Alleen op vertrouwen kan je bouwen

van Michiel Nanninga, eerder verschenen in tijdschrift ‘De Helling”, (redactie Wetenschappelijk Bureau GroenLinks) Om het leven op onze planeet te behouden is een fundamentele hervorming van onze economie onvermijdelijk. Dit kan alleen als we het vertrouwen in de overheid herstellen. Een sterke overheid die met zelfvertrouwen samenwerkt met haar burgers, is noodzakelijk als we het kapitalisme nog willen keren. Toen Rutger Bregman in 2019 mocht spreken op de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in Davos over het bestrijden van ongelijkheid, had hij zijn relaas grondig voorbereid. Tot afschuw van de organisatie sprak hij de woorden Taxes, taxes, taxes, all the rest is bullshit uit. Dat filantropie ongelijkheid de wereld niet uit gaat helpen, daar heeft hij gelijk in, maar ongelijkheid pak je slechts gedeeltelijk aan met belastingen voor de (super)rijken. Ook belastingen zijn slechts symptoombestrijding als we niets doen aan een compleet uit de rails gelopen wereldeconomie. Een improductieve overheid? Hoe zouden we de economie dan echt anders kunnen inrichten? In mijn zoektocht naar een antwoord stuitte ik op het werk van de Italiaanse econoom Mariana Mazzucato. In haar boek De waarde van alles brengt ze de lezer terug naar de kern van de economie: het creëren van waarde.[1] Hoe je de economie inricht, draait om de vraag wie als productief wordt gezien. Anders gezegd: wie creëert er waarde? Met als vervolgvraag: hoe worden de baten uit deze waarde verdeeld? Op doortastende wijze pluist Mazzucato het huidige economische narratief uit. Namelijk dat het bedrijfsleven als productief wordt gezien en de overheid als improductief. Dat is een ideologische aanname, zonder wetenschappelijk bewijs. En deze aanname heeft verregaande gevolgen. Allereerst wordt door dit narratief de bijdrage van de overheid aan de economie stelselmatig gemarginaliseerd. Ondernemers, start-ups en investeerders worden gezien als grootste bijdragers, want zij helpen de economie vooruit met hun gedurfde innovaties. Daarmee claimen zij ook het leeuwendeel van de opbrengsten die uit hun bedrijf komen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de farmaceutische industrie, waar bedrijven hele brede patenten aanvragen op nieuwe medicijnen, zodat geen enkel ander bedrijf ook maar in de buurt komt van doorontwikkeling. De eerste patentaanvrager kan zo voor een nieuw soort medicijn altijd de hoofdprijs vragen. Maar dit gaat voorbij aan de realiteit van waardeschepping als collectief proces. In werkelijkheid zijn alle activiteiten van een onderneming intensief verweven met besluiten die genomen zijn door gekozen regeringen. Dit geldt in het bijzonder voor innovatie en technologische ontwikkeling, waarbij de overheid zorgt voor goed onderwijs en voor financiële middelen om nieuwe technologieën te ontwikkelen. Ga maar na, zonder de eerste risicovolle investering door overheden zouden veel sectoren er nu anders uitzien of überhaupt niet bestaan. Zonder het door de Amerikaanse overheid ontwikkelende internet geen Google, Uber of Airbnb. Zonder visionaire overheid geen man op de maan, geen touchscreen-technologie en geen zonnepanelen.  Of om een Nederlands voorbeeld uit de jaren zestig te noemen: zonder overheid geen grootschalige aansluiting van huizen op aardgas voor verwarming. De onzekere overheid Innoveren is een proces van vallen en opstaan. In de private sector wordt dat geaccepteerd. Maar helaas worden overheden als er iets misgaat meteen incompetent geacht. Hierdoor krijgen publieke organisaties vaak te horen dat ze geen grote ambities mogen hebben en vooral de concurrentie moeten bevorderen. Het is niet de bedoeling dat zij de markten ‘verstoren’ door al voor te sorteren op specifieke technologieën of sectoren waarin geïnvesteerd moet worden. Daarbij wordt ambtenaren verteld op de achtergrond te blijven, de kosten te minimaliseren en vooral geen vergissingen te maken. Wanneer we niet geloven in het vermogen van de overheid om waarde te scheppen, kan zij dat op een gegeven moment ook niet meer Wanneer de overheid niet langer in haar eigen capaciteiten investeert, wordt ze onzeker over zichzelf. Het ambtelijk apparaat wordt minder bekwaam en de kans op mislukkingen neemt toe. Het wordt dan moeilijker om het bestaan van een specifieke overheidsfunctie te rechtvaardigen, wat tot verdere bezuinigingen of op den duur privatisering leidt. Het gebrek aan geloof in de overheid wordt zo een self-fulfilling prophecy: wanneer we niet geloven in het vermogen van de overheid om waarde te scheppen, kan zij dat op een gegeven moment ook niet meer. En wanneer de overheid wel waarde creëert, wordt die waarde gezien als een succes van de private sector, of blijft deze onopgemerkt. Dit wordt door Noam Chomsky ook wel pakkend omgeschreven als ‘de standaardtechniek van privatisering’: bezuinig, zorg dat dingen niet werken, mensen worden boos, je geeft het in handen van privaat kapitaal.