G. Drios

52 Artikelen
4 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: mystic_mabel (cc)

De vermogensrendementsheffing: De conclusie

COLUMN - Dit is het laatste deel van een korte serie over de vermogensrendementsheffing. Eerder heb ik toegelicht dat de plannen voor de wijziging van de heffing marktverstorende effecten zullen hebben en waarom ik de grondslag voor de heffing, het fictieve rendement, drie keer niets vind:

Ik zou nog vele weken kunnen doorgaan , bijvoorbeeld over de vragen waarom er geen vermogensbelasting wordt heringevoerd of hoe om te gaan met negatieve rendementen. Toch wordt het tijd voor een afsluiting. Het ministerie van Financiën probeert eigenlijk iets te berekenen wat helemaal niet te berekenen is.

Zo rond 2006 mocht ik een Speakers Academy-presentatie van Willem Vermeend bijwonen over het fictieve rendement van toen nog 4%. Hij vertelde dat hij en zijn collega’s het hadden berekend op basis van gemiddelde rentecijfers over meerdere decennia uit het verleden. Als ik het goed herinner, had hij het toen echt over rente en niet over winsten uit beleggingen of onroerende goederen. Bovendien had hij het later in zijn presentatie nog over de vergrijzing. Politiek, soms lijkt het op handel met voorkennis, maar dat is achteraf.

Foto: mystic_mabel (cc)

De vermogensrendementsheffing: de beleggingsportefeuille

COLUMN - Dit is het vijfde en op een na laatste deel van een korte serie over de vermogensrendementsheffing. Ik begon met de opmerking dat de berekening van de fictieve rendementen is gebaseerd op gemiddelden en dat  die in specifieke gevallen meestal niet kloppen. In het vierde deel ging ik dieper in op een aspect van dit punt:  de ontoereikendheid van gemiddelden uit het verleden, ofwel trends, voor de voorspelling van de toekomst.

Is het dan nu genoeg over gemiddelden? Nou, bijna.  De berekening van de fictieve rendementen maakt namelijk niet alleen gebruik van trends, maar veronderstelt ook elk jaar een gemiddeld beleggingsportefeuille. Eerder had ik het dus over gemiddelden over de jaren heen en nu gaat het met de beleggingsportefeuille over de gemiddelde belegging in een bepaald jaar.

De veronderstelde beleggingsportefeuille is als volgt: 53%  onroerende zaken, 33% aandelen en 14% obligaties, elk dan weer met rendementen die zijn berekend op basis van eigen trends. Dus, voor wie bijvoorbeeld alleen in aandelen belegt, is de berekening sowieso al niets waard vanwege het overgrote aandeel voor onroerende zaken. En obligaties zullen dan in verband met de voorgestelde wijzigingen van de heffing in 2020 moeten verdwijnen, want die leveren ongeveer net zoveel op als spaartegoeden, maar zijn dan vele malen hoger belast. Zelfs als je 1% bruto-rendement op obligaties zou behalen, zou je nog een heffing van 176% daarover moeten betalen, namelijk 33% x 5,33% = 1,76% heffing tegenover 1 % rendement. Dat maakt je een dief van je eigen portemonnee. Voor microkredieten geldt overigens hetzelfde.

Foto: kiki99 (cc)

De vermogensrendementsheffing: de trend

COLUMN - Het begon al te schemeren toen wij na een lange reis eindelijk de Britse kustplaats bereikten van waaruit de boot ons de volgende dag naar huis zou brengen. De hemel was bewolkt, het was koud en het waaide. Onderdak vonden wij bij Mr Reid, en sombere oudere man met een hond. De hond, zei Mr Reid, was al heel oud. In de laatste tijd ging hij wat vreemd gedrag vertonen, waaruit Mr Reid opmaakte dat het einde van het dier nabij was.

Dus, nog voordat de hond dood was, wist Mr Reid al dat het zou gebeuren. Met de aanpak van de vermogensrendementsheffing was hem dat niet gelukt. Die had de gezondheidstoestand voorspeld op basis van een gemiddelde van de laatste, laten we zeggen, vijf jaar en toen leefde de hond altijd. Daarom zou hij ook dit jaar blijven leven. Sterker nog, ook na de dood van de hond zou het nog vijf jaar duren, totdat het besef daarvan helemaal tot hem doordringt.

