Tom Louwerse

31 Artikelen
28 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Christian van Elven (cc)

Hoe democratisch is Nederland eigenlijk?

DATA - Veel politicologisch onderzoek richt zich op democratieën en democratisering. Wat democratie precies is, vormt stof voor discussie. Veel landenvergelijkende democratie-indices richten zich op electorale democratie (vrije verkiezingen en dergelijke) en soms ook de liberale democratie (bijv. burgerlijke vrijheden). Participatie, deliberatie en gelijke kansen worden ook vaak als aspecten van democratie gezien, maar tot nu toe niet systematisch in kaart gebracht.

Het Varieties of Democracy project brengt deze verscheidene aspecten van democratieën in beeld. Experts coderen de democratische kwaliteit van landen in de periode 1900-nu.

Ze kijken daarbij naar ruim 200 aspecten, die vervolgens samengevoegd worden tot de vijf hoofdindices. Daar zitten allerlei methodologische haken en ogen aan, maar het aardige aan dit project is dat je precies kunt nagaan hoe landen scoren op alle losse aspecten. Bovendien worden alle aspecten door meerdere experts gecodeerd (zie dit working paper).

vdem-netherlands 2

klik voor groter beeld

Voor Nederland levert dat het onderstaande plaatje op. Op alle vijf de indices zien we een toename kort na de Eerste Wereldoorlog, toen het kiesrecht uitgebreid werd, eerst naar alle mannen en snel daarna ook naar vrouwen. In de periode 1940-1945 is een duidelijke dip te zien.

In de naoorlogse periode valt vooral op dat Nederland hoog scoort op alle democratie-indices, behalve de participatie-index. Dat komt omdat Nederland lange tijd zeer beperkte mogelijkheden voor referendums kende. Recentelijk is er een correctief referendum mogelijk gemaakt, maar ook dat is niet bindend.

Is de Peilingwijzer een bedorven maaltijd?

Toen de Peilingwijzer voor het eerst werd gepubliceerd, merkte Reinier Heutink van Ipsos (Politieke Barometer) op: “Als je een goede maaltijd mengt met een bedorven maaltijd, houd je altijd een bedorven maaltijd over.” Met de goede maaltijd bedoelde hij uiteraard zijn eigen peiling; met die die bedorven maaltijd zal hij vast zijn collega Maurice de Hond bedoeld hebben.

Koken is echter wat anders dan peilen en het is nog maar de vraag in hoeverre Heutink gelijk heeft. De Peilingwijzer voegt alle bestaande peilingen samen tot een soort ‘gemiddelde’ inschatting van de steun voor alle partijen. Daarbij wordt er -kortweg- vanuit gegaan dat de peilingen gemiddeld genomen goed zitten. Hoe zou de Peilingwijzer veranderen als we bijvoorbeeld één peiler niet meenemen?

De aanpak is als volgt: in de standaard-peilingwijzer wordt aangenomen dat het huiseffect van de gemiddelde peiler gelijk is aan nul. Huiseffecten zijn de structurele over- of onderschatting van een partij door één peiler ten opzichte van alle andere peilers. Kortweg: sommige peilers schatten de PVV altijd hoger in dan andere peilers. In onderstaande simulaties gaan we er niet vanuit dat het gemiddelde van alle peilers nul is, maar het gemiddelde huiseffect van vier peilers, dus exclusief het ‘uitgesloten bureau’*. Het huiseffect van dat bureau mag zo groot of klein zijn als het wil, dat zal geen effect hebben op de uitkomst. Met andere woorden: als het CDA bij de uitgesloten peiler veel groter is dan bij andere peilers, dan laten we dat niet doorwegen in het gemiddelde van het huiseffect.

