Kunnen burgerinitiatieven wel zonder de overheid?

Nederlandse burgerinitiatieven zijn door de jaren heen geneigd geweest om snel de steun van de overheid te zoeken. Zo ontkomen bijvoorbeeld ook de Voedselbanken niet aan deze oude verzuilingsreflex. Zouden burgerinitiatieven zich in de nabije toekomst wel aan de overheid kunnen ontworstelen, vraagt Marcel Hoogenboom, universitair docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht? Uit internationaal-vergelijkend onderzoek naar ‘derde-sectororganisaties’ – tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw ‘particulier initiatief genoemd – komt Nederland als absolute kampioen naar voren: maar liefst 14,4 procent van al het niet-agrarische werk wordt door derde-sectororganisaties verricht. Maar de resultaten van het onderzoek moeten enigszins worden gerelativeerd; door allerlei factoren, waarop ik later zal ingaan, zijn in Nederland in de loop van de geschiedenis overheid en derde-sectororganisaties sterk met elkaar verknoopt geraakt, waardoor nauwelijks meer van een onafhankelijke derde sector kan worden gesproken.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De tien geboden

Net voorbij de drogist stonden twee jongens en een meisje met klemborden. Of ze me iets mochten vragen over de tien geboden. Dat mocht.
      ‘Dank u wel,’ zei de kleinste jongen. Ik schatte hem op een jaar of dertien. Zijn kleding bestond uit een verzameling verwassen kleurvlakken zonder enige referentie aan een modetijdperk.
      ‘Vraag 1.’ De jongen tuurde fronsend naar zijn vragenlijstje. Het was in zijn eigen handschrift geschreven op een ringbandvelletje met blauwe lijntjes.
      ‘Wat vindt u van,’ souffleerde het meisje.
      ‘O ja. Wat vindt u van de tien geboden?’ vroeg de jongen opgelucht.
      Ik zei dat ik het een wat algemene vraag vond.
      De jongen knikte ernstig en noteerde een paar woorden op het ringbandvelletje. Daarna keek hij me vriendelijk, maar afwachtend aan. Ik schoot in de lach, omdat hij me nu een mening ging ontlokken over de tien geboden.
      ‘Het zijn algemene gedragsregels waarvan een deel nog steeds relevant is,’ zei ik.
      Nu begonnen ze alle drie te schrijven.
      Ik kreeg de indruk dat mijn antwoorden terug gerapporteerd gingen worden aan een hogere instantie. Misschien zou er in een kringgesprek met mededogen over mij en andere welwillende ongelovigen worden gesproken.
      ‘Is dat een goed antwoord?’ vroeg ik.
      De jongen keek vragend naar zijn collega’s. Er werd voorzichtig ingestemd.
      ‘U bent de eerste aan wie we de vragen stellen,’ zei hij bij wijze van toelichting.
      Toen kwam vraag 2. ‘Kunt u de tien geboden opnoemen?’
      Na niet moorden en niet liegen, werd het moeizaam.
      ‘Er is er eentje dat je niet je andermans vrouw en bezittingen mag begeren, of iets van die strekking.’
      De jongen keek me onbegrijpend aan.
      ‘Ja ja, dat is er een, geloof ik,’ fluisterde het meisje.
      De jongen noteerde met een zekere terughoudendheid alsnog mijn antwoord.
      Ondertussen was de andere jongen aan het bladeren in zijn papieren.
      ‘Wij kennen ze zelf ook niet,’ zei de kleine jongen.
      Samen bekeken we het velletje met de tien geboden.
      ‘Geen overspel plegen, die bedoelde u,’ zei de jongen.
      ‘Nee,’ zei ik. ‘Ik bedoelde deze: Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw.’
      De jongen las de andere geboden voor, ook die over het niet aanbidden van andere goden. Toen vroeg hij: ‘Gelooft u in meerdere goden?’
      Ik zei van niet, maar later dacht ik: alleen als je in God gelooft, geloof je niet in meerdere goden. Ik aanbid teveel goden, dat viel niet te ontkennen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Meer hotelovernachtingen in grote steden

DATA - Nederlandse hotels werden in 2011 drukker bezocht dan in 2010. In de eerste 10 maanden van het jaar steeg het aantal hotelgasten met 2,5 procent tot bijna 30 miljoen. Van vijf grote steden ontvingen Utrecht, Rotterdam en Maastricht meer gasten. Het aantal hotelovernachters in Amsterdam en Den Haag bleef in die periode gelijk.