[2] Na tientallen jaren van deze privatiseringslogica is duidelijk dat het publiek in de regel minder transparantie en lagere kwaliteit krijgt, en met private monopolies en hogere kosten geconfronteerd wordt. Dit is het omgekeerde van wat privatisering geacht wordt te bereiken. De maatschappij met 2-0 achter Het resultaat is tweeledig. Door privatisering zijn innovaties, en soms zelfs hele sectoren, weggegeven aan het grootkapitaal van beursgenoteerde bedrijven. De aandeelhouders van die bedrijven teren nu op waarde die mede is gecreëerd door de overheid. Waarde waar ze vaak nauwelijks tot geen belasting over betalen. Maar diezelfde beursgenoteerde bedrijven kloppen wel bij de overheid aan in tijden dat het financieel slecht gaat. Kortgezegd is de socialisatie van de risico’s van investeringen niet gepaard gegaan met de socialisatie van de opbrengsten. Ten tweede heeft de jarenlange onderwaardering een enorme deuk geslagen in het zelfvertrouwen van de overheid. Het is niet genoeg om voor minder waarde-onttrekking en meer waardeschepping te pleiten. Eerst moet ‘waarde’, een begrip dat ooit het middelpunt van het economisch denken was, in ere hersteld en beter begrepen worden. Om dit te bereiken zie ik de volgende drieslag voor me. Allereerst moet ‘de economie’ haar dominante positie verliezen ten opzichte van de rest van de samenleving. Vervolgens moet er een nieuw verhaal over waarden voor in de plaats komen. Beide stappen vergen een dusdanig fundamentele herordening van onze maatschappij dat er als derde een nieuw sociaal contract nodig is om het noodzakelijke onderlinge vertrouwen hiervoor te verkrijgen. Waardeschepping in publieke handen Mazzucato stelt terecht dat publieke instellingen hun rol als dienaren van het maatschappelijk welzijn moeten terugeisen. Ze zouden volgens haar groter moeten denken en een volwaardige rol kunnen opeisen in het sturen op oplossingen voor de grote transities die voor de deur staan. Maar het neoliberale gedachtegoed zit zo geworteld in het denken van regeringen, ambtenaren en politieke partijen, dat je diep moet gaan om de weeffouten uit het politieke proces te halen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de inrichting van de Europese Unie (EU). De vrije interne markt binnen de EU is bepalend voor hoe de Nederlandse economie functioneert. Zo is er Europese wetgeving die nationale overheden dwingt om publieke taken uit te besteden aan de particuliere sector. Ook maakt de Europese Commissie zichzelf bij het opstellen van wetgeving vaak te afhankelijk van adviezen van precies die industrieën waarvoor zij wetgeving maakt. En die adviezen zijn, heel voorspelbaar, neoliberaal. Een sector waar dit in doorgeslagen vorm terugkomt, is de huidige digitale infrastructuur. Big Tech – Apple, Amazon, Facebook, Google en Microsoft – vormt er de kern van. Deze techgiganten beheren de producten en de diensten waar gebruikers, bedrijven, sectoren en overheden bijna volledig van afhankelijk zijn. Ondanks deze afhankelijkheid zijn veel overheden dubbel onbekwaam als het gaat om digitale expertise. Dat wil zeggen dat er zo weinig expertise in huis is, dat er zelfs niet genoeg kennis is om externe expertise in te kunnen schakelen. In tegenstelling tot wat ze zelf vaak zeggen, zijn grote bedrijven helemaal niet zo’n voorstander van een echt vrije markt. Je ziet dat heel sterk bij Big Tech: het probeert er alles aan te doen om concurrentie uit te schakelen en monopolies te vestigen. Marleen Stikker, directeur van Waag, stelt terecht dat we onze digitale soevereiniteit kwijt zijn. We kunnen die alleen terugkrijgen door de mens en niet de economie centraal te stellen.[3] Wie in onze samenleving het belang van ‘de economie’ relativeert kan op grote weerstand rekenen Dit betekent wel dat het niet makkelijk zal zijn om veranderingen door te voeren. Het marktdenken zit diep in de bestuurlijke haarvaten van Nederland, uitgevoerd door de markt-marionetten van de VVD. Wie in onze samenleving het belang van ‘de economie’ relativeert kan op grote weerstand rekenen. Herman Wijffels bracht dat al in 2007 onder woorden, toen hij sprak over zijn ervaringen bij de totstandkoming van het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende IV. In een kranteninterview zei hij: “Ik heb geprobeerd om het idee erin te krijgen dat de mensen niet ten dienste van de economie staan, maar de economie ten dienste van de mens. En die omkering is me niet gelukt”.