Hoe het recht op huisvesting moet worden vertaald naar woonbeleid

Huisvesting is een grondrecht en het woonbeleid moet gericht zijn op het verwezenlijken van dat recht. Dit is de centrale boodschap van de grote landelijke demonstraties tegen de wooncrisis, eerst op 12 september in Amsterdam en opnieuw deze zondag tijdens de Woonopstand in het Afrikaanderpark in Rotterdam. Wat betekent dat concreet voor het woonbeleid? Het recht op huisvesting is vastgelegd in artikel 22 van onze Grondwet en in verschillende internationale verdragen waaraan de Nederlandse Staat zich heeft verbonden. Het woonrecht gaat om “het recht om in vrede, veiligheid en waardigheid in een huis te wonen” en het omvat veel verschillende aspecten, waaronder beschikbaarheid, betaalbaarheid, woonzekerheid, gelijke toegang en zeggenschap. Onder meer de Speciale Rapporteur voor adequate huisvesting heeft richtlijnen opgesteld voor overheden. De wooncrisis is een schending van mensenrechten, schreven mensenrechtenjuristen Rosa Beets en Jan de Vries gisteren in het NRC. De staat moet zich dan ook inspannen voor behoorlijke huisvesting. Dat zou zich moeten vertalen in concrete beleidsmaatregelen. Dakloosheid bestrijden is prioriteit Geen dak boven het hoofd hebben tast de menselijke waardigheid aan: zonder huisvesting is het onmogelijk om andere levensbehoeften te vervullen. Toch zijn er in Nederland 36.000 geregistreerde dakloze mensen en het werkelijke aantal ligt veel hoger. Het bestrijden van dakloosheid zou dan ook topprioriteit moeten zijn in een op mensenrechten gebaseerd woonbeleid. Om dakloosheid te bestrijden is het allereerst belangrijk om dakloosheid te zien als een huisvestingsprobleem, in plaats van een zorg- of sociaal probleem zoals nu meestal het geval is. Een belangrijke oorzaak van dakloosheid is huisuitzetting en dit moet dan ook zoveel mogelijk worden voorkomen, zeker als het gaat om kwetsbare gezinnen met kinderen. Dakloosheid onder arbeidsmigranten kan worden tegengaan door huisvesting los te koppelen van het arbeidscontract. De kostendelersnorm voor uitkeringsontvangers zou moeten worden afgeschaft, omdat deze norm ervoor zorgt dat veel jongeren op hun 21e verjaardag door hun ouders uit huis worden gezet en omdat het mensen ervan weerhoudt om iemand in huis te nemen. Betaalbare huisvesting Het recht op huisvesting betekent niet dat de overheid zelf woningen moet gaan bouwen, maar volgens de VN-richtlijnen moet de overheid wel voldoende financiële middelen beschikbaar stellen voor betaalbare woningen en daarbij prioriteit geven aan de woonbehoeften van achtergestelde groepen. In Nederland hebben woningcorporaties de taak om betaalbare woningen te creëren voor mensen met een laag inkomen en mensen die extra zorg nodig hebben, zoals mensen die dakloos zijn of uit een zorginstelling komen. De overheid bezuinigt echter sinds eind jaren ‘80 op de sociale huursector vanuit het idee dat huisvesting zoveel mogelijk aan de markt moet worden overgelaten. In lijn hiermee voerde de overheid in 2013 een verhuurderheffing – een belasting op sociale huurwoningen – in, wat leidde tot hogere huurlasten, minder sociale huurwoningen en minder onderhoud. Steeds meer mensen kunnen vanwege stijgende prijzen niet kopen maar komen ook niet (meer) in aanmerking voor een sociale huurwoning; zij zijn aangewezen op de vrije huursector waar mensen worden geconfronteerd met hoge huren die vrijwel onbeperkt kunnen stijgen. Uit onderzoek van het NIBUD bleek dat zo’n 800.000 huurders na het betalen van de huur te weinig geld overhouden voor noodzakelijke kosten en levensonderhoud. Het afschaffen van de verhuurderheffing en het reguleren van de vrijehuursector zijn maatregelen die de beschikbaarheid van betaalbare woningen vergroten. Ook gentrificatiebeleid kan de beschikbaarheid van betaalbare woningen in gevaar brengen en daarmee in strijd zijn met het woonrecht. Dit bleek uit een officiële mededeling in juni dit jaar van de VN-Speciale Rapporteur voor adequate huisvesting aan het Rotterdamse stadsbestuur, vanwege het beleidsdoel om de betaalbare woningvoorraad tussen 2016 en 2030 met zo’n 13.500 woningen te verminderen. De Speciale Rapporteur vreest voor een schending van het recht op huisvesting omdat in Rotterdam al relatief veel huishoudens in armoede leven en omdat er, net als in de rest van het land, sprake is van woningnood en hoge dakloosheid. Zeggenschap en gelijke toegang In de waarschuwing aan het Rotterdamse stadsbestuur werd ook een ander aspect van het recht op huisvesting besproken, namelijk