Modernisering van de ambtseed voor ambtenaren?

van mr. Huub Linthorst Hoe moderniseer je in bestuurlijk Nederland iets, als je zelf eigenlijk niet zo van veranderingen houdt? Door alleen de vorm te veranderen en niet de inhoud. Dat was het leidend beginsel bij de grondwetsherziening van 1983; en dat is het nu weer bij de beoogde herziening van de ambtseed voor rijks­ambtenaren.[1] Desondanks bleken er, zowel destijds bij de grondwetsherziening als nu bij de nieuwe ambtseed, toch ook nog wel wat inhoudelijke verbeteringen mogelijk te zijn. Maar het grote struikelblok is altijd weer de positie van de Koning. Bij de grondwetsherziening van 1983 leidde dat tot een compromis. Dat hield ruwweg in dat als het ging om bepalingen waarin een bestuurlijke taak of positie in het algemeen werd beschreven, gesproken werd over de regering. Maar als het ging om specifieke regeringshandelingen, werd gesproken over handelen door de Koning of namens hem; en als dat een besluit was, werd dat een koninklijk besluit. Ruwweg, want erg consequent was het allemaal niet. Over de ambtseed van ministers en staatssecretarissen werd in artikel 49 bepaald dat die door hen wordt afgelegd ten overstaan van de Koning en dat zij daarbij trouw beloven aan de Grondwet. Trouw aan de Koning werd niet nodig geacht. Trouw aan de persoon van de Koning was uit de tijd en trouw aan het instituut van het koningschap lag al besloten in trouw aan de Grondwet, want daarin is dat instituut al stevig verankerd en in detail geregeld. 1. Hoe “modern” wordt de eed voor rijksambtenaren? Bij de ambtseed voor rijksambtenaren wordt echter nog steeds het beloven van trouw aan de Koning zinvol geacht. Blijkens de toelichting – in bijlage 1 bij de brief van de minister van BZK – omdat het traditie is. Daarbij wordt er – net als bij de grondwetsherziening van 1983 – op gewezen dat het niet gaat om de persoon van de Koning, maar om de grondwettelijk verankerde functie. Daar wordt nu echter een opmerkelijke draai aan gegeven: de Koning is hier het instituut “als vertegenwoordiger van het gezag”. Dat roept de vraag op namens wíe hij over dat gezag zou beschikken; waar dat gezag vandaan komt. Dat kan alleen maar van God zijn. Niet voor niets onderschrijft de Koning in ieder besluit dat hij neemt, dat hij Koning is bij de Gratie Gods. Ook de Bijbel is er duidelijk over: “Er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld.” (Romeinen XIII, 1-7). Maar waarom zouden we moeten blijven proberen om iedere ambtenaar hiervan te doordringen; ook wanneer de ambtenaar kiest voor het afleggen van de belofte? En stel dat het lukt, en dat iedere ambtenaar zich er permanent van bewust is dat hij, als zijn functie met zich meebrengt dat hij gezag over burgers moet uitoefenen, dat gezag via de Koning van God heeft verkregen? Gaat dat bijdragen aan een nieuwe bestuurscultuur? Zou het eraan bijdragen dat, als de overheid – bijvoorbeeld de belastingdienst of het openbaar ministerie – eens een fout heeft gemaakt, dat snel en ruiterlijk wordt erkend en gecompenseerd? Vervolgens maakt de toelichting nog een tweede opmerkelijke draai. Uit het feit dat onlangs aan de Grondwet een algemene bepaling is toegevoegd, waarin gesteld wordt dat de Grondwet de grondrechten en de democratische rechtstaat waarborgt, én omdat in de voorgestelde tekst voor de ambtseed de eed van trouw aan de Grondwet gekoppeld blijft aan trouw aan de Koning – wat, zoals blijkt uit artikel 49 Grondwet, volstrekt overbodig is – zou de volgende conclusie getrokken kunnen worden: “Trouw zijn aan de Koning en de Grondwet hebben dus beide te maken