Michel

227 Artikelen
78 Waanlinks
3.417 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Ik schrijf over conservatisme, economie en de relatie tussen die twee. Regelmatig komen eurocrisis en de problemen met macro-economie aan bod.

De vraag die me steeds meer bezig is gaan houden is: waarom is het politieke klimaat de afgelopen dertig jaar veranderd van optimistisch/progressief naar pessimistisch/conservatief.
Foto: 1911 postcard - pigs' tails spelling out the year

Klaas Dijkhof de Goedmens

OPINIE - Wat een hoop goede bedoelingen weer van Klaas Dijkhof. Ja, hij lijkt wel een goedmens! Maar als hij dat echt was zou hij structurele maatregelen nemen en het niet laten bij lapwerk dat ik hem hier zie voorstellen:

Structureel is: strengere straffen voor overtreders, een goed gefinancierd controle apparaat dat echt onafhankelijk is en niet onder directe controle staat van het ministerie. Alleen door het regelmatig, onaangekondigd controleren van bedrijven, en door te niet schromen om in te grijpen als daar reden voor is, zullen bedrijven hun gedrag verbeteren. Dat is niet omdat er in slachthuizen slechte mensen werken maar omdat bedrijven die het wel goed willen doen het afleggen tegen concurrenten die de kantjes er vanaf lopen: zij kunnen immers veel goedkoper werken. (Dit, geheel terzijde, is een kern stuk in de leer van marktwerking. Vreemd dat de profeten van de markt dit nu juist niet zien.)

Ik geloof graag dat hij het goed bedoelt. Maar wat ik van deze regering (en voorgaande, ook CDA, PvdA, CU en D66 dragen verantwoording) steeds zie is dat het altijd blijft altijd bij incidenteel optreden en brandjes blussen zoals in de Fipronil-Affaire. Als de crisis bezworen is gaat men gewoon door met het huidige landbouwbeleid, met een paar kleine tweaks hier en daar. Roos Vonk heeft er een dagtaak aan om de gevolgen te documenteren.

Foto: Eva Jinek

De moed om rechts te zijn

ANALYSE - ‘Links is soft en rechts is flink’, dat is althans het beeld dat rechts ons graag voorhoudt. Ze zijn de lafheid van hun linkse opponenten zat en pleiten voor doortastend en hard optreden. Als er een rechts devies zou zijn, dan is het wel zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Zo ook weer afgelopen vrijdag in de talkshow Jinek, toen de vraag werd besproken of we vrouwelijke Syriëgangers en hun kinderen naar Nederland moeten halen.

De discussie werd ingeleid met een fragment uit het Gesprek met de Minister President, van eerder die avond, waarin Mark Rutte uitlegt dat hij weliswaar aarzelingen heeft ‘want het is natuurlijk niet Bremen of Hamburg waar we ze weghalen’, maar hij gaat toch kijken of het kan want het moet van de rechter.

Volgens Joost Vullings heeft Rutte nu last van zijn eerdere flinkheid. Rutte wordt geconfronteerd met stoere uitspraken die hij deed tijdens de campagne. Hij beweerde toen dat we deze mensen maar beter daar kunnen laten sneuvelen. Helaas steekt de rechter daar nu een stokje voor want ze moeten naar Nederland gehaald worden om berecht te worden.

Na de heldere uitleg van Joost Vullings mag Jort Kelder zijn mening geven. Jinek vraagt ‘Jort, verwacht je dat de VVD gaat zeggen, laten we die kinderen maar terughalen?’ Jort Kelder denkt van niet en eigenlijk hadden we moeten doen wat de Fransen deden. Warrig legt hij uit:

Quote du Jour | Frits Bolkestein de sociaaldemocraat

De plannen van de klimaattafels zijn vooral voor de laagste inkomensgroepen een schok. Immers, energie is een basisbehoefte. Als die duurder wordt, treft dat de lagere inkomensgroepen onevenredig meer dan degenen die het breder hebben. Het netto resultaat werkt dus denivellerend. […] Verschillende onafhankelijke deskundigen hebben berekend dat het hypothetische want op basis van klimaatmodellen, die tot dusver onbetrouwbaar zijn gebleken afkoelingseffect van de Nederlandse klimaatinspanning op mondiale schaal aan het eind van deze eeuw zó klein zou zijn dat het niet meetbaar is.

