rj

19 Artikelen
203 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

De Allerlaatste Dagen der Mensheid, zoveelste bedrijf, eerste scène

De reeds beeïndigde serie ‘De Allerlaatste dagen der Mensheid’ wordt abrupt gereanimeerd, wie zich nog/weer moet inlezen treft hier de voorgaande afleveringen.

Voor het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag. Meneer Oranje-Blanje-Bleu in gesprek met de oude Cliché.

ORANJE-BLANJE-BLEU: Het zijn barre tijden.
DE OUDE CLICHÉ: Zeg dat wel. Je bent niet meer veilig in je eigen stad. Stelletje oproerkraaiers.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Zat jouw zoon erbij?
DE OUDE CLICHÉ: God beware! Die zit bij de marechaussee, en is nog in opleiding. En jouw zoon, wat doet die eigenlijk?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Studeert.
DE OUDE CLICHÉ: Toe maar. Wat?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Voedsel en bloemen.
DE OUDE CLICHÉ: Voedsel en bloemen?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Voedsel en bloemen. Zijn bedje is gespreid.
DE OUDE CLICHÉ: O ja?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Heb je ’t niet gelezen dan? In de courant? Ons NRC-Handelsblad?
DE OUDE CLICHÉ: Nee, noh, wat dan?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Dat de studierichtingen Voedsel en Bloemen en Water en Creatieve Industrie de topsectoren zijn van de nieuwe universiteiten?

DE OUDE CLICHÉ: Dat is nieuws.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Hiermee gaat Nederland wereldwijd in de top-5 van kenniseconomieën komen. Een VWO-diploma geeft geen directe toegang meer tot de universiteit, is de redenering.
DE OUDE CLICHÉ: Maar hij wou toch Theoretische Natuurkunde studeren? Waar ie zo goed in was en zelfs uitblonk?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Geen droog brood mee te verdienen. Nee, jongen, zei ik, Voedsel en Bloemen voor jou. Daarmee ga jij Nederland wereldwijd in de top 5 van de kenniseconomieën stuwen.
DE OUDE CLICHÉ: Theoretische Natuurkunde… Zoveel hersens en zo dom. Is daar veel kennis voor nodig trouwens, voor Voedsel en Bloemen?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Lees dan wat er staat: kennis-e-co-no-mie! Het gaat erom de dingen te gelde te maken. Daarin leer je door. Hoe verkoop je Voedsel en Bloemen.
DE OUDE CLICHÉ: Op die manier. (zwijgt even, kijkt peinzend) Je mag nog blij zijn dat hij niks in de kunst wou.
ORANJE-BLANJE-BLEU: De kunst! Breek me de bek niet open! De kunst is de allerabjectste tijdsbesteding die er bestaat! Gesubsidieerd of niet-gesubsidieerd! De kunst moet te vuur en te zwaard bestreden worden! Met wortel en tak uitgeroeid. Het is een gevaarlijke, levensgevaarlijke manier van denken en leven, die zombies van mensen maakt, denkende zombies! De kunst is een haatdragende religie en alle kunstwerken zouden verbrand moeten worden!
DE OUDE CLICHÉ (om zich heen kijkend): Pas op, je zet aan tot haat en discriminatie.
ORANJE-BLANJE-BLEU: Welnee! Ik heb het toch niet over de kunstenaars? Ik heb op zich niks tegen kunstenaars, alleen tegen de kunst.
DE OUDE CLICHÉ (niet overtuigd): Is er dan kunst zonder kunstenaars? Zijn er kunstenaars die geen kunst maken? Vooronderstelt het ene niet het andere? Je kan toch ook niet het vegetarisme bestrijden en de vegetariërs ongemoeid laten?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Haarkloverijen! Daar heeft de rechter korte metten mee gemaakt. Ik ben een groot voorstander van de vrijheid van mijn meningsuiting, en je hoort het. Kunstenaars: mogen blijven. Kunst: weg ermee. Duidelijk toch?
DE OUDE CLICHÉ: Heel duidelijk. Was iedereen maar zo duidelijk. Wat voedsel tot ons nemen bij wijze van creatieve vrijetijdsbesteding?
ORANJE-BLANJE-BLEU: Goed idee. Met een watertje erbij daar bij die bloemenstal.
(Af.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (18)

Met aflevering 52 wordt het eerste bedrijf van De Allerlaatste Dagen der Mensheid afgesloten. Er volgt nog een tweede bedrijf maar wanneer dat gebeurt is nog onduidelijk. Maar als het gebeurt, is Sargasso de eerste die het weet, na onszelf dan. De oorspronkelijke Laatste Dagen der Mensheid van Karl Kraus verschijnt volgend jaar bij De Harmonie in de serie Klassiek Geïllustreerd. Als alles naar wens gaat, wordt het eind volgend jaar dan ook opgevoerd door ’t Barre Land. Tot ziens, Bindervoet & Henkes.