het recht op participatie in woning-gerelateerde besluitvorming. Aangezien mensenrechten gaan over menselijke waardigheid, is het cruciaal dat mensen zelf kunnen meebeslissen over hun leven. Participatie moet wettelijk worden vastgelegd en gewaarborgd en barrières moeten worden weggenomen. In het geval van de sloop van de Rotterdamse Tweebosbuurt was er sprake van onvoldoende inspraak waardoor de bewoners in feite werden gedwongen te verhuizen. Woonrecht houdt ook in dat de overheid ongelijkheid in de toegang tot huisvesting en discriminatie bestrijdt. Dit gebeurt nu onvoldoende. Zo zijn er te weinig betaalbare woningen die geschikt zijn voor mensen met een beperking en voor ouderen. Dat woningzoekenden gediscrimineerd worden op (vermeende) afkomst bleek in de afgelopen jaren uit verschillende onderzoeken naar verhuurders en makelaars. Discriminatie is strafbaar, maar het gedrag van verhuurders en makelaars wordt nauwelijks gecontroleerd of beboet, waardoor discriminatie ongestraft kan plaatsvinden. En ook het overheidsbeleid zelf kent discriminerende aspecten, bijvoorbeeld als gentrificatiebeleid leidt tot uitsluiting op grond van inkomen en afkomst. Om deze reden moet ook de zogenoemde Rotterdamwet, die inmiddels in tien gemeente wordt ingezet, worden afgeschaft. Speculanten en beleggers aan banden Tot slot moeten overheden, vanuit het recht op huisvesting bezien, de woningmarkt reguleren om te voorkomen dat private financiële investeringen een negatieve impact hebben op het recht op adequate en betaalbare huisvesting en woonzekerheid. Met leuzen als ‘Mens boven markt’ en ‘Huizen voor mensen, niet voor winst’ maken de actiegroepen en demonstranten duidelijk dat de overheid zich meer moet richten op het waarborgen van het recht op wonen, en minder (of niet) op het stimuleren van een ‘woningmarkt’ waarop financiële actoren zoals beleggingsfondsen en speculanten steeds meer de dienst uitmaken. Deze ontwikkeling wordt de ‘financialisering’ van huisvesting genoemd: huisvesting wordt steeds meer aan de markt gelaten, zonder al te veel regulering. Omdat beleggers in de eerste plaats voor financiële rendementen gaan, zien we wereldwijd dat het opkopen van huurwoningen door beleggers een bedreiging vormt voor de betaalbaarheid en woonzekerheid van huurders. Beleggers zoals het internationaal beruchte bedrijf Blackstone hebben – mede door een overheidscampagne – de Nederlandse huurwoningmarkt ontdekt. Zij profiteren van de verminderde overheidsinvestering in de sociale huursector en van verminderde huurbescherming door de invoering van tijdelijke huurcontracten in 2016, waardoor verhuurders elke twee jaar de huurder op straat kan zetten en de huurprijs maximaal kan verhogen. Per 1 januari mogen gemeente een opkoopbescherming invoeren, wat inhoudt dat kopers in hun woning moeten gaan wonen en het niet mogen gaan verhuren. Dat is een eerste stap, maar het beleid moet verder gaan in het beperken van de schade die financialisering aanricht, bijvoorbeeld door de huur(prijs)bescherming te repareren en versterken en vaste huurcontracten weer de norm te maken. Bovendien zouden we de financialisering een halt kunnen toeroepen, zoals Berlijnse actievoerders deden die een lokaal referendum afdwongen over onteigening van grote private verhuurders (op 26 september stemde een meerderheid van de Berlijners voor). Het recht op huisvesting centraal stellen in woonbeleid vereist dus een veelvoud aan beleidsmaatregelen. Helaas lijkt de politiek “nog niet voldoende te beseffen dat de wooncrisis een schending van fundamentele rechten betreft”, signaleren ook Rosa Beets en Jan de Vries. De huidige dominante beleidsvisie die huisvesting zoveel mogelijk aan de markt overlaat gaat op verschillende manieren ten koste van het recht op huisvesting voor iedereen, waarbij kwetsbare groepen het hardst geraakt worden. Het oplossen van de wooncrisis vereist volgens hen dan ook dat er een fundamentele verschuiving plaatsvindt in ons denken over wonen, en dat is waar de Woonopstand in Rotterdam deze zondag tot oproept: dat overheidsbeleid er in de eerste op gericht is om voldoende geschikte en betaalbare huisvesting, woonzekerheid en zeggenschap te garanderen. -- Zondag 17 oktober is in het Afrikaanderpark in Rotterdam het tweede landelijke protest, de Woonopstand. De auteur is betrokken bij de organisatie van deze demonstratie. Ook in Den Haag (Woonverzet, 13 november), Groningen (Woonstrijd, 28 november) en andere gemeenten zullen mensen de straat opgaan om hun woonrecht te claimen.

