Republiek Allochtonië

51 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Schermafbeelding uitzending WNL 9 november 2020

Clichés domineren beeldvorming moslims op tv

ACHTERGROND - Hoe wordt er op de Nederlandse televisie bericht over moslims? In het kader van Moslims op Tv gaat Ewoud Butter in dit artikel nader in op onderzoek dat is gedaan naar de wijze waarop de Nederlandse tv specifiek aandacht besteedt aan moslims. Hij illustreert dat met enkele filmpjes.

Grote hilariteit ontstond vorige week op sociale media (bv hier of hier of hier) naar aanleiding van de boven dit artikel getoonde illustratie die WNL op 9 november gebruikte in het programma Goedemorgen Nederland. Koranteksten werden ondersteboven vertoond tijdens een gesprek met VVD-Tweede Kamerlid Bente Becker en Amerika-deskundige Jan-Kees Emmer. Veel duidelijker kon niet geïllustreerd worden dat er bij omroepen als WNL wel veel over moslims of de islam wordt gesproken, maar dat er op de redacties vaak sprake is van gebrek aan deskundigheid. Dit heeft ook gevolgen voor de wijze waarop over moslims en de islam wordt bericht.

Sinds eind jaren ’80 wordt er in Nederland onderzoek gedaan naar de berichtgeving van Nederlandse media over moslims. In 2018 en 2019 gaf ik in drie artikelen een impressie van de resultaten van dit onderzoek. Wasif Shadid (emeritus hoogleraar interculturele communicatie) vatte een belangrijk deel van dit onderzoek aardig samen toen hij in het artikel Moslims in de media, de mythe van de registrerende journalistiek (2009) de volgende frames signaleerde die hij steeds ziet terugkeren in de media:

Foto: Screenshots Goedemorgen Nederland via Republiek Allochtonië

Moslims op TV: Goedemorgen Nederland heeft nog een wereld te winnen

ACHTERGROND - door Tayfun Balçik

Het onderzoek ‘Moslims op TV’ houdt op een systematische wijze bij hoe ‘de moslims’ en/of de ‘de islam’ wordt geportretteerd op Nederlandse TV. In dit artikel maakt Tayfun Balçik een deel van de eerste resultaten bekend, met de focus op het WNL ochtendprogramma Goedemorgen Nederland. En om gelijk met de deur in huis te vallen: het ging bar weinig over moslims specifiek in de onderzochte periode. Corona en uiteraard de Black Lives Matter-beweging domineerden de agenda in Hilversum. In de periode van 1 tot en met 20 juni zijn er direct of indirect 50 ‘moslimberichten’ verschenen. Het leeuwendeel (39 berichten, 78% van het totaal) is als ‘negatief’ te kwalificeren.

Nu heeft dat laatste onderwerp vele aanknopingspunten met waar wij naar kijken bij Moslims op TV.  Maar omdat BLM voornamelijk over anti-zwart racisme gaat, zijn de gegevens over BLM in dit artikel alleen meegenomen wanneer het kruiste met discriminatie en racisme door of tegen moslims, en wanneer BLM werd geagendeerd door mensen met een mogelijke moslimachtergrond. Over die intersecties zal later in dit artikel nog op worden ingegaan. Nu is het tijd om te kijken naar de stand van zaken met betrekking tot moslimnieuws in de afgelopen maand bij WNL Goedemorgen Nederland.

Foto: Dick Aalders (cc)

Haatincidenten gericht tegen moskeeën, een historisch overzicht

ACHTERGROND - door Ewoud Butter

Sinds 2010 houd ik op Republiek Allochtonië een lijst bij met haatincidenten gericht tegen moskeeën. In dit artikel geef ik behalve een update van deze lijst ook een korte historische schets. Deze begint in 1976. In dat jaar werd voor de eerste keer in Nederland een moskee in brand gestoken. Het gebeurde onder het toeziend oog van het publiek en een journalist.