Foto: Screenshot (YouTube): presentatie van Peter van Zadelhoff "Kortom we gaan weer lopen verdelen tussen generaties"

Pensioen is welvaartsvaste solidariteit tussen generaties

ANALYSE - Met een vermogen van ongeveer €1350 miljard heeft Nederland het beste pensioenstelsel ter wereld [1]. Toch zijn er grote problemen want de afgelopen tien jaar zijn de pensioenen niet meer geïndexeerd omdat men vreest dat er in de toekomst onvoldoende geld is om de beloofde pensioenen uit te betalen.

Hoe kan het dat het ‘beste pensioenstelsel ter wereld’, met zo’n groot vermogen, toch in de problemen raakt?

Het pensioenstelsel

Wat is dat eigenlijk een ‘pensioenstelsel’? Je kunt op drie manieren naar pensioenstelsels kijken. In de eerste plaats is het een systeem waarin mensen, al dan niet gezamenlijk, sparen voor hun oude dag. Een tweede manier om naar pensioen te kijken, is als een verzekering waarbij risico wordt gedeeld. En ten slotte kan een pensioenstelsel opgevat worden als een maatschappelijke institutie die regelt dat werkenden zorgen voor gepensioneerden.

Ik maak in dit stuk geen rekensommetjes over rendement en rekenrente maar zal laten zien dat de problemen van het Nederlandse stelsel worden veroorzaakt doordat de nadruk teveel ligt op sparen en de twee andere aspecten van pensioen als probleem worden gezien. De ideeën die er zijn over pensioenhervormingen illustreren hoe in het neoliberalisme solidariteit wordt vervangen door financiële transacties.

Foto: Silke (cc)

Is economie een exacte wetenschap?

ANALYSE - Mainstream economen wordt door linkse critici vaak verweten dat zij te graag exacte wetenschappers willen zijn. Economische modellen gaan er ten onrechte vanuit dat mensen altijd handelen als kille robots die met wiskundige nauwkeurigheid kiezen voor eigenbelang [1]. In een opinie artikel in het Financieel Dagblad van 18 mei stelt Coen Teulings dat deze kritiek onterecht is: economen beseffen tegenwoordig best wel dat economie een sociale wetenschap is. Daniel Kahneman heeft voor onderzoek dat aantoont dat mensen meestal juist niet rationeel handelen, zelfs de nobelprijs voor economie gekregen.

De klacht is bovendien niet goed doordacht omdat men de betekenis van ‘rationaliteit’, ‘voorspelbaarheid’ en ‘doelmatigheid’ met elkaar verward. Als iemand rationeel handelt, impliceert dat helemaal niet dat de handeling daardoor voorspelbaar of doelmatig is. Deze begrippen hebben niets met elkaar te maken, aldus Teulings. Aan de hand van drie voorbeelden probeert hij deze ‘kluwen van begrippen’ te ontwarren. Helaas maakt hij de verwarring daarbij alleen maar groter.

Bankruns: rationeel gedrag is niet voorspelbaar

Dat rationaliteit niet tot voorspelbaar gedrag hoeft te leiden, illustreert hij aan de hand van bankruns. Tijdens een bankrun is het rationeel om zo snel mogelijk je geld van de bank te halen. Het zou irrationeel zijn om dat niet te doen, ‘want wie te laat is, is zijn geld zeker kwijt’. Toch zijn bankruns in de praktijk onvoorspelbaar.

