serie

Kiezen en Delen

Kiezen voor onwetendheid

COLUMN - De Amerikaanse schrijver Upton Sinclair verzuchtte ooit dat “It’s hard to get a man to understand something, when his salary depends on his not understanding it.” Inderdaad steken mensen vaak hun hoofd in het zand als het gaat om de impact van hun acties voor anderen.

Zo weten we bijvoorbeeld allemaal wel dat er nadelen zitten aan het consumeren van goedkoop vlees, voor het klimaat en dierenwelzijn. Maar omdat we graag vlees eten en niet teveel willen betalen kijken we de andere kant op. De film “The Big Short” illustreert soortgelijke neigingen in de financiële crisis. Bankiers en investeerders profiteerden van de handel in onbetrouwbare hypotheken, en zagen verder geen reden voor diepgaand onderzoek.

Dat financiële prikkels “gewilde onwetendheid” kunnen opleveren is ook in het laboratorium bewezen. In een onder afgebeeld experiment door moest een participant (afgebeeld in het blauw), geld verdelen tussen zich zelf en een andere, passieve deelnemer (in het rood). In de linker situatie is de keuze eenvoudig: optie A levert beide deelnemers meer op dan optie B. In het rechter geval is de keuze lastiger: optie B is egalitairder en heeft een hoger totaalbedrag, maar kost de blauwe speler wel 1 dollar ten opzichte van optie A. Het bleek dat ongeveer driekwart van de blauwe deelnemers bereid was om dat offer te maken.

De Trump in ons onderbewuste

COLUMN - Politici hebben regelmatig last van een falend geheugen. Zoals zo vaak blinkt Donald Trump ook hierin uit: hoewel hij naar eigen zeggen gezegend is met “the world greatest memory”, spreekt hij zichzelf regelmatig tegen, en lijkt hij ongelegen acties uit het verleden toch vooral te vergeten. Helaas blijkt Trump in dit opzicht juist heel menselijk.

Een recent onderzoek van een team Aziatische onderzoekers, getiteld “Motivated False Memory, laat zien dat als het op onze prestaties aankomt, we allemaal Trumpiaanse neigingen hebben. In het experiment voerden 701 proefpersonen aan de Nationale Universiteit van Singapore vier patroonherkenningstaken uit. Een paar maanden later kregen ze de oplossing van de puzzels te zien, plus de oplossingen van twee nieuwe patronen die ze nooit hadden opgelost. Voor elk patroon moesten de proefpersonen aangeven of ze het goed hadden opgelost, verkeerd hadden opgelost, of nooit hadden gezien. Daarbij kregen ze $1 voor elke accurate herinnering, verloren ze $1 voor een verkeerde herinnering, en kregen ze $0 als ze zeiden dat ze zich het niet kunnen herinneren.

De auteurs classificeren verschillende soorten geheugenfalen. “Amnesia”, betekent dat je een vraag die je wel hebt beantwoord aanmerkt als “niet gezien” of “kan me niet herinneren”. Amnesia kwam voor 34% van de vragen voor, ongeveer wat je zou verwachten als mensen zich niet meer herinneren welke vragen ze wel en niet hadden gezien. De fouten waren echter niet willekeurig, want het percentage amnesia was hoger (46%) voor vragen die slecht beantwoord waren, dan voor vragen die goed beantwoord waren (30%).

Ongelijk en onwetend

COLUMN - Economische ongelijkheid is de laatste 40 jaar in bijna alle Westerse landen sterk toegenomen. Als het electoraat met de portemonnee stemde, zou de vraag naar herverdeling navenant moeten stijgen. Een serie recente artikelen laat echter zien dat een combinatie van onwetendheid en wantrouwen die vraag afremt.

Economen Thomas Piketty en Emanuel Saez belichten in meerdere artikelen de trends in ongelijkheid. De toename daarvan is het grootst in de VS: verdienden de top 1% rijkste Amerikanen in het midden van de jaren 70% nog 9% van het totale bruto inkomen, in 2012 was dat 22%. In Europa is de ongelijkheid kleiner, maar wijzen de trends in dezelfde richtin. Ook de vermogensongelijkheid neemt in alle Westerse landen al decennia toe.