Het gebeurde tijdens rellen in Schiedam in augustus 1976. Een verslaggever van Het Vrije Volk was aanwezig en deed verslag in de krant van 9 augustus 1976:

“Na een weekeinde van rellen was het vannacht rond één uur weer rustig in de Schiedamse binnenstad. (..) Zaterdagavond hadden alle Turkse cafés en winkels in de stad al zeer nadrukkelijk bezoek gehad van in groepen stenen gooiende jongelui. De moskee kwam gisteravond aan de beurt. Niemand in Schiedam had een deugdelijke verklaring voor het feit dat er zó plotseling rassenrellen van Nederlanders tegen Turken uitbraken. (..) De enig mogelijke aanleiding zien gemeentebestuur en politie in de kermismoord van vrijdagavond. Een jongen werd er doodgestoken door een Turk, aldus de eerste verklaring van de Schiedamse politie. Later werd dit bericht gecorrigeerd en sprak de politie over de dader als een „Zuideuropees type”, maar mogelijk was het, kwaad toen al geschied. (..). Vroeg op de avond, na afloop van de kerkdienst in de moskee, gingen de ruiten van het pand er al aan.  Groepjes, jongelui hadden al lange tijd rond het gebedsgebouwtje lopen drentelen. (..) Al gauw ging er door de menigte wachters rondom de moskee het gerucht dat ze het pand in brand zouden gaan steken. Het wachten was nog op een lont die aan het bierflesje vol benzine bevestigd moest worden. Politie, althans geüniformeerde was niet te zien. Om even over elf uur was het zo ver. Het pilsflesje kreeg eerst nog even een plaatsje tegen de zijgevel van het pand. Maar al snel maakten zich een stuk of drie jongens, uit de grote groep los. Ze liepen, naar de overkant, staken de lap die uit het flesje hing aan, en wierpen het vlammende ding door het al stuk gegooide raam naar binnen. Mensen vluchtten, de straten in, niemand dacht er aan de jongens in de kraag te pakken. Het duurde nog een paar minuten tot een zwaarbesnorde Turk uit een naastgelegen pand naar buiten kwam, met zijn schoen de voordeur van de voormalige winkel forceerde en naar binnen ging. De vlammen waren op dat moment een halve meter hoog en hadden bijna de gordijnen bereikt. Met enkele omstanders wist de Turk het vuur te blussen door er een paar kleden overheen te gooien.”

Foto: © Pakhuis De Zwijger, Republiek Allochtonië, poster Meldislamofobie Alledaagse isalofobie

Nieuw rapport Meld Islamofobie: Alledaagse islamofobie in Nederland

ACHTERGROND - door Ewoud Butter.

Impressie van het rapport en de bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger, waar Philomena Essed, Martijn de Koning, Zoë Papaikonomou en Tofik Dibi op de belangrijkste bevindingen reageerden .

Alledaagse ervaringen met islamofobie hebben een ingrijpende impact op het dagelijks leven en welzijn van Nederlandse moslims. Zo zijn veel moslims zich de afgelopen vijf jaren minder veilig gaan voelen. In die ervaringen is een wisselwerking te zien tussen stigmatiserende discoursen in media en politiek, enerzijds, en persoonlijke ervaringen met discriminatie en uitsluiting, anderzijds. Desondanks ligt de meldingsbereidheid heel laag. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek onder 337 Nederlandse moslims dat Meld Islamofobie 20 september presenteerde in Pakhuis de Zwijger en dat nu online staat.

Het rapport

Het onderzoek dat Meld Islamofobie presenteerde,  “Alledaagse islamofobie in Nederland”, is een verkennend onderzoek, waaruit duidelijk wordt dat islamofobie of moslimhaat uit verschillende dimensies bestaat en dat er een wisselwerking is tussen deze dimensies.

Ze staan niet los van elkaar. Hieronder de samenvatting zoals Meld Islamofobie die op de website presenteerde. Het onderzoek is uitgevoerd door Ibtissam Abaâziz.

“Als ik alles moet melden wat ik meemaak, ben ik elke dag bezig.”

