De opwindende oorlog van Oscar

Siebelink, vooral bekend van zijn roman ‘Knielen op een bed violen’, kwam begin 2012 met zijn nieuwe roman ‘Oscar’. Een aangrijpend verhaal. De introverte docent Oscar werd in WO II opgeroepen om samen met zijn vriend Id vijf miljoen guldens vanuit Middelburg naar Londen te brengen. Tijdens de missie komt Id om. Details over zijn dood en het einde van de missie zijn duidelijk afwezig. Vijf jaar na de dood van zijn vriend neemt Esmée, de vrouw van Id, contact op met Oscar. Zij wil de reis beleven die de mannen hebben gemaakt. Precies weten wat er is gebeurd, waar ze hebben gelopen, op welke plekken ze zijn geweest.  Oscar twijfelt over haar beweegredenen, maar heeft altijd van haar gehouden en hoopt haar met de reis weer terug te kunnen winnen. Hij stemt met haar voorstel in en dit blijkt het begin te zijn van een reis door herinneringen, heden en verleden. Niet alleen beschrijft Siebelink de tocht in het heden van Esmée en Oscar, ook worden flarden van voor de oorlog laten zien. Vanuit Oscar lees je hoe de tocht vijf jaar geleden verliep, ook wat hij niet verteld aan Esmée. Bijna direct in het verhaal is het al duidelijk dat er iets verzwegen wordt door Oscar.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: copyright ok. Gecheckt 29-09-2022

Joop en Jessica

Op dinsdag 14 februari 2012, gisteren dus, gaf het unieke Nederlandstalige zangduo  Joop Visser en Jessica van Noord een concert in theater de Veste in Delft. In het begin zeiden ze dat ze van plan zijn om al over een jaar of zo te stoppen met optreden, helaas. Hoogste tijd dus om er een keer over te berichten. Wie zelf ook een keer wil gaan kijken, kan dat nu nog doen, maar straks misschien niet meer.

Joop en Jessica speelden vele bekende liedjes en tussendoor hebben ze ook veel verteld. De liedjes zijn vaak minder dan drie minuten lang en gaan over uiteenlopende onderwerpen. De gitaarbegeleiding is summier, solo’s zijn er niet, het gaat alleen om de liedjes zelf, vooral ook om hun mooie taalgebruik, hun spot en hun humor. De humor blijkt daarbij overigens ook uit hun diverse Youtube-filmpjes. De opstelling in die filmpjes is altijd hetzelfde, beide zittend, Jessica links, Joop rechts, maar kleding en achtergrond variëren sterk en passen altijd heel goed bij het liedje. Een voorbeeld is een lied over een jonge vrouw en een jonge man die elkaar op de meubelboulevard ontmoeten, op de meubelboulevard “met gezellige muziek van Frans Bauer en Jan Shit die aan je oren plakt als vette vis aan je gebit”:

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-11-2022

De man die niet begraven wilde worden

En nu zijn Nora en de meisjes weg. Ham is dood. Ik heb geen werk meer. En dat ik geen leven heb gehad met Awatif, ook dat is mijn schuld. Alles dreigt in vlammen op te gaan. Om toch nog iets te redden, lig ik hier plat op mijn buik onder een grote bureautafel.

De man die niet begraven wilde worden is de tweede roman van Rachida Lamrabet, winnares van de Vlaamse debuutprijs in 2008. De roman gaat over de immer besluiteloze Moncif, een Marokkaanse Belg van in de dertig wiens bedje is gespreid. Hij is getrouwd met Nora met wie hij twee dochtertjes gekregen heeft,  heeft carrière gemaakt in de vastgoedbranche waardoor hij zich twee auto’s, een appartement in de stad en tevens een rijtjeshuis kan veroorloven: zijn leven is op orde.

Van het ene op het andere moment raakt hij alles kwijt; zijn vrouw, zijn baan bij Later Estate Insurance en ook zijn twee dochtertjes Aya en Doha mag hij niet meer zien. Alsof dat nog niet erg genoeg is verliest hij zijn broer aan een fataal ongeluk en door al zijn mislukkingen uiteindelijk ook zijn eigenwaarde.

Iedereen confronteert hem keer op keer met zijn falen. Als hij voor het eerst sinds tijden zijn dochtertje Doha weer eens ziet, kwetst ze hem door te zeggen ‘Ze zeggen dat je een slechte man bent.’, zijn vader zegt hem: ‘Je hebt geen leven meer, je hebt alles kapot gemaakt.’ En zijn vriend Najib verwijt hem: ‘Echt kerel, je bent een echte Vlaming geworden, weet je dat? Gewoon verloren vent.’

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Sneller dan een slak

“Mijn ergste vijand is de slak. Slakken zijn dol op paddenstoelen en ze hebben ze meestal snel te pakken. Het gaat er dus om sneller te zijn dan de slakken”. Aan het woord is Edwin Florès, ooit succesvol in de uitzendbranche maar nu bij culi’s bekend als ‘de man met het mandje’, professioneel wildplukker voor horeca en specialisten, paddenstoelenprofessor en sinds kort ook schrijver. Zijn Paddenstoelenboek (zoeken – kweken – koken) verscheen deze week bij uitgeverij Becht.

