Rodekoolsalade met bloedsinaasappel en avocado

[caption id="attachment_137155" align="alignleft" width="450" caption="foto Andrei Tchernikov, recept & foodstyling Fiona Ivanov"][/caption] Rodekoolsalade met bloedsinaasappel en avocado veganistisch lunch-, voor- of bijgerecht, 4 personen 500 g rodekool 1 el sherryazijn 2 bloedsinaasappels 1 rijpe avocado 3 el avocadoolie Schaaf de rodekool in flinterdunne reepjes.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Babytsunami? Onzin!

DATA - Opnieuw blijkt uit vandaag gepubliceerde CBS-cijfers dat het maar niet wil opschieten met de ‘overspoeling’ van allochtone baby’s van Nederland. Ook de tsunami van moslimbaby’s blijft uit.

Kijk zelf maar. Hieronder staat het totaalbeeld van het aantal kinderen dat een vrouw gemiddeld krijgt, het zogenaamde vruchtbaarheidscijfer. Veel lijntjes, maar wel interessante lijntjes.

Gemiddeld moet een vrouw in haar vruchtbare periode iets meer dan twee kinderen krijgen om de bevolking op peil te houden. Iets meer dan twee ja, omdat er iets meer jongetjes worden geboren en er vrouwen overlijden voor het einde van hun vruchtbaarheid. Een vruchtbaarheidscijfer van ongeveer 2,1 houdt de bevolking dus in stand. (In de grafiek is die 2,1 met een streep-stippellijn aangegeven.) Het is duidelijk dat alle hier weergegeven groepen –op de Marokkaanse na- beneden die grens zijn gezakt. De Nederlandse bevolking was al in 1973 onder water (CBS). Zonder immigratie zal onze bevolking binnen de kortste keren onherroepelijk dalen. De grafiek maakt duidelijk dat Nederland hier wel hard naartoe op weg is. Het vruchtbaarheidscijfer van Marokkanen zakt snel en over een paar jaar zitten ook zij beneden de 2,1.

In 1996 was het vruchtbaarheidscijfer van de totale Nederlandse bevolking nog nauwelijks 1,5. In 2010 is die met een zesde gestegen naar 1,8. Die stijging is in zijn geheel toe te schrijven aan de autochtone bevolking. Het vruchtbaarheidscijfer van de allochtonen daalde in die periode, vooral door flinke dalingen bij de Turken en Marokkanen. Het Turkse en Marokkaanse  vruchtbaarheidscijfer daalde in die periode namelijk met een kwart. De Surinaamse en Antilliaanse moeders volgen de autochtone bevolking. Het vruchtbaarheidscijfer van de niet-westerse bevolkingsgroep is gedaald naar 1,9 en die van de westerse is iets gestegen naar 1,55. Alsnog laag dus. De autochtone bevolking heeft nu een vruchtbaarheidscijfer van gemiddeld 1,80 kinderen per vrouw dat is zelfs hoger dan die van de allochtone bevolkingsgroep met 1,77. Zeer opmerkelijk.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

De benenwagen

Wie als schrijver onbekend terrein wil verkennen, kan soms ergens ‘writer in residence’ worden. Dat is een chique manier om te zeggen dat je bij wijze van studie een fantastische logeerpartij voor jezelf organiseert, waar je met mazzel nog een mooi boek uit kunt kneden ook. Deze week ben ik zo’n writer in residence: ik logeer in een fabriek. (Nou ja, overdag dan. ‘s Avonds slaap ik in een hotel.)

De fabriek in kwestie staat in Veenendaal. Ze maken er auto’s. En ze doen dat met de hand. Uit honderden onderdelen, afkomstig uit tientallen landen, worden elke week drie tot vijf autootjes in elkaar geschroefd en gekit. Zowat alles moeten ze van de grond af aan assembleren, omdat niemand exact maakt wat zij nodig hebben. Van elk autootje weten ze bovendien voor wie ‘ie is bestemd, en veel autootjes zijn precies op die ene klant toegesneden.

Want Waaijenberg maakt speciale auto’s. Het bedrijf is de maker van de Canta, uweetwel, die kleine – vaak rode – opdondertjes voor gehandicapten.

Het is een bijzonder bedrijf. Niet alleen omdat ze een beperkte en toch uiterst diverse doelgroep hebben, maar ook omdat Waaijenberg eigenlijk nog de enige volbloed Nederlandse autoproducent is. Hun inrij-Canta – een auto waar je met rolstoel en al in gaat – is zo bijzonder dat buitenlanders soms smeken of ze er alsjeblieft ook een mogen kopen. Zowel in Griekenland, Portugal als Amerika rijden ze inmiddels rond.

