Vice Versa

90 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

‘Minister Kaag heeft verwachtingen maar ten dele waargemaakt’

INTERVIEW - Vice Versa sprak vorige week, aan de vooravond van een vergadering van de commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS), met Kaag-watchers Gerjan Agterhof (Woord en Daad) en Paul van den Berg (Cordaid).  Marc Broere vroeg hen hoe haar beleid beoordeeld zal worden.

Paul van den Berg verwachtte ‘een zeer kritische oppositie die buitengewoon ontevreden is over zowel het stroperige besluitvormingsproces met betrekking tot de kabinetsreactie op het AIV-advies over extra coronahulp aan Afrika, als de uiteindelijke uitkomst. Die uitkomst is beduidend magerder dan de 1 miljard extra waarvoor de AIV had gepleit. De toegepaste kasschuif haalt ook nog eens een paar honderd miljoen euro uit de toekomst naar voren, waarmee de toekomstige regering met een tekort op het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt opgezadeld. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop deze regering met de kasschuif van minister Ploumen naar aanleiding van de vluchtelingencrisis werd geconfronteerd.’

‘Tenslotte is de oppositie ontevreden over het feit dat ze feitelijk buitenspel zijn gezet. Ze hebben geen kans gekregen om mee te denken over de invulling van het Nederlandse COVID-19 pakket. Een voorstel om nog vóór het begin van het reces een debat te hebben over de kabinetsreactie, werd door de regeringspartijen getorpedeerd. Dat zette kwaad bloed. Nu is het debat in zekere zin mosterd na de maaltijd geworden, omdat de middelen (150 miljoen extra) al verdeeld zijn en de uitvoering van de nieuwe activiteiten is aangevangen. Desalniettemin zal de oppositie het debat willen aangrijpen om over de hierboven genoemde zaken stevig van leer te trekken. Twee van de vier regeringspartijen (CU en D66) zijn ook niet tevreden over de uitkomst, hoewel ze dat voor de bühne wel moeten zijn. De woordvoerders van de regeringspartijen zullen als marsorders hebben meegekregen om de waarde van het Nederlandse COVID-19 pakket te beschermen, en de minister bij te vallen.’

Foto: CIAT (cc)

Eenzijdige akkoorden

ANALYSE - Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, zei in de State of the Union: ‘Afrika heeft geen liefdadigheid nodig, maar eerlijke partnerschappen.’ Alleen is de verhouding nog steeds scheef, wat handel betreft. Een ontleding van de Economische Partnerschapsakkoorden door Joris Tielens

De economie mag in veel Afrikaanse landen in de lift zitten, de laatste jaren, maar in de wereldhandel is Afrika nog steeds geen belangrijke partij. De omvang van de handel tussen Europa en Sub-Sahara Afrika is zo’n vijf keer kleiner dan de handel tussen Europa en de Verenigde Staten – waar veel minder mensen wonen dan in Afrika.

De handelsbalans tussen de Europese Unie en Afrika is puur in geld gerekend op zich niet zo scheef: de EU exporteerde in 2017 voor tachtig miljard dollar naar Sub-Sahara Afrika en vice versa voor 78 miljard. Maar wie iets dieper in de cijfers duikt en kijkt waaruit de handel bestaat, ziet wel scheve verhoudingen.  De uitvoer vanuit Sub-Sahara Afrika naar Europa bestond in 2017 vooral uit olie (22 miljard) en diamanten, goud en andere waardevolle delfstoffen (elf miljard).

Cacaobonen zijn goed voor zes miljard en ook vers fruit (vier miljard), ijzererts en andere ertsen (drie miljard), koper (twee miljard) en koffie en thee (twee miljard) zijn belangrijke producten, volgens de cijfers van het South Centre.