Door: Foto: copyright ok. Gecheckt 22-02-2022

Closing Time | Speculanten Parasieten

Over Kunsttranen is niet veel bekend, behalve dat hij op twitter en insta zit en zichzelf ‘zolderkamermuzikant’ noemt. Speciaal voor De Woonopstand van 17 oktober in Rotterdam (en een beetje voor Sargasso) zette hij dit nummer op Youtube.

Spinvis meets fijne electropop. En de tekst laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Wat kan je nog meer verwachten van protestmuziek?

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-11-2022

In Dirkswoud daar staat een huis

COLUMN - Er is een huis gekraakt in Dirkswoud. Eigenlijk is het een schuur, maar het pand is gekraakt en wordt bewoond door de heer Bert van der Velden, voorheen woonachtig aan de Noorderzij 24, kweker, bollenboer en fluisterbootjesverhuurder in het seizoen. De sympathieke tuinbouwer en bootjesverhuurder heeft begin deze maand zijn intrek genomen in de schuur aan de Zuidervaart. En omdat kraken een novum is voor Dirkswoud, maakte de Dirkswoudenaer een afspraak met deze wetsovertreder.

‘Mijn vrouw heeft mij onlangs verlaten’ valt Bert van der Velden met de deur in huis. ‘Of nou ja, eigenlijk ik haar’ corrigeerde hij zichzelf, ‘want zij woont nog steeds in ons huis aan de Noorderzij, en ik ben feitelijk degene die verhuisd is, maar zij wilde van mij af. Zij wil meer wereldser leven. En dat is niets voor mij. Dus ben ik weggegaan. Nu ben ik een man alleen. Ik zie een vrouw als een daglelie, mooi, maar niet voor herhaling vatbaar. Mevrouw Nellie Daas van Fournituren, Kleinvak & Huishoudelijk Gemak, heeft mij van de week nog geïnviteerd om als haar partner mee te doen aan de pubquiz in café Amperzat, maar nee, ik weet hoe zoiets gaat, dus ik heb beleefd bedankt.’