Edwin is duidelijk in zijn element in het bos. Ter gelegenheid van de lancering van zijn debuutboek neemt hij een twintigtal schrijvende culi’s mee naar het prachtige Park Sonsbeek in Arnhem voor een snelcursus ‘paddenstoelen hunten‘, zoals hij het noemt. Het is missionarissenwerk, want Nederland is op het gebied van eten uit de natuur buitengewoon benepen. In geen enkel ander land in Europa staat het plukken van wilde paddenstoelen op gespannen voet met wet- en regelgeving, en die situatie vloeit voornamelijk voort uit onwetendheid. “De plantsoenendiensten plegen routineus massamoorden op weidechampignons, maar het bos in trekken voor wat verantwoord plukwerk zou bedreigend zijn voor ons paddenstoelenbestand? Allemaal onzin, geboren uit onkunde”, weet Edwin.
En dan is er nog de angst, die er bij velen van kindsbeen af in is gestampt. Levensgevaarlijk zou het zijn om zó maar paddenstoelen uit de natuur te eten. Edwin erkent dat er behoorlijk wat giftige exemplaren zijn waar je soms goed ziek van kunt worden. “Maar echt dodelijk is er in Nederland maar één, de groene knolamaniet”. Met een beetje basiskennis is er echter volgens de man met het mandje niets aan de hand.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Huishoudens zijn de zieke deelnemers van de economie

Het voordeel van de hypotheekafrenteaftrek is voor de meeste huizenbezitters nihil, stelt econoom Jaap van Duijn in zijn nieuwe boek De Schuldenberg. Gastredacteur Jan BL bespreekt zijn boek en is er enthousiast over.

Econoom Jaap van Duijn stelde twee jaar geleden al vast dat de hypotheekrente aftrek een slechte  regeling is: “Dat was ooit bedoeld om het huizenbezit te stimuleren,” zei hij toen bij Eén vandaag. “Naast dat we schuldennatie nummer één zijn geworden, zijn daardoor huizen onbetaalbaar geworden. Pervers is dat die regeling bovendien één grote overheveling van inkomens is van mensen in de Schilderswijk in Den Haag naar miljonairs in Aerdenhout en ik snap ook niet dat de PvdA daar een voorstander van is…”

In zijn recente boek “De Schuldenberg” spitst hij deze kritiek nog eens ongenadig toe: de hypotheekrenteaftrekfaciliteit veroorzaakte volgens hem dat de Nederlandse huishoudens grote schulden op zich hebben genomen en de huizenprijzen zijn opgeblazen. Behalve de enkele gelukkige die zijn huis nog op tijd kon verkopen profiteren hiervan alleen de makelaars, hypotheekadviseurs, notarissen, banken, projectontwikkelaars en gemeenten en andere grondeigenaren.

Het voordeel van de hypotheekrenteaftrek voor de koper van een woonhuis is nihil, zegt Van Duijn, en voor wie nog een huis wil kopen betekent deze faciliteit dat hij een te duur huis moet kopen. Nederland is het land met de hoogste verhouding tussen hypotheekschuld en netto besteedbaar inkomen en de Nederlandse gezinsschulden zijn in totaal daardoor wel twee keer zo hoog als de overheidsschulden. De huishoudens zullen het nog hard voor de kop krijgen. Door toekomstige rentestijgingen en bevolkingskrimp zullen de prijzen van de huizen onherroepelijk dalen en zullen de Nederlandse huishoudens hun “overwaarde” zien verdampen en niet alleen met teveel leningen maar echt met in het rood te schrijven schulden achterblijven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Corstius versus Huijbrechts

Een bijdrage van Max Molovich, overgenomen van Nurks Magazine.

Hoe belangrijk is timing, vroeg Jelle Brandt Corstius ergens tegen het einde van de eerste Zomergasten van 2011 aan Marc-Marie Huijbrechts. In zijn laatste show schijnt Marc-Marie zijn publiek een klein kwartier lang steeds harder aan het lachen te krijgen door enkel de naam ‘Herman van Veen’ te herhalen. Marc-Marie Huijbrechts wist het niet. Hij dacht er niet bij na. Het ging erom dat je de zaal aanvoelt. Dat je de zaal in een bepaalde sfeer krijgt, op zo’n manier dat de zaal één persoon wordt en dat je vervolgens aanvoelt hoe je met die ene persoon moet spreken.

Jelle Brandt Corstius heeft de timing van een autistische boer wiens koeien op het punt staan te kalveren. De man is in staat om op de meest gevoelige momenten de meest lompe opmerkingen te maken. Om een voorbeeld te geven: Marc-Marie Huijbrechts was zo vriendelijk om op een eerlijke manier over de periode te praten dat hij een pruik droeg. Hij vertelde hoe ingewikkeld het lag. Dat hij een enigszins androgyn zelfbeeld had, toen kaal werd, maar er nog niet aan toe was om zich echt een man te voelen en dus een pruik begon te dragen. Een pruik die, niet onbelangrijk, zeer fraai gemaakt was (hij was overigens op het idee gebracht om een pruik te dragen door een advertentie in de Autokampioen). Marc-Marie vertelde dat het in het begin goed werkte, maar dat het steeds meer ging wringen. ‘En toen gooide je die cavia van je hoofd’, zei Jelle Brandt Corstius. Marc-Marie vatte die opmerking niet verkeerd op en maakte zijn verhaal af, maar ik vond het weinig tactisch. Jelle Brandt Corstius is het soort man dat waarschijnlijk op wekelijkse basis wel een keer ‘wat heb ik nou weer gezegd?’, moet zeggen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De schuldigen en nog wat