met het dienen van Nederland als democratische rechtsstaat.” Dat is wat al te kras. Het lijkt een poging om de monarchie tot grondbeginsel van de democratische rechtsstaat te verheffen. Niet onbelangrijk in het kader van het recente wetsvoorstel van BZK met betrekking tot het verbieden van politieke partijen, waarin de beginselen van de democratische rechtsstaat centraal staan. Maar het erfelijk koningschap behelst een uitzondering op één van de beginselen van de democratische rechtsstaat: het in artikel 3 van de Grondwet vastgelegd grondrecht dat alle Nederlanders op gelijke voet benoembaar zijn in openbare dienst. Daar valt mee te leven, maar deze uitzondering – én het trouw zijn daaraan – op deze gekunstelde wijze koppelen aan de democratische rechtsstaat past niet in een operatie die beoogt de ambtseed te moderniseren. 2. Kan een republikein ambtenaar worden? Het leidt er ook toe dat de toelichting niet doet wat zij zou moeten doen: verduidelijken en mogelijke vragen beantwoorden. Nu roep zij onvermijdelijk de vraag op: kan een republikein ambtenaar worden? Het antwoord op die vraag moet zijn: Ja, mits hij zich bij het streven naar een republiek houdt aan de Grondwet en de wet. Maar dat staat niet in de toelichting. Daardoor rijst het vermoeden dat de schrijvers ervan geneigd zijn die vraag te beantwoorden met: Ja, maar daar geven we liever geen ruchtbaarheid aan. En als het gevolg daarvan is dat sommige lezers gaan denken dat een republikein géén ambtenaar kan worden, dan vinden we dat ook niet erg. 3. Hoe trouw moet een ambtenaar zijn aan “zijn” minister? Door al het gegoochel met begrippen wordt een kans gemist om iets te benoemen dat de laatste tijd nogal in de belangstelling staat: de spanning tussen de loyaliteit van ambtenaren jegens de minister die verantwoordelijk is voor alles wat zij doen, en hun taak om die minister te voorzien van deskundige adviezen, óók als die hem politiek niet goed uitkomen. Want ambtenaren hebben, net als alle andere werknemers, wel degelijk te maken met een specifieke vorm van gezag: dat van hun werkgever. En wie is dat, als het gaat om rijksambtenaren? De Koning? Echt niet. De Staat is hun werkgever en die wordt op dit gebied vertegenwoordigd door de betrokken minister. Maar als we het over alle rijksambtenaren als groep hebben, is er niets mis mee om te spreken over het door hen trouw of loyaal zijn aan de regering. Maar geef dan aan waar de grens daarvan ligt: bij de ambtelijke professionaliteit en de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat (óók als die niet in de Grondwet staan). 4. En de eed voor Kamerleden? Voor alle duidelijkheid: “trouw aan de Koning” vervangen door “trouw aan de regering” kan alleen in de ambtseed van rijksambtenaren, gelet op hun arbeidsrechtelijke positie. In de eed voor Kamerleden – die óók aan modernisering toe is – zou het net zo ongepast zijn om hen “trouw aan de regering” te laten beloven als “trouw aan de Koning”. Volksvertegenwoordigers staan niet onder gezag van de regering en ook niet onder dat van de Koning “als vertegenwoordiger van het gezag”. Als Kamerleden zich houden aan de Grondwet, de wet en de niet in de Grondwet opgenomen beginselen van de democratische rechtsstaat – zoals het legaliteitsbeginsel en de scheiding van kerk en staat – is dat al mooi genoeg. [1] Brief van de minister van BZK van 20 januari 2023, Kamerstukken II 2022-2023, 29362, nr. 320. Deze column verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut. Mr. Huub Linthorst is voormalig directeur Wetgeving & Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.