[4] Gelukkig is er een stille revolutie gaande. Uit een analyse van onderzoeksbureau BMC blijkt dat het gros van de politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s van 2021 vóór een sterke overheid is.[5] Zelfs de VVD is het ermee eens dat marktwerking alleen niet een doel zou moeten zijn in de zorgsector. Opvallend is dat niet alle partijen zich uitlaten over welke producten en diensten voor het vrijemarktmodel minder geschikt zijn. Veel partijprogramma’s geven daarnaast geen duidelijk antwoord op een belangrijke vraag uit de economische theorie over collectieve goederen, namelijk: in welke goederen en diensten moet de overheid voorzien en in welke niet? Om deze vraag te beantwoorden, hebben we een nieuw verhaal nodig. In wat voor maatschappij willen we leven? Breng de ideeën over een ‘zorgende economie’ , een ‘essentiële economie’ en remunicipalisation bij elkaar en je krijgt een nieuwe blik op hoe we onze maatschappij willen inrichten. Het is belangrijk hierbij een wervend verhaal te vertellen, want inhoudelijke voorstellen alleen zijn niet genoeg om ons te verbinden, overtuigen en motiveren. Neem de energietransitie: als we niet snel overstappen op duurzame energiebronnen, stevenen we af op het einde van de planeet en daarmee dus ook op het einde van onszelf. Als er één verhaal bestuurders, beleidsmakers en burgers zou moeten kunnen verbinden, dan is het dit wel. Wat wij de aarde aandoen, doen we uiteindelijk onszelf aan Helaas moet dit verhaal strijden met een veel vertrouwder verhaal, dat van het neoliberalisme. Psychoanalyticus Paul Verhaeghe stelt in zijn boek Identiteit dat ons denken onder het neoliberalisme is gereduceerd tot een overversimpelde kosten-batenanalyse.[6] De huidige negen planetaire clusterfucks, de grenzen van onze aarde, vragen nu juist om een ander narratief. Een ecologische filosofie die draait om de samenhang der dingen. Wat wij de aarde aandoen, doen we uiteindelijk onszelf aan, want wij zijn onderdeel van hetzelfde ecosysteem. Dit nieuwe grote verhaal vraagt om een rigoureuze gedragsverandering van ons allemaal. En dat maakt het eenvoudige verhaal er weer niet eenvoudiger op. Alleen op vertrouwen kan je bouwen Een verhaal zet je verder alleen aan tot bewegen als je de brenger ervan vertrouwt. Neem het verhaal van Kamerlid Pieter Omtzigt: enerzijds oordeelt hij genadeloos over het functioneren van de overheid, anderzijds verwacht hij alle heil van het optreden van diezelfde overheid. Dat wringt. Maar daar heeft hij een antwoord op klaar liggen, namelijk een nieuw sociaal contract. Hij stelt dat er snel een eind moet worden gemaakt aan de gecorrumpeerde en op beeldvorming gerichte bestuurscultuur. Een Haagse cultuur waarin parlement, pers en rechterlijke macht als noodzakelijke tegenmacht feitelijk onklaar gemaakt zijn. Om dit te herstellen, moeten we opnieuw om tafel om de relatie tussen overheid en maatschappij af te spreken en vast te leggen. Laten we om te beginnen glasheldere, directe verantwoordelijkheden bepalen en democratische controle herstellen. Geen schimmige semi-overheid meer: je bent ergens wel van of je bent er niet van. Alleen als deze vertrouwensbasis op orde is, kunnen we verder praten. Zo niet, dan zal er weerstand tegen een sterke overheid blijven of zal deze zelfs kunnen toenemen. En zonder sterke overheid die, met gepast zelfvertrouwen, samenwerkt met haar burgers, geen tegenmacht tegen het huidige kapitalistische systeem. Voetnoten [1] Mariana Mazzucato, De Waarde van Alles. Onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie, Nieuw Amsterdam, 2018 [2] Noam Chomsky, The State-Corporate Complex: A Threat to Freedom and Survival, 7 april 2011 [3] Marleen Stikker, Het internet is stuk. Maar we kunnen het repareren, De Geus, 2019, achterflap [4] Egbert Tellegen, Groene herfst: een halve eeuw milieu, Amsterdam University Press, 2010, p. 256 [5] BMC, Sterkere overheid als ultieme oplossing?, 15 maart 2021 [6] Paul Verhaeghe, Identiteit, De Bezige Bij, 2022 Dit essay van Michiel Nanninga kreeg een eervolle vermelding) bij de Gaia-essaywedstrijd 2022. De zes beste essays zijn gebundeld in het boekje ‘Het kapitalisme voorbij’, verkrijgbaar bij uitgeverij Van Gennep. Ook dit jaar wordt de Gaia-essaywedstrijd georganiseerd. Geïnspireerd op het boek 'Donuteconomie' van Kate Raworth (over een economie die sociale ondergrenzen en planetaire bovengrenzen eerbiedigt) is het thema ‘Hoe ziet jouw ideale donut eruit?’ Inzenden kan tot 25 maart 2023. Alle info bij het Wetenschappelijk bureau Groenlinks Dit artikel verscheen in de Sargasso serie Een ander kapitalisme.