PollWatch 2014 brengt Europese peilingen in kaart

NIEUWS - Gisteren werd PollWatch 2014 gelanceerd, een website waarop recente peilingen voor de Europese verkiezingen in alle lidstaten worden samengebracht. De site maakt op basis van nationale en EP-peilingen een ‘voorspelling’ van de samenstelling van het nieuwe Europees Parlement. Voordat we dit tot de nieuwe ‘Waarheid’ (met een grote W) verheffen drie waarschuwingen:

  • De website maakt gebruik van peilingen voor het Europees parlement waar die beschikbaar zijn. Als er in een land alleen nationale zetelpeilingen beschikbaar zijn, dan worden die gecorrigeerd met een statistisch model, omdat in die peilingen middenpartijen meestal worden overschat. Die correctie werkt redelijk goed (90% goed voorspeld de dag voor de vorige verkiezingen), maar zorgt voor wat extra onzekerheid.
  • Het gaat hier alleen om peilingen. Die geven doorgaans een redelijk goed beeld van de electorale stand van zaken, maar natuurlijk dient men rekening te houden met de foutmarge en mogelijke structurele afwijkingen als gevolg van gebruikte onderzoeksmethodes.
  • De website claimt een ‘voorspelling’ van de uitslag te geven, maar het is in feite een samenvatting van de peilingen. De voor Nederland gebruikte peiling dateert van 11 januari van dit jaar. Gedurende de campagne kunnen nog heel wat zaken veranderen.

  • Met het in acht nemen van de foutmarges gaat het, in mijn ogen, meteen al mis. Het persbericht van de makers kopt ‘Socialists ahead of EPP in a more polarized parliament’. De sociaal-democraten zouden dus groter zijn dan de Europese Volkspartij. Wie iets verder leest, ziet echter:

    Foto: Minister-president Rutte (cc)

    Steun regeringspartijen daalt veel sneller dan onder Rutte-I

    ANALYSE - De steun voor de regeringspartijen daalt veelt sneller dan in de vorige kabinetsperiode. Sinds de verkiezingen van september 2012 daalde de steun voor VVD en PvdA van 52% naar zo’n 27%. Hoewel verlies in de peilingen voor coalitiepartijen niet ongebruikelijk is, is de daling veel groter dan onder het kabinet Rutte-I, dat na elf maanden slechts zo’n 3% lager stond.

    Steun voor regeringspartijen

    Steun voor de regeringspartijen (VVD, CDA en gedoogpartner PVV voor Rutte-I, VVD en PvdA voor Rutte-I) sinds de verkiezingen volgens de Peilingwijzer. Licht gekleurde gebied geeft de onzekerheidsmarge aan.

    Een belangrijk verschil tussen de huidige en vorige kabinetsperiode is de kabinetssamenstelling. Rutte-I werd uitsluitend door partijen ter rechterzijde gesteund. Eigenlijk steunden alle rechtse partijen dit kabinet als we de achterbankgedoogsteun van de SGP meerekenen. Rechtse kiezers konden hier hun vingers bij aflikken – en zo niet, dan waren er geen serieuze electorale alternatieven.  Bij Rutte-II is het heel anders: de combinatie tussen de grootste linkse en de grootste rechtse partij heeft volop concurrentie: van links (SP, GL), vanuit het midden (D66, CU), en op (centrum)-rechts (CDA, PVV). Wie ontevreden is over Rutte-II heeft genoeg alternatieven.

    Bovendien is er nu een hoop om ontevreden over te zijn. Was er in 2010 en begin 2011 nog economische groei, sinds die tijd komen er vooral slechte economische berichten. Er moet weer meer bezuinigd worden en de hervormingsagenda komt maar lastig tot stand, mede door het gemak waarmee men in de formatie over de steun in de Eerste Kamer dacht.

    Foto: Partij van de Arbeid (cc)

    Coalitieconflict over illegalen: uitzondering of regel?

    ACHTERGROND - Het strafbaar stellen van illegalen leidt misschien tot een coalitiecrisis, maar dat is niets nieuws onder de zon. Voor een andere uitkomst zal het waarschijnlijk niet zorgen.