Wisselwerking tussen directe en indirecte islamofobie

Foto: MO* (cc)

Nederlandse Hirak-activisten: Marokko is voor ons onveiliger geworden

NIEUWS, ONDERZOEK - 60% van de Marokkaans-Nederlandse Hirak-activisten denkt dat Marokko voor hen het afgelopen jaar onveiliger is geworden. Dat blijkt uit een peiling die Republiek Allochtonië, net als vorig jaar, hield onder deze activisten. Een vergelijkbare groep (58%) zal dit jaar niet naar Marokko gaan. Dat zijn er meer dan vorig jaar, toen 46% aangaf Marokko zeker te mijden. De belangrijkste reden om niet naar Marokko is net als vorig jaar dat de activisten bang zijn om opgepakt te worden.

De protestbeweging Hirak strijdt sinds het najaar van 2016 voor de verbetering van de leefomstandigheden en mensenrechten in de Rif-regio, in het noorden van Marokko. De protesten ontstonden na de dood van visverkoper Mohsin Fikri.  In Nederland zijn er veel activisten, soms verenigd in een steun- of solidariteitscomité, die de strijd in Noord-Marokko steunen. Onder deze activisten is een peiling uitgezet die door 70 personen is ingevuld. Dat waren er iets minder dan vorig jaar, toen er 81 activisten deelnamen aan een vergelijkbare peiling.

Actief betrokken

Driekwart van de deelnemers aan de peiling heeft deelgenomen aan protestacties tegen de Marokkaanse overheid en twee derde geeft aan over de Hirak te schrijven op sociale media (facebook, twitter of LinkedIn). Een kwart van de respondenten schrijft, blogt of vlogt over de Hirak. Dat is iets meer dan vorig jaar. Tien respondenten geven aan zelf protestacties te organiseren.

Foto: Eric Heupel (cc)

Viering 50 jaar migratie onderstreept belang seculiere organisaties en behoefte migratiemuseum

ACHTERGROND - door Ewoud Butter

© Republiek Allochtoniè cover boek 50 jaar marokkaanse migratieOp tal van plaatsen in het land wordt dit jaar herdacht dat 50 jaar geleden met Marokko een wervingsakkoord werd gesloten. Vijf jaar eerder vond een vergelijkbare herdenking plaats van 50 jaar Turkse migratie. Er zijn twee zaken die opvallen: allereerst de grote belangstelling voor de migratiegeschiedenis. Daarnaast is het opvallend dat seculiere organisaties, geleid door eerste generatie migranten, de belangrijkste aanjagers van deze herdenkingen zijn.

Zelforganisaties werden ze genoemd of migrantenorganisaties. Er zijn honderden van deze organisaties geweest, meestal werkzaam op lokaal niveau, soms regionaal of landelijk. Een klein deel van deze organisaties bestaat nog steeds.

Enkele organisaties richten zich op de herkomstlanden, maar het merendeel is vooral bezig met het leven in Nederland.

Er zijn organisaties die zich op de gehele (lokale) gemeenschap richten, maar ook organisaties van en voor specifieke doelgroepen als vrouwen, jongeren, ouderen of mensen uit een specifiek deel van het land van herkomst. Daarnaast zijn er organisaties die zich op specifieke activiteiten richten (cultuur, religie, sport).

Seculiere organisaties

De invloedrijkste landelijke organisaties van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders waren de eerste decennia de HTIB (Turks Nederlands) en het KMAN (Marokkaans Nederlands). Beide organisaties profileerden zich vanaf het begin op verschillende mensenrechtenthema’s zoals democratisering in de landen van herkomst, integratie en emancipatie van de eigen achterban in Nederland, verzet tegen ‘de lange arm’ uit Ankara of Rabat, strijd tegen racisme en verschillende vormen van discriminatie etc. etc. Er werden samenwerkingsverbanden aangegaan met mensenrechtenorganisaties, met vakbonden, met organisaties van vrouwen (als de HTKB en de MVVN) en LHBTI’s. De HTIB en het KMAN speelden vanaf de jaren ’80 bovendien een belangrijke rol in de Nederlandse anti-racismebeweging.