Wat me trof waren alle tegenstellingen. Op de onderzoeksafdeling boven worden technische hoogstandjes ontwikkeld, zoals volledige joystickbesturing. Beneden op de werkvloer wordt intussen alles onverdroten ambachtelijk in elkaar geklust, auto voor auto, onderdeel voor onderdeel. Handwerk en hi-tech gaan hier gelijk op; wat alle Cantamakers bindt, is de oneindige trots op hun werk.

En is het niet bijzonder dat dit Nederlandse invalidenwagentje nota bene is ontworpen door een racewagencoureur annex -monteur, iemand die twintig jaar heeft lesgegeven op het circuit van Zandvoort? Zoiets verzin je toch niet?

Intussen denk ik maar steeds aan al die Cantarijders die ik ken: stuk voor stuk mensen die hun bewegingsvrijheid te danken hebben aan dit autootje. Waaijenbergs motto is: wat je ook hebt, wij zetten er wielen onder en we maken je weer mobiel. Ze maken er waarlijk een benenwagen.

Writer in residence zijn is geweldig bij zo’n bedrijf. De enige vraag is hoe ik Waaijenbergs liefde straks in woorden kan vangen.

Freiheit für Wilfried!

Deel 1

Het is nu allemaal mis en het zal misschien nooit meer goedkomen en ik ben bang dat het door mij komt. Het is allemaal mijn schuld, ik heb het gedaan. Het was geen kwade bedoeling van mij, dat niet. Onachtzaamheid misschien, maar dan ook maar heel kort, vijf seconden of zo. Dat het allemaal zo uit de hand zou gaan lopen, kon ik toen echt niet weten.

Het begon toen ik lang geleden met een aantal vrienden op Interrail door Europa trok. Op een ochtend, ik sliep nog half, had ik plotseling een visioen. Een stem zei tegen mij: “Een goede naam voor je slaapzak is Robert.” Het was heel wonderlijk.

Later dacht ik een keer terug aan deze ingeving. Dat deed ik tijdens een overpeinzing over originaliteit in de muziek of meer algemeen over het echte in kunst en cultuur, want ik had het idee dat mijn Robert-visioen, hoe vreemd ook, ook op de een of andere manier echt was. Misschien zoals het lied John Brown’s Body, dat kennelijk in een droom is ontstaan, als het verhaal klopt tenminste.

Het is altijd een probleem om te beoordelen of een kunstvoorwerp echt is of namaak. Het televisieprogramma Tussen kunst en kitsch leeft daar bijvoorbeeld al jaren van. Zelfs voor doorgewinterde vakkundigen is het vaak heel moeilijk te zeggen en dan klopt het ook niet altijd. Zo dachten zij bijvoorbeeld heel lang dat het schilderij De man met de gouden helm van Rembrandt was, maar dat is het kennelijk toch niet.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

De geboorte van een stadswijk

Apeldoorn is al ruim duizend jaar oud en stadhouder-koning Willem III heeft er een buitenhuis aangelegd (Het Loo), maar het werd pas echt een stad nadat het in de jaren zestig van de vorige eeuw in twee opeenvolgende nota’s Ruimtelijke Ordening werd aangewezen als groeikern. Ik ben opgegroeid in een van de uitbreidingswijken, Zevenhuizen. Ruim aangelegd met veel groen, een dozijn lagere scholen, een zwembad, een buurthuis, opbouwwerk, vijvers, een centraal park, een jongerencentrum en opvallend veel kerken.

Een gemeenschap kon je de verzamelde bewoners echter niet noemen. Een van mijn vriendjes kwam uit Pijnacker, een tweede van de Antillen, de derde uit Groningen. Er was weinig wat de bewoners verbond, en omdat dus niemand precies wist wat een Zevenhuizenaar tot een Zevenhuizenaar maakte, was men – zoals ik het heb ervaren – vooral tegen alles wat afweek. Toen ik rond mijn veertiende mijn enkel verstuikte en niet op de gebruikelijke manier kon fietsen, werd ik eens toegesproken door een wildvreemde die me voorhield normaal te fietsen.

