De allerlaatstse dagen der mensheid (3)
Proloog, scène 4
Uruzgan. Journalist Arnie embedded aan het front. Hij wordt aangesproken door majoor Vleugels.
Majoor Vleugels: Doe dat ding nou maar aan. Je wilt hier toch niet de held spelen, wel? Ze gebruiken echte kogels weet je.
Soldaat Arnie: Het vloekt een beetje met m’n poloshirtje, maar allah.
Majoor Vleugels: Inshallah. We moeten het vertrouwen van de bevolking winnen. In Rome do as the Romans do. Het is een wederopbouwmissie.
Soldaat Arnie: Stond er hier dan nog wat om wederop te bouwen?
Majoor Vleugels: Het vertrouwen, Arnie. Vertrouwen in de mensheid. Vertrouwen in ons. In de democratie. Doe je scherfvest aan en zet je Willempie-hellempie op.
(Soldaat Arnie krijgt een helm op, maar die is te klein. Medium is niet meer voorradig. Dus het wordt large. De helm zakt voortdurend over z’n bril.)
Majoor Vleugels: Maar goed dat jij niet hoeft te schieten.
Soldaat Arnie (schrijft): Het is nu nog rustig in Camp Unicorn, maar hoe lang nog? (Tegen majoor Vleugels) Best wel saai, zo’n oorlog.
Majoor Vleugels: Het is geen oorlog, Arnie, het is een peace-keeping mission op de roadmap to freedom. Wederopbouwen. En je vooral niet in je eentje of zonder scherfvest buiten het kamp begeven. Wij zijn hier ook om jou te helpen. Want als je een goed verhaal hebt, dan moet je het ook kunnen opschrijven.
Soldaat Arnie: Ay ay.
(changement.)
Ons huis is leuk ingericht, vind ik zelf. De spullen in de woonkamer vormen samen een gezellige mengelmoes van artefacten uit de jaren dertig, veertig, tachtig en negentig. Ik heb aardewerk uit de jaren dertig, kasten uit de jaren veertig, rotanstoelen uit de jaren tachtig en een bankstel en tafel uit de jaren negentig. Uit de jaren zeventig heb ik helemaal niks. Misschien heb ik een paar boeken uit de jaren zeventig, maar die ben ik dan allang vergeten. Qua design waren de jaren zeventig ook niet zo geslaagd. Jaren zeventig design was een ramp, dat kunt u in elk designboek van belang lezen.
De meeste artefacten in huis zijn ouder dan mijn moeder. Een groot deel heb ik vergaard op rommelmarkten en in antiekwinkels, in Nederland en België. Het beste zijn ze te omschrijven als mooi en nostalgisch. Al is niet iedereen het hiermee eens. Sommige vage kennissen zie ik denken als ik ze wijs op een sierlijke oude kast: wat een oude koleretroep! Ik wijs ze op mooi ingelegd beukenhout en palisander, maar het heeft weinig zin. “Moet je het plafond en de deuren niet weer eens witten”, zei A. te B. pas, toen ik hem net wees op mijn fraaie serie mokken met geometrische spuitmotieven. A. is de enige die ik ken, die boeken weggooit als hij ze gelezen heeft. Een rasechte kunst- en cultuurbarbaar!
Who cares dat ik vanochtend ge-gvd’d heb in mijn auto omdat voor de tweede achtereenvolgende dag dezelfde gouden Audi A3 met in het kenteken LP-LK via het tankstation een stuk file oversloeg om met twintig seconden tijdswinst weer een extra verstoring te geven in de verkeersstroom waarmee nou juist die files in stand gehouden worden die hij probeert te omzeilen. Man wat heb ik een hekel aan domme egoïsten met auto’s!
Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes schreven (met Frans Bakker) Wijdlopige, brede en waarachtige beschrijving van de ongelukkige reizen van het schip de Visstick en haar gezagvoerder Kapitein Iglo (op 16 met stip in de 

Spanje gaat mogelijk voor de tweede maal een grote groep illegalen die voor Europa de broccoli plukt en hotels schoonmaakt legaliseren.