    Proloog, scène 51
    De oudstrijders dhr. Wiskerke en dhr. Brekveld, in gesprek in de gemeenschappelijke ruimte van het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen te Bronbeek. Dhr. Brekveld zapt de tv uit met de afstandsbediening.
    Dhr. Brekveld: Ik vond de vorige spannender.
    Dhr. Wiskerke: Nou ja, je kreeg toch wel een beeld van hoe de wederopbouw verloopt.
    Dhr. Brekveld: Zijn we wat wijzer geworden dan?
    Dhr. Wiskerke: Overste Tak citeerde voorzitter Mao: Dood er één en je maakt er 10.000 bang.
    Dhr. Brekveld: That’s the spirit.
    Dhr. Wiskerke. Hij had het over de Talibaan, de OMF.
    Dhr. Brekveld: O. Maar het is tenminste klare taal. Dat kan je van majoor Vleugels niet zeggen. Ze moesten ze ’n ‘paraplu’ geven waaronder ze konden ‘schuilen’ en met hun ‘inktvlekstrategie’ konden ze die paraplu dan ‘opendoen’ en daarna weer ‘dicht’. En we zijn op ‘de goeie weg’, maar het is een ‘proces van hele lange adem,’ ‘om even aan te geven hoe beperkt de scoop is’. Dat soort vaag gewauwel. Met gelul voer je geen oorlog.
    Dhr. Wiskerke: Ondertussen regeert de angst. De wreedheid van de vijand werkt, met het platbranden van huizen, het verwoesten van schooltjes, het afsnijden van oren, kortom allemaal zaken die niet in ons normen- en waardenpatroon passen,zoals kapitein Dresen terecht stelde.
    Dhr. Brekveld: Het eindshot was mooi. Die jongen die geraakt was bij een schotenwisseling en ondersteund door zijn kameraden twintig kilometer was komen lopen om door de medics te worden geholpen met de revalidasie. In een balletje knijpen en dat soort dingen. Het was een mooi beeld: zag je hem terugstrompelen, met zijn maats, weer twintig kilometer terug naar zijn dorp, tegen de ondergaande zon in. Dat doet je wat. Want je weet: als wij er niet hadden gezeten, was ie al lang gecrepeerd.
    Dhr. Wiskerke: Nee, we doen daar goed werk.
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (17)

    Proloog, scène 49
    In de fractiekamer van de christendemocraten.
    Christendemocraat Van der Camp: Zoals elke keer zal ik beginnen met een bijbellezing. Lucas 2:7 lijkt me op dit moment niet zo opportuun… (hilariteit) Het zou maar valse hoop wekken en dat is gemeen!
(nog meer hilariteit) Lezen wij daarom Romeinen 13: 1-7. Daar worden we allemaal wijzer van. (geklap, geroffel en getrommel op de tafels, instemmend gemompel, overgaand in gejoel. Er worden gebakjes binnengebracht. Christendemocraat Van der Camp schraapt zijn keel.)
    (changement.)