Foto: Aia Fernandez (cc)

Case Haga: overheid zet vertrouwen van Nederlandse moslims op het spel.

ACHTERGROND - Nu de stofwolken van het strijdgewoel over het Cornelius Haga lyceum enigszins zijn neergedaald, blijkt dat gemeente, politici, bestuurders, veiligheidsdiensten en nogal wat media in dit conflict flink zijn nat gegaan. Voor de vergaande aantijgingen over beïnvloeding van leerlingen (binnen en buiten schooltijd) door ‘salafistische aanjagers’, persoonlijke banden met gewelddadige extremisten uit de Kaukasus en antidemocratisch of ‘door het salafisme gedomineerd’ onderwijs kon de onderwijsinspectie de afgelopen maanden na een ongeëvenaard intensieve speurtocht immers geen of slechts indirect dan wel al jarenlang bekend bewijs vinden. Tot vervolging is ook eerder nooit overgaan: ‘Signalen, geen strafbare feiten’, meldde minister Grapperhaus. Van het creëren van een ‘parallelle samenleving’ of het tegengaan van integratie is volgens de inspectie al helemaal geen sprake.

Wat overblijft in het uitgelekte oordeel van de onderwijsinspectie is ‘financieel wanbeheer, de autoritaire, provocerende leiding van de directeur en gebrek aan deskundigheid en ervaring bij het bestuur’.

Zaken waarover in het nooit formeel naar buiten gebrachte conceptrapport uit december 2018 nog diametraal tegenovergestelde uitspraken worden gedaan. Soms zelfs zaken waar deze inspectie sowieso niet over gaat of waarvan het bewijs flinterdun is. Vandaar vorige week het door leerlingen en ouders drukbezochte kort geding van het Haga lyceum tegen de publicatie van het rapport in Den Haag. De rechter doet op 11 juli uitspraak. De kans dat deze vanaf dag één door gemeentelijke en landelijke overheden ongewenste  islamitische school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam (opnieuw) aan het langste eind trekt, is volgens onderwijsrechtkenners groot. Nederlandse moslims voelen zich gestigmatiseerd, het vertrouwen in de overheid neemt af en verdere polarisatie ligt op de loer. Werk aan de winkel, zou je zeggen.

Foto: MO* (cc)

Riffijns Nederlandse organisaties: Rabat schendt mensenrechten in De Rif en zaait verdeeldheid in Nederland

NIEUWS - Acht organisaties hebben het kabinet en de Tweede Kamer in een brief gevraagd stelling te nemen tegen mensenrechtenschendingen in Marokko. Daarnaast waarschuwen deze organisaties dat boegbeelden uit de Marokkaans Nederlandse gemeenschap door de Marokkaanse overheid worden gebruikt om het imago van Marokko op te poetsen. Dit leidt tot toenemende spanningen tussen Marokkaanse Nederlanders. Dat schrijven zij in een persbericht dat hieronder wordt weergegeven.

“Acht Nederlands-Riffijnse organisaties, te weten Bades Foundation, Stichting Izouran, Comité Mulay Mohand, Stichting Noemidia, Rif Alert, Vereniging Symphony, Vereniging Syphax en Rifproject, hebben vandaag een brief verstuurd naar minster van BuZa Blok en de Buitenland Commissie.

In deze brief spreken wij onze afschuw uit over het in het hoger beroep handhaven van de onrechtstatelijke vonnissen voor de Hirak-activisten in Marokko en roepen wij minister Blok en de leden van de Buitenlandcommissie op politiek stelling te nemen in deze voor Nederland en Europa relevante mensenrechten- en veiligheidskwestie.

De vonnissen werden in de nacht van vrijdag 5 april op zaterdag 6 april in het holst van de nacht, bekend gemaakt.

In de Rif in Marokko geldt sinds 1959 een militair decreet, na het bloedig neerslaan van de opstand in 1958 tegen de onderdrukking van de Rif door het centrale Marokkaanse gezag. Het militaire decreet is tot op de dag van vandaag niet opgeheven.