De groei in januari tot oktober 2011 was minder groot dan in deze periode in 2010. Toen waren er in Nederland nog 7 procent meer hotelovernachtingen dan in de eerste tien maanden van 2009. Dit blijkt uit een analyse van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) door ANP en Sargasso.nl.

,,De hotelindustrie reageert sterk op economische ontwikkelingen,” zegt Marco van Bruggen, senior consultant bij Horwath, een adviesbureau gespecialiseerd in de sector. ,,In 2008 en 2009 zagen we zeer sterke dalingen. In 2010 ging het wat beter met de economie en trok het hotelbezoek ook weer flink aan. Dat zette in 2011 door.”

Utrecht kende de eerste 10 maanden van vorig jaar de grootste groei in het aantal hotelovernachtingen: 12 procent. Rotterdam had 7 procent meer hotelovernachtingen, Maastricht 4 procent.

In Amsterdam werden er in deze periode niet meer kamers geboekt dan het jaar ervoor. In 2010 was deze stad nog de grootste stijger, met bijna 14 procent meer bezoekers van januari tot oktober dan in dezelfde periode in 2009. Ook in Den Haag bleef het aantal overnachtingen nagenoeg gelijk. ,,Amsterdam reageert extra sterk op de economische ontwikkelingen. Dat komt doordat het niet alleen een belangrijke toeristenstad is, maar ook een belangrijke speler in de internationale handel. We zien altijd dat Amsterdam vooroploopt in de ontwikkelingen die voor heel Nederland gelden”, aldus Van Bruggen.

Dik

Voorlichting – of modieuzer, bewustwording – helpt dus geen klap. Kun je iets anders concluderen wanneer na jarenlange promotie van de schijf van vijf en allerlei andere campagnes om toch vooral gezond te eten, blijkt dat we met ons allen alleen maar dikker worden? Zelfs de media, die altijd worden gekielhaald wegens het onrealistisch dunne ideaalbeeld dat ze propageren, hebben kennelijk belazerd weinig invloed op ons daadwerkelijke gedrag. Inmiddels is al ruim de helft van de bevolking te dik, en ook onder kinderen en tieners neemt vetzucht fiks toe.

Ergens kan ik me de verwarring onder consumenten wel voorstellen. Wanneer het logo Ik kies bewust ook op zakken chips wordt geplakt, alleen omdat déze chips ietsjes minder vet bevatten dan normaal, raak je al snel de weg kwijt en in de ban van zelfbedrog. In de praktijk lijkt het kolderlogo vooral uit te pakken als een stunt om duurdere – want zogenaamd ‘bewustere’ – versies van inherent ongezond voedsel aan de man te brengen. Ooit dat logo gezien op een zak appels, een pak karnemelk of op een halfje bruin?

Maar wacht. Er gloort hoop! Ter ere van ons almaar dikker wordend Nederland gaf het Convenant Gezond Gewicht, een samenwerkingsverband tussen overheid en bedrijfsleven, gisteren een feestje voor zichzelf. Het convenant pleit voor gezonde kantines en een gezonde leefstijl. Ze hebben zelfs een apart jeugdproject opgezet, JOGG: Jongeren Op Gezond Gewicht!

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Toerrie

Het was koopavond. Mijn wekelijkse wandeling door de binnenstad was al achter de rug en ik ging nu afsluiten met een patatje bij het kraampje in de winkelstraat. Toen ik er stond te eten begon een voorbijganger plotseling zonder duidelijke reden heel hard vreemde dingen te schreeuwen. Sommige klanten van de patatkraam reageerden verbaasd of geamuseerd, anderen werden kwaad. ”Neemt u hem niet kwalijk” zei ik “hij kan er niets aan doen, het is een ziekte. Ik ken hem. Hij is mijn buurman.”