    Proloog, scène 50
    Aan de leestafel in Café Scheltema.
    De oudste NRC-abonnee: Nee, dat… dat… dat… dat kunnen ze toch niet maken!
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Wat niet?
    De oudste NRC-abonnee: Dat… dat… dat… dat schept toch grote rechtsongelijkheid!
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Wat dan?
    De oudste NRC-abonnee: Nou, zo’n pardon voor een specifieke groep van inmiddels meer dan 26.000 asielzoekers plus hun nakomelingen, die voor een deel het land hebben verlaten.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: En hulde aan onze krant dat ze dat ondubbelzinnig in het hoofdcommentaar melden. Petje af! Altijd weer mooi om te lezen wat je zelf ook dacht maar het niet zo goed kon formuleren. De krant moet luidop zeggen wat jij slechts durft te denken.
    De kniesoor: Pardon? Een pardon voor mensen die het land hebben verlaten? Worden die dan teruggehaald?
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Komt Gümüs dan weer terug? Ik heb nog wel een oude ruitjesjas die nodig versteld moet worden. De voering hangt erbij…
    De oudste NRC-abonnee: Ik vind het onverstandig dat een krappe, toevallige meerderhaat, pardon meerderheid in de Tweede Kamer gisteren met een motie alvast een voorschot heeft genomen op zo’n pardon door het kabinet te verbieden door te gaan met het afhandelen van deze gevallen. Die oude zaken zijn al grotendeels afgehandeld en die afhandeling was genuanceerd en coulant: bijna de helft van de behandelde gevallen heeft alsnog een verblijfsstatus gekregen.
    De kniesoor: Dat waren gevallen die op de stapel waren blijven liggen en sowieso een verblijfsstatus hadden moeten krijgen. Maar dan veel eerder. In slechts 1000 gevallen is echt ‘coulantie’ betracht, de ‘schrijnende’ gevallen waarmee de minister haar geweten behangt.
    De oudste NRC-abonnee: En wat is er gebeurd met die 7650 afgewezen asielzoekers die met onbestemde bestemming zijn vetrokken?
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Dat zullen er volgens het hoofdartikel inmiddels trouwens wel meer geworden zijn, doordat er kinderen zijn geboren.
    De oudste NRC-abonnee: Ze planten zich voort als konijnen. De natuur hou je niet tegem hè.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Van mij mag Gümüs ook wel terugkomen.
    De oudste NRC-abonnee: Nee toch! Dat was een grapje van mij! Pour épater le bourgeois! Guumüs laten terugkomen? Dan is het einde zoek. Vergeet ook de aanzuigende werking niet.
    De kniesoor: Pardon? Spreekt u namens de stofzuiger? Dat is precies de ontmenselijkende beeldspraak die van sommigen kanonnenvoer maakt en van anderen kampbeulen.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Nou draaft u wel een beetje door.
    De kniesoor: Het gaat om mensen! Niet om stofmijten.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Dat zal de Partij voor de Dieren niet leuk vinden, dat u dat zegt.
    De kniesoor: Om vuil dan, stof, kruimels. En dan nog, ten tweede: denkt u dat de rest van de wereld voor 1 april 2001 een verblijfsvergunning heeft aangevraagd en nu smachtend voor de poorten staat?
    De oudste NRC-abonnee: De overheid moet ondubbelzinnig zijn, zeker nu het aantal asielaanvragen in Nederland binnen één jaar met 71 procent is gestegen.
    De kniesoor: U liegt…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Het stikt in de wereld van de schrijnende gevallen…
    De oudste abonnee: En vergeet u de rechtsongelijkheid niet! Het is niet eerlijk tegenover al degenen die inmiddels het land zijn uitgezet als we nu een generaal pardon afkondigen.
    De een-na-oudste abonnee: Jaja, zoals het hoofdartikel het zo pregnant formuleert: ‘Door zich niet te storen aan de Nederlandse wet en tegen beter weten in hier te blijven, behalen deze illegalen een voordeel boven de duizenden die inmiddels wel naar elders zijn vertrokken.’
    De kniesoor: Weet u waar me dat aan doet denken? Aan de ganzenjager die trekkende ganzen uit de lucht schiet en ons verzekert dat het heel humaan gebeurt omdat zijn schoten onmiddellijk dodelijk zijn. Mocht er dan eens per ongeluk een gans neerstorten die met een kapotgeschoten vleugel ligt te kreperen in het knollenveld, dan komt de ganzenjager er onmiddellijk op af gerend en hij zal de gans heel humaan de nek omdraaien, zeggende: ‘Nu is er een heel andere situatie ingetreden. Nu moeten we hem zo snel mogelijk uit zijn lijden verlossen.’
    De een-na-oudste abonnee: Ik ben bang dat ik u niet begrijp?
    De kniesoor: Had dan meteen niet geschoten! Had dan meteen geen mensen uitgetzet! Beleid is van zichzelf nooit reden om het beleid niet te veranderen. Dan zouden we geen enkele wet meer mogen veranderen omdat het oneerlijk is tegenover degenen die onder de oude wet vielen. Dan hielden we de doodstraf omdat het zielig was voor degenen die er nog wel hun leven door verloren. Dan leefden we met andere woorden nog in de middeleeuwen. Lux et libertas! Zonder pardon!
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (16)

    Proloog, scène 45
    Een vergadering van een werkgroep van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers, Cluster Noord-Brabant, in Den Bosch.
    Voorzitter Rick: De vorige keer hebben we gekeken naar het begrip ‘schrijnendheid’ en hoe wij daar als case managers mee om dienen te gaan…
    Ineke: Mag ik daar even op inhaken…
    Voorzitter Rick: De rondvraag komt straks. Ik wou eerst even een korte samengeving geven van de vorige keer en bekijken wat de intercollegiale consultatie met andere collega’s van andere locaties heeft opgeleverd…
    Ineke: Ja, maar…
    Voorzitter Rick: …Dienaangaande hadden wij een aantal vragen voor de intervisie opgesteld.
    Ineke: Daar gaat het nou net om!
    Arthur: Gaan we weer. Laat die man nou even uitpraten.
    Joke: Jij mag straks je zegje doen.
    Cleo: Ik weet al wat dat gaat worden. Oeverloos, voornamelijk.
    Ineke: Ik hou mijn mond wel.
    Voorzitter Rick: ‘Schrijnendheid’ was voor veel medewerkers een erg ruim en vaag begrip. Zoals het gehanteerd werd, gaf het te weinig houvast, terwijl het nu juist bij velen die betrokken zijn bij asielzoekers en ook in de media een hot item was geworden. Daardoor werd je als case manager geconfronteerd met allerlei opvattingen hierover. Opvattingen van collega’s, ketenpartners, vrijwilligers, advocaten, vrienden, kerkgangers. Je werd daarop aangesproken en dan moest je de COA-visie, het COA-antwoord daarop kunnen verwoorden, ook als je niet naar Jensen had gekeken. (hilariteit, alleen Ineke kan er niet om lachen.) De vorige vergadering van deze werkgroep en het daaruit voortvloeiende conceptverslag waren bedoeld om het begrip te concretiseren naar de praktijk.
    Ineke: Ja, je had zelfs het woordenboek erbij gepakt.
    Voorzitter Rick: Precies, daar begonnen de moeilijkheden al. Anders dan je zou verwachten bij een woordenboek als de dikke van Dale, was ook daar de definitie niet eenduidig: ‘schrijnendheid is wat het gemoed met schurende/brandende pijn aandoet’. Wiens gemoed? Het gemoed van de omstanders? Van diegenen die er iets over te zeggen hebben? De minister? De goegemeente? De cliënt? Eén ding was zeker, en dat geldt nog steeds: we dienen voorzichtigheid te betrachten om iets als schrijnendheid te labelen aangezien dit het gevolg bepaalt in de procedure. Zaken kunnen immers tot een mogelijke verblijfsvergunning leiden. De eerste vraag waarop we een antwoord dienden te vinden luidde dus: hoe kijken we eigenlijk tegen schrijnendheid aan? Het gaat om een persoonlijke, subjectieve waarneming die start vanuit je gevoel. Er ontstaat een betrokkenheid, stelden we vast. En ook: als je niets met dat gevoel doet en dit niet verder onderzoekt, kan het zijn dat je last met je geweten gaat krijgen. Belangrijk voor je geweten is het idee dat je alles gedaan hebt wat je hebt kunnen doen. En toen kwamen we op de intervisievragen: hoe hard ben ik? hoe gevoelig ben ik eigenlijk? is er een formele routing vast te leggen? We waren het erover eens dat je schrijnendheid vaak toetst aan je meest schrijnende situatie. Dat is op ervaring en/of op mogelijke onbewuste projectie gebaseerd. Er kan onbewust verharding optreden, een secundaire traumatisering of beroepsdeformatie plaatsvinden…
    Ineke: En toen kwam jij met dat achterlijke voorbeeld van stickers op de rug van je collega plakken…
Voorzitter Rick: Ja, gut, ik had zogauw niks anders…
     (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (15)