Daglelie (Foto: Maria Willems, met toestemming)

Foto: Sandra Fauconnier (cc)

Waar is de standaardtaal?

COLUMN - Het interessantst zijn de discussies waarbij jij het evenzeer bij het verkeerde eind hebt als je tegenstander. Iedereen kan dan eindeloos de problemen in de argumentatie van de ander aanwijzen zonder dat er ooit verheldering komt.

Twitter is een uitstekend medium voor zulke discussies. Ik had er onlangs één met taalprof Peter-Arno Coppen, die ging over taalnormen en de standaardtaal, en vooral over de vraag: waar komen die vandaan? Er bestaan in dezen twee diametraal tegenovergestelde standpunten die, zoals dat gaat, allebei niet helemaal juist kunnen zijn.

Met vreemde ogen

Het eerste standpunt is dat de standaardtaalnorm (voortaan noem ik die de norm, dat is minder typen) een kwestie is van voorschriften. Er zijn autoriteiten, zoals de Taalunie of Onze Taal, die zeggen: ‘groter als’ is minder correct dan ‘groter dan’ en daarom is het zo. Zulke voorschriften lijken daarmee een beetje op wetten, zij het zonder expliciete sancties. Het is verboden om op de stoep te parkeren omdat de wet dit zegt, het is verboden om groter als te zeggen omdat de Taalunie dit zegt. Het is denk ik hoe de meeste mensen naar normen kijken en dit standpunt werd verdedigd door Peter-Arno.

Het tweede standpunt is dat de norm feitelijk is wat een bepaalde goegemeente van schoolmeesters, journalisten, correctoren, HR-managers, en andere ‘goede taalgebruikers’ goed vindt – wat overigens weer iets anders is dan wat die goegemeente zelf zegt. ‘Groter als’ is dan fout omdat deze mensen er hun wenkbrauwen over opheffen. Die mensen hoeven geen expliciet verbond uit te spreken: wie zo’n vorm gebruikt, hoort er niet echt bij. De taak van de Taalunie en Onze Taal is dan niet om zelf normen te stellen, maar te beschrijven wat de norm feitelijk is: wat vindt die goegemeente er nu eigenlijk van? Normen lijken op deze manier bezien op sociale gedragsregels. Je doet geen stropdas om naar een sollicitatiegesprek omdat de wet het voorschrijft, maar omdat men je anders met vreemde ogen aankijkt. Je schrijft geen ‘groter als’ in je brief omdat men anders denkt dat je er niet bij hoort. Dit was het standpunt dat ik mocht verdedigen in deze discussie.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | I’d Rather Go Blind

Op een zonnige zondag in september, bezochten M&M de buitenexpositie/expeditie Into Nature in het veengebied geklemd tussen Bargerveen en de Duitse grens.

Kaartverkoop en tevens startpunt van de kunstroute was een tent bij natuurijsbaan De Döörlopers in Weiteveen. ‘Als jullie aan het eind van de middag hier weer terugkomen, dan is er live-muziek, een zangeres’, zei de dame van de kaartverkoop, ‘en kunnen jullie nog een drankje drinken, jullie zijn welkom.’

Foto: Google Streetview Warmtebedrijf Rotterdam copyright ok. Gecheckt 11-02-2022

RIP (?) Warmtebedrijf Rotterdam

Na bijna 15 jaar en zo’n 300 miljoen Euro stelt het college de raad van Rotterdam voor om het voor gezien te houden met het Warmtebedrijf Rotterdam. Ooit bedoelt om warmte vanuit de haven naar honderdduizenden woningen te brengen. In de praktijk gedwarsboomd door de ambities van het energiebedrijf Eneco, waarvan Rotterdam grootaandeelhouder was ten tijde van de oprichting van Warmtebedrijf Rotterdam. De beoogde warmteleiding naar Leiden, die in 2020 af zou moeten zijn, is nooit van de grond gekomen. Capaciteit huren in de beoogde leiding van Rotterdam naar Den Haag, een plan dat GasUnie van Eneco over heeft genomen, ziet het college niet zitten. Ook al zouden provincie en Rijk er naar verluid 385 miljoen Euro subsidie voor overhebben. De risico’s zijn volgens de verantwoordelijk wethouder te groot en onbeheersbaar.