De buurman naast me had de ziekte van De la Tourette. In het begin wist ik het nog niet en daarom was het best een beetje vreemd. Steeds weer hoorde ik ineens zijn harde geschreeuw. Ik vroeg mij toen af wat er toch aan de hand was en of ik misschien de politie moest bellen. De bovenbuurman zei echter dat dit niet hoefde. Hij kende het al en wist al dat het verder niets te betekenen heeft. Het was alleen een beetje storend, vooral midden in de nacht. Toerrie noemde hij hem.

Eerst interesseerde ik me zeer voor wat Toerrie zoal schreeuwde, want ik had het idee dat ik daar nog wat van kon leren. Was het niet het onbewuste in Toerrie dat in hem als gevolg van zijn ziekte ongecontroleerd omhoogborrelde, het onbewuste, wat ook ik in me heb, maar waar ik verder niets van weet? Misschien kon ik dus door naar Toerrie te luisteren ook iets over mezelf leren? Het zou best kunnen dat dat bij anderen met deze ziekte ook inderdaad zo is, maar mensen die deze ziekte hebben zijn niet allemaal hetzelfde en in het specifieke geval van Toerrie viel dat wel tegen. Wat Toerrie verder uitmaakte was namelijk een zekere oppervlakkigheid en dat bleek ook uit wat hij zo de hele tijd aan het schreeuwen was. Al gauw ging het me vervelen. Als dat alles is, dacht ik, kan ik er niets mee.

Weerstand tegen migranten staat los van werkgelegenheid

De instroom van laaggeschoolde migranten is goed voor de economie, wordt vaak betoogd. Maar in bepaalde stedelijke gebieden met een industrieel verleden, zoals Rotterdam, is juist ook sprake van verdringing op de arbeidsmarkt. Maar dit verklaart niet de weerstand tegen migranten, zegt Jeroen van der Waal, socioloog aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Nederland kende de afgelopen decennia een aanzienlijke instroom van laaggeschoolde migranten. Hoewel het niet enkel arbeidsmigranten betreft, is het overgrote deel voor zijn levensonderhoud wel afhankelijk van de arbeidmarkt.

Conform de economische theorie worden we met zijn allen welvarender wanneer laaggeschoolde immigranten in een land als Nederland arbeidsplaatsen vervullen. Echter, de instroom van laaggeschoolde migranten leidt niet alleen tot macro-economische groei, maar ook tot verdringing op de arbeidsmarkt. Door immigratie neemt het arbeidsaanbod sterk toe, terwijl de vraag naar arbeid niet evenredig stijgt. Dit leidt tot dalende lonen van laaggeschoolden en voor hen een grotere kans op werkloosheid. Maar verschillende overzichtsstudies tonen aan dat dit verdringingseffect gemiddeld genomen zwak is, en zich slechts voordoet op de korte termijn.

Grote regionale verschillen

Het effect kan gemiddeld genomen dan wel zwak zijn, binnen landen zijn er grote regionale verschillen. Dat heeft ermee te maken dat voormalige industriesteden, zoals Rotterdam en in Limburg, inmiddels kampen met hoge werkloosheid onder de laaggeschoolde bevolking door het wegvallen van industriële werkgelegenheid. Steden als Amsterdam en Utrecht, met een meer op diensten georiënteerde economie, kennen aanzienlijk minder werkloosheidsproblemen (Van der Waal 2010b). Financiële dienstverlening, consultancy etc. scheppen namelijk veel werkgelegenheid voor laaggeschoolden in ondersteunende diensten, zoals schoonmaak, catering en beveiliging. Deze vraag naar laaggeschoolde arbeid ontbreekt veelal in de meeste voormalige industriesteden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Slachtoffers mensenhandel verdienen meer bescherming

Slachtoffers van mensenhandel verdienen meer bescherming, stelt universitair hoofddocent Conny Rijken. Zij worden nu te veel benaderd als illegalen die misbruik willen maken van verblijfsrecht, bijstand en ondersteuning. Zo een benadering verhindert een gedegen aanpak van mensenhandel.

