is geen argument opgewassen.
    Er zijn allerlei redenen waarom ik geen dieren in huis wens te hebben, maar dit is de belangrijkste: als ik een huisdier zie, zie ik een verwijt.
    Terwijl ik naar binnen liep, kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat twee paar ogen me indringend volgden.
    Ik ruimde het aanrecht op.
    ’s Middags had ik even de hoop gekoesterd dat ik de spitskool die in het groenteabonnement zat aan de konijnen kon slijten. De ontdekking van een gedeeld belang – wij verlost van de spitskool, zij van het stro – schiep een band. Maar volgens mijn vrouw waren ze recent bij de dierenarts geweest en die had enig overgewicht geconstateerd. Er was een dieet opgesteld en spitskool paste daar niet in, meende ze.
    De konijnen moesten hun lot in blakende gezondheid zien te dragen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Good job, bad job

Arne Kalleberg‘s Good Jobs, Bad Jobs: The Rise of Polarized and Precarious Employment Systems in the United States, 1970s to 2000s is a very clear and detailed examination of the evolution of the labor market in the United States over the past 40 years, deepening the precarization conceptual framework presented in his 2008 ASA presidential address.

“Work in America has undergone marked transformations in the past four decades. Globalization and deregulation have increased the amount of competition faced by American companies, provided greater opportunities for them to outsource work to lower-wage countries, and opened up new sources of workers through immigration. The growth of  a ‘new economy’ characterized by more knowledge-intensive work has been accompanied by the  accelerated pace of technological innovation and the continued expansion of service industries as the principal source of jobs. Political policies such as the replacement of welfare by workfare programs in the 1990s have made it essential for people to participate in paid employment at the same time that jobs have become more precarious. The labor force has become more diverse, with marked increases in the number of women, non-white, older, and immigrant workers, and growing divides between people with different amounts of education. Ideological changes have supported these structural changes, with shifts towards greater individualism and personal accountability for work and life replacing notions of collective responsibility.

These social, political, and economic forces have radically transformed the nature of employment relations and work in America. They have led to pervasive job insecurity, the growth of dual-earner families, and 24/7 schedules for many workers. More opportunities for entrepreneurship and good jobs have arisen for some, while others still only have access to low-wage and often dead-end jobs. These changes in have, in turn, magnified social problems such as poverty, work-family conflicts, political polarization, and disparities by race, ethnicity, and gender. The growing gap between ‘good’ and ‘bad’ jobs represents a dark side to the booming American economy of the 1980s and 1990s; it has contributed to a crisis for the middle class in the United States in the past decade.” (1)

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nebahat

De idiote preoccupatie met afkomst die de Nederlander in de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld, is in volle hevigheid losgebarsten nadat de kandidatuur van Nebahat Albayrak voor het partijleiderschap van de PvdA bekend is geworden. Mensen die nooit (meer) PvdA zouden stemmen, beginnen al te schuimbekken bij de gedachte aan een allochtoon als partijleider.

De Reactiegraaf verzamelde de ergste. “Wat doet deze vrouw in mijn geboorteland met haar dubbele nationaliteit?” “A.U.B. alleen Nederlanders aan het hoofd van een partij.” “Albayrak de eerste Turkse minister president van Nederland. Hoe ver kunnen we zinken?” “Straks moeten onze dochters ook met een hoofdoek om lopen.”

Wie heeft jullie toch aangepraat – oh wacht, ik weet al wie. Waarom hebben jullie je laten aanpraten dat afkomst bepalend is voor iemands functioneren? Kan iemand me dat uitleggen? Is daar eh… statistiek over? En wat hebben hoofddoekjes met Albayrak te maken? Ik heb haar nooit met zo’n ding gezien. Een oppervlakkige beschouwer van het Nederlandse politieke toneel zou zomaar kunnen denken dat ons land ten prooi is gevallen aan een collectieve gekte.

Massale angstpsychose is misschien een betere term. De Nederlander blijkt vooral een bang baasje te zijn. Hij wentelt zich in zijn angst als was het een sleetse jas die hij toch maar niet wegdoet omdat hij zo vertrouwd om de schouders valt. Elk verstandelijk argument wordt weggehoond, of niet geloofd, of binnen tien minuten vergeten. Dokter, het kan nou wel zo zijn dat die stemmen niet echt zijn, maar ik hoor ze nog steeds in mijn hoofd!