Ondanks deze cijfers laten surveys in de VS en andere landen een stabiele steun voor herverdeling zien. Voor zouden juist een groei van die steun verwachten, want in een ongelijker systeem pakt een progressieve inkomstenbelasting voor meer mensen voordelig uit.

Eén mogelijke oorzaak is onwetendheid. De auteurs van een studie uit 2011 vroegen een representatieve steekproef van meer dan 5000 Amerikanen om een schatting maken van de vermogensdistributie. De Amerikanen bleken die sterk te onderschatten. Deelnemers van alle politieke overtuigingen waren het daarnaast eens dat de ideale inkomensverdeling veel gelijker is dan de daadwerkelijke verdeling (“Americans prefer Sweden” aldus de onderzoekers).

Rekenvoorbeeldje bepaalt studieresultaat

COLUMN - De toegankelijkheid van universiteiten moet vergroot, en tegelijkertijd moet de toestroom van studenten omlaag, schreef Meindert Flikkema twee dagen geleden in het NRC. Oftewel, de keuze voor een opleiding wordt nu vaak niet doordacht genoeg gemaakt; er zijn studenten die afhaken tijdens hun studie, en er zijn mensen die onterecht niet gaan studeren.

Dat beslissingen rond studiekeuzes inderdaad vaak door toevallige omstandigheden worden bepaald, is nu vastgesteld door twee onderzoekers uit Amerika. Daar worden de opties voor een studielening vaak aangeboden met een willekeurig rekenvoorbeeld. Als dat voorbeeldbedrag hoog was, werden er 30% meer leningen aangevraagd. Bovendien bleken die leningen de studieresultaten te beïnvloeden.

De onderzoekers werkten samen met een grote onderwijsinstelling, waarin ongeveer 10.000 ‘proefpersonen’, dus studenten of aankomend studenten, het afgelopen jaar een brief zouden ontvangen met daarin een rekenvoorbeeld. De maximale hoogte van de lening (31.000 – 57.000 dollar – studeren is duur in de VS) was voor beide groepen gelijk; het enige wat de onderzoekers aanpasten was de hoogte van het rekenvoorbeeld, 0 of 3500 dollar.

Studenten die het hoge rekenvoorbeeld hadden ontvangen, vroegen 30 % vaker een lening aan dan de anderen. Dat is geen kattenpis: het totaalbedrag dat extra geleend werd en toegeschreven kon worden aan de voorbeeldbedragen was 3.6 miljoen dollar. Maar het belangrijkste effect van de aanpassing van de brieven was dat met elke 1000 dollar extra die een student leende, hij of zij gemiddeld bijna een studiepunt extra haalde. Het bedrag dat studenten aanvroegen lag vaak in de buurt van het voorbeeldbedrag, dus gemiddeld ging het om 4 studiepunten per persoon die op basis van de brief besloot om geld te lenen.

Vraag naar fabricatie

COLUMN - Nu de Amerikaanse verkiezingen voorbij zijn, analyseren progressieven de oorzaken van het Trump debacle. “Vals nieuws” staat op die lijst hoog genoteerd: gefabriceerd anti-Clinton nieuws dat honderdduizenden keren werd gedeeld op sociale media zou de uitslag hebben beïnvloed. Collectief vielen de Amerikaanse progressieven over Facebookbaas Mark Zuckerberg heen toen die stelde dat het op zijn netwerk allemaal wel meeviel met het aanbod aan vals nieuws. Haastig beloofde hij daarop om het probleem aan te pakken met behulp van factcheckers. Deze aanbod-gerichte aanpak van de vals-nieuws industrie roept vooral vragen op. We zouden er beter aan doen om de vraag naar vals nieuws te ontmoedigen.