    Nadat het PvdA-congres het strafbaar stellen van illegaal verblijf nogmaals afwees, reisde fractievoorzitter Samsom afgelopen week stad en land af om het compromis dat hij met de VVD sloot te verdedigen.  Het was toch wel pijnlijk dat op hetzelfde congres als waar over partijdemocratie en beginselen werd gesproken een principiële congresafspraak door de politiek leider expliciet naast zich neer werd gelegd. Het lijkt er daarom op dat deze kwestie niet in stilte van de politieke agenda zal verdwijnen. Hoe uitzonderlijk is een openlijk conflict tussen coalitiepartijen is over afspraken uit het regeerakkoord eigenlijk? En als zo’n conflict ontstaat, hoe wordt dit dan opgelost?

    Arco Timmermans en Catherine Moury onderzochten (paywall) de houdbaarheid van regeerakkoorden in België en Nederland en concludeerden dat conflicten tussen coalitiepartijen vaak gaan over onderwerpen die in het regeerakkoord stonden: in Nederland in 23 van de 26 onderzochte gevallen uit de periode 1989-2002. Dat de in het regeerakkoord uitgeruilde kwestie van illegaliteit dus alsnog tot politieke problemen leidt, is dus niet zo uitzonderlijk. Wat wel bijzonder is, dat het conflict voortkomt vanuit de achterban (in plaats van bijvoorbeeld de fractie of het kabinet). Slechts in één geval vonden Timmermans en Moury dat in de periode 1989-2002 in Nederland. Dit is zeker opvallend, omdat ook de ophef bij de VVD over de zorgpremies  vooral voortkwam uit de buitenparlementaire partij. Wellicht is dit het gevolg van de relatief snelle uitruilformatie van 2012.

    Foto: Eric Heupel (cc)

    Analyse peilingen: coalitie in de min

    De coalitiepartijen hebben het electoraatgezien moeilijk. Het gezamenlijke zetelaantal zou op 69 liggen (-7), gebaseerd op de ‘Pooling the polls’ analyse van de meest recente peilingen. CDA verliest nog steeds zwaar, terwijl ook de electorale steun voor de VVD en PVV onder druk staat. De SP doet het juist goed en staat nu op tussen de 25 en 27 zetels, meest waarschijnlijk 26.

    Eind deze week verschenen drie nieuwe peilingen; naast de Politieke Barometer en Peil van Maurice de Hond kwam er ook een TNS NIPO peiling uit, waarover onder andere in de Volkskrant bericht werd. In deze analyse worden de gegevens samengevoegd tot de meest waarschijnlijke schatting van de zetelaantallen van alle partijen.

    Peilingen voor de vijf grootste partijen:
    De figuur geeft de verwachte percentages voor elke partij met 95% Bayesiaans betrouwbaarheidsinterval, tijdens de verkiezingen (meest lichte balk), een jaar geleden (middelste balk) en op basis van de meest recente gegevens (meest donkere balk). Onder de figuur staan de bijbehorende zetelaantallen; in het zwart staat de meeste waarschijnlijke verwachting, in het grijs staan de hoogste en laagste verwachting (95% vertrouwen). De sterretjes geven aan dat het verschil tussen de meest recente peiling en de betreffende balk statistisch significant is.
    Foto: Eric Heupel (cc)