Amsterdamse dodenherdenking

Mijn liefde voor onze hoofdstad maakt me niet blind voor haar gebreken, en daaronder reken ik haar onvermogen een fatsoenlijk monument op te richten om de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Aan de Rubensstraat is een inscriptie voor Gerhard Badrian met een spelfout, de toelichting op het Auschwitzmonument bevindt zich achter een immer beslagen glasplaat, de doorgezaagde steen in het voormalige Huis van Bewaring aan het Leidseplein bevat een lelijke vlek.

Gelukkig zijn andere monumenten wel in orde, zoals het plantsoen dat is gewijd aan Henk van Randwijk, de oprichter van het illegale blad Vrij Nederland. Daarop bevindt zich de beroemde regel

Een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.

De foto hierboven toont de treurige staat waarin het monumentje zich al een tijdje bevindt. Het is niet voor het eerst dat zoiets gebeurt: iemand heeft er ooit – medio jaren tachtig denk ik – onder geschilderd “voor een volk dat de ogen sluit, is het licht al jaren uit”. Dat is er ook opvallend lang blijven staan.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Geobsedeerd door schoonheid

Mooi zijn heeft alleen maar voordelen. Mooie mensen halen hogere cijfers, zijn minder vaak ziek en worden sneller aangenomen bij sollicitaties. Ook is de spermakwaliteit van mooie mensen beter. Zij zorgen dan ook voor meer nageslacht. Daarnaast worden mooie mensen ook als betere mensen beoordeeld. Nienke Vulink, psychiater en hoofd van de afdeling Angststoornissen van het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam, spreekt in de lezing Geloof, hoop en liefde over uiterlijke schoonheid en body dysmorphic disorder.

Uit onderzoek blijkt dat schoonheid al vanaf jonge leeftijd herkend wordt. Zo kijken baby’s van drie maanden oud significant langer naar mooie gezichten dan naar lelijke. De waarneming van schoonheid is ook te meten in de hersenen door middel van een fMRI-scan. Deze scan maakt de hersenactiviteit zichtbaar door middel van een driedimensionaal beeld. Bij het zien van mooie gezichten is er sprake van hyperactiviteit in het beloningscentrum. Ditzelfde circuit wordt geactiveerd bij het nemen van drugs of het hebben van seks. Schoonheid zorgt dus voor genot. 

Schoonheid en de media

De media spelen een belangrijke rol in het creëren van het hedendaagse zelfbeeld. Schoonheid lijkt wel een obsessie te worden. Zo blijkt uit onderzoek dat drie kwart van de vrouwen na het lezen van een modeblad zichzelf lelijker voelt. Door het kijken naar fotomodellen krijgen zij een negatiever zelfbeeld. Bij blootstelling aan beelden van ‘normale’ modellen is de negatieve zelfwaardering kleiner. Het zou dus helpen als modebladen geen beelden van graatmagere modellen meer opnemen, maar in de plaats daarvan gebruik maken van ‘normale’ schoonheden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ongelijkheid doet roesten (3)

De ongelijkheid van kennis en informatie wordt door Google en Internet opgeheven, zo lijkt het op het eerste gezicht. Maar dat is niet zo. Google maakt een profiel, op basis van je zoekgedrag en levert op basis daarvan een persoonlijk antwoord op je vraag. Is dat een bezwaar? Ja, behoorlijk. Google is geen encyclopedie, met een voor iedereen op dezelfde wijze toegankelijke informatieschat. Daarmee worden mensen in hun (beperkte) kennis en opvattingen gesterkt en de confrontatie met afwijkende inzichten vermeden.De egalitaire samenleving, die de sociaal-democratie dichter bij wil brengen, wordt door Google misschien wel niet bevorderd. Google verkoopt geen informatie, geen resultaat op zoekvragen (want die is gelukkig gratis), maar Google verkoopt jouw aandacht, aan adverteerders.

De crisis in de PvdA geeft mijn greep naar hun slogan “spreiding van kennis, macht en inkomen”, een verrassende actualiteit. Wat mij interesseert is wat de geldigheid van die doelstelling nu is en wat de voortgang geweest is. Anders gezegd: hebben we het nog over de wenselijke verhoudingen in de samenleving?  Cohen gaf een impuls aan het “VanWaarde-project”  van de WBS, een poging om oude waarden te moderniseren. Bij uitblijvend resultaat is dit mijn variant daarop.