Als de raad instemt met het voorstel van het college stevent Warmtebedrijf Rotterdam op een faillissement af. Dat levert nog een behoorlijk financieel risico voor de gemeente op. Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft namelijk langlopende afspraken voor afname van warmte met onder andere AVR en Shell Pernis. Ook heeft het langlopende leveringsverplichtingen aan Vattenfall in Rotterdam en in Leiden. Vooral Leiden is een pijnpunt, daar had vanaf 1 januari 2020 warmte geleverd moeten worden. Er is echter nog geen begin gemaakt met de aanleg van de transportleiding naar Leiden. Op dit moment betaalt het Warmtebedrijf Rotterdam Uniper om warmte te leveren aan Vattenfall in Leiden. De financiële donderwolk van het warmtebedrijf is voorlopig dus nog niet weg.

Foto: Clivid (cc)

Dekolonisatie in de geschiedschrijving

RECENSIE - Objectiviteit zal in de geschiedschrijving altijd een discussiepunt blijven. Wat er vroeger gebeurd is en welke betekenis we daaraan moeten geven zal door diegenen die er bij waren moeilijk anders dan vanuit hun subjectieve beleving kunnen worden weergegeven. En degenen die er niet bij waren en er later op terugkomen kunnen zich moeilijk volledig losmaken van hun eigen tijdgebonden denkkader. Waar het dus bij de beoordeling van geschiedkundig werk om zou moeten gaan is de vraag of de auteur zich rekenschap heeft gegeven van zijn of haar handicap en of er op z’n minst een goede poging is gedaan om de nodige afstand te bewaren om in de richting van de -helaas onhaalbare- objectiviteit te komen. Tegen deze achtergrond ben ik altijd geïnteresseerd in kritische beschouwingen over geschiedenisboeken. Die zijn doorgaans nuttig en leerzaam. Soms zijn ze ook vermakelijk.

Het valt me echter moeilijk een kritische beschouwing serieus te nemen als de criticus mij al vanaf de allereerste pagina ervan probeert te overtuigen dat hier geen sprake is van wetenschappelijk verantwoord werk, ‘maar van manipulatie en geschiedvervalsing’. Dat schrijft Bauke Geersing in de tweede alinea van zijn inleiding op De Nederlandse krijgsmacht tijdens de dekolonisatie van Nederlands-Indië 1945-150; hoe het NIMH deze geschiedenis manipuleert en vervalst. In dat boek bekritiseert hij een uitgave van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, onderdeel van een door de regering geïnitieerd onderzoeksprogramma waarvan de resultaten op 17 februari 2022 zullen worden gepresenteerd. Dit deel heet: ‘Krijgsgeweld en Kolonie – Opkomst en ondergang van Nederland als koloniale mogendheid 1816-2010‘ en Geersings kritiek richt zich met name op hoofdstuk 11 van dit boek ‘De oorlog met de Republiek Indonesië 1945 -1950/1952‘. Nog voordat de inleiding met beschuldigingen aan het adres van de auteurs en uitgever ten einde komt confronteert Geersing mij vervolgens op p. 16/17 al met zijn conclusie over de wetenschappelijke ondeugdelijkheid van het besproken boek:

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

De koning en de Gouden Koets

We gaan niet de geschiedenis herschrijven met restauratie dus hij is gewoon eheheh gerestaureerd ehe ehe dat ie weer in z’n oude glorie hersteld is. En er wordt een discussie gevoerd en ik vind het mooie van luisteren dat je niks hoeft te zeggen.

Koning Willem Alexander op het achtuurjournaal op prinsjesdag. De ehehe’s heb ik er niet bij verzonnen en ik vind ze in dit geval wel van gevoeligheid getuigen. Er wordt weleens gezegd dat de koning te ver van de bevolking af staat. En natuurlijk is dat zo, hij is tenslotte koning! Maar dat wil niet zeggen dat hij sentimenten onder de bevolking niet waarneemt. Uit zijn weifelende spreken blijkt ook dat hij hier zelf geen uitgesproken mening over heeft.