Voor zover in Nederland de aanpak van mensenhandel hoog op de prioriteitenlijst staat betreft het de strafrechtelijke aanpak. Maar juist omdat het menselijke aspect ontbreekt, werkt zelfs die aanpak niet. Slachtoffers doen vaak geen aangifte als zij hiervoor bij de politie moeten zijn. Intussen is minister Leers ervan overtuigd dat slachtoffers maar al te vaak misbruik maken van de regels – hoewel hij toegeeft dat voor zijn donkere vermoedens geen cijfers bestaan. Zou dat de minister dan niet aan het denken moeten zetten, en doen beseffen dat de regeling juist voor de slachtoffers veel beter moet?

Leers’ prioriteit ligt bij uitzetting

Een mensenrechtelijke aanpak van de slachtoffers van mensenhandel is ook vereist volgens een nieuwe Europese Richtlijn mensenhandel van april 2011. Maar de door minister Leers voorgenomen maatregelen tegen het vermeende misbruik van de zogeheten ‘B9-verblijfsregeling slachtoffers mensenhandel’ (die recht geeft op verblijf, bijstand en ondersteuning) illustreren nog eens dat de prioriteit ligt bij uitzetting en strafrechtelijke procedures in plaats van bij het beschermen van degenen die dat nodig hebben. De maatregelen die de minister voorstelt in zijn brief (11 november, 2011, kenmerk 5716693/11), of voorstelt om te gaan onderzoeken, beogen de toegang tot de B9 te bemoeilijken en het verblijfsrecht in te perken. Een twaalftal organisaties heeft intussen de handen ineen geslagen en in een brief een schets gegeven van de gevolgen van zijn voorgenomen beleid (18 januari, 2012).

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De meisje en ander Europees

Spreken we over honderd jaar in heel Europa dezelfde taal? Of dat dan toch in ieder geval in de steden (en gezien de leegloop van het platteland woont in 2112 waarschijnlijk bijna iedereen in de stad)? Wie boeken leest als het vorige week verschenen Ethnic styles of speaking in European Metropolitan Areas (John Benjamins, Amsterdam; redactie Friederike Kern en Margret Selting), zou weleens op dat idee kunnen komen.

In heel (Noord-)Europa ontstaan onder jongeren in de steden nieuwe ‘dialecten’ van het soort dat in Nederland wel ‘straattaal’ wordt genoemd. Die nieuwe talen hebben opvallend veel met elkaar gemeen.

Dat begint al met de namen. In Duitsland wordt het wel ‘Kiezdeutsch’ genoemd (Kiez is de naam van een stadswijk of in nog nauwkeuriger nederlands een hood), in Zweden Rinkeby-svenska, naar een wijk waar veel allochtonen wonen, en in Noorwegen kebab-norsk. Dat zijn allemaal namen die verwijzen naar gure straathoeken en jongeren die elkaar in de snackbar ontmoeten. Toch worden de nieuwe taalvormen lang niet alleen in de prachtwijken gebruikt, en zelfs niet alleen door allochtone jongeren.

Mein Schwester

De talen lijken niet alleen in naam op elkaar. Dat geldt ook voor de woorden: in heel Europa begrijpt iedereen onder de dertig wat de titel van de Zweedse film jalla jalla betekent.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

De polemiek en het schelden: hufters!

Wanneer gaat polemiek over in schelden, vraagt Hufter Hunter zich af in deze gastbijdrage.