De PvdA is de voeling met de tijdgeest kwijt

Subtitel van dit artikel in de NRC: De PvdA probeert het dramatische verlies te ‘accepteren’, maar vindt het nog steeds niet helemaal eerlijk: „Wij waren fatsoenlijk en rechtvaardig.”

PvdA-ers hebben grote moeite om te begrijpen wat ze is overkomen. Ze hebben toch hun best voor het land gedaan? De economie groeit weer? Spekman:

Onze partij heeft Nederland de afgelopen jaren samen met de VVD op een fatsoenlijke en rechtvaardige manier uit de crisis geloodst.

Foto: barnimages.com (cc)

Links en rechts, deel 7: Asymmetrie

ANALYSE - Aanstaande woensdag mag u weer kiezen. Gaat u links of rechts stemmen? In een goed functionerende democratie, waarin links en rechts met elkaar in evenwicht zijn, zijn beide keuzes te rechtvaardigen. Door de dominantie van rechts de laatste jaren is dat nu niet meer zo.

De verschuiving naar rechts wordt veroorzaakt door de verschillende manier waarop rechts en links in de politiek staan. Rechts is steeds meer op de Tegenpartij gaan lijken en links is vergeten wat linkse politiek ook al weer was. Wie de politiek volgt, voelt zich soms als Gerry Rafferty van Stealers Wheel [1]:

Clowns to the left of me, Jokers to the right, here I am, Stuck in the middle with you

Maar waar is dat eigenlijk, ‘het midden’ als de politiek zo ver uit het lood is geraakt en hoe heeft dit kunnen gebeuren? Ik kijk, zoals het hoort, eerst naar links, dan rechts.

Links

Het lijkt de laatste jaren of links niet meer links durft te zijn. Linkse politici nemen afstand van hun concurrenten ter linkerzijde: partijen als SP, Die Linke en Syriza. Jeroen Dijsselbloem doet dat bijvoorbeeld als hij zegt dat hij geen ‘ideologische verhalen ga[at] houden, [want dan] bereik ik niks’. Het klinkt heel nuchter maar Dijsselbloems beleid is net zo goed gebaseerd op ideologie, alleen is dat geen linkse maar een rechtse ideologie [2].

Sargasso 15 jaar – de lezingen (3): Dimitri Tokmetzis

Dit is een verslag van de lezing van Dimitri Tokmetzis. Dimitri is redacteur van De Correspondent en was jarenlang betrokken bij Sargasso en heeft hier een belangrijke basis gelegd voor datajournalistiek [1].

Hoewel alleen feiten onvoldoende zijn om mensen te overtuigen is Dimitri toch optimistisch. De afgelopen jaren is veel veranderd. Over twintig jaar zal de journalistiek er heel anders uit zien dan nu, en we kunnen nu al contouren zien van die toekomst.

Journalisten praten graag over zichzelf maar zijn niet in staat om hun eigen mythes door te prikken. Hij zal vandaag enkele van die mythes bespreken.

Objectiviteit

De eerste mythe is die van objectiviteit. Daar gebeuren rare dingen mee. Ja, feiten zijn belangrijk, maar het is onmogelijk om objectief te zijn. Ook journalisten zijn niet objectief.  Bij De Correspondent zeggen we dat we ‘feitelijk-subjectief’ werken. De zogenaamde ‘enerzijds-anderzijds journalistiek’ – waarbij men twee tegengestelde meningen tegenover zet – werkt niet goed omdat soms ongelijkwaardige feiten tegenover elkaar worden gezet. Dit is vooral een probleem bij de klimaatdiscussie. Tegenover de kritische noot van een wetenschapper wordt dan een klimaatgekkie gezet. Die twee standpunten zijn echter in het geheel niet gelijkwaardig.