Foto: Chris Devers (cc)

Waarom we het over klasse moeten hebben

Als we praten over kansenongelijkheid, gaat het vaak over gender, sekse, religie, etnische achtergrond. Maar welke rol speelt klasse eigenlijk in de Nederlandse samenleving?

In het eerste opzicht lijkt klasse niet zeer zichtbaar in het dagelijks leven. Toch is het overal. We observeren elkaars uiterlijk, kledingstijl en gezondheid, waaraan we vervolgens aflezen en categoriseren in welke klasse de persoon in kwestie past. De alomtegenwoordigheid van klasse in de samenleving én in ons denken toont aan dat een gesprek over klasse onvermijdelijk is. Tijdens deze eerste avond in de serie ‘Kansrijk?’, gingen sociologen prof. Ineke Maas (UU), prof. Giselinde Kuipers (KU Leuven) en sociaal geograaf dr. Sanne Visser (RUG) met elkaar én het publiek in gesprek over klasse en kansenongelijkheid in Nederland.

IS NEDERLAND NOG STEEDS KAMPIOEN KANSENGELIJKHEID?

“Het onderwijs is de afgelopen jaren steeds minder een emancipatiemotor geworden”, kopte de NRC deze zomer. En De Volkskrant schreef: “Nederland was ooit kansenkampioen, maar ongelijkheid is gegroeid.” Als we dergelijke krantenkoppen moeten geloven, lijkt Nederland er niet goed voor te staan. Het idee dat we onze klasse kunnen ontstijgen is misschien lastiger dan we dachten. Is deze aanname correct?

Prof. dr. Ineke Maas heeft een meer genuanceerde kijk op de sociale mobiliteit. Zo laat onderzoek zien dat er wel degelijk sprake is van opwaartse mobiliteit in Nederland. Grotendeels is dit te danken aan veranderingen in de beroepsstructuur: een toename in de vraag naar hoger opgeleiden betekent meer mogelijkheden voor mensen om de sociale ladder te beklimmen. Maar belangrijker nog, is het volgens Maas om te kijken naar de relatieve mobiliteit: hoe zijn de kansen om op te klimmen verdeeld? Hoe groot is de kans dat een kind van een timmerman of automonteur hogerop komt, vergeleken met het kroost van een advocaat of arts? Vergeleken met andere Europese landen scoort Nederland wat betreftop dat gebied niet hoger dan de middenmoot. “Het beroep van je ouders beïnvloedt dus nog steeds in sterke mate welke kansen jij krijgt”, aldus Maas.

Foto: Vattenfall Nederland (cc)

De betere wereld begint helemaal niet bij onszelf

‘Dus de maatregelen waren goed, maar ons gedrag niet?, vroeg een journalist tijdens de coronapersconferentie van 13 oktober vorig jaar aan premier Rutte. Veel verder dan ‘we hebben het samen niet goed genoeg gedaan’, kwam de premier niet. Met dat korte zinnetje gaf de premier onbewust de grenzen en keerzijden aan van de in beleidskringen populaire gedragsbenadering.

Klimaatprobleem door wangedrag

De nadruk in de beleidsvorming op het begrippenkoppel ‘samen’ en ‘gedragsverandering’ komt voort uit een sterk geloof in het individu en de burger. Niet de overheid noch de markt, maar de burger kan de grote maatschappelijke problemen oplossen.

Met het bijna heilige geloof in het individu zijn allerlei gedragsbenaderingen weer komen bovendrijven die sociale vraagstukken, maar ook duurzaamheids- en klimaatvraagstukken ‘omdenken.’ Er zouden geen technologische, maatschappelijke of politieke problemen zijn, maar alleen psychologische problemen. Het gevaar van een dergelijke redenering, merkten HVA-onderzoekers Krispijn Faddegon en Reint Jan Renes hier eerder op, is dat daardoor dat alle problematiek wordt herleid tot gedrag van burgers, met ontkenning van de rol van de context.