De bron van een groot deel (half)verzonnen pro-Trump nieuws was, om een of andere reden, het Macedonische stadje Veles, waar tientallen websites valse “nieuwsberichten” over Hillary Clinton verspreidden, onder andere via Facebook. Het lijkt alsof de propagandisten niet zozeer ideologisch gemotiveerd waren, maar vooral ondernemerschap tentoonspreidden. In eerste instantie was bijvoorbeeld het doel om Bernie Sander’s aanhangers te bereiken met anti-Clinton nieuws. Die pogingen bleken echter minder clicks en advertentie inkomsten op te leveren dan berichten gericht op Trump-aanhangers. Ook de auteur van een (bijzonder vermakelijke) satirische nieuwswebsite, geïnterviewd door de Guardian, zegt dat hij het deed voor het geld en de liefhebberij. Hij was geschokt toen zijn onzinartikelen opeens door Trump zelf werden getweet.

Boze witte mannen: een handleiding

COLUMN - De verkiezing van Trump heeft als effect dat mensen zich gelegitimeerd voelen in hun discrimineren van minderheden: de KuKluxKlan organiseert een feestje en ineens worden er meer verse hakenkruizen en racistische incidenten gemeld. Wat doe je eraan, vanuit je luie stoel aan de andere kant van de oceaan, behalve wanhopen? Kevin Munger, een politicoloog aan New York University, heeft een simpele suggestie: hij corrigeerde racisten online, waardoor ze zich meetbaar fatsoenlijker gingen gedragen.

Naast fysieke bedreigingen vindt een deel van het etteren en discrimineren plaats op Twitter. De onderzoeker knutselde een aantal twitterbots in elkaar. (Een bot is een onecht profiel dat via bepaalde regels automatisch tweets uitstuurt; leuke voorbeelden hier, minder leuke hier.) Greg en Rasheed, de bots, hadden een duidelijk ‘wit’ of ‘zwart’ profiel en kregen soms 5 en soms 500 volgers toebedeeld. Ze deden maar één ding: tegen mensen die in meer dan 3% van hun tweets het woord ‘nigger’ gebruikten, twitterden ze “hé man, het zijn wel mensen die je pijn doet met dit soort woorden”.

Niet iets waar je veel van verwacht in deze tijden. De onderzoeker vermoedde dat dit zinnetje niet zoveel effect zou hebben als het van ‘Rasheed’ kwam – die naam klinkt zwart, en corrigeren werkt beter als het door iemand uit je eigen groep gebeurt. Die verwachting kwam uit: Rasheeds opmerking had geen effect. Sterker nog, als Rasheed weinig volgers had, maakte degene die hij corrigeerde juist meer racistische opmerkingen in de weken erna. Maar als een ‘witte’ bot met veel volgers exact dezelfde opmerking twitterde, gebruikte de ontvanger in de week daarna 25% minder racistische scheldwoorden. Dat effect bleef zelfs een maand voelbaar.

Twee hoeraatjes voor ons meer-partijen systeem.

COLUMN - Het Amerikaanse kiessysteem biedt een epische en overzichtelijke strijd tussen twee polen. Die simpelheid levert een motivatie voor politieke betrokkenheid, maar kan ook leiden tot een destructieve polarisatie. In een tijd van sociale media waarin het steeds makkelijker wordt om je eigen informatie te selecteren, wordt deze zwakte steeds belangrijker.

Enkele maanden lang waren de Amerikaanse verkiezingen een dagelijkse soapserie waaraan ik lichtelijk verslaafd was. Eén van de redenen van mijn fascinatie is het feit dat het Amerikaanse systeem maar twee partijen heeft. Er is een duidelijke tegenstander, en als je je voorstander bent van één van de partijen wordt het al snel een spannende bezigheid, net als een voetbalwedstrijd interessanter wordt als je één van de teams ondersteunt.

Psychologisch onderzoek wijst uit dat het bestaan van zulke in-groepen en out-groepen sterke effecten heeft. Aan de ene kant stimuleert het altruïsme binnen de in-groep, die daardoor productiever samenwerkt. Aan de andere kant is het doel van dat altruïsme om de andere partij kapot maken. Biologen en antropologen betitelen dit tweesnijdende zwaard als “parochiaal altruïsme”: aardig zijn voor je groepsgenoten gaat hand in hand met vijandschap tegenover de anderen. Sommige theoretici argumenteren zelfs dat de evolutie van altruïsme gedeeltelijk gedreven wordt door het bestaan van conflicten tussen groepen.