    Wilders blaft hard, maar bijt niet

    De Algemene Beschouwingen 2011 lieten een nogal wisselend beeld van de politiek zien. Het grootste deel van de tweede dag werd er inhoudelijk gedebatteerd, maar Wilders wist weer het beeld te bepalen met zijn compromisloze en op de persoon gerichte taal. Het debat eindigde met de stemming over 21 ingediende amendementen. Hier kwam de echte Hollandse aap uit de mouw: Wilders blaft wel, maar bijt niet.
    De PVV stemde in 19 van de 21 gevallen gewoon mee met de VVD en in 17 van de 21 gevallen met het CDA. Ter vergelijking: de PvdA van ‘grote gedoger’ Job Cohen stemde slechts tweemaal hetzelfde als de VVD en vier maal als het CDA. Wilders steunde daarbij geen enkel voorstel van de oppositie – zijn fractie stemde alleen voor zijn eigen voorstel over een referendum over de EU-steun aan Griekenland.
    Als we het stemgedrag over deze 21 moties in kaart brengen en daar de patronen uit destilleren, zien we een duidelijk links-rechts beeld (dat natuurlijk overeenkomt met de tegenstelling tussen regering en oppositie, aangezien de drie regeringspartijen ter rechterzijde zitten). Meest links staan SP, PvdD, GroenLinks en PvdA. D66 staat net iets ter rechterzijde daarvan, gevolgd door ChristenUnie en SGP. Dan volgen de regeringspartij CDA, gedoogpartner PVV en de regeringsfractie van de VVD. Merk wel op dat de schattingen van deze ‘ideaalposities’ van partijen behoorlijk onzeker zijn: het gaat hier maar om 21 stemmingen. Desalniettemin komt het beeld overeen met het stemgedrag in het afgelopen parlementaire jaar.
    Foto: Eric Heupel (cc)

    Woordgebruik Troonrede 2011: de regering spreekt

    Een snelle analyse van het woordgebruik van de troonrede leert dat in 2011 opvallend vaak wordt gesproken over de ‘regering’ en de ‘overheid’. Daarnaast zijn woorden als ‘economie’ en ‘economische’ dit jaar veel aanwezig. Gezien de centrale boodschap van het kabinet-Rutte dat de financieel-economische problemen moeten worden opgelost door stevig te snijden in de overheidsuitgaven en -regulering, komt dit natuurlijk niet echt als een verrassing.

    Wordle van de Troonrede 2011 Vergelijking woordgebruik troonredes 2010 en 2011. Woorden die bovenaan de figuur staan werden in 2011 relatief vaak gebruikt in vergelijking met vorig jaar.
    Foto: Eric Heupel (cc)

    SP-onderzoek PVV-beloftes beter in overdrijven dan tellen

    SP rapport PVVDe SP houdt gedoogpartij PVV goed in het vizier. Na een eerdere publicatie over gebroken PVV-beloftes verscheen vandaag een nieuw onderzoek van het wetenschappelijk bureau van de SP waarin wordt beweert dat de PVV in de afgelopen tijd nog eens 150 beloftes brak. Het is een goede zaak dat partijen elkaar de maat nemen, juist over elkaars inhoudelijke keuzes en de consistentie daarvan. Het doel van verkiezingsprogramma’s is immers de kiezer inzicht te geven in het gedrag van partijen na de verkiezingen. Als partijen stelselmatig afwijken van hun programma krijgt de kiezer iets heel anders dan voorgespiegeld. Toch is het de vraag of de publicatie van de SP niet vooral een publicitaire stok is om de PVV mee te slaan. Want op het onderzoek valt het nodige aan te merken.

    Neem een voorbeeld uit hoofdstuk 2 van het SP-onderzoek. Dat begint met: “De PVV zegt een einde te willen maken aan de graai- en bonussencultuur”. Daarbij wordt verwezen naar pagina 19 van het PVV-verkiezingsprogramma. Op pagina 21 van dat programma staat inderdaad dat de PVV af wil van de bonussencultuur in de (semi)publieke sector, bij staatsondernemingen en bij financiële instellingen met staatssteun. Dat laatste lijken de onderzoekers even te vergeten als de PVV wordt tegengeworpen tegen een aantal moties over het beloningsbeleid bij financiële instellingen te hebben gestemd. Die moties zijn immers niet alleen gericht op financiële instellingen met staatssteun. Dat de PVV tegen dergelijke moties stemt, is dus niet in tegenspraak met hetgeen in het verkiezingsprogramma staat. Overigens stemde de PVV vóór één van de moties waarvan het onderzoek beweert dat de partij tegen stemde (namelijk nummer 31980, 42).