Cognitieve dissonantie speelt ons parten

Het klimaatprobleem is in deze optiek vooral het gevolg van cognitieve dissonantie. Deze kent grofweg twee varianten. De eerste is dat we tegelijkertijd zowel klimaatvriendelijke als klimaat-onvriendelijke gedachten en opvattingen koesteren, en er maar niet uitkomen welke de overhand verdienen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Arend (cc)

Spiegelend staal

COLUMN - Het was ontroerend vanaf de eerste blik. Stond je erbuiten, dan keek je op de roestvrij stalen platen van de zwevende overkoepeling, die tot spiegels zijn gepolijst. Ze strekken zich hoog uit en ontnemen je het zicht op stroken lucht, bomen en gebouwen voor je, en schuiven daar de reflectie van andere gebouwen, bomen en lucht voor in de plaats. Je krijgt een verbrokkeld vergezicht, een gebroken geschiedenis, opnieuw bijeen gemetseld. De wereld werd plots een kaleidoscoop.

Eenmaal afgedaald in het monument werd die ervaring heviger. Ook onder de overkoepeling spiegelde het staal. Wie dicht bij een muur stond en omhoogkeek, zag de muur op zijn kop terug en uiteindelijk ook zichzelf ondersteboven weerspiegeld. De wereld was ineens een slag gekeerd.

Loop je er rond, dan zie je overal muren, met allemaal ingemetselde steentjes, ruim 102 duizend ­– elk met een naam erop. Namen van echte mensen, doelbewust afgevoerd uit Nederland en overgebracht naar de vernietigingskampen, en daar vermoord om wie ze waren: joden, Sinti en Roma. Het was een doolhof: de wereld een raadsel.

De eerste naam die ik op een van de steentjes las, was die van Bernard: geboren op 11-11-1940, 1 jaar oud geworden, en toen vermoord. Bernard was nog maar een peuter, en toch werd ook hij vergast in een van de vernietigingskampen. De wereld: een hel.

Foto: Christer (cc)

Laat het vlees maar weg

COLUMN - Nog een ideetje voor de algemene beschouwingen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft een oproep om minder vlees te eten geschrapt uit een campagne om burgers klimaatbewuster te doen leven. Dat gebeurde in ruggespraak met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Volgens de ministeries ligt het onderwerp minder vlees eten te “politiek gevoelig”.

Dit onthulde ‘Wakker Dier’ nadat de organisatie via een WOB-procedure documenten over de campagne in handen had gekregen. De campagne wilde burgers duidelijk maken wat iedereen zelf kan doen aan het terugdringen van de CO2 uitstoot. Het weglaten van aandacht voor de vleesconsumptie is duidelijk een gemiste kans. De consumptie van dierlijke eiwitten levert een grote bijdrage aan de klimaatopwarming en er kan dus flinke winst behaald kan worden in de strijd tegen de klimaatopwarming. Milieucentraal, oorspronkelijk ook een overheidsinitiatief om onafhankelijke voorlichting te geven over wat mensen zelf kunnen doen aan een beter milieu, laat wel duidelijk de schadelijke kanten van de productie van vlees zien. Minder vlees eten helpt. En zo moeilijk is het niet.

Het ministerie van EZK liet dit heel bewust achterwege. Het argument dat vlees eten ‘politiek gevoelig’ ligt is niet onjuist, maar verhult de belangrijkste reden van die gevoeligheid: de belangen van de agribusiness die nog altijd van grote invloed zijn op het regeringsbeleid. Dat LNV vlees uit de campagne van EZK geschrapt wilde hebben zal zeker ook te maken hebben met de nog steeds invloedrijke lobby van boerenorganisaties en de industrie daaromheen. Beide ministeries laten opnieuw zien dat ze het algemeen belang achterstellen bij de belangen van handel en industrie. Koudwatervrees, anders kun je ’t niet noemen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Vorige Volgende