Verzekeren is duur

COLUMN - Als je laptop kuren heeft, doen de meeste mensen hetzelfde als wanneer je zelf ziek bent: Je doet wat aan online zelfdiagnostiek en uiteindelijk schakel je een expert in.

Maar hoeveel betaal je aan die expert voor die hulp? Het is lastig in te schatten hoeveel kosten hij of zij maakt; jij weet alleen maar dat het je heel veel waard is om ofwel je energie, ofwel je harde schijf weer terug te krijgen. Een onderzoek in de computerreparatiebranche toont dat experts van die onwetendheid gretig gebruik maken. Als de klant zowel onwetend als verzekerd is, pakt de rekening zelfs 80% hoger uit.

Tot die conclusie kwamen drie Oostenrijkse onderzoekers deze zomer. Ze schaften nieuwe laptops aan en maakten opzettelijk een deel van het geheugen kapot, zodat allemaal hetzelfde mankement vertoonden. Met een computer onder de arm togen ze naar in totaal 61 verschillende reparatiezaken. Ze deden zich opzettelijk onwetend voor: “Ja, er kwam een foutmelding, en ik heb geen flauw idee wat ik daarmee aanmoet. Kunt u hem repareren?” Bij de helft van de willekeurig uitgezochte zaken voegden de onderzoekers daaraan toe: “Wilt u een bonnetje maken voor de verzekering?”

Zonder die laatste zin kostte de reparatie gemiddeld 70 euro. Maar de mededeling dat de verzekering de rekening zou betalen, zette iets in beweging bij de reparateurs: ineens werd de rekening gemiddeld 129 euro. Waar kwam dat belachelijk grote verschil vandaan? De reparateurs gaven een specificatie van de kosten. De vervangende onderdelen kostten hetzelfde, maar bij 17% van de verzekerde computers bleek ineens extra onderdelen noodzakelijk (hoewel alle computers nieuw waren). Uurloon verschilde niet tussen de shops die een ‘verzekerde’ computer kregen en de andere; wel duurde het een half uur langer om verzekerde computers te repareren.

Psychologie van de predestinatie

Tijdens een bezoek aan Geneve vorige maand bewonderde ik het strenge standbeeld van Calvijn, die predikant was in die stad. Het Calvinisme heb ik altijd een raadselachtige stroming gevonden, met name door het idee dat ieder mens vanaf het begin is voorbestemd om wel of niet in de hemel te komen, onafhankelijk van zijn of haar gedrag.

Als atheïst en econoom zie ik religie als een manier om het belang van de groep te stimuleren, met beloningen voor mensen die zich goed gedragen en straffen voor de anderen. Dreigen met de hel of een reïncarnatie als naaktslak maakt van mensen vrome gelovigen en goede buren. Predestinatie haalt die prikkels onderuit, en is in deze opvatting van religie dus totaal onlogisch.

Deze week vond ik echter een prachtige verklaring voor deze paradox door de economen Gilat Levy en Ronny Razin in het Journal of Public Economic Theory . Het bouwt op de voorspelling in de Calvinistische theologie dat mensen die uitverkoren zijn, zich ook als vrome Christenen gedragen. Dat betekent dus dat goed gedrag het doet lijken alsof je uitverkoren bent, zelfs al heeft dat gedrag geen enkele consequentie voor de uitverkiezing zelf. In plaats van God te overtuigen dat je in de hemel mag, is goed gedrag daarmee een manier om jezelf en anderen te overtuigen dat je al een toegangskaartje hebt.

Replicaties en respect

COLUMN - Het rommelt in de sociale psychologie. Recente replicatieprojecten laten zien dat een deel van het onderzoek in het vakgebied niet repliceerbaar is. De consequenties daarvan beginnen langzaam door te dringen binnen de gevestigde orde, zoals twee spraakmakende gebeurtenissen deze week lieten zien.

De eerste opschudding werd veroorzaakt door Susan Fiske, een vooraanstaand psycholoog aan Princeton University en redacteur van het toptijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. In een essay haalt ze fel uit naar online criticasters op wetenschappelijke publicaties in haar vakgebied. Ze hekelt de agressieve toon die op sociale media wordt aangeslagen, en verwerpt het “methodologisch terrorisme” van de critici. Vooraanstaande wetenschapsbloggers zoals Andrew Gelman en Uri Simonsohn waren uiteraard niet te spreken over Fiske’s aanval. In een bedachtzaam antwoord benadrukt Simonsohn dat een respectvolle toon belangrijker is dan het medium waarin de kritiek wordt gepubliceerd.