    Proloog, scène 43
    Het ministerie van defensie, afdeling News Clearance, waar de nieuwsberichten van ingebedde journalisten op veiligheidsoverwegingen worden gecontroleerd.
    De medewerker (tegen zichzelf): Die journalisten toch … Je kan ze niet vertrouwen … Geef je ze een vinger, nemen ze gelijk de hele hand … De ene meldt dat hij is gaan meevechten, de ander suggereert tussen de regels door dat we ondeugdelijk materieel hebben, veel te grote helmen … De vijand leest mee, hoor! … Daarmee brengen ze niet alleen zichzelf in gevaar, maar ook ons … Gehaaide kereltjes zijn het … Organiseren we daar notabene een speciale patrouille voor ze om ze een indruk te geven van ons opbouwwerk, gaan ze het over de manieren hebben waarop de bevolking niet naar de militairen toe mag komen … Beseffen ze dan niet dat ze de vijand daarmee in de hand spelen? … Die weten nu ook dat ze niet met dynamiet omgord op de fiets of de bromfiets naar ons toe moeten komen … Gaan ze allicht wat anders uitproberen … Wat lees ik daar? … ‘roepen scheldwoorden naar de militairen’? … Nee, die negatieve geluiden schrappen we … Daar maken we van ‘roepen vriendelijke dingen tegen de militairen’ … Hm, maar hoe weten onze jongens dat als ze geen tolk bij zich hebben … Ik weet het: ‘roepen vriendelijk klinkende dingen tegen de militairen’ … Goed zo … Ah, dat is een mooi accent dat de NRC-correspondent daar aanbrengt, onze jongens die speelgoed uitdelen aan tevoorschijn gekropen kindertjes… Zie je wel dat de journalisten het wel kunnen! En helemaal uit zichzelf ditmaal. Heel goed, dan zien de mensen tenminste dat wij het daar ook verdomd niet makkelijk hebben. Een onverbeterlijk volkje die Afghanen. Ondankbare graaiers! ‘Het jongetje dat het meeste weet weg te grissen, maakt stampei als de anderen op een eerlijker verdeling aandringen. Zijn gekrijs is nog te horen als de colonne weer de weg oprijdt.’ Mooi!
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (14)

    Proloog, scène 40
    Op de werkkamer van de directeur van de IND wordt een voorgesprek met de advocaat gevoerd.
    De directeur van de IND: Wij zijn slechts een uitvoerende organisatie in dienst van de Nederlandse overheid. Ik zie geen enkele overeenkomst met de collaborrerende politie in de Tweede Wereldoorlog en hoe die omgingen met de Joden.
    Zijn advocaat: Dus ik vat het nog even beknopt en helder samen, voor mijn pleidooi: u voert slechts democratische tot stand gekomen wet- en regelgeving uit waarvoor u niet persoonlijk de verantwoordelijkheid draagt. Uw medewerkers zijn volstrekt te goeder trouw en integer en voeren hun taken zeer zorgvuldig uit. En de Nederlandse overheid is volgens u geen bezettingsmacht.
    De directeur: Precies. Bij mijn weten niet. En daarom raakt het mij, de organisatie en mijn medewerkers persoonlijk. Wij voelen ons in onze eer aangetast.
    De advocaat: Het… raakt… u… persoonlijk… Staat genoteerd. Volgens mij staan we heel sterk.
    (changement.)