Foto: UNIS Vienna (cc)

Straffeloosheid in Guatemala

‘In Guatemala hebben politici altijd geld van het volk geroofd. Maar Morales rooft ook de rechtsstaat’. Een interview met hoofdaanklager van het OM en presidentskandidaat Thelma Aldana

ACHTERGROND, INTERVIEW - Als hoofdaanklager van het Openbaar Ministerie ontrafelde Thelma Aldana samen met de Internationale Commissie tegen Straffeloosheid in Guatemala (CICIG) een reusachtig corruptieschandaal. Een hoogtepunt in de strijd tegen corruptie en een voorbeeld voor de regio. Maar de huidige president Morales besloot CICIG het land uit te zetten, terwijl Aldana vreest voor haar leven. ‘Wat er ook gebeurt de komende maanden, een ding is voorgoed veranderd: de corruptie is zichtbaar geworden. De beerput kan niet meer dicht.’

Thelma Aldana rijdt in een gepantserde auto en verlaat haar huis alleen in gezelschap van gewapende bodyguards. Volgens Time Magazine is ze een van de honderd invloedrijkste vrouwen ter wereld, desondanks vreest de 63-jarige advocaat iedere dag dat het haar laatste zal zijn. Maar Aldana is niet het type dat snel opgeeft: ‘We moeten nu doorzetten’, zegt ze. ‘Anders is Guatemala weer terug bij af.’

In mei zwaaide Aldana af als hoofdaanklager van Guatemala. In de vier jaar dat ze aan het hoofd stond van het Openbaar Ministerie heeft ze haar plaats in de geschiedenisboeken meer dan veilig gesteld. Samen met de Internationale Commissie tegen Straffeloosheid in Guatemala (CICIG) ontrafelde Aldana een reusachtig corruptieschandaal en kregen ze president Otto Pérez en zijn vice-president Roxana Baldetti achter de tralies.

Foto: Nelis Zevensloot (cc)

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

ACHTERGROND - Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Het meest recente wetenschappelijke klimaatrapport van de Verenigde Naties neemt geen blad voor de mond als het gaat om de toestand van onze planeet: om een klimaatramp te voorkomen moeten we nu ingrijpen om een wereldwijde verandering te bereiken op een schaal die “geen gedocumenteerd historisch precedent” heeft.

Tot nu toe richten lobbyisten en politici zich vooral op een afname in het verbruik van fossiele brandstoffen via technologie en/of beleid (bijvoorbeeld een forse koolstofbelasting) als klimaatoplossing. Uiteraard zijn zulke voorstellen cruciaal voor de vermindering van door de mens veroorzaakte CO2-uitstoot, die voor 71% wordt veroorzaakt door slechts honderd bedrijven die draaien op fossiele brandstoffen. Daarom speelt uitstootvermindering ook terecht een grote rol in de nationale klimaatverplichtingen van de 181 landen die het Akkoord van Parijs hebben ondertekend.

Toch overschaduwt de internationale aandacht voor fossiele brandstoffen de krachtigste en meest kosteneffectieve technologie voor koolstofafvang die er tot nu toe voorhanden is: bossen.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Geloven in een betere wereld?

OPINIE - VN-jongerenambassadeur Elian Yahye meent dat we de positieve verbindende kracht van groepsidentiteit niet moeten onderschatten

‘Weet je… soms word ik er gewoon een beetje moedeloos van. Wat voor invloed kan ik nou hebben op deze problematiek?’ Het is een veelgehoorde uitspraak – vaak gedaan in de context van grensoverschrijdende, schijnbaar onoplosbare problemen waar we nu mee te maken hebben. Je probeert minder te douchen, vlees wat vaker te laten staan of geeft regelmatig geld aan een goed doel. Ondertussen worden de voorspellingen over klimaatverandering steeds zorgelijker en verdrinken er nog steeds vluchtelingen in de Middellandse Zee; de oorlogen lijken niet op te houden en schrijnende armoede blijkt hardnekkiger dan gedacht en gehoopt. Begrijpelijk toch dat we soms moedeloos worden en ons afvragen: ‘Welke impact kan ik nou maken?’

Toch is deze vraag niet zo logisch als het misschien lijkt. Het is een relatief moderne en Westerse blik op de situatie, een die ons een vertekend beeld geeft van de huidige problemen én oplossingen.