Ik vind het moeilijk gegevens over de berekening van de fictieve rendementen te vinden en dat is vreemd. Het enige wat ik tot nu toe kon vinden staat op de Wikipedia-pagina over box 3. Als iemand van jullie aanvullende gegevens heeft, verneem ik het graag. Maar ook nu al denk ik te kunnen stellen dat het Ministerie van Financiën de verschillende rendementen berekent op basis van gemiddelden uit het verleden en zonder een aanvullende economische analyse.

Foto: kiki99 (cc)

De vermogensrendementsheffing: lock me in lock me out

COLUMN - Het lock-in effect is een belangrijk argument van het Ministerie voor Financiën tegen de belasting op de werkelijk gerealiseerde vermogenswinsten en voor de handhaving van het huidige forfaitaire regeling. Het ministerie schrijft in haar eerder genoemde onderzoek “Heffing box 3 op basis van werkelijk rendement” op pagina 46:

Het lock-in effect kan tevens de allocatie van de kapitaalmarkt verstoren: hierdoor wordt niet voor de meest efficiënte portefeuilleverdeling gekozen. De fiscale component wordt weer onderdeel van de beleggingsbeslissing.

In dit verband heb ik dan maar het eerste het beste onderzoek van het internet geplukt. Het is een statistische analyse met als resultaat dat het lock-in effect ook echt bestaat. Het kan worden gemeten.

Waar gaat het om? Buiten de financiële wereld hebben bijvoorbeeld inzittenden in een gevangenis last van een lock-in effect, lijkt me duidelijk. Volgens oude, wat flauwe en afgezaagde clichés ook gehuwden. Maar het speelt ook bijvoorbeeld bij de zorgverzekering. als je naar een andere verzekeraar wilt gaan, kan dat pas begin volgend jaar en tot die tijd zit je vast aan je huidige contract. Kortom, overal waar wisselen naar een betere situatie gedoe met zich meebrengt, is sprake van een lock-in effect.

Foto: kiki99 (cc)

De vermogensrendementsheffing: vermogenswinst

COLUMN - “Internationaal zijn er geen landen bekend die een volledig forfaitair systeem kennen, zoals het onze

…schrijft het Ministerie van Financiën op pagina 18 van haar voortgangsrapportage “Heffing box 3 op basis van werkelijk rendement”. Dat is vooral opmerkelijk, als het gaat om de vele problemen die een belasting op basis van werkelijk rendement met zich mee zou brengen, waar onder meer ook een reageerder op mijn laatste column een indruk van geeft. Niemand zegt dat het makkelijk is, maar het kan dus wel.

De favoriete belasting in het buitenland is die op vermogenswinsten. Belast wordt daarbij niet per jaar, maar op de momenten waarop de aandelen worden verkocht. Dan worden de winsten pas tot geld gemaakt is het idee. Eerder heb je er niets aan. Je kunt niet met je aandelenpakket naar de winkel gaan om brood te kopen.

Ik vind het een goed idee om even naar het verschil tussen de heffing op fictieve rendementen en de belasting op vermogenswinsten te kijken. Dat zal namelijk duidelijk maken dat de vermogensrendementsheffing onder meer op dit punt een nogal, ja, verbazingwekkende constructie is.

Daarvoor heb ik, het is even niet anders, een cijfervoorbeeld uitgewerkt (vmr staat voor vermogensrendementsheffing):
© G. Drios - Sargasso Rekenvoorbeeld vermogensrendementsheffing

Foto: mystic_mabel (cc)

De vermogensrendementsheffing: mensen in een mal

COLUMN - In de troonrede zei de koning: “De levens van 17 miljoen individuele mensen passen niet in een mal.” In dit verband lijkt het mij een goed idee om ook even te kijken naar de toekomst van de omstreden vermogensrendementsheffing. Daarvoor staat een voorstel in de kamerbrief van staatssecretaris Snel van 6 september jl.

De vermogensrendementsheffing werd in 2001 ingevoerd en aanvankelijk berekend op basis van een fictief rendement van 4%. In de navolgende tijden van dalende rentes schepte deze aanpak gaandeweg een steeds oneerlijkere situatie. Zo konden spaarders dit rendement uiteindelijk helemaal niet meer halen en werd in vele gevallen de heffing hoger dan de rente zelf. Daarom heeft het Ministerie van Financiën al enkele jaren geleden een splitsing gemaakt tussen het lagere fictieve rendement op sparen en het hogere fictieve rendement op beleggen. De verhouding tussen sparen en beleggen wordt daarbij nu vooraf vastgesteld en is onafhankelijk van de individuele situatie. Wie alles spaart betaalt hetzelfde als iemand die alles belegt.