Hoe het op een andere manier fout kan gaan met objectiviteit liet Rick Nieman onlangs zien met zijn interview van Geert Wilders (Wakker Nederland op Zondag, 12 feb). Hij ziet de journalist als doorgeefluik en laat Wilders aan het woord om een schets te geven van de man. We weten echter allang wat voor man Wilders is. De taak van de journalist is om juist moeilijke vragen te stellen en daarmee te filteren. Dat is geen objectiviteit zoals veel journalisten het bedoelen. Objectiviteit is geen methode, waar het om gaat is eerlijkheid.

Sargasso 15 jaar – de lezingen (2): Mirjam de Rijk

VERSLAG - Dit is een verslag van de lezing van Mirjam de Rijk ter gelegenheid van het 15 jarig jubileum van Sargasso. Mirjam schrijft over economie, werk, geld en mensen. Ze schreef onder meer een boek over economische mythes en een serie voor De Groene Amsterdammer over de bezuinigingen op de zorg [1].

Er is nu veel verontwaardiging over Trump, maar journalisten hebben het er zelf naar gemaakt. Nieuwsprogramma’s hebben er een gewoonte van gemaakt om alleen maar tegenstrijdige meningen tegenover elkaar te zetten. De journalist laat merken dat hij of zij boven de strijdende partijen staat en maakt geen keuze. Dit helpt de verspreiding van nepnieuws in de hand omdat het op deze manier wordt gelegitimeerd. Het publiek krijgt geen antwoord en denkt daardoor dat er sprake is van een echte controverse.

Feiten alleen niet genoeg

Daarbij komt dat het wijzen op feitelijke onjuistheden vaak averechts werkt. Door de ontkenning van ‘hun waarheid’ worden ‘de gelovigen’ alleen maar gesterkt in hun geloof. Dit fenomeen staat bekend als het backfire effect. Dit wordt versterkt door groepsgevoel. Daarom heeft Trump baat bij elk negatief verhaal, want voor zijn volgelingen is elke weerlegging juist een bewijs dat de media tegen hem samenspannen. Natuurlijk moeten we doorgaan met het controleren van de feiten maar mensen die in nepnieuws geloven zijn niet te overtuigen, integendeel, maar het is ook duidelijk dat dat niet genoeg is.

Sargasso 15 jaar – de lezingen (1): Jan Paul van Soest

VERSLAG - Ter gelegenheid van Sargasso’s 15-jarig bestaan organiseerden we op 18 februari een symposium over de teloorgang van feiten in het publieke en politieke debat en de rol van onderzoeksjournalistiek. Deel 1: Joost introduceert de StellingChecker, dan de lezing van Jan Paul van Soest. Eerst opent Stephan Okhuijsen het symposium en kijkt terug [1].

Er is veel veranderd sinds Sargasso in 2001 door Carlos en Grobbo in de kroeg werd bedacht. Er is nu GeenStijl, Joop, De Correspondent en vooral op gebied van de sociale media is er veel veranderd door de komst van Facebook en Twitter. In 2011 zijn we gefuseerd met GeenCommentaar. Sargasso heeft veel vernieuwingen bedacht zoals Parlando, de Coalitie Checker, Minister Memory en Polifieeds. Door alle veranderingen in het medialandschap zijn we nu wat minder zichtbaar geworden. In de beginjaren was bloggen nog iets nieuws en we konden toen invloed uitoefenen op het publieke debat. Dat is nu wat minder geworden.

Het nieuws is de laatste jaren niet alleen grimmiger geworden maar er wordt ook steeds meer nep nieuws verspreid: fake nieuws in goed Nederlands. Wij stellen vandaag de vraag: hoe gaan we daar mee om? Wat kun je als journalist en blogger tegen nep nieuws doen? Wij hebben drie onderzoeksjournalisten bereid gevonden om daar hun visie op te geven: Jan Paul van Soest, Mirjam de Rijk en Dimitri Tokmetzis. Eerst laat Joost zien wat wij, Sargasso in samenwerking met Republiek Allochtonië daaraan willen doen. Joost Berculo introduceert nu de StellingChecker.