De kern van het probleem zit hem in het woordje ‘ik’. De vraag stelt impliciet dat we de huidige wereldproblemen het best kunnen bezien vanuit het perspectief van het individu. Maar dat het individu tot relatief weinig in staat is als het gaat om grote mondiale uitdagingen, mag geen verrassing heten. Het douchegedrag van mevrouw X is inderdaad niet opgewassen tegen het enorme probleem van waterverspilling.

Foto: gato-gato-gato (cc)

‘Wij zijn allemaal Palermianen’

REPORTAGE - Burgemeester Orlando van Palermo wilde de Aquarius met 629 bootvluchtelingen wel ontvangen. Ayaan Abukar en Marc Broere van Vice Versa gingen op bezoek in de stad die het nieuwe Italiaanse migratiebeleid niet volgt.

Burgemeester Leoluca Orlando van Palermo verwelkomt migranten meestal persoonlijk en gelooft heilig in het recht op mobiliteit. Zijn beleid loont; Orlando is vorig jaar met grote meerderheid herkozen. Rechtspopulisme heeft geen schijn van kans in zijn stad. Wat is het geheim van Palermo?

Een prachtig historisch centrum met smalle straatjes, het op drie na grootste theater van Europa, mooie kerken en kastelen, veel toeristen die zich wandelend en in open bussen en treintjes – en met paard en wagen – door de stad laten vervoeren, een geur van verbrand hout. Palermo is alles wat je je voorstelt bij een doorleefde Zuid-Italiaanse stad. Met al je zintuigen voel je dat het een stad is met een ziel en een geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten generaal George Patton en de geallieerde troepen Sicilië en Palermo als uitvalsbasis voor de verovering van Italië op de fascisten. Het eiland ten zuiden van de Italiaanse laars was een ideaal bruggenhoofd om het vasteland van Zuid-Europa binnen te trekken.

Foto: Surija / "Sray" (cc)

NRC, Volkskrant, Bolkestein en ontwikkelingssamenwerking

OPINIE - Als Frits Bolkestein een stukje naar de Volkskrant of het NRC stuurt over ontwikkelingssamenwerking, wordt het direct geplaatst. Een antwoord daarop publiceren is meestal veel moeilijker, constateert Paul Hoebink op Vice Versa.

Het begint eigenlijk wel een vast patroon te worden: Frits Bolkestein, oud-VVD leider en voormalig Europees Commissaris produceert een opinieartikel over ontwikkelingssamenwerking en dat wordt met grote graagte ontvangen door de opinie-redacties van NRC-Handelsblad of de Volkskrant. Het maakt eigenlijk niet uit wat hij beweert, het wordt gepubliceerd.

De tweede helft van dat patroon is dat slechts in een enkel geval een weerwoord wordt toegelaten. Dat is eigenlijk, eerlijk gezegd, niet eens zozeer teleurstellend, maar vooral beschamend voor deze kranten. Zij plaatsen voor de zoveelste maal een onzinnig verhaal van Bolkestein en dan laten ze niet eens een weerwoord daarop toe. Blijkbaar hebben bepaalde mensen, zoals Bolkestein, het voorrecht om over enkele onderwerpen grote onzin te verspreiden zonder dat die weersproken kunnen en mogen worden.

Bij Bolkestein gebeurt dit al vijfentwintig jaar over ontwikkelingssamenwerking, sinds hij in 1992 een opinieartikel over schuldverlichting van ontwikkelingslanden schreef. Misschien is het kenmerkend voor het bedenkelijk lage niveau van kennis bij onze nationale pers over ontwikkelingssamenwerking. Anders kan ik het niet verklaren.