Dit laatste punt zal volgens de nieuwste plannen in 2022 veranderen.

Dan zal niet meer de fictieve, maar de daadwerkelijke, individuele verdeling tussen sparen en beleggen relevant worden, met de intentie dat de spaarder minder en de belegger meer gaat betalen. Het belangrijke punt is echter dat de fictieve rendementen van kracht blijven. Waarom?

Literatuur om naar te luisteren

COLUMN - Waarin de auteur twee voorleeswerken die hem raakten met ons deelt.

Afgelopen zaterdag keken wij  in de Utrechtse houtzaagmolen De Ster naar een optreden van de Vorlesebühne. De Vorlesebühne is een literair collectief van bekende en minder bekende schrijvers en performers die op een inspirerende manier korte en in positieve zin vreemde proza presenteren. Initiatiefnemer is Bernhard Christiansen die zich door het grote succes van de vele Berlijnse Lesebühnen heeft laten inspireren. Een aanrader voor iedereen die het gevoel heeft eindelijk een keer iets anders te willen.

De voorlezers hebben twee werken beschikbaar gesteld: ‘Lieve Ik’ en ‘Zichmoord’.

Bernhard Christiansen

Lieve Ik (…), geachte Ik, waarde Ik,

Ik,

sinds een jaar of vijf hebben wij nauwelijks nog contact met elkaar, over het waarom wil je het niet hebben. Nee, natuurlijk, het contact is niet helemaal verbroken, we zien elkaar nog soms in een of andere spiegel, we knikken naar elkaar, maar het is niet meer als vroeger. Weet je nog hoe we vroeger soms, dat wij toen zooo verdrietig konden zijn, samen? Of hoe we samen aan de haal konden gaan met wat fantasieën over de toekomst, zelfs over meisjes, hoe we elkaar toen konden opjutten met oneindige bespiegelingen? Je bent moe geworden, je wilt dat niet meer, je hebt geen belangstelling meer in mij, in jezelf, in ons, je rommelt maar wat aan. Ach, weet je, het kan me ook niets schelen, wie is Ik? Weet je dat ik sinds vier jaar een podium heb in Utrecht, in een molen? Daar heb ik het nog wel eens over jou, dan vertel ik anekdotes over Ik, over vroeger, en dat zijn niet alleen maar leuke herinneringen! Daar maak ik dan iets vreemds en grappigs van, ik moet toch wat.

Wachtlijsten in de zorg

COLUMN - Onlangs kopte de Volkskrant in verband met de kostenstijgingen in de zorg: “Wachtlijsten: zo gek nog niet?“ Een vraagteken is daar niet nodig, betoogt G. Drios.

Het basisidee van wachtlijsten in de zorg is heel eenvoudig. Het is niet leuk om op een behandeling te moeten wachten en het wachten veroorzaakt kosten. Voor iemand in kritieke toestand zijn deze extreem hoog, maar voor iemand anders zijn ze misschien wat lager. Stel, wij zouden deze kosten kennen en alle kosten van alle wachtenden gedurende een jaar bij elkaar optellen. Vervolgens zouden we kunnen proberen dit bedrag te verlagen door de capaciteit uit te breiden, bijvoorbeeld door extra specialisten in dienst te nemen.

Dat is niet altijd zinvol. Het is alleen zinvol als de jaarlijkse kosten van de uitbreiding niet hoger zijn dan de jaarlijkse verlaging van de kosten van het wachten en dat is niet altijd het geval. Dus, in een optimale situatie vinden uitbreidingen alleen plaats als de kosten daarvan de verlaging van de kosten van het wachten niet overstijgen. Anders kost het meer dan het opbrengt. Zolang de extra specialisten niet gratis zijn, zullen ook in een optimale situatie wachtlijsten blijven bestaan. Het zorgaanbod maar steeds te blijven verhogen tot zelfs de laatste boze reageerder op Telegraaf.nl niets meer te klagen heeft, is  niet zinvol maar gewoon veel te duur en nergens voor nodig.

Handig trucje

COLUMN - In zijn 42e column leert de auteur ons een handig trucje om van plastic afval af te komen.