Foto: Flats! (cc)

Gevaarlijke generalisaties over informeel islamitisch onderwijs leiden tot omgekeerde bewijslast

ACHTERGROND - door Roemer van Oordt

De AIVD heeft in haar jaarrapport over 2018 nogal wat oog voor ‘dreiging van een door financiële steun van buitenaf ondersteunde intolerante religieuze ideologie die op gespannen voet staat met onze democratische rechtsorde, maar zich (nog) binnen de juridische kaders beweegt’. Het onderzoek van de dienst concentreert zich nadrukkelijk op ‘aanjagers in het salafistisch spectrum’; de nieuwe, versluierende benaming van de veiligheidsdiensten voor politieke salafisten.

Veel aandacht is er in dit onderzoek voor veronderstelde mistanden in het informeel islamitisch onderwijs. De dienst trekt daarbij – net als eerder de NCTV – een opvallend grote broek aan, die zowel veel (re)acties als weerstand oproept en in de praktijk juist zal leiden tot onbegrip, polarisatie en een onterechte omgekeerde bewijslast bij talloze goed functionerende initiatieven.

Radicale invloed binnen het onderwijs

De AIVD constateert dat ‘radicaalislamitische aanjagers zich sterk weten te positioneren binnen het aanbod van het onderwijs voor jonge moslims’, zoals naschoolse lessen in Arabisch en de islam. De dienst stelt dat ‘ook voor leerlingen met een gematigde achtergrond dergelijke onderwijsprogramma’s aantrekkelijk zijn’. Dit komt volgens de AIVD mede doordat voor hen vaak weinig of geen goede alternatieven voor naschools islamitisch onderwijs beschikbaar zijn. Waar de dienst deze opmerkelijke en vergaande conclusie op baseert blijft onduidelijk. Het is nogal een klap in het gezicht van de inspanningen die er – vaak (semi)vrijwillig –  met hart en ziel door moskeeën en andere (islamitische) organisaties de afgelopen decennia in deze vorm van onderwijs zijn gestoken.

Foto: Arne Hulstein (cc)

Dertig jaar onderzoek naar de berichtgeving over moslims in de Nederlandse media (3)

ACHTERGROND - Sinds eind jaren ’80 wordt er met regelmaat onderzoek gedaan naar de wijze waarop Nederlandse media berichten over moslims. Ewoud Butter (redacteur Republiek Allochtonië) maakte een overzicht. In dit laatste deel uit een serie van drie aandacht voor de periode 2006-2018. Net als in de vorige twee delen wordt eerst de maatschappelijke context geschetst, daarna worden de onderzoeken kort besproken.

Context

In de loop van de jaren ’90 kwam het debat over de islam in Nederland steeds vaker in het teken te staan van een vermeende “Clash of Civilizations” waarbij het Westen en de islamitische wereld als elkaar uitsluitende, monolitische grootheden tegenover elkaar worden gesteld. Dit beeld wordt vooral benadrukt door politici, publicisten en bewegingen die de islam (en moslims) in Nederland als een bedreiging van “onze” (westerse) verworvenheden beschouwen, maar ook door enkele groepen orthodoxe moslims die deze verworvenheden onverenigbaar achten met hun geloofsopvattingen.

Dit beeld van een Clash of Civilizations kwam terug in berichtgeving over terroristische aanslagen en The War on Terror.

Dat beeld zagen we ook in de met regelmaat terugkerende debatten over bijvoorbeeld de gelijkheid van man en vrouw (handen schudden, gescheiden zwemmen, vrouwelijke genitale verminking, niqab), gelijke behandeling van LHBT’ers (uitspraken van imam el Moumni), de vrijheid van geloof (moslimdiscriminatie, voorstellen als Koranverbod, kopvoddentax, sluiting van moskeeën) en de vrijheid van meningsuiting (moord op Theo van Gogh, Deense cartoonaffaire, aanslag op Charlie Hebdo).