Door: Foto: Flickr CC BY-NC 2.0 by Rasande Tyskar rethink capitalism Corona times Hamburg
Foto: Flickr CC BY-NC 2.0 by Rasande Tyskar rethink capitalism Corona times Hamburg

De markt is wat de markt niet is

ESSAY - van Paul Teule, eerder verschenen in het themanummer van idee-magazine (tijdschrift voor het sociaal-liberalisme) over marktmacht (april 2021)

Bijna alle politieke partijen willen ‘de vrije markt’ beteugelen door een sterke(re) overheid. De toenemende ongelijkheid, de overmacht van Big Tech, de klimaatcrisis – er is grote consensus dat ‘de markt’ te veel vrij spel heeft gekregen en tot steeds meer uitwassen leidt. Echter, het pleidooi voor ‘minder markt’ en dus ‘meer staat’ versterkt het problematische frame dat economie en overheid in een nulsomspel verwikkeld zijn. Een frame waar sociaal-liberalen zich niet in moeten laten vangen.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen tekende zich een opvallende politieke consensus af: van links tot rechts zijn markten en het (multinationale) bedrijfsleven de kop van Jut en wordt de overheid op het schild gehesen. De hoogleraren Rutger Claassen en Kees Cools, die in het economenblad ESB de verkiezingsprogramma’s naast elkaar legden, verbaasden zich over deze plotse, onaangekondigde omslag. ‘Blijkbaar hebben al langer lopende zorgen over klimaat, ongelijkheid, machtsconcentraties en dergelijke zich opgehoopt, en resulteren ze nu in een collectieve heroverweging.’