Fiske gaat mijn inziens voorbij aan het feit dat online commentatoren een diverse groep zijn. Er zijn natuurlijk impulsieve schreeuwers op sociale media, maar die worden door weinig mensen serieus genomen. De nerds die in hun vrije tijd teststatistieken narekenen zijn daarentegen een aanwinst voor de professie, en verdienen hun aandacht. Een constructieve en respectvolle toon van beide kanten helpt om die twee soorten kritiek van elkaar te onderscheiden, een ongedifferentieerde terminologie van “methodologische terrorisme” doet juist het tegenovergestelde.

Voordringen loont

COLUMN - Uber verhoogt de ritprijs als er meer vraag is. Ze zouden ook de ritprijs kunnen verhogen als je telefoon bijna leeg is (ja, dat kunnen ze zien). Maar er is nog een variant denkbaar: Uber zou je andere klanten kunnen laten ‘uitkopen’ om eerder aan de beurt te zijn.

Deze gedachte is uitgewerkt en getest door twee Amsterdamse economen.

Proefpersonen die in de rij stonden bij het lab kregen de optie om geld te bieden om van plaats te ruilen met iemand vóór hen. De onderzoekers laten zien dat de rij daar efficiënter van wordt.

Het eerste ruilmechanisme functioneerde als volgt: de proefpersoon die aan kwam lopen mocht aan de personen vóór haar een bod doen, achteraan beginnend. Iedereen die al in de rij stond kon zijn ‘reserveringsprijs’ opgeven, de prijs waarvoor hij bereid was weer achteraan te sluiten. Als het bod van de nieuwkomer hoger was dan de reserveringsprijs van iemand voor haar, ruilden de twee van plaats.

Bij het tweede mechanisme, het verdeelmechanisme, mocht iedereen op de eerste plaats bieden. Als er een nieuwe proefpersoon aan de beurt was, schoof de persoon met het hoogste bod naar plaats 1 en werd het geld eerlijk verdeeld onder de achterblijvers. Het nadeel van dit mechanisme is dat je je positie in de rij niet kunt ‘verdedigen’; stel dat je haast hebt en bijna aan de beurt bent, dan kan er een rijke nieuwkomer je uitkopen.

Energiebesparing, dat zouden anderen moeten doen

COLUMN - Energiebesparing is een belangrijke manier om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Het vormt een van de pijlers van het Nederlandse energieakkoord, dat tot forse reducties in gebruik moet leiden, met o.a. een appel aan de verantwoordelijke burger. Dat is optimistisch, want energie besparen vinden we vooral voor anderen van belang.

Een Amerikaanse studie in het vakblad Judgment and Decision Making onderzoekt onze houding ten opzichte van onze eigen energiebesparende activiteiten van onszelf en die van anderen. In een survey werd mensen gevraagd om de effectiefste actie te noemen die zij zelf konden doen om hun energiegebruik terug te brengen. De meest genoemde activiteit was een “makkelijke” actie, het vaker uitschakelen van het licht, Op twee stond een wat moeilijkere gedragsverandering, namelijk minder autorijden.

Daarnaast werd de respondenten gevraagd om eenzelfde actie te noemen voor “Amerikanen” in het algemeen. Hier bleek het patroon om te draaien: minder autorijden stond op één als de effectiefste maatregel voor Amerikanen.

Om dit makkelijk-voor-mij-moeilijk-voor-de-ander patroon beter te begrijpen deden de auteurs een tweede studie, waarbij ze respondenten vroegen om uit een lijst besparingsacties de effectiefste voor henzelf en voor “Amerikanen” te kiezen. Ook moesten ze voor elke actie aangeven hoe groot ze dachten dat de energiebesparing was, hoe moeilijk het was om die actie uit te voeren en hoe toepasbaar die actie was in hun eigen leven.

Volgende