Op een kwade of mooie dag (in 1979 of zo) concludeerde de gemeente dat er nog iets ontbrak. Wat is een moderne gemeente immers zonder moderne kunst? En dus stond er, van de ene op de andere dag, langs de Laan van Zevenhuizen (en wel hier) een kunstwerk. Het bestond uit enkele tientallen verroeste staalplaten, opgesteld in lange rijen. Het had iets van een tankversperring, en zo heette het dan ook binnen enkele uren.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Koning Voetbal is weer bezig

Deze week moeten de kinderen de problemen van de grote mensen weer eens gaan oplossen. Daarvoor worden ze aanstaande donderdag naar de ArenA gelokt. De wedstrijd Ajax-AZ zal omkleed worden door een speciaal feestprogramma dat helemaal op kinderen zal zijn afgestemd. Het belooft een megafestijn te worden voor twintigduizend toeschouwertjes tussen de zes en twaalf jaar oud. De kinderen konden zich vorige week via hun school of sportvereniging opgeven. Voor elke zes leerlingen mag er één volwassene mee naar binnen.

Door de scholen is verschillend gereageerd op de uitnodiging. Een school in Asten heeft de gelegenheid aangegrepen om met de hoogste klassen naar de wedstrijd in de ArenA te gaan kijken. ‘Het team van de Bonifatiusschool verwacht dat het bijwonen van deze wedstrijd in de ArenA een unieke en onvergetelijke belevenis zal zijn voor de kinderen…’’ Voor de hoogste klassen van De Vlieberg in Den Helder is het een sneue boel. De kinderen uit groep 5 en 6 hadden hun begeleiding op tijd rond en zij hebben zich daardoor op tijd aan kunnen melden, maar de groepen 7 en 8 waren net te laat met de aanmelding en zij moeten op school blijven. Er zijn meer kinderen diep teleurgesteld. In Doorwerth waren 96 leerlingen van Basisschool Dorendal in de veronderstelling dat ze de wedstrijd konden bijwonen, want er was al een bevestiging van Ajax, maar later kwam er een mailtje dat zich te veel scholen hadden aangemeld. Dorendal viel buiten de boot.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Jaarlijks ruim 400 miljoen aan loterijgeld naar de Schatkist

DATA - De grote loterijen van Nederland hebben jaarlijks een omzet van bijna 2 miljard euro. Ongeveer de helft daarvan wordt uitgekeerd aan de deelnemers, meer dan 400 miljoen komt in de vorm van belastingen en afdracht van de Staatsloterij in de staatskas terecht. In de afgelopen vijftien jaar is de omzet van de loterijen verdubbeld.

“205 miljoen aan prijzen in 2012 bij de Postcodeloterij!” De Postcodeloterij neemt alvast een voorschotje op haar succes van komend jaar. Best apart, want de bedragen die loterijen aan prijzen uitgeven, zijn afhankelijk van de inleg van de deelnemers. De 205 miljoen is dan ook gebaseerd op een schatting. Vorig jaar hadden ze 200 miljoen geschat en daar zijn ze ruim bovenuit gekomen. “Dus we kunnen wel veilig met 205 miljoen adverteren,” zegt een woordvoerder. Het uiteindelijke bedrag dat uitgekeerd wordt ligt nog niet vast. De 205 miljoen wordt trouwens sowieso lang niet geheel in geld uitgekeerd, ongeveer 40 miljoen keert de Postcodeloterij uit via cadeaus als auto’s en stedentrips. Hoe zit het eigenlijk met de inleg en de prijzen van onze grote loterijen?

De totale omzet van de grote loterijen in Nederland ligt jaarlijks rond de 2 miljard euro. Daarvan wordt ongeveer de helft uitgekeerd als prijzengeld. De Staatsloterij keert van alle loterijen het grootste deel van haar omzet uit aan de deelnemers, bijna 70 procent. Dat is een stuk minder dan de Postcodeloterij en de Bankgiroloterij die in 2010 respectievelijk 30 en 28 procent van hun omzet uitkeerden. De lotto/toto keert de helft van haar omzet uit.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rabbijn Ralbag voor al uw homogenezingen

Homoseksualiteit is het gevolg van een jeugdtrauma. Dat mag Ralbag wel vinden, maar dan moet hij de Joodse Gemeente Amsterdam uit zijn ondertekening schrappen.

Nu al 162 rabbijnen en joodse leiders ondertekenden de verklaring homoseksualiteit en de Torah. Daarin wordt het reeds bestaande standpunt over homoseksualiteit uitgelegd en aangescherpt.

De ondertekenaars vinden dat er als gevolg van maatschappelijke invloeden meer en meer acceptatie is gekomen van homoseksualiteit als voldongen feit. Dat vinden ze onjuist evenals het gevolg daarvan: dat de uitleg van de Torah op dit punt als haatdragend en homofoob wordt beschouwd.

Ze willen homo’s juist liefdevol tegemoet treden met de mogelijkheden voor genezing en niet ‘harteloos en gemeen’ hen maar met het voldongen feit van de verkeerde geaardheid opgescheept laten zitten.