Of er na de verkiezingen ook concrete plannen in een regeerakkoord gaan komen, is de vraag omdat verschillende partijen verschillende ingrepen bepleiten. Vooral D66 en VVD, constateren Claassen en Cools, zetten in op een sterkere marktmeester voor meer mededinging; D66, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie doen voorstellen om bedrijven verplicht bredere verantwoordelijkheid te nemen. Voorstellen voor eerlijke prijzen vind je vooral bij D66 en ChristenUnie; de maatschappelijke onderneming bij D66, ChristenUnie en CDA. De auteurs missen een diepere, integrale aanpak en de vraag is – ook omdat de markt traditioneel het domein van liberalen is, en omdat D66 de meeste hervormingsvoorstellen lijkt te doen – wat de onderliggende sociaal-liberale analyse is.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Alf Altendorf (cc)

Deense oud-minister moet boeten voor uitspraken over spionage VS

Denemarken heeft oud-minister van Defensie Claus Hjort Frederiksen aangeklaagd voor het lekken van staatsgeheimen.  De NSA gebruikte Deense internetkabels voor het afluisteren van toppolitici van landen als Duitsland, Frankrijk, Zweden en Noorwegen, onder wie bondskanselier Angela Merkel.

Frederiksen heeft toen hij nog minister was in het openbaar over de samenwerking tussen de Deense militaire inlichtingendienst en de NSA gesproken. Maar volgens Frederiksen was wat hij hierover heeft gezegd al openbaar gemaakt in de onthullingen van Edward Snowden in 2013. Hij weerspreekt de (nog steeds geheime) aanklacht met klem en hoopt dat er openheid komt over deze zaak, zowel voor het parlement als voor de Deense burgers. Frederiksen (75) is nu pas aangeklaagd omdat hij geen lid meer is van het parlement en dus zijn immuniteit heeft verloren. Zijn partijgenoten van de Liberale Partij betreuren de gang van zaken. Frederiksen is een partijveteraan die vier belangrijke ministerposten heeft bekleed. Alex Vanopslagh, de politieke leider van de Liberale Alliantie, vindt het een schandalig besluit van Justitieminister Hummelgaard om het proces tegen Frederiksen door te zetten.

De onthullingen van Snowden

De spionage kwam eind 2020 aan het licht via een klokkenluider van de Deense geheime dienst, die vanaf 2008 met de Amerikaanse NSA aan een geheim aftapproject werkte, en die zijn zorgen over de Amerikaanse spionage eerder had gedeeld in interne rapporten. In dit project werd gebruik gemaakt van het programma XKeyscore, in 2013 onthuld door NSA-klokkenluider Edward Snowden. Middels selectors doorzochten de diensten e-mails, zoekvragen en chatberichten. Een selector kan een e-mailadres, telefoonnummer of IMEI-nummer van een smartphone zijn. De Deense medewerker ontdekte dat er bepaalde selectors waren waarmee de Amerikanen heimelijk inlichtingen over Europese processen en organisaties verzamelden. De toezichthouder van de Deense geheime dienst constateerde dat deze werkwijze illegaal was. Het leidde tot de schorsing van onder meer het hoofd van de dienst. Volgens bronnen van de Deense omroep heeft Claus Hjort Frederiksen geprobeerd de inspectie te weerhouden van een onderzoek. Toen dat niet hielp heeft hij zijn opvolgster Tine Bramsen gemaand de resultaten van het onderzoek niet openbaar te maken.

