Dominant bestuur

Heeft onze politiek nog enige macht over het bestuur? Voor beschouwers valt er veel te smullen: de SP de grootste partij in de peilingen, dalende ledentallen van politieke partijen, de afscheidsbeschou-wingen van Tjeenk Willink. Klein bier is er ook: het intelligentieniveau dat vereist is voor het ministerschap, de risico’s van het dereguleren van toezicht op vuurwerkopslag, de gevolgen van het ‘intelligent bezuinigen”. Behoedt de politiek ons nog voor narigheid? Of moeten we aanvaarden dat we zijn overgeleverd aan een gezichtsloze, welwillende macht, die zich alleen nog op aantallen en geld een beetje laat sturen? Onderkoning Tjeenk Willink drukt zich over het algemeen helderder uit, dan de invloed die hij met die helderheid verwierf; dus laten we hem nog eens bestuderen. Vroeger, in de tijd van de verzuiling, was er een institutionele koppeling tussen de representatie en het bestuur. Maar, nu de ideologische verschillen zijn afgenomen, de ledentallen va de politieke partijen krimpen en de kiezers wispelturig zijn geworden, begint die verbinding tussen representatie en bestuur ingewikkeld te worden.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

De kiezer is niet gek

De kiezer is niet gek. Nederlandse politici en opiniemakers zouden niet zo cynisch moeten zijn over de Nederlandse kiezer, maar deze serieus moeten nemen, zo impliceren onze bevindingen. Kieskeurige kiezers gedragen zich als geëmancipeerde en betrokken burgers, die trouw zijn aan hun eigen opvattingen, betogen politicologen Tom van der Meer, Rozemarijn Lubbe, Erika van Elsas & Wouter van der Brug in deze gastbijdrage.

Is de Nederlandse kiezer de weg kwijt? Wie naar de verkiezingsuitslagen kijkt, zou denken van wel. De verkiezingsuitslagen zijn nooit zo veranderlijk geweest als in het afgelopen decennium. De Nederlandse verkiezingen zijn de meest grillige en onvoorspelbare van West-Europa. In 2010 veranderde bijna 24% van alle Kamerzetels van partij (zie figuur 1). In tussentijdse opiniepeilingen zijn de verschuivingen zo mogelijk nog groter: partijen schieten omhoog en omlaag in de wekelijkse en maandelijkse polls. En ook de vertrouwenscijfers zijn beweeglijker dan ooit: een regering kan in slechts een paar maanden tijd de helft van haar steun verliezen

figuur 1

Wat is er aan de hand met de Nederlandse kiezer? Wat betekent de toegenomen veranderlijkheid voor de kwaliteit van de Nederlandse democratie?

Als we het (oud-)politici en politiek commentatoren vragen, is de toegenomen veranderlijkheid een groot probleem. Kiezers zouden hun rol niet serieus nemen. Zo stelde Hans van Mierlo in 2009: ‘De kiezers doen maar wat.’ Wim Deetman noemde de kiezers in 2011 ‘emotioneel, irrationeel of intuïtief’. Kees Schuyt kwam in 2003 met de beeldende omschrijving: ‘De Nederlandse kiezers lijken wel stuifzand. Ze waaien, met het geringste zuchtje wind, alle kanten op.’

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De onvermijdelijke saaiheid van democratische mode

Bovenstaande filmpje over de kleding van politici zag ik op Slate. Op zich geen diepgaand vertoog, maar wel één dat allerlei interessante vragen oproept.

Ik vraag me bijvoorbeeld af of de saai geklede democratische politicus niet ook een feedbackloop creëert, die mannenmode nu al anderhalve eeuw gevangen houdt in variaties op zwarte en grijze pakken. Immers, als de hoogst geplaatste mannen in een maatschappij pakken dragen, dan zullen allen die lager sociaal op de ladder staan dit gaan overnemen in de hoop ook wat van dat statusvoordeel mee te pakken. Zo blijft het pak dé outfit voor de man die hogerop wil komen.

Als je bijvoorbeeld Lodewijk XIII vergelijkt met Lodewijk XIV, dan zie je dat het er vroeger in de herenmode veel heftiger aan toe ging, zowel wat betreft de stijl als de veranderingen hierin. Sinds de opkomst van de democratie kan een man met veel minder kastruimte toe, maar het is ook een beetje saai allemaal (hoewel zo’n Lodewijk-outfit niet lijkt aan te raden bij temperaturen boven de 15°C.)

Je kan je ook afvragen waarom sommige politici zich onttrekken aan die dresscode. Dat lijkt me voor de hand liggend. Met de Hans Spekmantrui laat deze politicus zien: “Ik ben geen onderdeel van het systeem, ik ben onafhankelijk.” Dat is gemakkelijk (nou ja, gemakkelijk, je moet er wel Hans Spekmantruien voor dragen) gepakte winst op andere politici. Het is tegelijkertijd ook een serieuze handicap op weg naar de echte top: zou jij Spekman in zijn trui als premier met de koningin op de foto willen zien?

KSTn | Duistere grondstoffen

Nederland kiest voor fossiele brandstoffen. Op meerdere manieren, waarvan sommige niet zo fraai. Of dat goed is voor onze toekomst valt te betwijfelen.

