Deel 1
Het is nu allemaal mis en het zal misschien nooit meer goedkomen en ik ben bang dat het door mij komt. Het is allemaal mijn schuld, ik heb het gedaan. Het was geen kwade bedoeling van mij, dat niet. Onachtzaamheid misschien, maar dan ook maar heel kort, vijf seconden of zo. Dat het allemaal zo uit de hand zou gaan lopen, kon ik toen echt niet weten.
Het begon toen ik lang geleden met een aantal vrienden op Interrail door Europa trok. Op een ochtend, ik sliep nog half, had ik plotseling een visioen. Een stem zei tegen mij: “Een goede naam voor je slaapzak is Robert.” Het was heel wonderlijk.
Later dacht ik een keer terug aan deze ingeving. Dat deed ik tijdens een overpeinzing over originaliteit in de muziek of meer algemeen over het echte in kunst en cultuur, want ik had het idee dat mijn Robert-visioen, hoe vreemd ook, ook op de een of andere manier echt was. Misschien zoals het lied John Brown’s Body, dat kennelijk in een droom is ontstaan, als het verhaal klopt tenminste.
Het is altijd een probleem om te beoordelen of een kunstvoorwerp echt is of namaak. Het televisieprogramma Tussen kunst en kitsch leeft daar bijvoorbeeld al jaren van. Zelfs voor doorgewinterde vakkundigen is het vaak heel moeilijk te zeggen en dan klopt het ook niet altijd. Zo dachten zij bijvoorbeeld heel lang dat het schilderij De man met de gouden helm van Rembrandt was, maar dat is het kennelijk toch niet.