Foto: Flickr CC BY-NC 2.0 by Rasande Tyskar rethink capitalism Corona times Hamburg

Wat de groene beweging nodig heeft is niet meer denkkracht, maar meer daadkracht

ESSAY - van Sara Van Rompaey en Seppe De Meulder, eerder verschenen in tijdschrift ‘De Helling, (redactie Wetenschappelijk Bureau GroenLinks)

Het is een vergissing om de hoop op een ecologische omwenteling te zoeken in specifieke maatregelen of een uitgestippelde route. Hoop is niet het resultaat van de openbaring van een utopie, maar van verzet tegen de noodtoestand. Wie droomt van een ander economisch systeem moet daar zijn waar het huidige systeem ravages aanricht.

1 november 1755, Lissabon. De kerken van de hoofdstad van Portugal zitten stampvol gelovigen die Allerheiligen vieren. Omstreeks kwart voor tien begint de aarde minutenlang te beven. De beving wordt gevolgd door een tsunami en een brand die bijna heel Lissabon vernietigt. Meer dan een derde van de bevolking van Lissabon laat het leven, 85 procent van de gebouwen wordt vernield. De schade blijft niet beperkt tot Lissabon. Grote delen van Portugal worden getroffen. De schokgolven van de aardbeving zijn voelbaar door heel Europa en Noord-Afrika.

‘Op de aardbeving volgde een geestbeving’ schrijft Philipp Blom in een essay voor De Groene Amsterdammer. De aardbeving van Lissabon moet zowat de meest besproken natuurramp in de westerse geschiedenis zijn. Was het dominante denkkader voordien al wat aan het wankelen gebracht, dan ging het na de aardbeving daveren op zijn grondvesten. ‘Het verhaal over 1755 gaat niet over een aardbeving, maar over de crisis van een collectief verhaal’, aldus Blom.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Barcelona En Comú (cc)

‘Ik denk niet dat het kapitalisme getemd kan worden’

INTERVIEW - door Daniël Boomsma, eerder verschenen in het themanummer van idee-magazine (tijdschrift voor het sociaal-liberalisme) over marktmacht (april 2021)

Econoom en politicus Yanis Varoufakis maakte naam als de markante minister van Financiën van het noodlijdende Griekenland in 2015, in de nasleep van de eurocrisis. Hij verzette zich – tevergeefs – tegen de geëiste bezuinigingen op de Griekse economie in ruil voor steunpakketten. Inmiddels is hij parlementslid voor MeRA25, dat deel uitmaakt van zijn pan-Europese beweging DiEM25 (Democracy in Europe Movement 2025). In zijn roman Another Now. Dispatches from an Alternative Present (2020) schetst hij een alternatieve economie waarin commerciële banken en aandelenbeurzen zijn verdwenen en werknemers bedrijven in collectief eigendom hebben. ‘De geschiedenis leert ons dat haalbare alternatieven absoluut onhaalbaar lijken totdat ze tot stand zijn gekomen.’

In uw roman Another Now stelt één van de hoofdpersonages, Iris, dat ‘er maar één keuze is. Óf we geven ons over aan een oligarchie die in naam van het liberalisme over elke vorm van vrijheid walst die ertoe doet. Óf we erkennen dat de uitvinding van het kapitalisme moet worden tenietgedaan’. Een ander personage, Eva, antwoordt dat het kapitalisme ‘ons allemaal uit de armoede heeft getild en het enige realistische perspectief biedt om hetzelfde te doen voor miljoenen mensen die er nog steeds onder te lijden hebben’. Maar Eva geeft ook toe dat ‘het temmen van het kapitalistische beest waarschijnlijk zinloos is’. Wanneer raakte u er zelf van overtuigd dat het kapitalisme niet te temmen is?
‘Laat me, voordat ik die vraag beantwoord, vooropstellen dat de twee personages die je noemt, Iris en Eva, een innerlijk conflict doormaken. Dat is iets goeds. Als we niet twijfelen, zijn we gevaarlijk. De romanvorm is daar bij uitstek geschikt voor. Als je een essay of een manifest schrijft, moet je zeggen waar je in gelooft. De structuur van de roman laat meer vrijheden toe en biedt de mogelijkheid om twijfels over je eigen opvattingen uit te drukken. Je ziet dat in deze roman omdat Eva uiteindelijk besluit dat ze zich niet kan verenigen met hoe het kapitalisme nu is, terwijl Iris het omgekeerde doet. Dat gezegd hebbende: ik ben al heel vroeg gaan geloven dat het ondoenlijk is om het kapitalisme te temmen. De macht van het kapitaal vandaag is immens. Het is een beest dat zowel geweldige als verschrikkelijke dingen kan doen. Ik denk niet dat het te temmen is. Het is eventjes gelukt, gedurende een kwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog. Toen leek de financiële geest terug in de fles te zijn gestopt. We hadden feitelijk een wereldwijd geleide economie. We hadden overal dezelfde munteenheid met vaste wisselkoersen, controle op kapitaal zodat banken niet met geld konden gokken. Vijfentwintig jaar lang hadden we afnemende ongelijkheid, sterke economische groei, goede banen en lage inflatie. Dichterbij een beschaafd kapitalisme zijn we niet gekomen. Maar de periode sinds 1971, het jaar dat Bretton Woods explodeerde en het neoliberalisme werd ingeluid, bewijst dat het beest niet bedwongen kan worden. Het brak zijn ketenen. Het creëerde opnieuw een irrationele uitbundigheid, die leidde tot de financiële crisis van 2008 en de economische stagnatie die we sindsdien kennen – en die wordt versterkt door de coronapandemie.

