De zomer van de Zwarte Ooievaars

Daar istie dan: de Zwarte Ooievaar boven de blanke top der duinen! Vanochtend werden er vijf exemplaren gespot nabij camping Bakkum in Noord-Holland, alwaar hardwerkende Nederlanders pardoes uit hun hangmat lazerden.
Maar er zijn er nog meer: bovenstaand exemplaar thermiekte rond het middaguur boven het Zuid-Hollandse ‘s-Gravenzande en werd door Johnny de Zeeuw gekiekt. De Zwarte Ooievaar (Ciconia nigra) biotoopt in Oost-Europa en Afrika. Maar nu de omstandigheden in Nederland verbeteren dankzij natuurherstel-projecten komt deze soort steeds vaker een kijkje nemen in ons land. Vandaag is er sprake van een ware Zwarte Ooievaar tsunami, de kraan staat wagenwijd open en de waarnemingen stromen dan ook binnen. Deze zomer geen geheimzinnige poema of ontsnapte gier maar zwermen Zwarte Ooievaars uit het Oosten, hoe mooi is dat? Zomer 2011 is daarom nu al de zomer van de Zwarte Ooievaars. Hoeveel babies de Zwarte Ooievaar brengt moeten we nog afwachten.
Nederland is op het gebied van innovatie een achterblijver geworden. Dat wringt met de politieke ambitie om bij de top-5 van de mondiale kenniseconomieën te horen. Voor een beter resultaat moeten wetenschap en bedrijfsleven meer initiatief nemen en durf tonen en niet meteen naar de overheid kijken. 
Er is wel eens discussie over geweest, maar nu is het zeker: dé Nederlander bestaat. De beste locatie om ons te spotten is niet in onze natuurlijke habitat, maar buiten de eigen landsgrenzen. Plek: een willekeurige costa aan de Méditerranée. Ontkennen is zinloos: wij zijn anders dan alle anderen. Heus. Maxima had op de buitenlandse costa´s moeten inburgeren, dan had ze het ook gezien: we zijn van mijlenver te herkennen. Goed, we zijn wellicht niet het meest sexy of stijlvolle volk, maar we hebben tenminste een volksaard. 
De Nederlandse economie zou internationaal hoog scoren op innovatie. Uit het het rapport 