Als je kritiek levert op hufters, moet je ontzettend op je woorden passen. Want de minste of geringste belediging van je opponent leidt al tot de jijbak: “Dat verwacht je niet, van iemand die zich fatsoenlijk noemt.” Schrijf je bijvoorbeeld dat een bepaalde hufter een omhooggevallen kneus is en dat diens populariteit slechts het bewijs is dat schuim altijd boven komt drijven, dan kan de hufter in kwestie direct een link of screenshot van die uitspraak bloggen met een opmerking als “zo rolt ‘fatsoenlijk’ GroenLinks” of “VN heeft heel ‘fatsoenlijke’ columnisten in dienst” of iets van die strekking. Zelfs als je alle metaforen en andere mogelijk incriminerende sound bytes weglaat, en gewoon unverfroren schrijft: “Ik vind de kwaliteit van de artikelen van deze hufter niet passen bij dit medium”, dan krijg je nóg de wind van voren. “Hij wil mij de mond snoeren, hij is jaloers, hij maakt me zwart, rechtse meningen mogen niet van ‘fatsoenlijk’ links. Stalker! CENSUUR!” Je kunt als fatsoensridder dus eigenlijk helemaal geen kritiek uiten. Of toch wel?

Wat de hufters met hun heilige verontwaardiging proberen te maskeren is dat er wel degelijk verschil is tussen hufterig gescheld en scherp verwoorde kritiek. Schelden vindt plaats in het luchtledige. Het is niet bedoeld om een punt te maken en iemand tot een reactie te prikkelen, maar als stomp voorwerp om iemand knock-out te slaan. Tegen schelden is weinig verweer. Als Wilders zou zeggen: “De minister is onverstandig want haar plannen zijn financieel niet haalbaar” dan kan de minster daar iets tegenin brengen. Er ontstaat een debat. Maar Wilders zegt: “De minister is knettergek.” En de minister weet niet wat ze terug moet zeggen. Zo behaalt Wilders optisch voordeel, zeker tegenover een minder begaafd publiek. Domme toehoorders zullen denken dat de hufter een punt heeft gescoord met het scheldwoord. In het geval van Wilders is dat extra jammer, want ook domme mensen mogen wel gewoon stemmen.

Veiligheid: realiteit versus gevoelens

Dat in het veiligheidsdiscours feit en gevoelens ver uiteen lopen, is bekend. Maar hoe ga je daarmee om? Cameradeskundige Sander Flight doet een poging.

Onlangs mocht ik voor een gezelschap van zo’n dertig mensen praten over het verschil tussen feitelijke veiligheid en het gevoel van veiligheid. Daar hou ik me al zo’n vijftien jaar mee bezig en het was leuk om dat in vijftien minuten samen te vatten. Het goeie nieuws: er is eindelijk echte aandacht voor gevoelens en niet alleen maar voor de feiten. Het slechte nieuws: we hebben nog maar weinig inzicht in wat echt werkt om veiligheidsgevoelens te verbeteren.

Eerst de realiteit: hoe veilig is het echt?

De realiteit is dat het al jaren achter elkaar steeds veiliger wordt, maar dat mensen zich niet veiliger voelen. De kans op slachtofferschap van criminaliteit, ook als we alleen maar kijken naar geweld, nam spectaculair af de laatste tien jaar.

Als we kijken naar een stad als Amsterdam zien we dat tussen 2008 en 2011 de index voor feitelijke veiligheid 15% verbeterde, terwijl de index voor subjectieve veiligheid 3% slechter werd. Het werd veiliger, maar we voelen ons onveiliger.

En kijk eens naar Amsterdam Zuidoost: daar werd het tussen 2008 en 2011 maar liefst 33% veiliger in objectieve zin. Minder diefstallen, inbraken, berovingen, overvallen, vechtpartijen. Maar voelen mensen in Zuidoost zich veiliger? Nee: ze voelen zich nu 15% onveiliger dan drie jaar geleden. Hier is wat raars aan de hand. De feitelijke veiligheid en het gevoel van veiligheid zijn niet aan elkaar gekoppeld. Het komt dus niet vanzelf goed.

Occupyers zijn daklozen

Op moment van dit schrijven probeert Occupy Den Haag via een kort geding ontruiming van het tentenkampje op het Haagse Malieveld te voorkomen.  De gemeente wil politie inschakelen als de Occupyers in de vrieskou wensen te blijven. De gemeente beroept zich daarbij op de zogenaamde winterregeling, die vandaag is ingegaan.