Let op! Dit is een recensie van een redacteur van ons over een boek geschreven door een andere redacteur van ons. En ondanks het feit dat hij volhoudt een objectieve beschouwing te hebben gegeven, moet u dat niet geloven. En al helemaal niet via deze link het boek aanschaffen. Want dan zou er zomaar het equivalent van twee stevige slokken bier onze kas instromen. Einde redactie-interventie.

De romanschrijver doet iets met de werkelijkheid waarin wij leven. Hij overdrijft, verdicht, maakt beter zichtbaar, doet nadenken. De goede romanschrijver tovert met perspectieven, speelt met ideeën. De lezer herkent.
In “De Schuldigen”van Thomas van Aalten komt een activistische studentengroep voor, die de Balkan en Al Quaida verbindt. Toen ik het boek las en gegrepen werd door het verhaal, kwam het nieuws met de mededeling dat “Otpor”, de studentenbeweging die het regime in Servië op de knieën heeft gekregen, haar benadering exporteert naar de Arabische Landen. Voert men daarmee regie vo over de Arabische lente, mogelijk ook met Amerikaanse sponsoring? Of het waar is weet ik niet, maar het is mooi om te zien hoe fictie wordt gepasseerd door dagelijks nieuws.

Het boek boeit. Thomas neemt de bankiers en de financiële wereld op de korrel, het grote geld, de levensstijl, de leegte van het plutocratenbestaan. Hij maakt het spannend door “de Machine”, een metafoor voor de stress in de financiële wereld. Bestaat die “Machine”? Misschien niet: maar de hoofdpersoon vindt op alle electronische displays persoonlijke boodschappen aan hem, waarmee hij zijn handelen op de beurs effectief maakt. Dat is beangstigend.

Er is nog een lijn in het verhaal, die van de artistieke expressie: de leegte wordt bestreden door nieuwe expressievormen, die het ‘Gesammtkunstwerk’ moeten benaderen. In de vorm van pornografische beelden uit de mobiele telefoon is dat nog betrekkelijk onschuldig, maar de hiervoor genoemde groep overschrijdt een grens door die artistieke expressie ook politiek te maken. En die expressie wordt meer dan alleen virtueel. Inspirator is een doorgedraaide docent van de UvA, die ‘Volck’ heet. Mag hier enige kregelheid over het opgebloeide populisme worden bespeurd?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

The Origin of Wealth

Eigenlijk kan ik de recensie van het boek “The Origin of Wealth” van Eric Beinhocker het best als volgt samenvatten: Ieder boek dat in staat blijkt op overtuigende wijze duidelijk te maken dat zowel de hedendaagse meest gebruikte economische theorieën niet kloppen alsmede dat én politiek links én politiek rechts onhoudbare aannames hebben in hun filosofie, is het waard om gelezen te worden.

En dan krijg je terloops ook nog een volledige les geschiedenis over het ontstaan van de economische “wetenschap” (wat in zijn ogen nog geen wetenschap mag heten) en alles wat dat voortbracht.

Het is alleen jammer dat het de auteur niet gegeven is om een nieuwe theorie neer te zetten.

Voor de rest is het heel lastig om zo’n breed uitwaaierend werk goed samen te vatten. De schrijfstijl is vlot, de theoretische aspecten worden duidelijk uitgelegd en er zitten lekker veel sprekende voorbeelden en cases in. En af en toe is het gewoon humoristisch. Tenminste, als je je niet dogmatisch vastklampt aan verouderde economische principes.

Zo is het ronduit vermakelijk om te lezen dat op zeker moment in de tijd een economische wetmatigheid beschreven wordt gelijk aan de hoofdwet van de thermodynamica. Zag er schitterend uit en iedereen omarmde het. Alleen jammer dat de wat later verschenen tweede wet van de thermodynamica niet op gelijke wijze werd omgezet in een economische wet. En daarmee is eigenlijk de hele wetmatigheid in ieder geval wetenschappelijk gezien waardeloos geworden en praktisch gezien beperkt bruikbaar.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waardig sterven?

