Dromen
Al sinds ik het me kan herinneren heb ik absurde dromen, die zo filmisch en gedetailleerd zijn dat ik alle onrealistische aspecten als waarheid aanneem. Elke poging tot lucide dromen mislukt jammerlijk.
Toen ik laatst eindelijk in een droom het vermoeden had dat ik nog niet wakker was, testte ik dit door met mijn volle gewicht tegen een muur te schuren om mijn arm open te halen. De gevolgen waren realistisch, maar gelukkig niet zo luguber als een latere droom waarin een man voor mijn neus in een gemaal vast kwam te zitten. Nu heb ik werkelijk geen idee hoe zo’n ding er eigenlijk uitziet. Althans, zonder verwrongen mens erin. Maar ik kan me er blijkbaar wel een voorstelling van maken.
Hoog tijd voor een token. Dat zou mij ook kunnen verlossen van de ronduit vermoeiende dromen waarin ik intercontinentale missies uitvoer ten behoeve van het redden van de aarde. Nog geen maand geleden vloog ik een geheime vracht in een colonne van straaljagers naar een tropisch eiland, toen er voor de kust een immense afgeragde submarine transformeerde tot de grootste Decepticon ooit. Hij greep ons uit de lucht, en zo lag ik redelijk panisch tegen een stalen monster ter grootte van het nieuwe IBG-gebouw aan te klotsen. Gelukkig was het water warm.
Ook vermoeiend zijn de terugkerende dromen waarin ik onschuldige mensen de hersens in moet slaan met huis-, tuin- en keukenvoorwerpen. Ik heb tot twee keer toe iemand onthoofd met een lullig touwtje. Een tijdrovende klus.
Iets sneller dood ging de oma die me ontvoerd had naar een Oostblokland, maar dat kwam doordat ik een klapstoel als wapen gebruikte en ze geen weerstand bood. Ze vroeg me namelijk zélf of ik haar wilde doodmeppen.
Oké dan.
Ondanks de marginale nachtrust beschouw ik mijn absurde dromen vooralsnog als een zegen. Want wie kan er nou zeggen dat ie elke nacht gratis en schadeloos tript?
