Recht op vergetelheid
Een westers mens beschikt heden ten dage over zo verschrikkelijk veel rechten dat hij zo nu en dan het overzicht een beetje kwijtraakt. Zo werd ik me pas onlangs bewust van mijn recht op vergetelheid – of het moet me, qualitate qua, in de loop der tijd zijn ontschoten.
Het recht op vergetelheid: een prachtig welluidend begrip dat mij behalve als neerlandicus ook als sterk schaker met bijbehorend krankzinnig geheugen direct enorm aansprak. Nog altijd is het zo dat wanneer Mitsubishi per ongeluk in het nieuws is, onmiddellijk de reeks GX-09-NK in mijn hoofd opborrelt – het kenteken van het exemplaar dat mijn ouders begin jaren tachtig aanschaften – en meteen daarna komen alle nummerborden van de rest van de straat door de jaren heen onvermijdelijk omhoog. Het zou me een lief ding waard zijn om deze volslagen nutteloze informatie met de nare neiging tot stalking uit de betreffende hersenkwab te laten verwijderen met een beroep op het recht op vergetelheid, maar helaas: het recht op vergetelheid bleek niet ontworpen voor een dergelijke toepassing.
Vervolgens juichte ik ook te vroeg toen ik fantaseerde dat mensen als Mart Smeets misschien ook een recht op vergetelheid zouden hebben – nog los van het feit dat hij er natuurlijk nooit een beroep op zou doen. Dominique Strauss-Kahn zou het wel willen maar kan het ook uit zijn hoofd zetten: voor het leven getekend. En dat domme rayonhoofd dat door zijn eigen wak zakte? No fucking way recht op vergetelheid.