Foto: Arne Hulstein (cc)

Dertig jaar onderzoek naar berichtgeving over moslims in Nederlandse media (2)

ACHTERGROND - Sinds eind jaren ’80 wordt er met regelmaat onderzoek gedaan naar de wijze waarop Nederlandse media berichten over moslims. Ewoud Butter (redacteur Republiek Allochtonië) maakte een overzicht. In dit deel II aandacht voor de periode 1996-2006.

In het vorige deel werd kort beschreven dat er vanaf de Rushdie-affaire in 1989 steeds meer aandacht van de Nederlandse pers voor hier woonachtige moslims kwam. Vanaf dat moment verschenen ook de eerste onderzoeken naar de wijze waarop over moslims door de Nederlandse pers werd bericht. In dit tweede deel kijk ik naar een selectie van het onderzoek dat tot en met 2006 werd gepubliceerd.

Context: Clash of Civilizations (*)

In de jaren ’90 nam de aandacht voor de islam en moslims in Nederlandse media verder toe. Dat gebeurde niet alleen in de buitenlandrubrieken, zoals ten tijde van de Eerste Golfoorlog en de oorlog in voormalig Joegoslavië, maar ook op de pagina’s met het binnenlandse nieuws en op de opiniepagina’s. Vanaf de jaren ’90 werd in de publieke discussie ‘de islam’  steeds meer tegenover ‘het westen’ gesteld, waarbij beide beschavingen vaak als uniforme, statische eenheden werden voorgesteld.

Deze tegenstelling vormde ook een belangrijk onderdeel van het in 1993 door de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington gepubliceerde artikel Clash of Civilizations (Botsende Beschavingen) dat later werd uitgewerkt in het boek The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. Volgens Huntington zou het einde van de Koude Oorlog tot gevolg hebben dat geopolitieke conflicten niet langer zouden voortkomen uit ideologische botsingen, maar uit culturele en religieuze verschillen. Huntington zag vooral een botsing tussen enerzijds het (christelijke) Westen en anderzijds de islam. Hij schreef onder andere: “Als moslims beweren dat het Westen oorlog voert tegen de islam en als westerlingen beweren dat islamitische groeperingen oorlog voeren tegen het Westen, dan mogen we de conclusie trekken dat er inderdaad zoiets als een oorlog gaande is.”

Foto: Arne Hulstein (cc)

Dertig jaar onderzoek naar berichtgeving over moslims in Nederlandse media (1)

ACHTERGROND - Sinds eind jaren ’80 wordt er met regelmaat onderzoek gedaan naar de wijze waarop Nederlandse media berichten over moslims. Ewoud Butter (redacteur Republiek Allochtonië) maakte een overzicht. Deel I.

Tot aan het begin van de jaren ’90 was de Turkse Nederlander Mehmet Pamuk ongetwijfeld de bekendste Nederlandse moslim. De immer in archaïsch Nederlands formulerende Pamuk was geen bestaand persoon, maar een van de vele typetjes van Kees van Kooten in de programma’s die hij jarenlang samen met Wim de Bie voor de VPRO maakte. Behalve ‘Mehmet Pamuk’ verschenen er in die jaren zelden moslims in de Nederlandse media. Wanneer er destijds werd geschreven over bijvoorbeeld Turkse en Marokkaanse ‘gastarbeiders’ in Nederland, samen de grootste groep Nederlandse moslims, dan ging het zelden over hun geloof. Over moslims werd zo nu en dan vooral geschreven op de buitenlandpagina’s van de kranten of, in een verder verleden, op de pagina’s over de ‘overzeesche gebieden’.

De wijze waarop in Nederland moslims al eeuwenlang werden afgebeeld, was amper onderwerp van onderzoek of debat.

De internationale discussie die naar aanleiding van Edward Saids boek Oriëntalism (1978) was losgebarsten over de vaak karikaturale wijze waarop in het Westen ‘moslims’ en ‘de Arabische wereld werden afgebeeld als ‘de inferieure Ander’, drong nauwelijks door tot de Nederlandse media, ondanks inspanningen van bijvoorbeeld de werkgroep Media en Racisme (later Media en Migranten) van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

Volgende