    Proloog, scène 41
    In de slaapkamer van de minister van defensie, na een televisieoptreden.
    De minister van defensie (in zijn slaap): Het is in dat soort landen op straat zo’n puinhoop… In Azië, Afrika, dat soort gebieden… En dat komt allemaal naar ons toe… Daarom zitten we er ook… Om te voorkomen dat al die mensen met al hun vuil en rotzooi straks onze kant opkomen… Als je kijkt, bijvoorbeeld in Kandahar, Kaboel, wat een troep daar op straat ligt… Het is een heel andere cultuur… De puinhopen van de Russische invasie liggen er bij wijze van spreken nog… Ze laten ook alles gewoon maar vallen waar het ze uitkomt… Dat verander je niet 1-2-3, maar… (in zijn droom staan lange rijen Afghanen voor een stembureau in Almere. Hun stembiljetten deponeren ze in stembussen die verdacht veel op grote groene vuilisbakken lijken. De minister woelt in zijn bed, badend in het angstzweet.) Aargh! Nee! Dat nooit… dat nooit!
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (13)

    Proloog, scène 37
    Aan de leestafel in café Scheltema.
    De oudste NRC-abonnee: Het is een logische straf. Als je kijkt naar de ernst van de misdrijven, is het logisch dat hij de maximumstraf krijgt. Er wordt recht gedaan over datgene wat hij heeft gedaan. Het is een zwaar oordeel, maar hij heeft het er zelf naar gemaakt. Hij is onder humane condities berecht en gevangen gehouden.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Natuurlijk verdient hij het zwaar te worden gestraft…
    De oudste NRC-abonnee: Oog om oog, tand om tand. Het past bij de schrikdaden die hij wilde plegen, bij het schrikbewind dat hij wilde vestigen.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Zeg, over wie heeft u het eigenlijk?
    De oudste NRC-abonnee: Over die kwajongen…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Saddam H…
    De oudste NRC-abonnee: Nee, kom, die snotaap… Samir A.!
    (changement.)

     Proloog, scène 38
    Een rustige, om niet te zeggen doodstille werkkamer in het Instituut voor Migratie en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam. Twee mensen zitten tegenover elkaar achter computerbeeldschermen, een mannelijke hoofdonderzoeker en een vrouwelijke junior-onderzoeker. Een baliemedewerker van Noord-Afrikaanse afkomst komt de post brengen.
    Eerste onderzoeker: Hé poppelepee, een brief van de AIVD.
    Tweede onderzoeker: Voor ons?
    Eerste onderzoeker: Nee, voor Maurice de Hond. Natuurlijk voor ons.
    Tweede onderzoeker: Sorry hoor …
    Eerste onderzoeker (snijdt met een vouwbeen de envelop open, haalt de brief eruit en leest hem, daarbij geluiden mompelend): Blablabla …. hm… hm … nee hè …. Dat is toch werkelijk hondsbrutaal. Alsof ze dat zelf niet kunnen! … De Inlichtendienst wil inlichtingen!
    Tweede onderzoeker: Van ons?
    Eerste onderzoeker: Nee, van de firma Blokker. Natuurlijk van ons!
    Tweede onderzoeker: Sorry hoor …
    Eerste onderzoeker: Ze willen meekijken met ons onderzoek naar de radicalisering van jonge moslims, want ze zijn erachter gekomen dat wij contact hebben met twee mensen die voor ons in alle openheid aanwezig zijn bij een soort Hofstadgroep. Daarin lopen twaalf of dertien man rond die door de AIVD al een tijdje in de gaten worden gehouden, en ze zien dat er ineens twee bij zijn gekomen. Ze vragen zich af of het ook radicale moslims zijn. Zou je er ook niet van radicaliseren?
    Tweede onderzoeker: Wie, wij?
    Eerste onderzoeker: Nee, de AIVD! Zij natuurlijk!
    Tweede onderzoeker: Sorry hoor …
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (12)

    Proloog, scène 34
    Op de Waddendijk bij Marrum. Aan de voet van de dijk ligt een berg jonge paarden, met de benen omhoog en de tanden ontbloot. Een tractor met grijparmen rijdt af en aan om de dieren te bergen. Op de dijk slaan twee ramptoeristen het macabere schouwspel gade, vergezeld van hun hond die wil spelen.
    De eerste ramptoerist: Hadd’n ze d’r niet een kleedje overheen kunn’n legg’n of wat?
    De tweede: Geen gezicht. ’t Is toch ook niet te geloov’n. Met groot materieel uitg’rukt en nog staan die beest’n tot an hun buik in de koo int waeter.
    De eerste: ’t Schijnt dat die pontons tot drie keer toe aan de grond zijn gelopem…
    De tweede: Kvinnet maer triest hoor. Vijftig man hebben ze dropaf stuurd en die hebben niks presteerd. Ja, ze hebbn wat van die veulentjes uutet waeter haald…     De gemeente Ferwerderadiel staat er weer bantgekleurd op.
    De eerste: Joa, maer, ’t leger…
    De tweede: Skei toch uut, asset in Oeroeskan kan, dan kannet hier toch oôk?
    (changement.)

