Kiezen en Delen | Egonomie

COLUMN - In de serie Kiezen en Delen kijken Joël en Eva elke woensdag met gedragseconomische blik naar alledaagse beslissingen. Deze column verschijnt ook op Sciencepalooza.

We kennen ze allemaal: mensen die zichzelf heel wat vinden, en denken dat al hun projecten een fantastisch succes gaan worden. In extreme gevallen omschrijven psychologen dit als een narcissistische persoonlijkheidsstoornis, maar een klein beetje gestoord zijn we allemaal. Zo denken bijvoorbeeld 69% van de Zweedse (en 93% van de Amerikaanse) autobestuurders dat ze beter rijden dan de mediaan en gelooft 94 % van de academici dat ze betere leraren zijn dan de gemiddelde collega. Daarnaast doet bijna iedereen soms wel aan wensdenken, waarbij we een grotere waarschijnlijkheid toekennen aan positieve uitkomsten dan aan negatieve.

Een nieuwe tak van de gedragseconomie, die ik ‘egonomie’ zal noemen, onderzoekt de wisselwerking tussen dit soort zelfoverschatting en economische instituties zoals marktwerking. Een mooi voorbeeld is een recent experiment van de Australische onderzoeker Guy Mayraz. Hij gaf proefpersonen de opdracht om graanprijzen te voorspellen aan de hand van historische data. Het geld dat de deelnemers in het experiment konden verdienen was afhankelijk van de gerealiseerde graanprijzen. Bovendien speelde de helft van de deelnemers de rol van ‘bakkers’, die meer geld verdienden als de daadwerkelijke graanprijzen laag waren. De andere helft bestond uit ‘boeren’ die juist verdienden aan hoge graanprijzen.

Wensdenken bleek een sterke invloed te hebben op de deelnemers: de schattingen van de boeren, op basis van identieke informatie, lagen significant hoger dan die van de bakkers. Een mogelijke verklaring ligt in het zogenaamde ‘verwachtingsplezier’: een positieve verwachte uitkomst in de toekomst maakt je meteen al blij, terwijl een slechte verwachte uitkomst ook onmiddellijk een slecht humeur oplevert.

Wensdenken verplaatst dus op die manier welzijn van de toekomst (wanneer je geld verliest door je domme investeringen) naar het heden (wanneer je denkt dat je rijk gaat worden). Het asymmetrische effect van wensdenken op kopers en verkopers kan daarnaast een oude puzzel in de economie verklaren: handelaren die vergelijkbare informatie hebben (of zouden kunnen hebben) over de toekomstige opbrengst van een aandeel hebben eigenlijk niets te verhandelen, maar doen dat toch in hoge mate.

Een belangrijke vraag is of wensdenken afneemt als fouten kostbaarder worden. Om dat te onderzoeken kregen de deelnemers in het experiment een vergoeding die afhing van de kwaliteit van hun voorspelling. De onderzoekers varieerden vervolgens de grootte van die vergoeding zodat slechte voorspellingen duurder werden voor de deelnemers.

De resultaten laten zien dat wensdenken niet gevoelig is voor zulke kosten. Een deze week verschenen studie (pdf) suggereert zelfs dat de zelfdeceptie groter wordt naarmate er meer geld met een goede voorspelling gemoeid is. Als de vergoeding hoger wordt, reageren mensen niet door realistischer te worden, maar door zich zekerder te voelen over hun (verkeerde) voorspelling. Dat levert namelijk nog meer verwachtingsplezier op.

De suggestie dat onze roze bril gekleurder wordt naarmate er meer afhangt van onze keuzes is een verontrustende boodschap. Het is daarom te hopen dat de egonomen zich ontwikkelen tot egopticiens, daar kunnen we allemaal baat bij hebben.

  1. 2

    Zo denken bijvoorbeeld 69% van de Zweedse (en 93% van de Amerikaanse) autobestuurders dat ze beter rijden dan de mediaan

    Daarbij bedacht ik me wel: mensen scoren hun eigen rijden, en dat van anderen, op flexibele criteria. Oftewel, niet iedereen vindt hetzelfde belangrijk, en iedereen beantwoordt de vraag ‘wat is goed rijden’ anders. Iemand die nooit zal bellen in de auto zal wel-bellers lager scoren, terwijl het voor de bellers geen belangrijk criterium is voor goed rijden.

    Ik denk dus dat het klopt dat de meeste mensen de perceptie hebben beter te rijden dan het gemiddelde, niet omdat zij noodzakelijk hun eigen prestaties verkeerd inschatten (al doen sommige dat natuurlijk zeker wel), maar vooral vanwege de weging van die scores. De dingen waar ze niet goed in zijn, zullen enige overlap vertonen met de dingen waar ze ook geen waarde aan hechten. (En over oorzaak en gevolg kun je dan best debatteren, maar dan nog klopt de perceptie dus wel.)

    Een deze week verschenen studie (pdf) suggereert zelfs dat de zelfdeceptie groter wordt naarmate er meer geld met een goede voorspelling gemoeid is. Als de vergoeding hoger wordt, reageren mensen niet door realistischer te worden, maar door zich zekerder te voelen over hun (verkeerde) voorspelling.

    Dat zegt heel veel over onze maatschappij… Het is ergens logisch, maar het heeft ook behoorlijk verstrekkende gevolgen.

  2. 3

    Economie is een gedragswetenschap en geen exacte wetenschap. Geen wonder dus, dat de voorspellingen gekleurd worden door gevoelens en niet exact zijn.

    Maar de studie verklaart wel waarom onze bankdirecteuren zich zo happy bleven voelen, ook al hielpen ze Griekenland en onze banken de goot in, ondanks eerder falen met Icesave e.d. En daarom brengen mensen hun spaargeld naar obscure buitenlandse banken als die een procent meer rente geven.

  3. 4

    @3 Ik neem aan dat je procentpunt meer rente bedoeld. Ik krijg nu 1,5 % rente en procentpunt meer is zo’n 60% meer rente. Dat is een aanzienlijk verschil, logisch dat mensen dat doen.

  4. 5

    @0 Door de “narcissistische persoonlijkheidsstoornis” heb ik opeens het gevoel dat dit artikel rechtstreeks uit het Engels is overgeschreven.