COLUMN - We zouden de kwetsbaren beschermen. Het klonk nobel: alsof wij ons eigen lichaam als menselijk schild rondom de zwakkeren zouden opwerpen. We zouden hen behoeden voor de ziekte die rondwaart. Het maakte ons allemaal een beetje een held.
Maar zoals dat vaker gaat met de heldenrol: die verveelde snel, zeker toen er geen applaus kwam. Verdorie, we verleenden jullie toch een gunst? Kun je het in ruil werkelijk niet opbrengen om ons eventjes dankbaar te zijn? Vlak daarna ging de heldenrol knellen: nu hadden we lang genoeg op jullie gelet, het was weer tijd voor onszelf.
Die kwetsbaren, daar hoor ik ook bij – want multiple sclerose; mijn immuunsysteem doet gek genoeg van zichzelf. Ook mijn kwieke vader hoort erbij, want 90. En mijn demente moeder. Maar ook mijn collega die een levertransplantatie heeft gehad, die kennis van nog geen 45 met suikerziekte. Het zoontje van een ex-collega: Down. De jongvolwassen zoon van een vriend: ernstige astma. De partner van een lieve vriend: hiv. De zus van een andere collega: kanker.
Voor ons is een besmetting met corona, en dus ook een besmetting van een intimus, intens veel gevaarlijker dan voor de gemiddelde medemens. (Hoewel ook die lelijk te pas kan komen: één op de tien mensen die ziek worden van het virus, krijgt te kampen met long covid en is nog maandenlang een vaatdoek.)