Foto: UCL Institute for Innovation and Public Purpose (cc)

Video | Mariana Mazzucato – Mission Economy

De overheid gaat de put pas dempen als het kalf al dik verdronken is. Dat is zonde van het geld dat daarmee gemoeid is. Een pro-actieve overheid had natuurlijk haar geld gestoken in het voorkomen van dat ongeluk.

De econome Mariana Mazzucato is erg optimistisch over de rol die de overheid zou moeten spelen als voortrekker en regisseur van vernieuwingen die in samenwerking met publieke en private bedrijven de grote vaagstukken van vandaag de wereld uit helpen.

Hoe dan?

We kunnen alleen een begin maken met het vinden van antwoorden als we het kapitalisme fundamenteel herstructureren om het inclusief, duurzaam en gedreven door innovatie te maken die concrete problemen aanpakt. Dat betekent het veranderen van overheidsinstrumenten en -cultuur, het creëren van nieuwe kenmerken van corporate governance en ervoor zorgen dat bedrijven, de samenleving en de overheid samenwerken om een ​​gemeenschappelijk doel te delen.

Citaat uit synopsis ‘Mission Economy A moonshot guide to changing capitalism’.

Mooi voorbeeld vindt Mazzucato bijvoorbeeld hoe vlot overheid en farmaceutische industrie aan de slag gingen om Covid-19 te tackelen. Daar ontbreekt wel één belangrijk element aan: de overheid, wij dus, zien maar bar weinig terug van het geld dat er in is gestoken.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Tyler Hewitt (cc)

Empirische onderbouwing genegeerd in neoliberale wetgeving

ANALYSE - De neoliberale wetgeving van de afgelopen decennia bevoordeelt vooral sterke, onafhankelijke burgers, ten koste van de kwetsbaren. Dat concludeert hoogleraar Marijke Malsch bij nadere beschouwing van de empirische onderbouwing van diverse wetten en beleid.

Bij sommige wetten is het probleem waarop zij gericht zijn duidelijk en ligt ook de oplossing voor de hand. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het rookverbod in cafés en de dodehoekspiegels bij vrachtwagens. Doelen en beoogde effecten van deze wetten zijn behoorlijk helder en zijn via empirisch onderzoek relatief eenvoudig vast te stellen. Maar er zijn ook wetten die veel gecompliceerder zijn en waarbij ook normatieve en rechtspolitieke vraagstukken een rol spelen.

Wetten maak je niet zomaar. Een wet is een ingrijpend middel. In de Aanwijzingen voor de regelgeving staat dat eerst andere maatregelen moeten worden geprobeerd.[1] En het Integraal toetsingskader beleid en regelgeving stelt dat een goede onderbouwing van wetsvoorstellen nodig is.[2] Als er empirisch onderzoek beschikbaar is dat relevant is voor een nieuwe wet, dan zou dat dus in een wetgevingstraject moeten worden betrokken.[3] De kans is dan groter dat de wet ‘werkt’ en geen of minder ongewenste neveneffecten heeft.

In dit artikel analyseer ik achtereenvolgens wetgeving en beleid over mensenhandel en prostitutie, over het spreekrecht voor slachtoffers en over het afbouwen van de ‘instituutszorg’.[4]

Foto: Flickr CC BY-NC 2.0 by Rasande Tyskar rethink capitalism Corona times Hamburg

Alleen op vertrouwen kan je bouwen

ESSAY - van Michiel Nanninga, eerder verschenen in tijdschrift ‘De Helling”, (redactie Wetenschappelijk Bureau GroenLinks)

Om het leven op onze planeet te behouden is een fundamentele hervorming van onze economie onvermijdelijk. Dit kan alleen als we het vertrouwen in de overheid herstellen. Een sterke overheid die met zelfvertrouwen samenwerkt met haar burgers, is noodzakelijk als we het kapitalisme nog willen keren.