Ergens in de stapel met kamerstukken zat een lijst met beantwoordde vragen naar aanleiding van de grondstoffennotitie. Een hele interessante vraag is nummer 2:
Met de voorziening van welke belangrijke grondstoffen verwacht u de komende jaren (beginnende) problemen?

En ik moest me drie maal door het omslachtige antwoord heen worstelen om eindelijk te zien wat er niet in stond: Olie.
Nu staat er elders in de beantwoording dat de energiesector buiten beschouwing wordt gelaten omdat daar al een ander rapport voor is. Maar dat is een te makkelijk antwoord. Olie is namelijk naast energiedrager ook een van de belangrijkste grondstoffen. Denk aan alleen al aan plastic, diverse chemicaliën en smeerolie.
En nergens in het stuk ook maar een spoor te bekennen van bewustzijn van de onvermijdelijke spanning die gaat ontstaan tussen het afnemende tempo waarmee olie geproduceerd kan worden en de toenemende vraag.
Het is curieus hoezeer de regering dit aanstormende probleem negeert.
Echter, aan de andere kant is het misschien wel verklaarbaar.

Nederland is gewoon in de greep van de op eennagrootste olielobby van de wereld. Niet alleen hebben we hier het belangen van Shell en de NAM welke erg groot zijn. We hebben ook nog eens te maken met de belangen van ongeveer een kwart van alle onderdelen van oliebedrijven die in Nederland gevestigd zijn vanwege de gunstige fiscale regels en de afscherming van gevoelige informatie. Het rapport hierover kreeg in Nederland nauwelijks aandacht. Alleen het FD stond er even bij stil.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Parlementaire journalistiek of consumentenjournalistiek?

Zijn journalisten agressiever gaan ondervragen? Politici klagen nog wel eens over de assertieve manier die journalisten hebben om hun het vuur aan de schenen te leggen. Zo assertief dat ze, de politici dat is, hun verhaal niet eens fatsoenlijk meer kwijt kunnen. Nu zijn er hilarische beelden op internet te vinden waarop de Haagse redacteuren uit de jaren zestig mijnheer of mevrouw ‘excellentie’ geen strobreed in de weg legden. Net zoveel momenten overigens van confrontatie, waarbij alle betrokkenen met gekromde tenen hebben moeten toekijken. Andere Tijden wijdde aan toegenomen assertiviteit (van parlementaire verslaggeving voor televisie) een prachtige documentaire (zie hieronder).

En Amerikaanse onderzoekers geeft het programma ook gelijk. In een boeiend paper Historical Trends in Questioning Presidents, 1953-2000 van Clayman e.a. (December 2006) vonden zij een toegenomen agressiviteit onder journalisten die het Witte Huis versloegen. Mij gaat het niet om de ins en outs van het onderzoek, maar om de operationalisatie van die toegenomen ‘agressiviteit’ – hoe meten we het toegenomen zelfvertrouwen van journalisten? Clayman e.a. maken een onderscheid tussen

  • Initiatief: de mate waarin journalisten een actieve in plaats van een passieve houding tijdens een interview – in de rede vallen, samenvatten, woord ontnemen;
  • Directief: de mate waarin journalisten issues te berde brengen en de wijze waarop: direct of meer omfloerst;
  • Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

    Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

    Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

    Machtenscheiding en politiek

    Onze democratie heeft een uitvoerende, een wetgevend en een rechterlijke macht.  Is er nog een vierde macht, de bureaucratie, die ‘eigenlijk’ de baas is? Die vraag kwam bij me boven, door mijn verbazing over het verkoopplan van huurwoningen aan hun huurders. Voor het oog wanordelijk, wordt er veel geroepen over de normen voor hypotheekverstrekking (DNB, AFM, NHG) en nog meer over de HRA. Mijn beeld: het “systeem” is verhuld bezig de sociale woningbouw te verkleinen, zo niet geheel op te heffen. Dat is geen klein besluit, na ruim een eeuw woningwet.

    Maar de vraag is: waarom? Geld levert het niet op voor de schatkist. De banken willen liever geen hypotheken verstrekken aan kleine verdieners en kwetsbaren. De vraag naar koopwoningen is klein tot niet bestaand. De woningmarkt is niet vlot te krijgen, door een maatregel op een deelterrein. Dus, wie wordt hier nu blij van?

    In de programma’s van VVD en CDA stond het niet. Maar in het regeerakkoord staat het ineens wel. Hebben de ondersteunende ambtenaren bij de formatie een trucje uitgehaald? Bepaalt de politiek de richting of de bureaucratie?

    Verhoudingen

    De politieke leiding bepaalt de doelen, de ambtelijke ondersteuning levert de middelen. De doelen worden dus door de politiek gekozen, de middelen om die doelen te bereiken door ambtelijke deskundigen. Dat lijkt helderder dan het is. Doelen en middelen vormen een soort hiërarchische reeks: wat voor de één een doel is, vormt voor de ander een middel tot een hoger doel. Het doet er dus veel toe waar de aandacht precies op wordt gericht. Politiek en bureaucratie hebben hierom een soort overeenkomst over hun gedrag: de ambtenaar is in laatste instantie loyaal aan de politieke top, maar gedraagt zich ook als professioneel adviseur van die politieke top.

    Steun ons!

    De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

    Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

    Vorige Volgende