Wow, zegt een van de nieuwe verpleeghulpen als ze de kroegbaas verzorgt, zie ik daar een tattoo? Het gezicht van de kroegbaas verstrakt. Zeer tegen zijn zin zwijgt hij, starend naar de vagelijk zichtbare cijfers die in zijn onderarm staan gebrand

De auteur van En in het uur van onze dood werkte 5 jaar in verschillende instellingen. Haar ervaringen heeft ze opgeschreven in een compact en lekker weglezend boek. Korte hoofdstukjes, die allen de titel dragen van één oudere. Die hoofdstukindeling maakt al direct duidelijk wie er bij Stegeman centraal behoort te staan in de ouderenzorg: de oudere. Uit eigen ervaring wist ik al dat het in minimaal één Nederlandse instelling niet best was gesteld met onze ouderenzorg. Die instelling was geen uitzondering op de regel. De oplossing volgens de auteur: “Alle managers zouden iedere ochtend voor het aanzetten van de computer rustig en met aandacht een oudere moeten verzorgen. Maar ze zijn niet geschoold, zult u zeggen. Welnu, dat geldt ook voor menige zorgmedewerker

Stegeman ziet weinig heil in managementkreten als ‘een kwaliteitslag maken’ of ‘de klant centraal stellen’. In plaats daarvan pleit ze in haar voorwoord voor: “Dienstbaarheid. Liefdevolle zorg in een huiselijke, familiare omgeving: dat is alles.” Gelukkig is het boek niet een lange tirade over wat er mis is in de ouderenzorg. Natuurlijk krijgt de lezer schokkende zaken voorgeschoteld. Diefstal, aanranding, dood door verwaarlozing: het zijn niet de lolligste thema’s. De auteur beschrijft de ouderen als mensen van vlees en bloed, niet als case studies. Die aandacht voor de grappige, , knorrige of aandoenlijke oudere maakt het boek boeiend. Ook laat de schrijfster zien dat persoonlijke aandacht wérkt. De demente vrouw Post krijgt bijvoorbeeld iedere dag haar koffie voorgeschoteld, maar drinkt nooit wat. Ze drinkt pas als haar man de koffie inschenkt, hij zet de koffie namelijk voor haar linkerhand. Mevrouw Post is linkshandig. Persoonlijke aandacht kan levens redden, maar persoonlijke aandacht maakt de laatste levensdagen van ouderen vooral een stuk aangenamer.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Hufters en fatsoensrakkers: een geschiedenis van de VS

Boekcover 'A Renegade History of the United States' van Thaddeus Russell

Het verkooppraatje was natuurlijk al bijna net zo mooi als het boek zelf: Thaddeus Russell was hard op weg naar een vaste baan aan Columbia University, maar werd, toen in gezaghebbende kringen bekend werd welke ongemakkelijke waarheden hij verspreidde over de geschiedenis van de Verenigde Staten, zonder pardon via de gebruikelijke achterkamertjes en de symbolische achterdeur de academie uitgewerkt. Russell raapte zichzelf bij elkaar en schreef een boek, en dat boek, zo heet het, geeft een totaal nieuwe kijk op de geschiedenis van de Verenigde Staten – een kijk die zo radicaal nieuw en verontrustend is dat er aan de topuniversiteiten van het establishment een taboe op rust. Amerika werd Amerika, zo betoogt Russell, ondanks de Founding Fathers en ondanks al die helden van de diverse emancipatiebewegingen. Amerika werd Amerika dankzij outcasts, criminelen, hoeren, ‘bad niggers’ en drag queens. Amerika is het product van hufters en niet van fatsoensrakkers en, zo is de sluimerende ondertoon, dat is maar goed ook.

Het is een fascinerend boek dat vlotjes wegleest, druipt van de sappige anekdotes, en glimt van het retorische glijmiddel. Thaddeus Russell heeft een doordachte en consistente boodschap, en een goed opgebouwd verhaal, en verkoopt zijn lezer zeker geen citroenen voor knollen. Ach ja, af en toe komt er in de verte een amechtige president voorbij gezeild, en hier en daar verschijnt zo nu en dan een sputterende intellectueel of dominee, maar meestal hebben ze niet zoveel invloed op de loop van het verhaal, en voor je het weet zit je al weer vuistdiep in de rokende, zuipende, feestende, neukende proleten die druk bezig zijn zich geen hol aan te trekken van wat macht, principes en scrupules heeft, die gewoon doen waar men zin in heeft, en die al doende onvermoed de immateriële verworvenheden van de volgende generaties in de grondlak zetten. Met enige triomfantelijkheid ‘ontmaskert’ Russell Martin Luther King en een aantal andere zogenaamde ‘leiders’ van emancipatiebewegingen als schapen in wolfskleren: uiteindelijk, zo heet het, streefden zij assimilatie na en geen emancipatie: wie voor vol wilde worden aangezien, moest in het kuise, benauwde protestants-christelijke stramien en zich het bijbehorende arbeidsethos aanmeten, en de bij sociale marginaliteit horende vrijheden opgeven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Bosma, de intellectueel achter Wilders

Boek MartinBosma (foto: boekcover)

Als zelfkastijding, en om de komst van het eerste crypto-groepuitsluitende Nederlandse kabinet sinds de invoering van het algemeen kiesrecht te gedenken heb ik het boek ‘De schijnelite van de valsemunters‘ van Martin Bosma gekocht en gelezen. Het boek verkoopt hard, ik had het besteld vóór het in de boekwinkel lag, maar mijn exemplaar was uit de tweede druk. De prijs van 19,95 was bij die tweede druk gewijzigd in 14,95. Inmiddels ligt de derde druk in de winkel.

De blurb achterop het boek kenschetst Martin Bosma onder meer als ‘Het politiek genie achter Wilders, zijn fractiegenoot en tekstschrijver’ en ‘de intellectuele kracht achter Wilders’. Zijn boek oogt als een uitgave van de kraakbeweging in de jaren 78-84: Enige slordig afgedrukte foto’s met ondubbelzinnige spandoekteksten; de auteursnaam en de boektitel in een korrelig pseudo schrijfmachinefont.