Toen Rutger Bregman in 2019 mocht spreken op de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in Davos over het bestrijden van ongelijkheid, had hij zijn relaas grondig voorbereid. Tot afschuw van de organisatie sprak hij de woorden Taxes, taxes, taxes, all the rest is bullshit uit. Dat filantropie ongelijkheid de wereld niet uit gaat helpen, daar heeft hij gelijk in, maar ongelijkheid pak je slechts gedeeltelijk aan met belastingen voor de (super)rijken. Ook belastingen zijn slechts symptoombestrijding als we niets doen aan een compleet uit de rails gelopen wereldeconomie.

Een improductieve overheid?

Hoe zouden we de economie dan echt anders kunnen inrichten? In mijn zoektocht naar een antwoord stuitte ik op het werk van de Italiaanse econoom Mariana Mazzucato. In haar boek De waarde van alles brengt ze de lezer terug naar de kern van de economie: het creëren van waarde.[1] Hoe je de economie inricht, draait om de vraag wie als productief wordt gezien. Anders gezegd: wie creëert er waarde? Met als vervolgvraag: hoe worden de baten uit deze waarde verdeeld? Op doortastende wijze pluist Mazzucato het huidige economische narratief uit. Namelijk dat het bedrijfsleven als productief wordt gezien en de overheid als improductief. Dat is een ideologische aanname, zonder wetenschappelijk bewijs. En deze aanname heeft verregaande gevolgen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Flickr CC BY-NC 2.0 by Rasande Tyskar rethink capitalism Corona times Hamburg

De markt is wat de markt niet is

ESSAY - van Paul Teule, eerder verschenen in het themanummer van idee-magazine (tijdschrift voor het sociaal-liberalisme) over marktmacht (april 2021)

Bijna alle politieke partijen willen ‘de vrije markt’ beteugelen door een sterke(re) overheid. De toenemende ongelijkheid, de overmacht van Big Tech, de klimaatcrisis – er is grote consensus dat ‘de markt’ te veel vrij spel heeft gekregen en tot steeds meer uitwassen leidt. Echter, het pleidooi voor ‘minder markt’ en dus ‘meer staat’ versterkt het problematische frame dat economie en overheid in een nulsomspel verwikkeld zijn. Een frame waar sociaal-liberalen zich niet in moeten laten vangen.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen tekende zich een opvallende politieke consensus af: van links tot rechts zijn markten en het (multinationale) bedrijfsleven de kop van Jut en wordt de overheid op het schild gehesen. De hoogleraren Rutger Claassen en Kees Cools, die in het economenblad ESB de verkiezingsprogramma’s naast elkaar legden, verbaasden zich over deze plotse, onaangekondigde omslag. ‘Blijkbaar hebben al langer lopende zorgen over klimaat, ongelijkheid, machtsconcentraties en dergelijke zich opgehoopt, en resulteren ze nu in een collectieve heroverweging.’

Of er na de verkiezingen ook concrete plannen in een regeerakkoord gaan komen, is de vraag omdat verschillende partijen verschillende ingrepen bepleiten. Vooral D66 en VVD, constateren Claassen en Cools, zetten in op een sterkere marktmeester voor meer mededinging; D66, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie doen voorstellen om bedrijven verplicht bredere verantwoordelijkheid te nemen. Voorstellen voor eerlijke prijzen vind je vooral bij D66 en ChristenUnie; de maatschappelijke onderneming bij D66, ChristenUnie en CDA. De auteurs missen een diepere, integrale aanpak en de vraag is – ook omdat de markt traditioneel het domein van liberalen is, en omdat D66 de meeste hervormingsvoorstellen lijkt te doen – wat de onderliggende sociaal-liberale analyse is.

Foto: Alf Altendorf (cc)

Deense oud-minister moet boeten voor uitspraken over spionage VS

Denemarken heeft oud-minister van Defensie Claus Hjort Frederiksen aangeklaagd voor het lekken van staatsgeheimen.  De NSA gebruikte Deense internetkabels voor het afluisteren van toppolitici van landen als Duitsland, Frankrijk, Zweden en Noorwegen, onder wie bondskanselier Angela Merkel.