Foto: Mark (cc)

Kandidaatselectie: de ‘secret garden’ van Nederlandse politieke partijen

ANALYSE - van Rozemarijn van Dijk, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

We gaan een periode tegemoet van vele verkiezingen: de Provinciale Staten, Waterschappen, het kiescollege, de eilandsraadsverkiezingen en uiteindelijk ook die van de Eerste Kamer. Partijen zijn dus druk bezig (geweest) met het opstellen van kandidatenlijsten. Hoe kandidatenlijsten precies tot stand komen, is voor velen niet altijd gemakkelijk te doorzien. Het kandidatenselectieproces wordt niet voor niets door politicologen de ‘secret garden’ van de politiek genoemd. Doordat partijen er lange tijd niet open over waren, was er ook niet veel bekend over kandidaatselectie. Gelukkig is daar de afgelopen jaren verandering in gekomen.

In de aanloop van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 heb ik onderzoek gedaan naar hoe de kandidatenlijsten werden samengesteld. In onderzoek naar dit soort processen is het belangrijk om formele regels en procedures in kaart te brengen. Om in de metafoor van de ‘secret garden’ te blijven, door formele regels te bestuderen krijg je een goed gestileerde plattegrond van een tuin. Maar een echte tuin ziet er doorgaans vaak wat anders uit dan de gestileerde plattegrond die er aan ten grondslag ligt. Om een echt goed beeld te krijgen van die tuin, moet je er eigenlijk in gaan staan. Door verschillende leden van selectiecommissies en een aantal partijvoorzitters van 9 politieke partijen [1] te interviewen, heb ik geprobeerd daadwerkelijk in die tuin te staan en een beter beeld te krijgen van het kandidaatselectieproces.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Tweede Kamer Schermafbeelding Debat gemist stemmingen 18-10-2022

Ledental politieke partijen stijgt licht

DATA - Het ledental van de politieke partijen (met een plek in het parlement) is afgelopen jaar gestegen van 374.000 naar 379.000. Daarmee zet de stijging van het jaar daarvoor nog wat door. De grootste partij qua leden is opnieuw de FVD met 61.000 leden. Op de tweede plaats staat de PvdA met 39.500 leden, gevolgd door GroenLinks met 33.800.

Hier een aantal grafieken die de ontwikkeling van de afgelopen jaren weergeven.

Grafiek ledental alle politieke partijen vanaf 1950

Ledental politieke partijen als percentage volwassen bevolking vanaf 1950

Ledental individuele politieke partijen vanaf 1967 per jaar

Ledental individuele politieke partijen vanaf 2000

 

Met dank aan het DNPP voor het jaarlijks publiceren.

Foto: urban-museum (cc)

Een ander kapitalisme

Vandaag start Sargasso met de serie Een ander kapitalisme. Auteurs van Sargasso en daarbuiten schrijven over wat er aan het huidige kapitalisme niet deugt, over mogelijke oplossingen, behulpzame perspectieven, of zelfs economische systeemwijzigingen. Over één ding is iedereen het eens: er moet iets veranderen.

Het kapitalisme. Zelfs in economisch zorgeloze tijden is er ongemak over. In de voorspoedige jaren 90 bijvoorbeeld begint in Nederland de gestage opmars van de SP. De partij die zich organiseert in ongeziene stadswijken en haar verzet naar het Den Haag van de paarse regenten brengt. Aan het eind van het decennium verschijnen op het wereldtoneel de antiglobalisten die zich keren tegen de net opgerichte WTO, de institutionele bekroning van de neoliberale globalisering. De protesten in 1999 in Seattle richten zich op alles wat er mis is met het kapitalisme. Zoals de schrijnende arbeidsomstandigheden die in No Logo van Naomi Klein worden belicht. De sweatshops aan de andere kant van de wereld zijn de keerzijde van onze zorgeloosheid.

Het kapitalisme blijkt in 2008 ook voor het westen een andere kant te hebben. Niet slechts ongemak, maar grote onrust en een najaar met angstige momenten. In haar financiële hart, waar regulering en toezicht vanaf de jaren tachtig is ontmanteld, blijken grote ongedekte risico’s te worden rondgepompt. Met de val van Lehman Brothers blijken de financiële innovaties die dat mogelijk hebben gemaakt te lijden tot een infarct. Met miljarden aan publiek geld worden de gevolgen van het privaat genomen risico beperkt en de westerse samenleving behoed voor een langdurige recessie. Het kapitalisme houd zich niet aan z’n eigen regels. Althans, de regels die ons zijn voorgehouden: dat ondernemersrisico tot grote winst kan leiden, maar ook tot verlies en faillissement. Too big to fail heet dat gebrek aan zelfreinigend vermogen van de markt. De winsten van voor 2008 worden privaat verdeeld, maar in de crisis vormt de overheid met publiek geld het vangnet voor de grote banken.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: DennisM2 (cc)

Migranten bewonen onze woningen is het verwijt. Maar wie bouwen ze?