Martin Bosma weet waardoor het mis is gegaan in zijn utopistische grootvaderland dat ergens in de 20e eeuw ophield te bestaan. Links, in al zijn gedaanten, en dat zijn er nogal wat bij hem, is de oorzaak en het gevolg van alles wat er is mis in de westerse wereld.

Bosma legt een complot bloot waarin iedereen een rol speelt, tenzij men daarvan ondubbelzinnig wordt vrijgepleit door Martin en enige andere toegelaten profeten. Sinds het buiten de realiteit plaatsen van elke vorm van links denken door Reagan, Thatcher en hun epigonen hebben de ontluisterde, voorheen linkse denkers hun aandacht en energie gericht op het versterken van de opmars van de wereldwijde Islam. Martin weet in elke uiting die hij niet waardeert de fnuikende invloed van de agressieve ideologie (door kwaadwillende niet-weters nog wel eens als ‘godsdienst’ geduid) van de Islam op te sporen. Als inspiratiebron kidnapt Bosma de oude Drees en Drees-junior. In het NRCH het oordeel van een (klein)zoon van deze heren hierover.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Napoleon in Egypte

  • 1. Paul Strathern, Napoleon in Egypte.
  • Uitgeverij Mets en Schilt, A’dam / Roularta, Roeselare, 2008
  • 461 p. ; kaarten, noten, bibliografie, register.
  • ISBN 978-90-8679-166-8 € 12,50

    Dit is een gastbijdrage van Jef Abbeel.

    Bijna gelijktijdig verschenen twee boeken over Napoleons avonturen in Egypte : het relaas van de mislukte militaire expeditie (1 ) en dat van de meer succesvolle wetenschappelijke activiteiten ( 2). Paul Strathern (1 ) is Brits historicus en tegelijk romanschrijver. Dit laatste merk je aan zijn vloeiende en bloeiende stijl en zijn meeslepende verteltrant, het eerste aan zijn gedetailleerde vakkennis en zijn manier van omgaan met historische bronnen uit een langgerekte periode van Herodotos tot vandaag. De motieven waarom de jonge, kleine (1m62), toen nog magere, maar al megalomane Napoleon in mei 1798 naar Egypte trok, zijn nooit helemaal duidelijk geweest.

    Het is ook niet zeker of hij op zijn relatief jonge leeftijd (29 à 30 ) al precies wist wat hij ging doen en waar zijn expeditie moest uitmonden.
    Ook zijn directe omgeving was nooit bij machte de volgende stap van de onberekenbare en ondoorgrondelijke Corsicaan te voorspellen.
    De Franse ambassadeur in Istanbul, Raymond Verninac, had Napoleon kunnen overtuigen dat Frankrijk niet enkel Egypte, maar heel het Osmaanse rijk kon veroveren, want het stond volgens hem op instorten. En als Frankrijk het niet zou doen, zouden Oostenrijk of Engeland het zeker inpalmen. Ook Talleyrand, de gladde minister van buitenlandse zaken tijdens het Directoire, stelde voor om Egypte te koloniseren.

    Strathern meent dat hij Egypte wou bevrijden van de Ottomanen, er een Franse kolonie van maken en er de ideeën van de Verlichting en van de Westerse techniek binnenbrengen. Vervolgens zou Napoleon, naar het voorbeeld van Alexander de Grote, zijn campagne verder zetten in het Oosten, om uiteindelijk de Britten te verdrijven uit hun kroonkolonie Indië, waar ze hun katoen, één van de pijlers van hun textielindustrie, grotendeels haalden.

    Volgens Strathern hield Napoleon ook rekening met de mogelijkheid dat zijn Oosters rijk onafhankelijk zou worden van het Franse moederland, zoals de Amerikaanse kolonies onafhankelijk waren geworden van Engeland. Het zou dus een Amerika van het Oosten worden, met de nieuwe Alexander als president.

    Egypte hoorde in 1798 bij het rijk van de sultan van Istanboel. Die had er een onderkoning. Deze steunde volledig op de Mammelukken. Deze krijgers werden uit de Kaukasus of uit het Turkse rijk als slaaf ingevoerd en opgeleid tot de elite ruiterij. Met hun karabijn, pistolen en korte lans vochten ze zeer efficiënt. Ze waren berucht en beroemd om hun militaire vaardigheden. In een veel vroegere periode, nl. tussen 1250 en 1517, waren ze de baas in Egypte en Syrië en vochten ze met succes tegen de Mongolen en de Kruisvaarders.

    De Fransen versloegen hen bij de Piramiden, maar zij verloren de zeeslag in de baai van Aboukir bij de Nijlmonding tegen de Brit Nelson. De Britten blokkeerden dan de Egyptische kust, waardoor contact met Frankrijk en hulp vanuit Frankrijk onmogelijk werd. Het Franse leger kreeg dan te kampen met ontoereikende bevoorrading en allerlei ziektes.

