Het nieuwe CDA en de schrijnende gevallen
In een jaar tijd heeft Nederland drie min or meer schrijnende asielgevallen verwerkt via de media. Allereerst was er Sahar, het toen veertienjarige Afghaanse meisje, dat na veel gedoe uiteindelijk mocht blijven. In de tweede helft van 2011 kwam Mauro Manuel in het nieuws. Een waar mediacircus volgde en Mauro werd, net als Sahar, in korte tijd een bekende Nederlander. De afgelopen weken kwam conciërge Abdul en zijn twee kinderen om de hoek kijken en leek het heel even alsof het circus zich zou herhalen. Daar waar Mauro en Sahar maandenlang het nieuws beheersten, kreeg Abdul echter redelijk snel zijn verblijfsvergunning terug. Binnen twee weken lag de brief van Minister Leers al op de deurmat met de voor hem blijde boodschap dat hij mocht blijven.
Wat is hier aan de hand? Waarom moest voor Sahar en Mauro een waar mediaoffensief op touw gezet worden om tot enig resultaat te komen, terwijl Abdul redelijk in de luwte zijn verblijfsvergunning herkreeg en hij hier mocht blijven met zijn kinderen?
Allereerst moet worden opgemerkt dat Abdul specifiek niet koos voor aandacht op grote schaal. De school, waar Abdul als conciërge werkte, zocht weliswaar de media zelf ook op, maar wilde de invloed van die media niet opblazen. De aandacht van de politiek moest getrokken worden, maar de situatie moest niet worden uitgemolken, zoals bij Sahar en Mauro. De reden hiervoor was een bewuste keuze om de politici in alle rust en met weinig druk van de publieke opinie tot een afgewogen beslissing te laten komen. De landelijke media berichtten er wel over, maar over het algemeen beperkte zich dat tot twee berichten: “Hij moet weg” en “Hij mag blijven”. Een uitnodiging voor Pauw en Witteman bijvoorbeeld werd echter afgeslagen.