De winterregeling is een maatregel om te voorkomen dat daklozen op straat doodvriezen. Daklozen die niet vrijwillig naar de extra bedden gaan, kunnen door de politie gedwongen worden. Elk jaar zijn er wel een paar van die weigeraars en je kunt je voorstellen dat de gemeente het extra lastig krijgt deze zorgmijders te overtuigen, als ze met de vinger naar Occupy kunnen wijzen en roepen: Maar waarom mogen zij wel buiten slapen?!

Nog los van de vraag of een beschermende maatregel afgedwongen kan worden met politie-inzet, is het natuurlijk flauwekul om de Occupy-demonstranten over één kam te scheren met dakloze zorgmijders. Bijna alle zorgmijders hebben een psychiatrische ziekte, die tot het zorgmijdende gedrag leidt.

De Occupyers worden door sommigen ook voor gek verklaard, maar vooralsnog is er geen enkele demonstrant opgepakt wegens dreigend gevaar voor zichzelf of de omgeving en vervolgens door een psychiater rijp verklaard voor behandeling. Bovendien hebben de demonstraten zich voorbereid op de kou, De meeste daklozen hebben niet dezelfde voorzieningen als de Occupyers.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Smali en baksmali

Toen ik langzaam wakker werd, voor de wekker, waren de eerste woorden die tot me doordrongen: smali en baksmali. Het duurde even voor ik besefte waar mijn hoofd aan had gewerkt, in mijn afwezigheid.
    Gisteravond had ik urenlang rondgehangen op xda-developers.com. Mijn nieuwe telefoon draait Android en ergens in de paar weken die ik met het toestel heb doorgebracht heeft zich een ambitie in mij genesteld: ik wil een aangepaste email-widget – dat is venstertje op het thuisscherm waarin mijn zakelijke inbox direct zichtbaar is. Zwart op wit is de standaardvormgeving, ik wilde wit op doorzichtig.
    Sommige ambities zijn een vorm van masochisme.
    Het leek me dat iemand dat al gemaakt moest hebben. Eerst zocht ik naar een geschikte app. Lang verhaal kort: was er niet, mede omdat ik de nieuwste versie van Android heb.
    Maar dan zijn er nog de knutselaars. Op xda-developers.com is een thread van 304 pagina’s and counting waarin zo ongeveer elke denkbare widget doorzichtig is gemaakt en van bijpassende tekstkleuren wordt voorzien.
    Maar de mensen deze tweaks schrijven, zijn zelf geen gebruikers van programma’s voor zakelijke emailaccounts. Dat is software voor oude mannen in grote kantoorgebouwen. De widgets voor Facebook, Twitter en Gmail waren allang aangepast.
    Ik vroeg op de site of iemand de email-widget voor me wilde aanpassen. Ja hoor, zeiden twee mensen – want zo’n site is het. Een paar dagen later gaven ze het op. Het bleek ingewikkelder dan de andere widgets, omdat het dieper in Android was ingebed. Het was ongetwijfeld oplosbaar, maar ja, ze gebruikten het emailprogramma zelf niet. Dus.
    Bij elke stap in dit proces, probeerde ik af te haken. Ik bespotte mijn verlangen naar een gestroomlijnd thuisscherm. Ik hield mezelf voor dat ik geen tijd heb voor deze flauwekul. Ik probeerde met nieuwe waardering te kijken naar de standaardwidget. Hij kende misschien enkele esthetische beperkingen, maar er was best goed over nagedacht.
    Het hielp niet. Ik werd steeds verder naar de dark side gezogen.
    En zo bekeek ik gisteravond hoe je apk’s kunt decompilen, xml kunt bewerken in een disassembler en wanneer je resources.arsc moet verwijderen voordat je gewijzigde code via de abd tool terug kunt pushen naar de geroote telefoon. O, en hoe je smali en baksmali gebruikt om machinecode aan te passen.
    De afgelopen twee dagen had ik, voor het eerst in maanden, weer tijd om aan mijn roman te werken. In eerdere perioden werd ik wel eens wakker werd met een idee voor een scene of een personage. Nu droomde ik over smali en baksmali. Gelukkig moest ik de kinderen uit bed gaan halen.

Vorige Volgende