    De pogingen van Napoleon om de steun van de inheemse bevolking voor zich te winnen door zichzelf voor te stellen als hun bevrijder van de Mammelukken en door ze wijs te maken dat de Fransen zeer moslimgezind waren, faalden. Hij beweerde zelfs dat ze vijanden waren van het Christendom en dat hij zelf moslim wou worden. Onder weg naar Egypte had hij wel delen van de koran gelezen. Het baatte niet : in Caïro brak een volksopstand uit, die door Napoleon bloedig onderdrukt werd.

    Napoleon koos dan voor de vlucht vooruit. Met een deel van zijn leger probeerde hij in 1799 het Heilig Land te veroveren en koning van Jeruzalem te worden. Dit is een minder bekend onderdeel van zijn expeditie. Zijn soldaten begingen hier allerlei wreedheden. De ergste was de moord op 4.000 Turkse krijgsgevangenen bij Jaffa. Palestijnse vrouwen en kinderen werden verkracht en vermoord.

    De opmars kwam tot stilstand bij Akko. Hier kreeg Napoleon zware klappen in de strijd tegen de Turken en de Engelsen. Nu besefte Napoleon dat zijn Aziatische droom mislukt was. Hij droop op slinkse wijze af en keerde terug naar Egypte. De zieke soldaten ( pest ) probeerde hij eerst d.m.v. een overdosis opium te doden, maar uiteindelijk liet hij ze hulpeloos sterven. In Alexandrië en Caïro deed hij alsof zijn tocht een groot succes was en liet hij zich inhalen als triomfator.
    Hij besefte maar al te goed dat zijn campagne mislukt was. De onrust in Parijs greep hij aan om te deserteren. Bij zijn latere tocht naar Rusland bleek hij weinig geleerd te hebben uit zijn Egyptisch en Palestijns debacle. Behalve dan hoe hij kon deserteren en een leger hulpeloos achterlaten. Ook in Rusland speelden onderschatting van de tegenstander, onaangepaste kledij, mank lopende bevoorrading en verzorging een cruciale rol.
    Opmerkelijk is wel hoe hij er telkens in slaagde om honderdduizenden nieuwe soldaten te ronselen.

    In Egypte liet hij het commando over aan generaal Kléber, een Elzasser. Deze werd ongenadig bestookt door Britse en Mammelukse troepen.
    Uiteindelijk sneuvelde hij niet op het slagveld, maar op het terras van zijn hoofdkwartier. Een fanatieke Syriër, Soliman, stak hem dood met zijn mes op 14 juni 1800. De rechtbank veroordeelde de moordenaar meteen : zijn rechterhand moest worden verbrand en zijn lichaam moest worden gespietst. Voor deze moslimbroeder was er dus geen guillotine, die in Frankrijk gebruikt werd in naam van de fraternité, om de pijnlijkere doodstraffen van het Ancien Régime te vervangen.
    Kléber werd voorlopig begraven op de christelijke begraafplaats buiten de muren van Caïro,
    tot het in juli 1801 mee naar Frankrijk werd genomen.
    Soliman werd op gruwelijke terechtgesteld : een staak van drie meter werd door een beul via een insnijding in zijn anus in zijn lichaam gedreven tot aan zijn borstbeen en dan rechtop gezet. Soliman gaf geen kik tijdens de foltering, maar eens hij boven hing, schreeuwde luidkeels tegen de toeschouwers : “Er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn profeet” (416).

    In 1801 kon het overblijvende restant van het leger evacueren, roemloos, vernederd en met een tragisch verlies van 15.000 à 20.000 manschappen op 40.000 à 50.000. Hoewel er bij de tegenstanders nog meer doden gevallen waren, draaide de expeditie uit op een groot fiasco.
    Britse schepen repatrieerden de Franse soldaten en geleerden, met hun materiaal, stenen en opgezette dieren, maar de Steen van Rosette namen ze mee naar Londen, ondanks felle protesten van de Fransen.

    Op Sint-Helena kwam Napoleon nog dikwijls terug op zijn oriëntaalse droom : keizer worden van het hele Oosten en van Afrika, er beschaving en welvaart brengen, de Middellandse zee verbinden met de Rode Zee ( Gaspard Gourgaud, Journal de Saint-Hélène, 1815 – 1818,Paris, 1899, vol.I, p. 63). Deze laatste droom werd in 1869 verwezenlijkt door een andere Fransman, ingenieur Ferdinand de Lesseps (420 – 422).

    De overdracht van de Franse cultuur, wetenschap en techniek was evenmin een succes.
    De 151 à 167 geleerden , wiskundigen, wetenschapsmensen, biologen, schrijvers, kunstenaars, archeologen, taalkundigen, geronseld door en onder leiding van de scheikundige graaf Claude Louis Berthollet en de wiskundige Gaspard Monge , deden er zelf meer kennis op dan dat ze er verspreidden. Zij maakten kennis met de rijke overblijfselen van de oude Egyptische beschaving.

    Hun ervaringen en prestaties zijn uitvoerig beschreven door Nina Burleigh ( 2 ). Haar boek ontbreekt in de bibliografie van Strathern, omdat beide publicaties ongeveer gelijktijdig verschenen. In haar “Mirage” ( droombeeld, luchtspiegeling) vertelt ze eerst over het militair fiasco van een leger dat totaal onvoorbereid vertrok, niet in staat was om te communiceren met de lokale bevolking en niet besefte hoe gevoelig die moslims waren voor een inval in een moskee, na een opstand in Caïro.