    Proloog, scène 35
    Ter Apel. De Tijdelijke Noodvoorziening voor mensen die asiel willen gaan aanvragen, waar ze ongeveer twee weken wachten om asiel te mogen aanvragen. Een terrein met caravans, zonder wielen, waarin niet gegeten of gedronken mag worden. Thee zetten mag ook niet. Dat is te gevaarlijk. Voor de thee wordt dus illegaal warm water afgetapt uit de buizen van de verwarming. Er is een ruimte vol gloednieuw speelgoed, maar er is geen geld voor een begeleider en dus kan er niet gespeeld worden. Dat is ook te gevaarlijk. De kinderen staan met hun neuzen tegen de ramen naar het speelgoed te staren. Rechts van de toegangspoort het Aanmeldcentrum, waar het asielverzoek gedaan moet worden, links het Vertrekcentrum. Een groepje belangstellenden, onder wie een voormalige vluchteling die nu bij VluchtelingenWerk werkt, wordt rondgeleid door een personeelslid van de IND, met vierkant geknipt stekeltjeshaar, als een Amerikaanse marinier. Hij staat in de centrale hal van het Aanmeldcentrum bij een kunstwerk, een druppelende kraan die het verstrijken van de tijd symboliseert.
    De IND’er (met een kopje thee in zijn hand): Stel je voor je vlucht uit je land…
    (changement)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (11)

    Proloog, scène 30
    In de werkkamer van de minister van Buitenlandse Zaken. Hij heeft net de telefoon neergelegd.
    De minister (in zichzelf): Ach, ach… Nee, dat is verschrikkelijk…. Dat is toch werkelijk verschrikkelijk… Vreselijk, echt vreselijk… Een ramp… Een gevoelige nederlaag… Achjé, wat sneu nou weer allemaal… Potverdikke, dat gaat helemaal niet goed… Helemaal niet goed… Achejé, wat een ellende nou toch weer…Potverdikke, potverdikke… Vreselijk… Potverkaatje… Iedere per ongeluk geraakte burger levert de Taliban zo weer vijftig nieuwe sympathisanten op…
    (changement.)

    Proloog, scène 31
    In de werkkamer van de minister van Defensie. Hij heeft net de telefoon neergelegd.
    De minister (in zichzelf): Het gaat nou wel erg hard… Hard tegen hard ook… Verdomme, Henk, dat loopt helemaal uit de hand. Zo komen we nooit aan wederopbouwen toe, natuurlijk. Een ramp is het. Verdomme, verdomme. Wat een desillusie. En de bevolking van Zuid-Afghanistan staat toch al, onder dreiging van marteling en gevangenschap, onder zulke grote druk om de Taliban niet tegen te werken…
    (changement.)

    Proloog, scène 32
    Het hoofdkwartier van het Regional Command South in Kandahar.
    De generaal-majoor (dromerig, tegen zichzelf): Nu komt het erop aan, Ton… 5000 vierkante kilometer, een gebied zo groot als half West-Europa… Zes maanden onder jouw commando… Klinkende namen… Nimroz! Helmand! Zaboel! Day Koendi! Kandahar! Oeroezgan! En straks het Journaal… Naar je hebt een verdomd goed verhaal. D’r tegenaan. It’s the half of the battle. Ze dachten dat wij de strijd niet aandurfden. Nou, daar hebben ze zich lelijk in vergist. Met al die jongens die zich door misleiding hebben laten recruteren. Een verloren generatie. Dankzij ons technologisch overwicht zijn die echt geen partij voor ons. Nu komt het erop aan. We moeten nu echt die slag zien te maken, het sienjaal afgeven naar de bevolking van jullie toekomst ligt bij de wederopbouw. Als we gewoon bijvoorbeeld eerst maar eens zorgen dat ze behoorlijk te vreten krijgen. De harten, hoofden en magen winnen, dan volgt de rest vanzelf. De hoogstpersoonlijke dominotheorie van generaal-majoor Ton van Loon. Die slag moeten we echt zien te maken, die slag…
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (10)

     Proloog, scène 27
     In een bijkeuken in Wijdenes. Op de keukentafel liggen vellen kopieerpapier en een ordner. Mevrouw Hooftma-Kistemaker staat gebogen over het aanrecht en herleest haar ingezonden brief aan het tijdschrift Boodschappen, een uitgave van de leden van de coöperatieve inkoopvereniging Superunie B.A.
    Mevrouw Hooftma-Kistemaker: ‘Goede raad is duur’. Dat geldt echter niet voor de huishoudelijke tips in Boodschappen. Ik lees ze graag, knip ze uit en plak ze vervolgens op vellen dik kopieerpapier die ik opberg in een ordner. Datzelfde doe ik met bepaalde recepten, waarbij ik de vegetarische weer op aparte vellen plak. Drie onderwerpen dus in één ordner, waarvoor een andere oplossing zou zijn: drie plakboeken met een verschillende gekleurde kaft.
     (changement.)