Foto: James Cridland (cc)

Democratie, ‘nu met verbeterde formule’

ACHTERGROND - ‘Help, de democratie is in nood’. Dit hoort men de laatste jaren steeds vaker. De democratie wordt uitgehold omdat de burger steeds minder invloed heeft op de politiek, of zij is gekaapt door populisten. Valt wel mee, zegt Tom van der Meer want de oproep om hervorming van de democratie is van alle tijden. In de jaren zestig wilde D66 dat al.

Nieuwe partijen willen de democratie hervormen. Ze willen meer ‘echte democratie’ wat meestal neerkomt op referenda en meer verkiezingen. Dit jaar zijn er twee partijen die ‘democratie’ als belangrijkste programmapunt hebben: Geenpeil en Plasman’s Partij voor de Niet-stemmer (PvdN) [1]. Ze hebben geen inhoudelijke beleidsvoorstellen maar willen wat veranderen aan de manier waarop onze democratie werkt.

Wat is democratie eigenlijk, wat is ‘echte democratie’ en hoe krijg je daar meer van? Is er wel sprake van een crisis of moeten we gewoon meer vertrouwen hebben in de democratie zoals Tom van der Meer denkt. Ik begin met de voorstellen van de nieuwe partijen.

Geenpeil

Wie de programma’s – of wat daarvoor doorgaat – van deze nieuwe partijen bekijkt, zou kunnen denken dat het om slechte satire gaat. Geenpeil is een politieke partij zonder politieke standpunten, zoals Martijn Tonies onlangs op Sargasso liet zien. Ze hebben dan ook geen lijst van standpunten maar een zogenaamde FAQ, wat staat voor Frequently Asked Questions. FAQ’s zijn gebruikelijk in de IT-wereld als aanvulling op de gebrekkige manuals die toch niemand leest. En inderdaad in de FAQ van Geenpeil staat dat het geen gewone partij is maar een partij met een app – een computerprogramma op je telefoon – waarmee je Kamerleden kan besturen:

Foto: Vrijheid, gelijkheid en broederschap. (bron: Thermidorimage)

Links en rechts, deel 6: Vrijheid, gelijkheid en gemeenschap

ACHTERGROND - Als iedereen het altijd met elkaar eens zou zijn was politiek overbodig. Alleen in een totalitaire staat is er eenheid. Meningsverschillen over wat waar of onwaar is en wat goed of fout is, zijn onvermijdelijk in de politiek. Verdeeldheid is daarom altijd onderdeel van elke goed functionerende democratie. Maar meningsverschillen die ontstaan omdat we elkaars taal niet begrijpen, zijn onnodig polariserend. Daarom is het belangrijk de betekenis van de woorden die we gebruiken goed duidelijk is.

Ik bespreek vandaag drie begrippen die centraal staan in de strijd tussen links en rechts: vrijheid, gelijkheid en gemeenschap. Inderdaad: dit zijn de begrippen die we ook kennen van de Franse Revolutie: liberté, égalité et fraternité. Ik zal laten zien dat deze begrippen voor links en rechts een andere betekenis hebben.

Het links-rechts-argument

Het politieke argument van rechts tegen links gaat in grote lijnen als volgt: Links wil meer gelijkheid. Volgens rechts, dat denkt een realistisch beeld te hebben van de menselijke natuur, is dat onmogelijk. [Het] gelijkheidsidee botst voortdurend met de realiteit’. Mensen zijn altijd uit op eigen voordeel en bovendien is ‘de ene mens … nu eenmaal slimmer dan de andere’. Omdat links, Gutmensch die zij nu eenmaal is, een onstuitbare drang heeft de wereld te ‘verbeteren’ kan zij alleen ‘alle mensen gelijk […] maken onder dwang [door] repressie en nivellering. Als links de kans krijgt gebruikt zij daarvoor de macht van de staat. Waar dit toe leidt is bekend: Stalin, Mao, Pol Pot en Kim Jong-un. Daarom moet de (macht van de) staat ingeperkt worden.

Volgende