RECENSIE - In het begin was het woord, dat al vrij snel werd gevolgd door taalplezier. Mensen kunnen niet alleen communiceren maar hebben er ook over nagedacht hoe ze dat het prettigst en effectiefst doen. Een mooie metafoor verduidelijkt. Een elegante opbouw verheldert. Esprit houdt de aandacht vast. Wie woorden zo gebruikt dat mensen luisteren of lezen met plezier, communiceert effectiever.
Om het tekstplezier te vergroten, kun je gebruik maken van citaten. Je kruidt er je tekst mee en behaagt je lezer, die zich gevleid voelt omdat je een brede algemene ontwikkeling bij hem veronderstelt. De beste manier om te citeren is het niet al te nadrukkelijk te doen, zodat degene die de verwijzing herkent erom kan glimlachen, maar degene die haar niet herkent niet het gevoel heeft iets te missen. Het eerste gebod bij een goed citaat is, om Joost Zwagerman aan te halen, dat elke boerenlul de tekst moet kunnen blijven begrijpen.
Kampioen
Umberto Eco is kampioen citeren, en dat is niet zo vreemd, want hij werkte als hoogleraar semiotiek, een wetenschap die zich bezighoudt met tekens en verwijzingen. De naam van de roos, het boek waarmee hij in 1980 debuteerde, staat bol van de literaire verwijzingen. Een deel ervan valt in de Nederlandse vertaling erg op: als Eco uit de Bijbel citeert, doet hij dat namelijk in het Latijn, wat in een Nederlandse tekst overdrevener overkomt dan in een Italiaanse. Het onbedoelde resultaat is dat het boek in ons taalgebied het speeltje werd van een intellectuele klasse. Ik herinner me dat men destijds sprak van een roman door een professor voor professoren.