    Proloog, scène 28
     Geldrop. Een doorsnee doorzonwoning. Op de bank in de huiskamer zitten een man en een vrouw. Zij heeft een vier maanden oude baby op schoot. Hij heeft een brief in zijn handen.
    Mevrouw Mwansiti Juma Cornelissen-Kupara: Lees hem nou nog eens goed over. Dat kan toch niet?
    Meneer Geert Cornelissen: Het staat er echt: binnen achtentwintig dagen moet Faraja uit eigen beweging het land verlaten, anders wordt ze verwijderd.
    Zij: Ze kan zich helemaal niet op eigen kracht bewegen! Hoe hadden ze zich dat voorgesteld? Moeten we een helikopter van haar maken? Je hebt haar toch netjes aangegeven op het stadhuis?
    Hij: Ik had voor de geboorte de ongeboren vrucht moeten erkennen, staat hier, omdat we niet getrouwd zijn. Jij hebt een verblijfvergunning tot 2011, en daarna kom je in aanmerking voor een Nederlands paspoort.
    Zij: En Faraja?
    Hij: Is geen Nederlandse. En omdat ze ook geen Tanzaniaans paspoort heeft, wordt ze uitgezet.
    Zij: Maar hoe had ze een Tanzaniaans paspoort moeten krijgen? Had ik dat ook moeten baren?
    Hij: Ik heb de ambassade in Brussel gebeld. Daar begrepen ze er ook niks van. ‘Uit eigen beweging het land verlaten’ …
    Zij (begint Faraja uit te kleden): Dan moeten we maar eens kijken waar we de vleugels kunnen bevestigen.
     (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (9)

    Proloog, scène 23
     Uruzgan. Niet ver van de ISAF-basis in Tarin Kowt. Een kolonne legervoertuigen met het Korps Commando Troepen is op weg over een hobbelige bergweg. De zon komt net op en het is koud.
    Eerste soldaat: Godverdegodver, hadden ze dat ons gisteren niet kunnen vertellen, dat we op verkenning zouden gaan …
    Tweede soldaat: Dan had je je niet de hele nacht sufgerukt zeker?
    Eerste soldaat: Ik had in elk geval wat minder gezopen. Man, m’n kop.
    (Ze zwijgen, terwijl de zwaarbepantserde legertruck bijna stapvoets over de grote keien boldert.)
    Eerste soldaat: Kuthobbels … Weet jij eigenlijk waar we heengaan? What’s the big idea, man?
reporter.jpg     Tweede soldaat: Naar die boerderij, weet je wel, waar die journalist, dat joodse schrijvertje… met die neus… van Café de Wereld… Huppeldepup …
    Eerste soldaat: Arnie.
    Tweede soldaat: Ja, soldaat Arnie het over had. Waar bommen gemaakt zouden worden. Hij was er heen geweest met die cameraman van die bezopen soapserie van Defensie, Dutchmill.
    Eerste soldaat: Die boerderij die midden tussen die maisvelden ligt? Man, dat is je reinste zelfmoord! Ideale plek voor een hinderlaag. Kunnen we tenminste niet even wachten tot na de oogst?
    Tweede soldaat: Ja maar die cameraman ging volgende week terug en hij had nog geen opnames van een huiszoeking. Vandaar. De commandant had z’n bedenkingen, maar ja, hoger orders.
    Eerste soldaat: Godverdegodver, dat wordt schieten, dat geef ik je op een briefje …
    (Het is inmiddels dag. De kolonne bereikt de boerderij. Voorzichtig wordt de plek omsingeld, het deuren worden ingetrapt. Er is niemand. De brigade doorzoekt het huis, waarbij alles overhoop wordt gehaald. Cameraman Vik Franke volgt de gebeurtenissen aandachtig, maar behalve een paar seconden in het begin, filmt hij nauwelijks. Soldaat Arnie geeft bibberend van de angst zijn ogen de kost en maakt af en toe aantekeningen.)
    Eerste soldaat: Waarom filmt die eikel niet? Hij moest toch zonodig hiernaartoe?
    (Buiten staat de commandant onder een afdak. Een soldaat komt op hem af.)
    Derde soldaat: Commandant! Niets gevonden!
    De commandant: Niets? Zelfs geen massavernietigingswapens? Hahaha!
    Derde soldaat: O ja, toch iets: we hebben een ingegraven tv en een dvd-speler gevonden.
    De commandant: Niet direct iets om bommen mee te maken. Maar neem maar mee. Ik had het die lul wel gezegd: hier wonen alleen mensen, die doodsbang van ons zijn. Okee, verzamelen en ingerukt. Maar voorzichtig blijven!
    Derde soldaat: Tot uw orders!
    (De kolonne zet zich in beweging. Plots klinkt er er een ontploffing en meteen daarop het geluid van geweerschoten en mortieren uit het maisveld naast de weg.)
    De commandant: Een hinderlaag! Mannen! Schieten!
    (De ISAF-brigade schiet vanuit de verschanste wagens terug op de vuurmonden in het maisveld. Cameraman Franke heeft zijn camera weer aangezet en filmt alles, totdat de batterijen op zijn. Dan grijpt hij het C8-geweer dat hij op de grond ziet liggen van een commando die achter het machinegeweer zit. Ook soldaat Arnie heeft inmiddels een C8 bemachtigd.)
    Cameraman Franke (tegen soldaat Arnie): Goed dat ik m’n batterijen heb gespaard bij de huiszoeking. Okee, hoe ging dat ook weer in dienst.
    Soldaat Arnie: Zoveel mogelijk terugschieten. Zoveel mogelijk lood het maisveld in pompen!
    (Ze schieten in het wilde weg en worden steeds enthousiaster.)
    Cameraman Franke: Jezus, die kut-Talibaan kunnen echt niet schieten! Daar! En daar! Haha!
    Soldaat Arnie: Cameraman Franke en Soldaat Arnie dragen hun steentje bij! Haha! Daar! Pak aan! En daar! En daar! En daar!
    (changement.)