De joodse religieuze leiders bieden een traject van genezing aan want ‘gedrag is veranderlijk’. Ze zijn ‘onschuldige slachtoffers van wonden uit hun jeugd’. Met hulp en berouw kunnen ze daar weer overheen komen, ofwel tot inkeer komen.

Het is onjuist om ze ten prooi te laten vallen aan de homobeweging van haar agenda, vinden de rabbijnen. Wil je voortaan ook van vrouwen genieten, ga in de joodse leer bij onze voorgangers.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Henk Bleker heeft het Ron Jeremy effect

DUIDING – Op de ‘onthullingen’ in Story, Geenstijl, Telegraaf en JOOP over zijn relatie met een 32 jaar jongere vrouw reageerde staatssecretaris Henk Bleker in eerste instantie krampachtig: “niet prettig voor familie en vrienden die er de consequenties van ondervinden”. Alsof hij als gescheiden man iets had geflikt van Oudkerkiaanse dimensies? Later kon ie er wel ‘om lachen’. Maar Bleker beseft blijkbaar nog niet dat hij, mediatechnisch én politiek gezien, goud in handen heeft: hij heeft zich met deze affaire het Ron Jeremy effect toegeëigend. Henk Bleker en Ron Jeremy hebben immers veel gemeen: beiden mannen werden geboren in het jaar 1953 en beiden zijn nu seksuele rolmodellen voor generaties mannen.

Ron Jeremy is een pornoster die op de eerste plaats van de The 50 Top Porn Stars of All Time staat, hij heeft met meer dan 10.000 vrouwen seks gehad en hij beschikt over een geslacht van pony-achtige proporties: 24,8 cm. Maar wat Ron Jeremy tot een legendarische held én rolmodel maakt is zijn alledaagse lelijke uiterlijk: klein, kalend en dik. Sinds Jeremy in de jaren ’90 aan de weg timmerde als pornoster en dankzij het internet wereldberoemd werd putten miljoenen mannen hoop uit het feit dat je als gewone lelijke man ook seks kan krijgen met (enorm veel) vrouwen. Hij werd een graag geziene gast in talkshows, kreeg een eigen computerspelletje en hij haalde daarmee porno uit het beduimelde hoekje. Ron Jeremy is de guy next door die je uitnodigt op de buurt-barbecue. Hij is sympathiek, grappig en ogenschijnlijk gelijkwaardig, maar ondertussen zweeft die uitzonderlijke prestatie boven dat kalende hoofd: het alfamannetje dat alle vrouwtjes neukt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waarom migranten echt anders zijn

Er lijkt veel consensus te zijn dat categoraal integratiebeleid zijn langste tijd gehad heeft. Professor Han Entzinger verwoordt in een interview voor Socialevraagstukken de opvatting van velen: je helpt mensen niet vooruit door ze een cultureel etiket op te plakken. Filosoof en adviseur wijkaanpak Klaas Mulder denkt daarentegen dat we de grote verschillen wel moeten blijven benoemen.

Er is een flauw grapje over een boer die zijn twee paarden niet uit elkaar kan houden. Na diverse mislukte pogingen heeft hij de oplossing gevonden: de staart van het witte paard is drie centimeter langer dan die van het zwarte.

Dezelfde verkramptheid zien we al vijftig jaar in het integratiedebat. We zoeken naar nette woorden om een verschil uit te drukken omdat we denken dat het denigrerend is om de meest in het oog springende kenmerken hardop te benoemen. Als ik als jong kind slecht bij elkaar passende kleren had aangetrokken zei mijn moeder altijd dat ik ‘voor Turk liep’. Niet zo raar dus dat het jarenlang gemeengoed was om het over ‘Turkse mensen’ te hebben. ‘Turken’, dat was grof.

We verzonnen vreemde woorden om doelgroepen te benoemen. Het waren onze etiketten die onze agenda weerspiegelen: de buitenlandse werknemer, de medelander, de allochtoon. Na 50 jaar categoraal beleid rijst de vraag of etiketten helpen om achterstanden te bestrijden. Maar wie heeft beslist dat een verschil er alleen toe doet als het achterstanden kan verklaren of oplossen, zoals Entzinger suggereert? Is de progressieve fixatie op achterstanden niet even zelf-normatief als het populistische pleidooi voor totale aanpassing? Wie achterstand heeft, wijkt af van een norm die de kenniselite zelf in stand houdt. Er is geen vierjarige die ‘achterstand’ heeft als hij later heftruckchauffeur wil worden. Pas door de doorstroomcijfers naar Havo en VWO als uitgangspunt te nemen wordt een probleem gecreëerd.