Op donderdag 13 januari produceerde Bolkestein op de opiniepagina’s van het NRC een artikel onder de kop “Immigratie afremmen kan maar op één manier” met als conclusie dat de Nederlandse regering “een substantieel deel van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking  (zou) moeten besteden aan het verstrekken en populariseren van de pil”. Hij meende dat de bevolkingsgroei in Afrika voor een nog grotere migratiestroom richting Europa zou zorgen en dat deze anders niet tegen te houden was. Ik schreef daarop het volgende, niet geplaatste (omdat “andere stukken urgenter waren”) opinie-artikel.

De slechtste voorspellers

Er is een mooie cartoon waarin twee heren in stofjas bij een raket staan met daarop de woorden ‘Population Bomb’ en zij constateren: “Hij is niet ontploft”. Het is het juiste antwoord op Paul Ehrlich’s alarmistische boek The Population Bomb uit 1968 over de te verwachten bevolkingsexplosie. Demografen zijn, met economen, sinds Malthus de slechtste voorspellers gebleken. De demografische transitie, het moment waarop veel vrouwen minder kinderen gaan krijgen, had zich in veel ontwikkelingslanden voltrokken en had de bevolkingsbom ontmanteld. Dit soms gedwongen, vaak door de beschikbaarstelling van kennis en voorbehoedsmiddelen, en altijd door gestegen welvaart en het gestegen opleidingsniveau van vrouwen. In tegenstelling tot wat Bolkestein suggereert in zijn opinieartikel is die demografische transitie zich ook in Sub-Sahara Afrika aan het voltrekken. Natuurlijk is in de meest achtergebleven gebieden de vruchtbaarheid nog zeer hoog, maar in de meer ontwikkelde Afrikaanse landen en de Afrikaanse steden ligt hij al op het niveau van Europa of de Verenigde Staten.

Het verband tussen bevolkingsgroei, migratie, ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking is complex en telt verschillende lagen. Bovendien kunnen die verbanden per land verschillend zijn: ontwikkeling kan migratie bevorderen, maar juist ook de push-factoren verminderen; de hoogte van overmakingen van migranten (remittances) zouden Afrikaanse regeringen ertoe kunnen verleiden om weinig te ondernemen om illegale migratie tegen te houden, maar in veel Afrikaanse landen komt er aan ontwikkelingshulp veel meer binnen en is men dus gebaat bij goede verhoudingen met Europa. Het is dus niet in het belang van het ontwikkelen van een realistisch ontwikkelingsbeleid om met simpele slogans – “Stuur er maar anticonceptiepillen naar toe”- een oplossing te suggereren.

Hoog in het vaandel staan

De Europese Unie heeft het tegenhouden van asielzoekers en migranten al vanaf 1995, vanaf de oprichting van het Mediterrane programma, hoog in haar vaandel staan. Vanaf 2004 was er 450 miljoen euro beschikbaar om met programma’s voor jongeren de jeugdwerkeloosheid aan te pakken, onder andere via scholing. De resultaten van dat programma zijn mij, ik heb er flink naar gespeurd, onbekend. Nu heeft de Commissie geld gepikt uit de potjes voor ontwikkelingssamenwerking voor samenwerking met landen als Libië en Niger, vooral gericht op het tegenhouden van migranten. Dat lijkt op dit moment meer succesvol, maar is vooral repressief en dus zeker geen oplossing voor de lange termijn. Jeugdwerkeloosheid, zelfs in meer ontwikkelde landen zoals de laatste dagen blijkt in Tunesië en Iran, zal zeker ook voor landen in Sub-Sahara Afrika de komende jaren nog een groot sociaal én politiek probleem zijn.

Nederland heeft sinds kort een regeringsprogramma, dat wat betreft ontwikkelingssamenwerking, laat ik het voorzichtig stellen, het meest curieuze ooit is. Het woord migratie komt er 29 keer in voor, het woord migrant 11 keer en het woord asielzoeker 15 keer. Het hoeft geen betoog dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking nu voor de eerste keer in het teken staat van migratie. Opvallend is dan, ten eerste, dat in de analyse (illegale) migratie en de vluchtelingenproblematiek niet uit elkaar worden gehaald. Dat is voor een helder zicht op de problematiek zeer noodzakelijk. Er wordt, ten tweede, niet ingegaan op ervaringen met programma’s om migratie tegen te gaan. Tenslotte worden drie landen tot ‘focus-landen’ (Jordanië, Libanon en, nota bene, Irak) gepromoveerd, waarmee niet alleen na vijftig jaar het belangrijkste criterium, de mate van armoede, om concentratielanden van de Nederlandse hulp te selecteren wordt losgelaten, maar waarbij bovendien volstrekt onduidelijk is wat we daar met ontwikkelingshulp kunnen doen.