    De geleerden dan. Ze bleven drie jaar in Egypte en ze ondervonden er dezelfde ongemakken als de soldaten. Een schip dat wetenschappelijke apparatuur moest aanvoeren, overleefde de zeetocht niet. Napoleon was boos omdat zoveel materiaal nu op de bodem van de zee lag, maar de over getalenteerde scheikundige Nicolas-Jacques Conté repliceerde dat ze alle gereedschappen daar wel zouden namaken. Waarop Napoleon met hetzelfde geloof in de vooruitgang hem vroeg om uit te zoeken hoe ze dan ook bier konden maken zonder hopplanten. Hij had even goed naar wijn zonder druiven kunnen vragen. Conté kon wel wat. Hij slaagde erin met uitsluitend inheemse materialen allerlei machines te maken, zoals een drukpers, een pers om muntstukken te maken, geometrische toestellen, ingenieursmateriaal en trompetten voor het leger. Hij bouwde een smeltoven en produceerde er sabels.

    En de stad Alexandrië viel enorm tegen : ze keken uit naar een rijke bibliotheek, een paradijs van menselijke kennis, een haard van de Verlichting, maar ze vonden ruïnes, barbaren, armoede en verval.
    Zij ( officieel Napoleon) richtten het Egyptisch instituut op, waar ze zelf lezingen gaven en discussies organiseerden over de loop van de maan, Egyptische muziek, de eigenschappen van opengesneden mummies en een tijdschrift uitgaven (”Décade”). Het is niet duidelijk wie hun doelgroep was en of ze die ook bereikten. Idem voor de eerste Egyptische krant die door natuurkundige Joseph Fourier uitgegeven werd.

    Ze maakten een stratenplan van Caïro, de ingenieurs probeerden de weerspannige Nijl onder controle te brengen en ze brachten de dierenwereld in kaart. Ze zeilden de Nijl af naar Thebe en Karnak, waar ze opgravingen deden en zorgvuldige tekeningen maakten. Het waren heerlijke momenten voor de wereldvreemde geleerden.

    Een enkeling leerde Arabisch, een Fransman trouwde met een moslimvrouw, bekeerde zich tot de islam en noemde zich voortaan Abdullah, anderen zagen hun gezondheid en hun geest achteruitgaan door het ruwe klimaat.

    Kunstenaar Dominique-Vivant Denon schilderde en tekende terwijl de kogels rond zijn hoofd vlogen. Het boek dat hij in 1802 bij zijn terugkeer publiceerde (“Voyage dans la basse et la haute Egypte”), werd een bestseller in Europa. Hij zelf werd beloond met het directeurschap van het Louvre.

    Een andere, Savigny, raakte geobsedeerd door insecten en stelde een catalogus op van de Egyptische kevers en vlinders. Zijn ijver werd niet beloond : hij hield een oogziekte over aan zijn observaties van de lieve beestjes.

    Een derde, Geoffroy Saint-Hilaire, werd hoofdredacteur van de “Description de l’Egypte”, een encyclopedie in 23 delen van abnormaal groot formaat, die tussen 1809 en 1828 verscheen.
    Alles stond er in : geschiedenis, monumenten, rotsen, de Nijl, dagelijks leven, handel, landbouw, planten, dieren, vogels, vissen, … . Geen enkel boekwerk verzamelde in de 19° eeuw zoveel gegevens over Egypte uit zoveel bronnen , in zoveel vormen ( teksten, tekeningen, plattegronden, kaarten) en over zo uiteenlopende onderwerpen. Hoewel het slechts betaalbaar was voor de uiterst kapitaalkrachtige elite, had het een enorme impact in Europa. In een goedkopere editie is het nog altijd het basiswerk voor de huidige studenten egyptologie en dus ook aanwezig in universitaire bibliotheken.

    Het veroorzaakte een ware Egyptomanie, die tientallen jaren zou duren en die ongewild ook leidde tot rooftochten, met als resultaat de obelisk van Luxor op de Place de la Concorde, een Egyptische tempel in een park in Madrid en de vele mummies die in Parijs, Londen en New York belandden.
    De vele prenten en gravures tonen ook tempels die inmiddels verdwenen zijn.

    De overbekende steen van Rosette tenslotte, een donkere granieten blok van 1 m 12 bij 76 cm, met hiëroglyfen, demotisch en Grieks schrift, werd in juli 1799 gevonden door Franse genietroepen o.l.v. ingenieur Pierre-François Xavier Bouchard, bij werkzaamheden aan het fort Saint Julien ( nu Quaitbay) bij El Rashid op de westelijke oever van de Nijl. De geleerden geloofden meteen dat deze steen zou helpen om het mysterie van het oude Egyptische schrift te ontsluieren.
    Ongelukkiglijk kwam de steen in 1801 in Britse handen, volgens Burleigh, als onderdeel van het akkoord bij de overgave, omdat de Franse militaire leiders daarmee hun aftocht afkochten.
    Gelukkig slaagde de Fransman Champollion erin de hiëroglyfen te ontcijferen (1822) aan de hand van een kopie die in zijn geboortedorp Figeac bewaard wordt. In Leiden bevindt zich ook een kopie in het Rijksmuseum van Oudheden.