COLUMN - U kent het vast, het verwijt aan asielzoekers dat ze onze woningen innemen. En dat terwijl er woningnood is! Het is een wonderlijk verwijt. Alsof je mensen die net binnenkomen op een feestje verwijt dat het bier op is, terwijl de reeds aanwezige feestgangers met lege flesjes in hun hand staan. Van alle problemen die we in dit land hebben kun je er precies nul op het conto schuiven van mensen die net binnenkomen. Ook de wooncrisis niet. Die problemen zijn veroorzaakt en niet opgelost door de mensen die hier al lang voor hen woonden.

Tegelijkertijd is het sentiment wel te begrijpen. Want je kunt ze er de schuld niet van geven, maar waarom mogen zij hun intrek nemen in een nieuwe of leeggekomen woning en iemand die hier geboren is en misschien al jaren op een wachtlijst staat niet? Eerlijk gezegd denk ik dat zelfs statushouders die een woning krijgen toegewezen, wel begrijpen dat mensen dat als onrechtvaardig kunnen ervaren.

Maar er is nog een andere kant aan dat verwijt, waar ik eigenlijk nooit iets over hoor. Inderdaad, er worden jaarlijks duizenden woningen aan migranten toegewezen en dat betekent dat anderen het nakijken hebben. Er is de laatste jaren simpelweg te weinig gebouwd. Maar die woningen die wel gebouwd worden, door wie worden die eigenlijk gebouwd? Toevallig ook door migranten? Cobouw publiceerde daar vorig jaar cijfers over.

Foto: David (cc)

Servië onder druk om Kosovo te erkennen

Volgens de Servische president Aleksandar Vucic dreigt zijn land een Europese “paria”-staat te worden als het een westers plan verwerpt om de betrekkingen met Kosovo te normaliseren. De inhoud van het plan, volgens sommigen een ‘ultimatum’, is niet officieel openbaar gemaakt alhoewel er al veel is uitgelekt. Het zou onder andere gaan om toelating van Kosovo tot de Verenigde Naties, min of meer een erkenning van dat land als een onafhankelijke staat. Volgens vice-premier Besnik Bislimi van Kosovo betekent het plan feitelijk over en weer erkenning van de twee staten. Verontrustend voor de Servische nationalisten is dat landen die tot nu toe Kosovo niet hebben erkend ook het plan zouden onderschrijven. Gisteren had Vucic verder overleg met de ambassadeurs van de landen die het initiatief hebben genomen: de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië.

Vernederend

De nationalistische oppositie in het Servische parlement reageerde woedend op Vucic’ mededelingen over het ‘ultimatum’. De president werd uitgemaakt voor verrader. De pro-Russische journalist Slavisha Batko Milacic verwoordde de kritiek als volgt : ‘Het plan (ultimatum) voor Kosovo vernedert Servië en het Servische volk door Servië te dwingen gelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en de zogenaamde staatssymbolen van Kosovo te accepteren (…) Van Servië wordt verwacht dat het meewerkt aan het ontmantelen van zijn eigen integriteit, zijn eigen constitutionele orde en internationale reputatie.’ Milacic vindt dat Vucic zich niet door het westen moet laten ringeloren. De Servische regering moet in de onderhandelingen de prioriteit leggen bij ‘de bescherming van de huidige Servische bevolking in Kosovo en de terugkeer van de 250.000 verdreven Serviërs. Het reguleren van de status van Servisch staatseigendom in Kosovo, dat in beslag is genomen door de separatistische regering in de provincie. Plus de teruggave van gestolen eigendommen aan de Serviërs, die met geweld uit de provincie werden verdreven.’ Het is een voorbeeld van de steeds sterkere anti-westerse stem onder een deel van de Serviërs die openlijk sympathiseren met de inval van Rusland in Oekraïne en die, zoals we hier eerder deze week konden lezen, bij het herdenken van de de gruwelen in hun eigen burgeroorlog daders en slachtoffers verwisselen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Stem anders (Studio Wiersema, stemanders.nu, overgenomen met toestemming) copyright ok. Gecheckt 16-02-2023