Paradoxaal

Het is eigenlijk heel paradoxaal dat conservatieven die zich keren tegen ontwikkelingshulp, zoals Bolkestein sinds 1992, zo gauw zich een probleem voordoet in ontwikkelingslanden, er hulp naartoe willen gooien. Onze premier stelde in een van de verkiezingsdebatten dat hij uiterst ongelukkig was met wat de Nederlandse ontwikkelingshulp in de afgelopen decennia had opgeleverd, maar denkt blijkbaar wel, zie het regeerakkoord, dat Nederlandse hulp een bijdrage kan leveren aan het stoppen van migratie. In de, voor de eerste keer uiterst kritische, Peer Review van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid van het Development Assistance Committee, dat vorig jaar uitkwam en geen aandacht kreeg in regeerakkoord en Kamer, werd gesteld dat nog maar 10% van de Nederlandse direct aan ontwikkelingslanden werd uitgekeerd. Het overgrote deel van de Nederlandse hulp, de post op de begroting waarop het meest bezuinigd is, wordt besteed via internationale organisaties, via particuliere ontwikkelingsorganisaties en ons-kent-ons clubjes. Met die dubbeltjes en stuivers moet Nederland dan een bijdrage gaan leveren om illegale migratie te stoppen?

Als Bolkestein daadwerkelijk migranten wil tegenhouden, moet hij dus niet pleiten voor het sturen van de pil, maar voor een substantiële verhoging van de hulpbegroting. Inderdaad, minister Ploumen heeft fors moeten bezuinigen op de gezondheidszorg­programma’s voor vrouwen en kinderen in de partnerlanden. Dan zou je het inderdaad hypocriet kunnen noemen als minister Ploumen op Trumps bezuinigingen op reproductieve gezondheidszorgprogramma’s, reageert met het oprichten van She Decides met een schamele Nederlandse bijdrage van 15 miljoen euro (en niet 3 miljoen, zoals Bolkestein schrijft). Spinnen is in de afgelopen regeerperiode een belangrijke kwaliteit van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid geworden. Het grote probleem is dat dat het zicht op wat er daadwerkelijk gebeurt en op wat nieuw en goed beleid zou moeten zijn stevig hindert.

Paul Hoebink is Emeritus-Hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit, thans docent bij de Master in Sustainable Development Management aan de Rhein-Waal Hochschule in Kleve. Volg hem op twitter : @hoebink_paul

[overgenomen van Vice Versa]

Foto: Eric Heupel (cc)

Maatschappelijk middenveld is geen beweging meer

OPINIE - Slavenhandel in Libië, bombardementen op Jemen. Het maatschappelijk middenveld in Nederland heeft niet meer de flexibiliteit om gezamenlijk aandacht te vragen voor urgente en actuele thema’s, schrijft Marc Broere in zijn column op Vice Versa. We moeten het daarom hebben van TV-presentator Floortje Dessing en MMA-vechter Francis Ngannou.

Het was Floortje Dessing die er afgelopen week voor zorgde dat Jemen op de voorpagina van de Nederlandse kranten kwam en in De Wereld Draait Door. ‘Televisiemaakster Floortje Dessing zit klem tussen de strijdende partijen in Jemen. De plots heftig oplaaiende oorlog verraste de ambassadeur van het Rode Kruis die ter plaatse onder meer zou gaan kijken hoe het Nederlandse hulpgeld werd besteed’, aldus een van de nieuwsberichten.