    Dit ene voorbeeld illustreert dat het onderzoeken van verkiezingsbeloftes nog niet zo eenvoudig is. Dat is bij degenen die wetenschappelijk onderzoek doen naar verkiezingsbeloftes al lang bekend. Robert Thomson deed in de jaren 1990 promotieonderzoek naar verkiezingsbeloftes in Nederland en besteedde daarbij veel aandacht aan de vraag wat nu precies een belofte is en wanneer je die vervult of verbreekt. Het blijkt nog behoorlijk lastig om daarvoor een objectieve maatstaf te formuleren. Natuurlijk is het in sommige gevallen duidelijk dat een belofte is verbroken, maar veel vaker is er sprake van een grijs gebied. Het lijkt er toch op dat de SP-onderzoekers dit gebied overwegend in het nadeel van de PVV hebben ingekleurd.

    Foto: Eric Heupel (cc)

    Hebben GroenLinksers (te) veel vertrouwen in andere mensen?

    De plenaire zaal van de Tweede Kamer (Foto:wikimedia commons/Sisyfus)De kwesties rondom GroenLinks-kamerlid Mariko Peters die de afgelopen dagen naar boven zijn gekomen, brengen pijnlijke affaires uit het verleden van de partij terug in het geheugen. Zelfs als er van de beweringen in HP/De Tijd en De Volkskrant geen jota zou kloppen en het hele gedoe niets meer is dan een smeercampagne, is het de vraag of de gesloten, afwijzende reactie van de partij de beste (media)strategie is.
    In dit verband is op Twitter wel verwezen naar de uitspraken van oud-fractieleider Halsema over de integriteit van Kamerleden. Zij stelde dat het voor “het goed functioneren van een Kamerlid”, niet alleen geldt, “of je wel of niet strafrechtelijk veroordeeld bent.” Alleen maar verklaren dat je onschuldig bent, zoals Peters deed, lijkt in dit licht onvoldoende. Echter, Halsema zei één zin later in hetzelfde debat ook iets anders tegen Wilders:

    Het siert u dat u opkomt voor uw eigen Kamerleden en dat u zich verweert op het moment dat er geen sprake is van strafrechtelijke veroordeling; daar zult u mij niet over horen.

    Daarmee doelt zij op de andere kant van de medaille: wat zou een partij waard zijn als iemand bij de eerste de beste beschuldiging aan de dijk wordt gezet? Er moet toch sprake zijn van een vertrouwensrelatie tussen de partijleden – pas als dat vertrouwen wordt beschaamd doordat bepaalde feiten naar voren komen (en na controle juist blijken te zijn) moet een partij conclusies trekken. De tussentijd tussen de eerste openbaarmakingen en het moment waarop de feiten helder in kaart zijn gebracht, is bijzonder lastig. Dan moet je als partij kiezen voor een lastige, maar heldere lijn: het vertrouwen blijft, maar er moet wel duidelijkheid komen – en daar moet juist ook het betrokken Kamerlid zich voor inspannen.

    Desalniettemin lijkt het of juist binnen GroenLinks het ongeloof over de mogelijke kwestie (nu en in het verleden) een dergelijke lijn te veel in de weg heeft gezeten. Er was vaak vooral vertrouwen, zonder een kritische blik. Komt dat wellicht doordat het vertrouwen van GroenLinksers in de medemens hoger is, dan in andere partijen? Van de Kamerleden weten we dit niet, maar er is wel iets te zeggen over de kiezers.

    Eén van de vele vragen in het Nationaal Kiezersonderzoek (2006) is: “Vindt u over het algemeen dat de meeste mensen wel te vertrouwen zijn, of vindt u dat men niet voorzichtig genoeg kan zijn in de omgang met mensen?” Mensen worden gedwongen om voor één van deze uitersten te kiezen. Het percentage dat kiest voor de optie ‘vertrouwen’ staat, naar partij uitgesplitst, in de onderstaande grafiek weergegeven.

