ANALYSE - door Emily Miltenburg en Eelco Harteveld
Het is het modewoord van de afgelopen tijd: polarisatie. Het werd in 2024 door Van Dale gekozen als woord van het jaar om ‘de tijdgeest te illustreren’ en eerder dit jaar herhaalde SIRE haar publiekscampagne uit 2023 nog met ‘Verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt’.
Weinig ervaren verslechterde verhoudingen, wel veel zorgen
Om met het goede nieuws te beginnen: zo dichtbij komt polarisatie niet. Ruim de helft van de Nederlanders ziet helemaal geen verslechterde verhoudingen door politieke meningsverschillen in hun directe leefomgeving (voor 5% is dat wel zo, voor 10% een beetje). Nog minder mensen geven zelf aan dat verhoudingen met iemand in hun omgeving zijn verslechterd (5% wel, 8% een beetje).
Al met al speelt polarisatie dus maar een beperkte directe rol in het dagelijks leven van mensen. Dat zou kunnen komen omdat mensen politieke tegenstanders niet meer tegenkomen, door de eveneens veelbesproken ‘bubbels’, de gescheiden leefwerelden van gelijkgestemden. Tegelijkertijd weten we ook dat dat contact er wel is (op sportclubs, scholen, of met familie of buren), maar dat veel mensen er voor kiezen om politieke gespreksonderwerpen te vermijden (Miltenburg et al. 2022).
Toch bestaan er bij Nederlanders sterke zorgen over politiek conflict en polarisatie. Meer dan de helft van de Nederlanders ervaart veel conflict tussen mensen met verschillende politieke overtuigingen. Een kwart van de Nederlander is zelfs bezorgd dat politiek conflict kan omslaan in geweld tussen politieke tegenstanders.
Vijanddenken
Naast dat waargenomen conflict, koesteren mensen zelf ook vijandige gevoelens tegenover politieke tegenstanders. Die afkeer van politieke partijen is wijdverspreid. Ruim 80% van de Nederlanders geeft aan een afkeer te voelen richting tenminste één partij, en dat is voor 33% een (zeer) belangrijk onderdeel van hoe ze zichzelf zien.
De meeste afkeer wordt gevoeld richting partijen aan de uiteinden van de dominante sociaal-culturele politieke scheidslijn in Nederland, namelijk PVV en FvD aan de rechterzijde en PRO (toen: GL-PvdA) en DENK aan de linkerkant (tabel 1 hieronder). We weten ook uit internationaal onderzoek dat radicaal rechtse partijen (en hun kiezers) op sterke afkeuring kunnen rekenen, en zelf daarbij andere partijen ook sterk afkeuren (Harteveld et al 2022). Onder kiezers van rechtse en radicaal-rechtse partijen leeft juist weer een afkeer van linkse partijen. Van PVV- en JA21 stemmers noemt ongeveer een derde PRO en ongeveer een vijfde DENK als partij om afkeer van te hebben. Bij FvD- en SGP-ers zien we een vergelijkbaar patroon, maar zien we ook een grotere afkeer tegen D66-ers (kwart tot een derde). Bij de BBB is die afkeer het sterkst: bijna de helft van BBB-ers rapporteert een afkeer van PRO.
Andersom is deze afkeer (meestal) groter: vooral kiezers van (centrum)linkse partijen hebben een grote afkeer van radicaal-rechtse partijen PVV en FvD. Van PRO’ers rapporteert ruim de helft een afkeer van de PVV. Maar dit gevoel speelt breder, want dit geldt ook voor (bijna) de helft van de D66-ers, CDA-ers en Volt-stemmers en (ruim) een derde tot twee vijfde voor PvdD, SP, en CU-stemmers. Ook noemen een kwart tot twee vijfde van deze kiezersgroepen een afkeer van de FvD. De afkeer van links is (ondertussen) onder VVD-kiezers groter dan die richting radicaal rechts. Ze rapporteren iets vaker een afkeer van PRO dan van de PVV.
Tabel 1 (klik voor groter view) Afkeer van politieke partijen naar partijvoorkeur, bevolking van 18+, november 2025a (in procenten)b,c
Een democratie kan kwetsbaar worden als veel burgers hun politieke opponenten niet langer gaan zien als tegenstanders (met andere meningen), maar als vijanden (die koste wat kost verslagen moeten worden). Wat dat betreft is het een punt van zorg dat 25% van de NKO-respondenten vindt dat er een politieke partij is die er bewust op uit zou zijn om Nederland “kapot” te maken. Dat gaat dan het vaakst om PVV, FvD, PRO, DENK en D66 (afhankelijk van de politieke voorkeur van de respondent).
Politiek is overal en nergens
Dat leidt tot een paradox. Enerzijds is politiek in Nederland overal te vinden: via nieuws en sociale media worden we voortdurend herinnerd aan politieke meningsverschillen. Tegelijkertijd lijkt politiek juist vaak afwezig in ons dagelijks leven. We gaan het onderwerp vaak uit de weg en onze afkeer van de politieke ‘ander’ maakt een inhoudelijke politieke discussie bij voorbaat onprettig of zelfs onmogelijk. Échte politiek gaat uiteindelijk om botsende belangen en meningsverschillen die worden uitgevochten zonder elkaar als vijanden te beschouwen, maar als legitieme tegenstanders (Mouffe 2000).
Veel Nederlanders maken zich zorgen over politieke polarisatie of zelfs de mogelijkheid van politiek geweld. Dat is op zichzelf begrijpelijk, maar draagt het risico van een zelfversterkende spiraal in zich. Het dreigende beeld wordt gevoed door politieke frames en een medialogica die de nadruk legt op tegenstellingen tussen twee kampen (‘polarisatiepaniek’; Muis 2024; Nijs 2025). Dit draagt vervolgens weer bij aan het ontstaan en verdiepen van vijandbeelden. Zo komen we terecht in een vicieuze cirkel van conflictdenken (Lees & Cikara 2021). De uitdaging is daarom niet om conflict te vermijden, maar om het vorm te geven zonder vijanddenken. Zonder conflict geen verandering, en zonder ruimte voor botsende stemmen blijven bepaalde belangen en perspectieven in de samenleving onzichtbaar.
Begin juni verscheen Veelstemmig, het rapport van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) over de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025. Dit blog gaat in op één van de bevindingen. Het hele rapport is hier te vinden.
Dit artikel verscheen eerder bij Stuk Rood Vlees.
Emily Miltenburg is politiek socioloog en senior onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ze doet onderzoek naar de houdingen en oordelen van mensen over de maatschappij en politiek. Ook is ze aangesteld als Honorary Fellow aan de afdeling Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Eelco Harteveld is universitair docent aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op politiek gedrag en in het bijzonder polarisatie en populisme.
Referenties:
– Miltenburg, E., Geurkink, B., Tunderman, S., Beekers, D., en J. den Ridder (2022). Burgerperspectieven 2022| 2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
– Harteveld, E., Mendoza, P., & Rooduijn, M. (2022). Affective polarization and the populist radical right: creating the hating? In: Government and opposition, 57(4), 703-727.
– Muis, Q. (2024). “Who are those people?”: Causes and consequences of polarization in the schooled society. Tilburg: Open Press Tilburg University.
– Nijs, T. (2025). Breaking false polarization: How information on descriptive norms mitigates worry rooted in polarization (mis) perceptions. Social Inclusion, 13, 1-18.
– Lees, J., & Cikara, M. (2021). Understanding and combating misperceived polarization. Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences, 376(1822).