#StemAnders voor de mensenrechten

Op 15 maart kiezen we de leden van de Provinciale Staten. Niet alleen belangrijk omdat zij vervolgens de leden van de Eerste Kamer kiezen, maar ook omdat de provincies verantwoordelijkheid hebben in het oplossen van een aantal crises. Het is hoog tijd dat we een andere weg inslaan, dus: stem anders! 

Een van die crises die onder Rutte is ontstaan en voortwoekert is de asielopvangcrisis. Je kunt er met gemak een groot deel van de tijdlijn van 2022 op oprutten.nl mee vullen. De burgemeester van Groningen noemde Ter Apel vorig jaar “ons eigen Lampedusa”, het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen moesten noodhulp bieden (voor het eerst in Nederland), Europees mensenrechtencommissaris Dunja Mijatovic zei dat de asielopvang in Nederland “zo ondermaats [is] dat die een inbreuk vormt op de mensenrechten.”

Geen structureel beleid

Er zijn meerdere oorzaken voor de asielopvangcrisis, maar een uitzonderlijk hoog aantal asielaanvragen is er niet een van. Het is de kabinetten-Rutte aan te rekenen dat er geen structureel en ‘robuust’ beleid is voor de opvang van asielzoekers. Dit werd al in 2017 geconstateerd door de Adviesraad Migratie (voorheen ACVZ). Een andere oorzaak is dat de IND kampt met enorme achterstanden in de afhandeling van asielaanvragen, wat onder meer te wijten is aan gebrek aan structurele financiering. Ook het gebrek aan betaalbare woningen, veroorzaakt door de doelbewuste afbraak van de volkshuisvesting en de uitverkoop van woningen aan investeerders, voert terug naar decennialang neoliberaal beleid.

Foto: Carsten ten Brink (cc)

Spanje haalt banden met Marokko aan

De Spaanse regering kwam gisteren met een forse delegatie op bezoek bij de collega’s in Rabat. Premier Pedro Sanchez en twaalf van zijn ministers maakten de oversteek naar hun zuiderbuur om er twintig overeenkomsten te ondertekenen. Bevordering van de wederzijdse handel is een belangrijk doel. Daarnaast gaat het over migratie. Spanje is afhankelijk van Marokko bij het terugdringen van het groeiend aantal migranten dat de Spaanse exclaves Melilla en Ceuta in Noord-Afrika probeert te bereiken. Beide landen zijn sinds vorig jaar weer on speaking terms nadat Spanje de claim van Marokko op de West-Sahara had erkend.

Spanje heeft zich altijd verzet tegen de Marokkaanse zeggenschap over de Westelijke Sahara, een voormalige Spaanse kolonie. Madrid pleitte lange tijd voor een referendum onder de lokale bevolking over de toekomst van de regio. De kwestie leidde tot een aanhoudende ruzie tussen de twee landen. In maart vorig jaar stelde premier Sanchez zich achter het Marokkaanse plan voor een zekere autonomie van de regio. Dat plan wordt bestreden door de Saharaanse verzetsbeweging Polisario die de Spaanse stap ziet als het zwichten voor de chantage en de angstpolitiek van Marokko. Spanje is overstag gegaan onder druk van de Europese migratiecrisis, volgens Polisario. Afgelopen zomer leidde het Spaans-Marokkaanse akoord tot een ware veldslag bij Melilla die aan vijf migranten het leven kostte. Na Spanje heeft ook Nederland de Marokkaanse claim erkend, wat heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van de betrekkingen met Marokko. Belangrijk onderdeel van de onderhandelingen tussen Nederland en Marokko was de mogelijkheid voor het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Vorige Volgende