    Foto: Eric Heupel (cc)

    PvdA en GroenLinks: schoothondjes van Rutte?

    Emile Roemer (foto: Govert de Roos)Emile Roemer ergert zich aan de opstelling van de PvdA en GroenLinks. In een interview met NU.nl toont hij zijn verwondering over de medewerking van PvdA en GroenLinks aan sommige kabinetsmaatregelen. Zo steunde GroenLinks de missie in Kunduz en toonde de PvdA zich positief over de missie in Libië en het pensioenakkoord. Op deze manier kon Rutte volgens Roemer gemakkelijk in het zadel blijven:

    “Op zulke momenten laat de oppositie het kabinet gewoon zitten. Hoe meer de oppositiepartijen dat doen, hoe meer ik ze verantwoordelijk acht voor het instandhouden van dit kabinet en de maatregelen op al die bezuinigingsterreinen.”

    Volgens Roemer maken PvdA en GroenLinks het Rutte op deze manier erg gemakkelijk om lachend door te regeren:

    “De oppositie moet stevig oppositie voeren op cruciale punten. Ik roep GroenLinks en zeker de PvdA op om een keer nee tegen Rutte te zeggen. Die man breekt wel met de kleinst mogelijke meerderheid sociaal Nederland af. Ze hebben zich in de luren laten leggen.”

    Dat is een stevige uitspraak van Roemer. Maar is het nu echt zo dat GroenLinks en PvdA aan de leiband van de premier lopen en zijn kabinet keer op keer in het zadel houden als het voor de coalitie lastig wordt? Dat beeld is sterk overdreven.

    Foto: Eric Heupel (cc)

    Houden partijen zich aan hun verkiezingsmandaat?

    Vandaag hoop ik te promoveren tot doctor in de politicologie. Bij het onderliggende proefschrift ‘Political Parties and the Democratic Mandate’ behoren twaalf stellingen. In deze serie een korte toelichting op enkele van de meest prikkelende. De laatste aflevering: ‘De mate waarin partijen hun mandaat vervullen is in de afgelopen 60 jaar niet achteruitgegaan en wat betreft issue saliency in Nederland zelfs verbeterd’

    Veel mensen zijn sceptisch over het functioneren van politieke partijen. Ruim 90 procent van de ondervraagden uit het Nationaal Kiezersonderzoek zegt te geloven dat politici meer beloven dan ze waar kunnen maken. Als ik als onderzoeker naar het verkiezingsmandaat aan kennissen uitlegde waar mijn onderzoek over ging, kortweg of partijen zich aan hun verkiezingsmandaat houden, was een veelgehoorde reactie: “Dat zal dan wel een heel kort onderzoek zijn, want we weten toch allemaal dat partijen hun beloftes breken.” Een systematisch onderzoek naar de politieke stellingname van partijen tijdens verkiezingen en in het parlement laat echter zien dat het met dat verkiezings- of partijmandaat helemaal niet zo slecht gesteld is. De afgelopen zestig jaar is er geen sprake van een verslechtering van de mate waarin partijen zich aan hun mandaat houden.

    Uit voorgaand onderzoek van Robert Thomson was al bekend dat Nederlandse regeringspartijen ongeveer 60% van hun beloftes geheel of gedeeltelijk weten om te zetten in beleid. Dat is niet perfect, maar toch een redelijk percentage. Mijn analyse is breder en kijkt naar de politieke stellingname voor en na verkiezingen. Het kan namelijk zo zijn dat partijen hun beloftes wel nakomen, maar ook een hele hoop andere dingen doen die niet in lijn met hun verkiezingsprogramma zijn. Door te kijken naar het belang van onderwerpen voor partijen (issue saliency) en hun politieke posities heb ik een meer omvattende analyse van het partijmandaat gemaakt. Daarbij zijn verkiezingsprogramma’s vergeleken met parlementaire debatten. Op die manier kan namelijk ook gekeken worden naar het partijmandaat van oppositiepartijen.

    Volgende