Oost-Europeanen verdringen allochtonen, jongeren en laagopgeleiden van Nederlandse arbeidsmarkt
COLUMN - Uit het rapport Grensoverschrijdend aanbod van personeel van SEO Economisch Onderzoek uit november 2014, blijkt dat er door het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie ongelijke concurrentie is ontstaan tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven. Met nadelige gevolgen voor de binnenlandse werknemer. Voor veel werkgevers is die gewoon te duur. Zeker ten opzichte van Oost-Europese arbeidsmigranten, die niet alleen met een flink lager salaris genoegen nemen, maar ook een hogere flexibiliteit kennen. En dus door een werkgever ingezet kunnen worden waar ze het hardst nodig zijn.
Bijkomend voordeel is dat een werkgever via een detacheringsconstructie met een buitenlandse bedrijf vaak geen pensioen- en sociale premies hoeft af te dragen. Dat scheelt enorm in de loonkosten. Vooral in de landbouw, industrie, bouw, groothandel en transport is het aantal Nederlandse werknemers de afgelopen jaren fors gedaald en nam het aantal buitenlandse werknemers toe. Of deze constructies allemaal even legaal zijn is nog maar de vraag. Handhaving is echter complex, arbeidsintensief en dus kostbaar. Grote kans dat overtreders ermee weg komen.
Toch heeft de focus op kostenverlaging niet direct tot massale werkloosheid of inactiviteit van Nederlandse werknemers uit deze sectoren geleid. Integendeel, de meesten zijn tien jaar later nog steeds of alweer aan het werk. Vaak in dezelfde sector. Ook diegenen die van sector zijn gewisseld zijn vaak niet slechter af dan werknemers die in andere sectoren van baan zijn veranderd.