Kennelijk hebben we eerst een bekende Nederlander nodig die in de problemen zit om uitgebreide media-aandacht te genereren voor een conflict dat alles in zich heeft om op dit moment eigenlijk iedere dag prominent in de kranten te staan.

In Jemen speelt een bloedig conflict waar een coalitie, onder aanvoering van Saoedi-Arabië, vecht tegen door Iran gesteunde Houthi-rebellen. Het land lijkt de speelbal van grotere geopolitieke krachten in de regio te zijn en de bevolking is het weerloze slachtoffer. Saoedi-Arabië blokkeert nu zelfs alle humanitaire hulp aan het land, waardoor hulp eigenlijk als oorlogsmiddel wordt ingezet. Dit is een extreme situatie.

Foto: Eric Heupel (cc)

Scherpe kritiek op ontwikkelingssamenwerking

Nog nooit in de lange geschiedenis is Nederland zo hard op de vingers getikt als afgelopen week bij de zogeheten Peer Review van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking door het Development Assistance Committee (DAC). De lofprijzingen die Nederland in het verleden ontving, zijn omgeslagen in een lange serie kritische noten en lage cijfers, schrijft Paul Hoebink op Vice Versa.

Naast zijn jaarlijkse rapporten over de stand van zaken in de internationale ontwikkelingssamenwerking en zijn rapport vol cijfertjes over de geografische verdeling van financiën over ontwikkelingssamenwerking, heeft het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO ook het altijd aardige rapport en instrument van de ‘Peer Review’. Het DAC is de plek waar de belangrijkste beslissingen over definities en stromen van ontwikkelingshulp worden genomen, zoals wat er wel en niet onder ontwikkelingssamenwerking valt. Elke vijf jaar zouden de leden van het DAC onderworpen moeten worden aan zo’n Peer Review, waar twee leden van de DAC op bezoek komen bij het donorland en op bezoek gaan naar een hulpontvangend land en geholpen door het secretariaat een rapport daarover opstellen.

Zo kreeg Nederland in 2001 nog uitgebreide lof voor zijn streven naar beleidscoherentie, zijn hoge hulpvolume, zijn inzet in internationale fora, zijn decentralisatie en het aansluiten op regeringsprogramma’s in ontwikkelingslanden. In 2006 gebeurde dat opnieuw en werd Nederland ook geprezen vanwege zijn aandacht voor kwaliteit en zijn innovatieve benadering van hulpprogramma’s. In 2011 werd weliswaar het risico gesignaleerd dat de financiering van private sector programma’s gemengd zou kunnen worden met belangen van het Nederlandse bedrijfsleven, maar verder was er toch vooral weer een rapport met achten en negens.

Foto: Eric Heupel (cc)

Zwarte Piet en de witte koloniaal

cc commons.wikimedia.org Equestrian portrait of Catherine I

OPINIE – Hans Beerends, oprichter van de Wereldwinkels en auteur van verschillende boeken over de geschiedenis van de mondiale solidariteit in Nederland, mengt zich op Vice Versa met dit opiniestuk in de Zwarte Pieten discussie.  Door ‘wij wit’ tegenover ‘zij zwart’ te stellen, doorkruis je volgens hem datgene waar het werkelijk om gaat, namelijk de strijd tussen onderdrukkers en onderdrukten. De anti-Zwarte Piet activisten kunnen bovendien  wel eens precies het tegenovergestelde teweegbrengen als ze nastreven door racisme te koppelen aan een kinderfeest.

Nu de goede Sint alweer terug is naar Spanje met achterlating van de vele Pieten in vele kleuren, lijkt het zinvol om die hele alsmaar doorgaande discussie van enige afstand te bekijken.

Het welles-nietes debat kreeg een paar weken terug weer een nieuw wending door de vertoning van de documentaire ‘Zo zwart als roet ‘ van de succesvolle documentairemaakster Sunny Bergman. Bergman, een verklaard tegenstander van zwarte Piet, kreeg kritiek van vier prominente zwarte vrouwen die in een artikel in de NRC aangaven dat Bergman als witte deze film helemaal niet had mogen maken. Ze moest verzet tegen zwarte Piet overlaten aan de slachtoffers, namelijk de zwarte mensen.