Foto: Eric Heupel (cc)

De allerlaatste dagen der mensheid (8)

    Proloog, scène 19
    In het hoofdkwartier in Uruzgan. Generaal Spijk scant een tekst.
    Generaal Spijk: …kwestie van een lange adem… vorige week een wapendepot ontdekt en vernietigd… hun lesje geleerd… dat betekent meer hinderlagen en bermbommen… zorgelijke ontwikkeling… gevechten over waterrechten tussen de Popolzai en de Ghilzai… komende winter is dus een cruciale periode… als de Talibaan zich laten zien met wapens, hen helpen, dan zullen ze geneigd zijn tegen de Talibaan aan te leunen… (cruciaal!) …zeer moeilijk… ik heb nog steeds een positief gevoel bij Uruzgan, maar het is een zaak van lange adem… (dat kan geen kwaad, zeg het nog maar een keer) …moet je eerst een alternatief hebben voor de boeren… …je kan niet zomaar de hele boel platbranden… …dan ontneem je ze hun enige inkomstenbron… (cruciaal!) …en zullen de Talibaan dat gebruiken als anti-ISAFpropaganda… Laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Ja, dat kan er wel mee door.
    (changement.)

    Proloog, scène 20
    In de werkkamer van de burgemeester van Almere. Aan de muur landkaarten en een blauwe poster met de tekst: ‘Hier wordt niet gebouwd’. Daaronder een kalender van Natuurmonumenten. De burgemeester is aan de telefoon.
    De burgemeester: Ja, hallo Henk, Annemarie hier… ja, nee, ’t is maar een ideetje hoor, zie maar wat je d’r mee doet… Ja, haha, een proefballonnetje… Nee, nee… Ja… Als ex-voorzitter van de Taskforce Vrouwen, Veiligheid en Conflict kan ik dit balletje wel bij je opgooien, dacht ik… ’t Zou natuurlijk verdomde hypocriet zijn om het gewoon niet eens een keer te proberen… Het is toch allemaal legaal tegenwoordig?… Precies… Zonder gemeentelijke vergunning en inspectie kun je tegenwoordig geen fatsoenlijk bordeel meer beginnen… Ja, allemaal GG&GD gekeurd… Nee, geen centje pijn… Geheel volgens het vrijtijdenbesluit, ja, haha!… Wat?… Nee, er wordt hier helemaal niemand ‘uitgewoond’… Wat?… Ja, asje het goed beschouwd zijn die meiden allemaal ondernemer natuurlijk… Precies!… Het is verdomme hun werk!… Vrije meiden!… Daar kunnen ze in Afghanistan nog wat van leren!… Ze verdienen er nog aan ook, ze betalen er gewoon belasting over… Dus het mes snijdt aan twee kanten… En als de manschappen daardoor met hun poten van de vrouwen afblijven… Dat moet zelfs JP toch kunnen begrijpen?… Toch?… Ja, dat spreekt vanzelf, er moet wel eerst grondig uitgezocht worden of het… te vaak misgaat, ja… En dan kan er misschien nog naar andere… oplossingen worden gezocht… Ja… Nee, dat zou te ver gaan, haha… Ja, we hebben mannen met kloten nodig!… Wat zei Poetin nou laatst ook maar weer?… Ja, over de president van Israël… God, hoe heet die ook alweer… Ja, precies, dat ze in Rusland jaloers op hem waren, dat ie zoveel vrouwen had verkracht!… Dat geloof je toch niet!… Op dat niveau!… Ja, de microfoon stond open… Maar goed, ’t is maar een idee, hoor… Je moet toch ook eens met iets nieuws durven komen… Al is het op het eerste gezicht dan misschien een beetje pikant… Maar die mannen zijn toch ook maar mensen? Met hun driftleven en… Nee, dat hoef ik jou niet te vertellen, sorry Henk… En tegenwoordig moet dat toch allemaal kunnen?… We zijn toch wel wat gewend?… Spuiten, slikken, hou op, schei uit, zeg… Kijk maar hoe het valt… Ja… Ja, Henk… Dank je, jij ook! Goed weekend! (ze hangt op, met rode konen.)
    (changement.)

Volgende