Tom van Doormaal ervaart een aardig staaltje van medemenselijk vertrouwen.
Vertrouwen is van belang, maar in de ander, in je oordeel en ervaring? Het was in Montbron, een klein dorp in La Charante in Frankrijk, vorige week. Op het pleintje stond een blauw race-monster met wulpse vormen. Er om heen bewoog zich aandachtig een volwassen kleine jongen.
Ik moest even kijken, want z volwassen ben ik nu ook weer niet. “Parlez vous francais?”. “ ’Un peu’. “C’est un vrai Ferrari?” Ik dacht het wel want het logo zat overal. Toen mijn vrouw iets in het Nederlands zei, bleek hij ook onze taal machtig.
Hij wist alles: dit moest een 250 GT st (of zoiets) zijn, waarvan maar 37 exemplaren gebouwd waren. Maar waarom was hij knalblauw en niet Ferrari-rood? Dan verschijnt een wat lompe Brit: hij slaat op het dak met vlakk hand en schopt tegen een wiel: “these things are made to use, not to love”. Wij geloven onze ogen niet: “are you the owner?”, vraagt de grote kleine jongen, hetgeen zo blijkt te zijn.
“Why is it blue? Is it really a Ferrari? Is it the 250 GT? Shouldn’t it be red? When did you buy it?” Hij komt nu helemaal los. De Brit heeft hem gekocht in 1962. Het is inderdaad nummer 37 uit de serie. Toen hij tien jaar geleden emigreerde naar Frankrijk, vond hij dat hij het zijn nieuwe landgenoten niet kon aandoen een rode sportwagen te rijden. Vandaar het knallende Franse blauw, waarmee hij het rood van Ferrari liet overspuiten. Over smaak moet je niet twisten.