Frederiksen heeft toen hij nog minister was in het openbaar over de samenwerking tussen de Deense militaire inlichtingendienst en de NSA gesproken. Maar volgens Frederiksen was wat hij hierover heeft gezegd al openbaar gemaakt in de onthullingen van Edward Snowden in 2013. Hij weerspreekt de (nog steeds geheime) aanklacht met klem en hoopt dat er openheid komt over deze zaak, zowel voor het parlement als voor de Deense burgers. Frederiksen (75) is nu pas aangeklaagd omdat hij geen lid meer is van het parlement en dus zijn immuniteit heeft verloren. Zijn partijgenoten van de Liberale Partij betreuren de gang van zaken. Frederiksen is een partijveteraan die vier belangrijke ministerposten heeft bekleed. Alex Vanopslagh, de politieke leider van de Liberale Alliantie, vindt het een schandalig besluit van Justitieminister Hummelgaard om het proces tegen Frederiksen door te zetten.

De onthullingen van Snowden

De spionage kwam eind 2020 aan het licht via een klokkenluider van de Deense geheime dienst, die vanaf 2008 met de Amerikaanse NSA aan een geheim aftapproject werkte, en die zijn zorgen over de Amerikaanse spionage eerder had gedeeld in interne rapporten. In dit project werd gebruik gemaakt van het programma XKeyscore, in 2013 onthuld door NSA-klokkenluider Edward Snowden. Middels selectors doorzochten de diensten e-mails, zoekvragen en chatberichten. Een selector kan een e-mailadres, telefoonnummer of IMEI-nummer van een smartphone zijn. De Deense medewerker ontdekte dat er bepaalde selectors waren waarmee de Amerikanen heimelijk inlichtingen over Europese processen en organisaties verzamelden. De toezichthouder van de Deense geheime dienst constateerde dat deze werkwijze illegaal was. Het leidde tot de schorsing van onder meer het hoofd van de dienst. Volgens bronnen van de Deense omroep heeft Claus Hjort Frederiksen geprobeerd de inspectie te weerhouden van een onderzoek. Toen dat niet hielp heeft hij zijn opvolgster Tine Bramsen gemaand de resultaten van het onderzoek niet openbaar te maken.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Mark (cc)

Kandidaatselectie: de ‘secret garden’ van Nederlandse politieke partijen

ANALYSE - van Rozemarijn van Dijk, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

We gaan een periode tegemoet van vele verkiezingen: de Provinciale Staten, Waterschappen, het kiescollege, de eilandsraadsverkiezingen en uiteindelijk ook die van de Eerste Kamer. Partijen zijn dus druk bezig (geweest) met het opstellen van kandidatenlijsten. Hoe kandidatenlijsten precies tot stand komen, is voor velen niet altijd gemakkelijk te doorzien. Het kandidatenselectieproces wordt niet voor niets door politicologen de ‘secret garden’ van de politiek genoemd. Doordat partijen er lange tijd niet open over waren, was er ook niet veel bekend over kandidaatselectie. Gelukkig is daar de afgelopen jaren verandering in gekomen.

In de aanloop van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 heb ik onderzoek gedaan naar hoe de kandidatenlijsten werden samengesteld. In onderzoek naar dit soort processen is het belangrijk om formele regels en procedures in kaart te brengen. Om in de metafoor van de ‘secret garden’ te blijven, door formele regels te bestuderen krijg je een goed gestileerde plattegrond van een tuin. Maar een echte tuin ziet er doorgaans vaak wat anders uit dan de gestileerde plattegrond die er aan ten grondslag ligt. Om een echt goed beeld te krijgen van die tuin, moet je er eigenlijk in gaan staan. Door verschillende leden van selectiecommissies en een aantal partijvoorzitters van 9 politieke partijen [1] te interviewen, heb ik geprobeerd daadwerkelijk in die tuin te staan en een beter beeld te krijgen van het kandidaatselectieproces.

Foto: Tweede Kamer Schermafbeelding Debat gemist stemmingen 18-10-2022

Ledental politieke partijen stijgt licht

DATA - Het ledental van de politieke partijen (met een plek in het parlement) is afgelopen jaar gestegen van 374.000 naar 379.000. Daarmee zet de stijging van het jaar daarvoor nog wat door. De grootste partij qua leden is opnieuw de FVD met 61.000 leden. Op de tweede plaats staat de PvdA met 39.500 leden, gevolgd door GroenLinks met 33.800.

