Proloog, scène 9
De studio van de Tros-Nieuwsshow in het Mediapark in Hilversum. Het laatste kwartier van het tweede uur, vlak na de boekenrubriek van Mister Interpolis, Martin ‘Glashelder’ Ros. Achter de microfoon twee historici, die zojuist het boek hebben uitgebracht ‘Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog’ en daarover nu komen te spreken met de charmante presentatrice van onbestemde maar middelbare leeftijd.
De charmante presentatrice (inleidend): Op 2 augustus 1914 schreef Franz Kafka in zijn dagboek: ‘Duitsland heeft Rusland de oorlog verklaard. ’s Middags zwemles.’ De Tsjechische schrijver was blijkbaar niet zo onder de indruk van het uitbreken van een van de gruwelijkste oorlogen uit de geschiedenis, de Eerste Wereldoorlog. Gold dat voor meer ooggetuigen in die tijd?
De eerste historicus: Sommigen die hebben in de gaten van: dit wordt echt iets heel bijzonders, en laten zich ook helemaal meeslepen door enthousiasme. Anderen, zoals Kafka, die hebben zoiets van: ach het is zo’n gek oorlogje op de Balkan, daar hebben we er al twee of drie van achter de rug, het zal wel loslopen. Dat is een inschatting die, nou ja, veel mensen in die tijd maakten. En op een gegeven moment blijkt na een week of wat, dat het toch echt toch wel heel erg uit de hand aan het lopen is.
De charmante presentatrice: En het is godsgruwelijk uit de hand gelopen.
De tweede historicus: Het begon eigenlijk zo’n beetje als een opera. Op de negentiende-eeuwse manier trokken ze ten strijde, de Fransen zelfs met rode broek. Het was eigenlijk een negentiende-eeuwse oorlog met de middelen van de twintigste eeuw.
De charmante presentatrice: En over welke middelen hebben we het dan?
De tweede historicus: Dan hebben we het over gas, de tank (al kwam die wat later), de artillerie
De eerste: En het machinegeweer niet te vergeten
De tweede: Het machinegeweer, prikkeldraad. Om met zo min mogelijk mensen een zo groot mogelijke slachting aan te kunnen richten. In je eentje kon je wel een heel leger tegenhouden, als je het goed aanpakte.
De charmante presentatrice: En dan hebben jullie nu het boek Ooggetuigen van het Derde Rijk …
De eerste historicus: Van de Eerste Wereldoorlog.
De tweede (verongelijkt): Ooggetuigen van het Derde Rijk was ons vorige boek.
De charmante presentatrice (blozend): Excuses, maar daarom vergiste ik me ook. Het is een goed concept dus, dat aanslaat, die Ooggetuigen.
De eerste historicus: Ja, maar ik moet wel zeggen dat we op een rijdende trein zijn gesprongen. We hebben voor de uitgever een deel over het Derde Rijk gemaakt, en nu dus over de Eerste Wereldoorlog. We zijn bezig, zijn we nu, zijn we flink mee aan de gang, met de Koude Oorlog.
De tweede: Ik denk dat het zo’n succesvolle formule is, omdat we een heel breed beeld kunnen schetsen. We laten soldaten aan het woord, maar ook gewone huisvrouwen, kinderen, dichters. Bij Het Derde Rijk is dat ook heel goed gelukt.
De charmante presentatrice: Waarvoor kies je? Wat is de invalshoek?
De eerste historicus: Niet alleen maar de gebaande paden. Dan kom je ook op grappige dingetjes. Verdun, de Rode Baron, de Somme moeten er natuurlijk in voorkomen. Maar ook de simpele kleine dingen: de soldaat die z’n laatste woorden uitspreekt: ‘Maak die sigaret eens uit’, voordat hij door een sluipschutter wordt doodgeschoten. Ook de onbekende facetten van de oorlog.
De tweede: Tot nu toe waren het vooral de Engelse soldaten die aan het woord kwamen, maar die hadden gewonnen, dus die waren trots, die hebben het meest gepubliceerd.
De charmante presentatrice: De War Poets natuurlijk.
De eerste historicus: De onvermijdelijke War Poets, zelfs in Blackadder komen die nog voor, maar we hebben ook heel erg gezocht naar de Duitsers, om die aan het woord te laten. Kijk, er rust een beetje een taboe op de Eerste Wereldoorlog in Duitsland. Ze hebben verloren, da’s altijd fout. De nazi’s zijn ermee aan de haal gegaan, dus dat ligt een beetje moeilijk. Maar gelukkig hebben we in de Universiteitsbibliotheek een aantal gepubliceerde ooggetuigenverslagen gevonden van Duitse soldaten. Nog in de oorlog en ook vlak na de oorlog gepubliceerd, en dat is dus nieuw, zeer nieuw. Daardoor hebben we die Duitse kant flink aan het woord kunnen laten.
De charmante presentatrice: En wat blijkt dan daaruit?
De eerste historicus: Dat de Duitsers gewoon de betere soldaten waren. Er blijkt ook dat de Duitsers veel meer nog dan de geallieerden geloven in kameraadschap. De onderlinge relatie was beter, en met de superieuren. Dat merk je uit de beschrijving van veldslagen, die we van twee kanten hadden. En als je die verslagen van de Duitse soldaten uit de loopgraven leest, blijkt daaruit dat de Duitsers het in de loopgraven veel beter hadden dan de Engelsen en de Fransen, die zaten tot hun knieën in de modder. Het moreel was bij de Duitsers ook veel hoger. Het is een wonder dat de Duitsers die oorlog hebben kunnen verliezen, eigenlijk.
De charmante presentatrice: Maar ze hebben ze hem wel verloren.
De eerste historicus: Dat was een kwestie van overmacht, eigenlijk, toen de Verenigde Staten erbij kwamen en Duitsland werd geblokkeerd. Er was niks meer te eten.
De charmante presentatrice: Ik heb het bij wijze van spreken met tranen in de ogen gelezen. Het kwam nogal aan bij mij, sommige fragmenten. Was dat niet deprimerend, om al die ellende naar boven te hengelen?
De tweede historicus: Het is gewoon fascinerend om te zien hoe mensen in zo’n situatie functioneren. Als je eenmaal de fascinatie hebt met zo’n oorlog, en de Eerste Wereldoorlog is mijn fascinatie, als het eenmaal je hobby is … (Het radiosignaal valt weg.)
(changement.)