    Het resultaat voor de wetenschap in Europa en Amerika was dus groter dan de militaire prestatie en ook groter dan de mislukte overdracht van de Verlichte ideeën naar Egypte. Voor vrijheid en gelijkheid was er geen vruchtbare bodem in de Egyptische woestijn.

    Egyptenaren, Turken en Palestijnen hielden aan de militaire expeditie geen goede herinneringen over. De Franse geleerden waren enthousiast, maar bij hen lag de dodentol in verhouding bijna even hoog als bij de militairen : 25 op 150 of één op zes.

    Zowel Burleigh als Strathern zijn begenadigde vertellers. Ze kennen niet enkel de grote lijnen, maar ook de kleine anekdotes. Ze beschikken over een enorme eruditie, van Oudheid tot 19° eeuw, van geschiedenis, wetenschappen, wiskunde. De sterkte van hun boeken zit in de vervlechting van die grote lijnen met details over het leven van de generaals, hun vrouwen te velde of met anderen in bed in Parijs, de geleerden die hun cultureel missioneringswerk verder zetten alsof er geen gevaar aanwezig was, de soldaten voor wie het militair avontuur een pijnlijke zaak was. Ongeveer 40 % sneuvelde op zee, in het zand of door ziektes.

    Strathern heeft veel aandacht voor deze sukkelaars. Ze kwamen daar aan in onaangepaste wollen (! ) kledij, ze kregen te kampen met builenpest en andere ziektes, door taalproblemen kregen ze geen contact met de lokale bevolking, kortom : het werd een calvarietocht in plaats van een zegeroes.
    De verteltrant en het relaas van Strathern vertonen veel gelijkenissen met het succesverhaal van Adam Zamoyski : “1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou” ( Balans / WPG, 2005).
    Beide auteurs zijn sterk in het begrijpelijk weergeven van het militaire en het menselijke aspect. De sneeuw, de koude en de kozakken van Zamoyski worden hier vervangen door zand, hitte, dorst en even ongenadige Mammelukken, Turken en Britten.
    De landkaartjes van Egypte ( 75, 90,125,139,162,282) en Palestina (322) zijn duidelijk, maar bij Palestina staat geen route, wat wel het geval is bij de kaart van de Middellandse Zee ( 67).
    Een register van de plaatsnamen ontbreekt helaas. Idem voor een begrippenlijst; ik noem er enkele die niet alledaags zijn : bei(s), fellah, ferman, funduk, miry, pasja, serradj.

    Strathern stipt geregeld vergissingen aan van Napoleon, o.a. zijn onwil om de luchtballons van Montgolfier in te zetten als hulpmiddel voor spionage achter de vijandelijke linies ( 49).

    Anderzijds spreekt hij niet over de toch wel belangrijke economische bijbedoeling van Napoleon, nl. de Engelsen afsnijden van hun katoen in Egypte en India. Want ook deze werd via Egypte, dus deels over land, naar Engeland gebracht. Het Suez-kanaal werd pas 70 jaar later aangelegd. Burleigh heeft het hier wel over.

    In 1806 – 1812 zou Napoleon nog eens tevergeefs proberen om Engeland te verslaan door middel van economische oorlogsvoering, nl. met zijn Continentale Blokkade. De Engelsen reageerden hierop door het continent af te sluiten van zijn kolonies, waardoor men surrogaten moest bedenken voor rietsuiker, tabak, specerijen en andere overzeese voedings- en genotsmiddelen. Het leverde Napoleon veel tegenstanders op, o.a. zijn eigen broer in Holland, de paus en de tsaar.
    Strathern haalt er ook onbeduidende details bij zoals het feit dat Napoleon bij het begin van elke veldslag masturbeerde om zijn zenuwen onder controle te houden (34) en dat eten en seks niet langer dan een kwartier mochten duren ( 34). De portretten van de generaals(42-49) mochten ook wel wat beknopter zijn. Idem voor het seksleven van de militairen in Egypte en de ontrouwe thuisblijvers zoals echtgenote Joséphine in Parijs.

    Het boek van Burleigh is ook voorzien van 16 pagina’s met prenten van negen geleerden en van de dodelijke aanslag op generaal Kléber; verder zijn er afbeeldingen van het toenmalige Alexandrië en Caïro, huizen van Napoleon en van geleerden, mammelukken, schaars geklede dansers en danseressen, allerlei soorten dieren en uiteraard de steen van Rosette.
    De epiloog gaat over de Egyptomania en de Egyptologie in de 19° en 20° eeuw en het verzoek van Egypte in 2003 aan de Britten om de steen terug te geven. Het register is allesomvattend : personen, plaatsen, inhoudelijke elementen.

    Tot slot nog dit voor de liefhebbers van thrillers : de tocht van Napoleon naar Egypte en naar Palestina is door William Dietrich ( 3 ) verwerkt in een spannende roman, die zich focust op de grote geheimen die onder de grote piramides (zouden) liggen en op allerlei bedrog en intriges daarom heen. Het kaartje vooraan met de zeeroute naar Alexandrië is alvast correct.

Vorige Volgende