Hier een aantal grafieken die de ontwikkeling van de afgelopen jaren weergeven.

Grafiek ledental alle politieke partijen vanaf 1950

Ledental politieke partijen als percentage volwassen bevolking vanaf 1950

Ledental individuele politieke partijen vanaf 1967 per jaar

Ledental individuele politieke partijen vanaf 2000

 

Met dank aan het DNPP voor het jaarlijks publiceren.

Foto: urban-museum (cc)

Een ander kapitalisme

Vandaag start Sargasso met de serie Een ander kapitalisme. Auteurs van Sargasso en daarbuiten schrijven over wat er aan het huidige kapitalisme niet deugt, over mogelijke oplossingen, behulpzame perspectieven, of zelfs economische systeemwijzigingen. Over één ding is iedereen het eens: er moet iets veranderen.

Het kapitalisme. Zelfs in economisch zorgeloze tijden is er ongemak over. In de voorspoedige jaren 90 bijvoorbeeld begint in Nederland de gestage opmars van de SP. De partij die zich organiseert in ongeziene stadswijken en haar verzet naar het Den Haag van de paarse regenten brengt. Aan het eind van het decennium verschijnen op het wereldtoneel de antiglobalisten die zich keren tegen de net opgerichte WTO, de institutionele bekroning van de neoliberale globalisering. De protesten in 1999 in Seattle richten zich op alles wat er mis is met het kapitalisme. Zoals de schrijnende arbeidsomstandigheden die in No Logo van Naomi Klein worden belicht. De sweatshops aan de andere kant van de wereld zijn de keerzijde van onze zorgeloosheid.

Het kapitalisme blijkt in 2008 ook voor het westen een andere kant te hebben. Niet slechts ongemak, maar grote onrust en een najaar met angstige momenten. In haar financiële hart, waar regulering en toezicht vanaf de jaren tachtig is ontmanteld, blijken grote ongedekte risico’s te worden rondgepompt. Met de val van Lehman Brothers blijken de financiële innovaties die dat mogelijk hebben gemaakt te lijden tot een infarct. Met miljarden aan publiek geld worden de gevolgen van het privaat genomen risico beperkt en de westerse samenleving behoed voor een langdurige recessie. Het kapitalisme houd zich niet aan z’n eigen regels. Althans, de regels die ons zijn voorgehouden: dat ondernemersrisico tot grote winst kan leiden, maar ook tot verlies en faillissement. Too big to fail heet dat gebrek aan zelfreinigend vermogen van de markt. De winsten van voor 2008 worden privaat verdeeld, maar in de crisis vormt de overheid met publiek geld het vangnet voor de grote banken.

Foto: DennisM2 (cc)

Migranten bewonen onze woningen is het verwijt. Maar wie bouwen ze?

COLUMN - U kent het vast, het verwijt aan asielzoekers dat ze onze woningen innemen. En dat terwijl er woningnood is! Het is een wonderlijk verwijt. Alsof je mensen die net binnenkomen op een feestje verwijt dat het bier op is, terwijl de reeds aanwezige feestgangers met lege flesjes in hun hand staan. Van alle problemen die we in dit land hebben kun je er precies nul op het conto schuiven van mensen die net binnenkomen. Ook de wooncrisis niet. Die problemen zijn veroorzaakt en niet opgelost door de mensen die hier al lang voor hen woonden.

Tegelijkertijd is het sentiment wel te begrijpen. Want je kunt ze er de schuld niet van geven, maar waarom mogen zij hun intrek nemen in een nieuwe of leeggekomen woning en iemand die hier geboren is en misschien al jaren op een wachtlijst staat niet? Eerlijk gezegd denk ik dat zelfs statushouders die een woning krijgen toegewezen, wel begrijpen dat mensen dat als onrechtvaardig kunnen ervaren.

Maar er is nog een andere kant aan dat verwijt, waar ik eigenlijk nooit iets over hoor. Inderdaad, er worden jaarlijks duizenden woningen aan migranten toegewezen en dat betekent dat anderen het nakijken hebben. Er is de laatste jaren simpelweg te weinig gebouwd. Maar die woningen die wel gebouwd worden, door wie worden die eigenlijk gebouwd? Toevallig ook door migranten? Cobouw publiceerde daar vorig jaar cijfers over.

Vorige Volgende