In mijn vorige post heb ik gepoogd de inkomensongelijkheid te bekijken. Het kabinet Den Uyl betoogde destijds dat de samenleving door nivellering beter af zou zijn. Onderzoek wijst uit dat daarvoor goede gronden zijn aan te voeren. “Het quotiënt van maximum-  en minimuminkomen moest zo klein mogelijk worden.” Deze elegante formulering is van Roel in ’t Veld. (Zeven jaar Paars, p.175) Inmiddels kijken we daar minder “Rijnlands” naar: het Aglo-Amerikaanse model ziet meer in inkomensverschil. Maar het resultaat lijkt niet goed.  In mijn stuk probeer ik, met moderne onderzoeken en inzichten (Wilkinson en Picket) te bezien of inkomensnivellering ook nu goed  zou kunnen werken. (minder zorg, minder criminaliteit, minder obesitas, hogere levensverwachting.)

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Diversiteit werkt op de werkvloer

Binnenkort betreden migranten van de derde generatie de arbeidsmarkt. Afgezien van de vraag tot in welke generatie je nog van migranten kan spreken, is er de kwestie van integratie. Werkt Achmed inmiddels in goede harmonie samen met Piet, Regillio en Cedric of weerspiegelt het ‘fiasco van de multiculturele samenleving’ zich ook in het bedrijfsleven? Een bijdrage van Sabine Otten, hoogleraar Intergroeprelaties en Sociale Integratie aan Rijks Universiteit Groningen.

Kunnen allochtonen en autochtonen zich dankzij twee decennia diversiteitsbeleid met elkaar verstaan op de werkvloer, of worden minderheden nog steeds geconfronteerd met sociale uitsluiting en achterstand?

Voor een antwoord op die vraag deed ik onderzoek onder meer dan tweeduizend zowel allochtone als autochtone werknemers; ongeveer 30 procent was migrant van de eerste of tweede generatie. Mijn aanname was dat de verwachting en feitelijke ervaring van uitsluiting en ongelijke behandeling samen zouden vallen met weinig arbeidsvreugde en dito sociaal vertrouwen. Die hypothese werd in het onderzoek bevestigd.

Een verrassende uitkomst van het onderzoek is dat er ten aanzien van uitsluiting en sociaal vertrouwen niet of nauwelijks verschillen zijn te onderscheiden tussen allochtone en autochtone werknemers. Beide groepen gaven aan dat zij weinig ervaring hebben met onheuse behandeling. Ook lieten beide groepen weten veel vertrouwen te hebben in de arbeidsorganisatie en in hun collega’s en leidinggevenden. Alleen met betrekking tot hun verwachtingen, zijn er verschillen. De allochtone werknemer is vergeleken met zijn autochtone collega minder optimistisch over een behoorlijke behandeling.

De marsmannetjes komen ons redden

Ze waren kennelijk nog niet “gezond” genoeg, de Marsen. Nadat de fabrikant nog geen anderhalf jaar geleden de hoeveelheid verzadigd vet in het energierijke hapje spectaculair verminderde, is het nu alweer tijd voor de volgende stap in het charme-offensief: begrenzing op slechts 250 calorieën. Nou, daar heb je wat aan. U zegt?

Ah, hoeveel calorieën er dan voorheen in een Mars zaten? Nee, inderdaad, dat zeggen ze er weer niet bij. Daar mogen we zelf achteraan.

Welnu, een Mars woog tot nu toe 51 gram. Bij 448 kcal per 100 g kwam dat dus tot nog toe op… eh… 228,5 calorieën per stuk.

Kijk, dat rekent dan weer géén van die nieuwsmedia die dit persbericht zo gretig overnamen u voor. Dat wordt overgelaten aan die enkele eetschrijver die niet genegen is zaken voor zoete koek te slikken en zélf even de zakjapanner trekt.
De algemeen directeur van de GGD, Laurent de Vries, was in elk geval uit het meer goedgelovige hout gesneden. Hij twitterde op 16 februari enthousiast “Mars stopt met suikerbommen. Dat is toevallig: ik heb vanmiddag een gesprek met Mars: zeer actueel!”.