Dromedarissen, kamelen en anglicismen

Effectief schrijven: Aristoteles dacht er al over na en onderscheidde drie zaken waarop je moest letten. Ze zijn nog altijd een makkelijke kapstok voor wie wil leren een overtuigend betoog te schrijven. Zo iemand moet

    • zijn verhaal logisch doen (de argumenten moeten de conclusie schragen);
    • persoonlijk geloofwaardig zijn (Sonja Bakker en Adriaan van Dis moeten niet verontwaardigd doen over plagiaat);
    • het zo brengen dat het publiek uit je hand eet.

    Dat laatste houdt bijvoorbeeld in dat je rekening houdt met emoties en verwachtingen die bij het publiek leven. Wie een ander wil overtuigen, doet er meestal niet verstandig aan hem te beledigen. Maar er zijn ook taalkundige verwachtingen die een effectieve schrijver respecteert, bijvoorbeeld bij de woordkeuze. Men mag best zeggen dat “hun” iets hebben gedaan, maar wie het opschrijft, zal een deel van zijn publiek kwijtraken, uit louter ergernis. Irritante, rare en ongebruikelijke woorden dienen, zoals Julius Caesar al opmerkte, te worden vermeden als klippen op zee. Je betoog kan erop stranden.

    In deze categorie vallen ook germanismen, gallicismen en anglicismen.

    Op zich is daar niets op tegen, en ik voor mij stoor me niet werkelijk aan “fraudebestendig paspoort”, “akkoord zijn met iemand” of “een punt hebben”. Dat verandert echter als een duidelijk woord wordt verruild voor een minder duidelijk woord. Dan introduceer je vaagpraat. De brokken puin die om de zon draaien, zijn kleine planeten en heten daarom “planetoïde“. Het anglicisme “asteroïde” suggereert dat ze op sterren lijken, is misleidend en kan daarom beter worden vermeden.
    Een ander voorbeeld ontleen ik aan dit interessante artikel van Mark van Assen over kamelen in Saoedi-Arabië. Het gaat echter om dieren die in het Nederlands worden aangeduid als dromedarissen. De oorzaak van het misverstand is dat de eenbulter in het Grieks met twee woorden werd aangeduid. Toen de Grieken ze in de zesde eeuw v.Chr. voor het eerst zagen, noemden ze de eenbulters dromas of dromedarios, “snelle loper”. Ze hoorden ook de naam die hun berijders eraan gaven, het Semitische gamallu (vgl. het huidige Arabische jamel), wat in het Grieks verbasterde tot kamelos. Eén beest met één bult, maar twee namen. Met de veldtochten van Alexander de Grote werd ook de tweebulter bekend, en Aristoteles – hij weer – introduceerde het onderscheid dat wij in het Nederlands ook kennen.

    Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

    Het offer

    Het gerucht ging dat de decaan ‘zijn’ toilet – dat wil zeggen, het toilet naast zijn kantoor – liet opknappen. Er waren inderdaad mannen in overalls bezig achter een haastig opgetrokken wandje van spaanplaat. En dat in tijden van bezuinigingen en de dreiging van ontslagen. Er werd schande van gesproken.
        Een paar weken later bleek dat alle toiletblokken in het gebouw werden opgeknapt. Ook dat plan werd kritisch bejegend, zij het dat het klagers geestdriftiger hadden geklonken toen de decaan nog van dure privileges beschuldigd kon worden. Het tentenkamp op het Damrak in Amsterdam is nagenoeg verdwenen, maar de Occupy-beweging heeft enkele oude volkswijsheden nieuw leven ingeblazen: mensen die meer hebben, zijn verdacht. En: maatschappelijke tegenslag is het gevolg van de morele gebreken van een bepaalde groep.
        Het toiletblok dat ik frequenteer, is inmiddels ook opgeknapt. In eerste instantie zag ik geen verschil, behalve dat het toiletgarnituur nu van grijs plastic was, in plaats van wit. Pas veel later viel me het grijze apparaatje op in de nok van de toilethokjes. Een automatische toiletverfrisser.
        Ik besefte ineens dat ik al enige tijd geen toilethokje had hoeven mijden vanwege de geur van de vorige gebruiker. Soms, als het andere hokje ook bezet bleek te zijn, ging ik naar binnen met mijn neus begraven in de holte van mijn ellenboog. Maar dat hoefte niet meer.
        Nu hangt er een penetrante chemische lucht die je doet vergeten dat er andere mensen bestaan met dezelfde behoeften als jezelf.
        Het is geen vriendelijke gedachte, maar daar offer ik graag een medewerker voor op.

    Vorige Volgende