Hoe kom je makkelijk van een plastic zakje af? Vouw het eerst tot een soort langwerpig rechthoek om het vervolgens bij voorkeur van de dichte tot de open kant op te vouwen tot een compact klein driehoekje. Dat neemt veel minder ruimte in dan een samengefrommeld zakje. Je zou verbaasd zijn hoeveel plastic zakjes bijvoorbeeld in een plastic zakje passen. Vooral wie aan recycling van plastic doet, zal dit trucje dan ook waarderen, want het opbergen van plastic neemt tot nu toe nog steeds veel te veel ruimte in beslag.

[kliktv]

Het vouwen zelf vergt een beetje oefening, want de breedte van het langwerpige driehoek is variabel, een breed rechthoek gaat sneller, maar een smal rechthoek wordt compacter. Verder werkt het trucje alleen met een oneven aantal driehoekvouwtjes en daarom kan het laatste stukje ook vrij makkelijk te lang of te kort worden. Maar uiteindelijk gaat het echt heel makkelijk.

Het filmpje heeft weliswaar een Engelse titel, maar is verder in het Frans. Mede daarom heb ik de indruk dat het trucje vooral in het Romaanse taalgebied bekend is en de overstap naar ons nog niet heeft gemaakt, maar misschien weten jullie daar meer van dan ik. Ik heb wel diverse Youtube filmpjes in het Engels gevonden, maar die zijn anders. Daar gaat het om moeilijkere dingen, over hoe je touwen of hele boodschappentassen van oude plastic zakken kunt maken, ook interessant, maar dit handige opbergtrucje ben ik daar niet tegengekomen.

Automatisering

G. Drios onthult in zijn 41e column een gedachte-experiment. Wat als menselijke processen geautomatiseerd zouden worden? Als we zaken als kunst of journalistiek gewoon door algoritmen zouden laten bepalen?

Ik wilde lange tijd niets meer met automatisering van doen hebben, maar onlangs kwam ik er toch weer mee in aanraking. En het vreemde was dat er een wereld voor me open ging… Euh… of dicht? Ik merk het al, ik moet bij het begin te beginnen.

Het begon allemaal toen ik die ene film zag. Ik weet niet meer hoe hij heet, maar jullie kennen hem vast. De held moet samen met een groep mensen ergens heel snel weg en dan blijkt dat een klein kind z’n hondje of knuffeltje is vergeten en dan moet de held ondanks groot gevaar toch nog een keer terug. Later kan de held ternauwernood aan een explosie ontsnappen door een gedurfde sprong richting camera. Uiteindelijk is alle gevaar dan toch weer geweken omdat de vijand dood is, tot die ineens toch nog blijkt te leven, waarna hij nog een keer wordt gedood. Toen ik die film zag, dacht ik ineens: dat kan je automatiseren.

Sindsdien ga ik alles wat ik zie, onderverdelen in automatiseerbaar en niet-automatiseerbaar. Vaak blijkt daarbij wat als geheel nog niet automatiseerbaar lijkt, bij nader inzien uit een combinatie van een beperkt aantal kleine modules te bestaan, die op zich zelf wel makkelijk te automatiseren zijn. Door het samenspel van deze modules doet het geheel zich ingewikkelder voor dan het in werkelijkheid is.

Geflits en geknipper

Waarin de auteur zich ergert aan flitsende internetadvertenties.

Lang geleden volgde ik een cursus in de computertaal COBOL, een taal die in vakkringen nu doorgaans ‘oude meuk’ wordt genoemd. Een van de commando’s in die taal was het woord Marquee. Daarmee konden wij vrij makkelijk bewegende en knipperende dingen op het scherm krijgen en dat vonden wij in het begin wel leuk. Onze docent, met de toepasselijke naam Co, adviseerde echter om dit commando niet te gebruiken, want al het geflits en geknipper leidt te zeer af. Gelijk had hij.

Ik weet niet wat Co nu doet, maar aangezien hij toen ook al wat ouder was, zal hij niet meer als docent actief zijn. Zijn adviezen worden in ieder geval niet meer opgevolgd, want op internet wemelt het tegenwoordig van flitsende en knipperende reclame.

Vroeger was reclame iets voor de televisie. Daar zijn de speelfilms op de commerciële netten immers al veel langer dan op de publieke omroep door de vele reclame-onderbrekingen. Maar tegenwoordig komt ook op internet steeds meer reclame. De grote matchmaker is daarbij vooral Google AdSense. Daarmee kan iedereen reclame op zijn website plaatsen en daar eventueel ook nog een heel klein beetje geld mee verdienen.

Volgende