Zeer actueel en zeer opmerkelijk. Dezelfde De Vries sprak er kort voordien schande van dat Minister Schippers op de thee ging bij de tabakslobby, maar als directeur van de GGD op bezoek bij een snoepfabrikant van wie je de fabeltjes kritiekloos slikt, dat kan natuurlijk best.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Persoonsbewijzen en religie

De recent opgelaaide discussie of religie een reden is om van de wet af te wijken, in dit geval die van de identificatieplicht, is de verkeerde discussie. Het leidt namelijk af van de vraag of de wet in kwestie er überhaupt mag zijn.
Daar zijn verschillende redenen voor.
Allereerst, waarom is de wet er gekomen? Deze kwam er voor verbetering in de bestrijding van de criminaliteit en de rechtshandhaving. Op zich een nobel streven. Maar het enige effect is dat de “rechtshandhaving” is verbeterd omdat ze nu heel veel geld verdienen. Andere effecten zijn nog steeds niet aantoonbaar. Of het moet zijn dat de politie af is van die plagerige demonstranten die zich weigeren te identificeren.
Kortom, het resultaat van de wet is extra inkomsten voor de overheid, maar daar zijn andere manieren voor. Geen reden dus om zo grof in te grijpen in het publieke leven van burgers.

De tweede reden dat deze wet er niet zou mogen zijn, is dat het ongrondwettelijk is. Het gaat in tegen diverse grondwetsartikelen zoals 6, 9, 10 en 15. Een uitzondering op deze artikelen mag gemaakt worden zoals u kunt lezen, maar daar zijn wel zwaarwegende redenen voor nodig. En daar is in dit geval geen sprake van (het land valt niet uit elkaar als de wet ingetrokken wordt).
De Eerste Kamer zat te suffen (hun taak is het te toetsen aan de grondwet) en we kennen in Nederland nog steeds niet de mogelijkheid om via de rechter de grondwettelijkheid van een wet aan te vechten.

Nog een reden dat de wet er niet mag zijn, is het misbruik. Het hierboven genoemde geval maakt dat eigenlijk al duidelijk. De identificatieplicht gaat eigenlijk alleen op na overtreding van de wet of onder verdachte omstandigheden. Volgens de rechterlijke uitspraak was dit echter de situatie:
De verdachte werd op een vrijdagavond na zonsondergang gevraagd zijn identiteitsbewijs te tonen.
Niet meer, niet minder.
En zo worden dus regelmatig honderden Nederlanders lastig gevallen, om niets.

Tietje of flesje drinken: de grenzen van evidence based policy

Kan de wetenschap de controverse over borstvoeding en flesvoeding oplossen? Nee natuurlijk niet, constateert Antoinette Thijssen. Ze is Hoofd Communicatie bij het Rathenau Instituut.

Tot mijn grote genoegen zat ik laatst aan bij een dinerconference gehouden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Rathenau Instituut. In de Ridderzaal spraken ruim 200 hoogwaardigheidsbekleders uit politiek, beleid, wetenschap, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties met elkaar over evidence based policy. Die term slaat op het wenkende perspectief dat beleid rechtstreeks wordt gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Een mooi streven dat in de praktijk nog wel eens lastig blijkt. Denk maar het klimaatdebat. En aan de mislukte vaccinatiecampagne tegen HPV dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Beide cases worden veelvuldig aangehaald in de discussies over evidence based policy.

Eén onderwerp wordt, gek genoeg, nooit in dit verband genoemd. En dat is borstvoeding. Jammer, vind ik dat, want als er één thema is waarbij bij uitstek te zien is hoe ingewikkeld de relatie tussen wetenschap en beleid is dan is het wel bij borstvoeding.

Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand te zijn. Er is een grote berg wetenschappelijk bewijs dat borstvoeding gezonder is dan kunstvoeding. Dat geldt niet alleen in ontwikkelingslanden, maar ook in de westerse wereld. Studies wijzen uit dat borstgevoede kinderen minder kans hebben op het ontwikkelen van overgewicht en allerhande allergieën, op chronische luchtweginfecties en astma, en op bepaalde aandoeningen zoals de ziekte van Crohn. Daar komt nog bij dat het geven van borstvoeding de hechting tussen moeder en kind zou bevorderen. Niet voor niets zegt de Wereldgezondheidsorganisatie dat baby’s minimaal zes maanden, maar liever nog twee jaar borstvoeding zouden moeten krijgen. Niet voor niets promoten overheden het geven van borstvoeding. Niet voor niets is er een verbod op reclame voor kunstvoeding voor baby’s onder de zes maanden.

Vorige Volgende