Wit privilege

Foto: Gini Rometti en Edward Effah. IBM sleept een lucratief contract binnen bij Ghana's Fidelity Bank, dat veilig betalen via smartphones wil uitrollen. (IBMPhoto, 2014) (cc)

Diepere oorzaken van radicalisering, terrorisme en migratie; de rol van ontwikkelingssamenwerking

OPINIE - Ontwikkelingssamenwerking speelt een grote rol in oorzaken van migratie, terrorisme en radicalisering, schrijft Paul Hassing. Sommige staatshoofden suggereerden dat een nieuw Marshallplan voor Afrika nodig is, in plaats van te vervallen in bilaterale projecten.

Nu langzaam maar zeker de damp van de emoties optrekt na de aanslag in Parijs, doet de vraag rijzen welke diepere oorzaken ten grondslag liggen aan de radicalisering. Er bestaat internationaal grote overeenkomst om IS in Irak en Syrië fors aan te pakken om zodoende het ideologische en operationele centrum van de aanslag te elimineren. Indien dat al mogelijk is, zal het de oorzaken van de radicalisering niet wegnemen. Het zal in het beste geval tijdwinst opleveren. Het is niet ondenkbeeldig dat IS – na territoriaal verslagen te zijn, zich daarna transformeert in iets anders. Zoals een deel van Al-Qaida na Afghanistan zich heeft getransformeerd in IS. Tijdswinst die ons de mogelijkheid biedt om de diepere oorzaak van radicalisering aan te pakken, hier in Europa maar ook in ontwikkelingslanden.

Hier in Europa is het nodig introspectie te betrachten hoe we omgaan met grote groepen jongeren in de banlieues, de vraag te stellen waarom zij zich buitengesloten voelen en waarom er zo’n grote afstand bestaat tot politie en maatschappelijke organisatie. Ouders willen niet dat hun opgroeiende kinderen radicaliseren. Ze zien ze liever een plek verwerven in de samenleving, leuk werk vinden en kleinkinderen krijgen. Echter, ze zijn niet in staat om hun zonen en dochters op andere gedachten te brengen. Ze kunnen het niet alleen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Jan Pronk: Overwegingen na Parijs, 13 november

COLUMN - In deze column gaat oud-minister Jan Pronk in op de aanslagen van vrijdag 13 november en plaatst hij ze in een geopolitieke context. Hij geeft zeven overwegingen bij het zoeken naar een antwoord. ‘Nieuwe oorlogen gaan niet om bezetting van grond, maar van de menselijke geest.’

De eerste reactie op de aanslagen in Parijs op vrijdag 13 november was gekenmerkt door verdriet, boosheid en angst om wat nog komen kan. Dat was ook de reactie op eerdere aanslagen, in New York, Madrid, Londen en andere steden in het Westen. Daarna hernam het leven haar gewone gang, zij het dat vanuit het Westen hard werd teruggeslagen in Afghanistan, Irak en Syrië. Maar de onzekerheid neemt toe: terrorisme kan overal toeslaan, telkens opnieuw.

Sinds het begin van dit Millennium vonden drie geopolitieke veranderingen plaats. De oude tegenstelling tussen Noord en Zuid lijkt vervangen door die tussen het Westen en de rest. De Koude oorlog tussen Oost en West is omgevormd tot een nieuw conflict tussen machtige staten: minder ideologisch, maar dreigend. Tussen en binnen vele landen is de overheersende ideologische tegenstelling die tussen fundamentalistische Moslims en seculiere partijen. De werkelijkheid was en is ingewikkelder dan aldus geschetst – immers, hoe definieer je Noord, Zuid, Oost, West, rest, fundamentalistisch, enzovoort – maar velen zullen die werkelijkheid wel in dergelijke termen ervaren.

Volgende