Hester Sjoer

4 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

De opwindende oorlog van Oscar

Siebelink, vooral bekend van zijn roman ‘Knielen op een bed violen’, kwam begin 2012 met zijn nieuwe roman ‘Oscar’. Een aangrijpend verhaal.

De introverte docent Oscar werd in WO II opgeroepen om samen met zijn vriend Id vijf miljoen guldens vanuit Middelburg naar Londen te brengen. Tijdens de missie komt Id om. Details over zijn dood en het einde van de missie zijn duidelijk afwezig.

Vijf jaar na de dood van zijn vriend neemt Esmée, de vrouw van Id, contact op met Oscar. Zij wil de reis beleven die de mannen hebben gemaakt. Precies weten wat er is gebeurd, waar ze hebben gelopen, op welke plekken ze zijn geweest.  Oscar twijfelt over haar beweegredenen, maar heeft altijd van haar gehouden en hoopt haar met de reis weer terug te kunnen winnen. Hij stemt met haar voorstel in en dit blijkt het begin te zijn van een reis door herinneringen, heden en verleden. Niet alleen beschrijft Siebelink de tocht in het heden van Esmée en Oscar, ook worden flarden van voor de oorlog laten zien. Vanuit Oscar lees je hoe de tocht vijf jaar geleden verliep, ook wat hij niet verteld aan Esmée.

Bijna direct in het verhaal is het al duidelijk dat er iets verzwegen wordt door Oscar. Wat dat is, dat blijkt natuurlijk pas op het laatst. Jammer is dat Siebelink meerdere keren verwijst naar de onduidelijkheid over het einde van de missie. Om de nieuwsgierigheid van de lezer vast te houden was dit niet nodig geweest; het is geen dik boek en de ene toespeling op het begin is eigenlijk wel voldoende. Zeker omdat je merkt dat Oscar lang niet alles vertelt wat er gebeurd is destijds.

Foto: Eric Heupel (cc)

Half Mens

Maartje Wortel won in 2007 de Write Now!-wedstrijd  (een grote verhalenwedstrijd voor jongeren in Nederland en Vlaanderen). In 2009 bracht ze een verhalenbundel uit, Dit is jouw huis. Daarmee won ze de Anton Wachterprijs 2010. Ook kreeg ze de Nieuw Proza Prijs Venlo 2010 voor één van de verhalen in de bundel.

Haar debuutroman Half Mens is een verhaal over twee mensen in Los Angeles die door het noodlot bij elkaar komen. Hij, Michael Poloni, zat in de taxi waarmee zij, Elsa Helena van der Molen, wordt aangereden. Ze belandt in het ziekenhuis, waar haar been wordt geamputeerd.

,,Mijn vader was boos in plaats van verdrietig, hij vloekte en hij tierde. ‘Zeg me dat het niet waar is,’riep hij. ‘Zeg me dat het niet waar is.’ Hij schreeuwde alsof hij wat wezenlijks was verloren. Omdat hij er later bij kwam was hij de enige die doorhad wat er aan de hand was.”

Michael Poloni leeft in een isolement. Hij voelt zich niet verbonden met zijn collega’s of familie, voelt zich anders dan iedereen. Elsa zou hem hiermee kunnen helpen, maar wat hij hiermee precies bedoelt, blijft lang onduidelijk.Elsa had een onbezorgd leven voor het ongeluk, maar ineens is ze niet meer zomaar een mooi, slim meisje. Ze is het meisje met één been. Eigenlijk is ze het niet eens met het proces dat haar ouders willen aanspannen. Het gaat haar niet om geld, dat brengt haar been niet terug. Omdat het proces wel doorgezet wordt, eist ze van het gekregen geld een eigen huis, waarin Poloni haar later komt opzoeken.

Foto: Eric Heupel (cc)

Spannende driehoeksverhouding doet pffffffft…

‘Het leven van Bas wordt op zijn kop gezet als hij een brief ontvangt van Iris, die hem vertelt dat hij de vader is van haar zoon. Waarom wilde Iris niet met Bas trouwen? Waarom liet ze Sven opgroeien als de zoon van Jos? Wat bezielde Jos om een DNA-test te laten doen? En vooral: wat moet Bas doen nu de waarheid aan het licht is gekomen?’

De flaptekst van Maarten van Buuren’s tweede roman Iris belooft een spannend verhaal. Het blijft bij een belofte. De gestelde vragen worden niet beantwoord en lijken zelf helemaal niet belangrijk. Pas in het allerlaatste hoofdstuk komt de DNA-test naar voren. Wat Bas moet doen nu de waarheid aan het licht is gekomen is onduidelijk. Je leest alleen wat hij gedaan heeft voordat dit gebeurde, beginnend bij de aanstelling op een promotiebaan aan de universiteit van Waalstad.

Zijn promotieonderzoek, dat gaat over metafoorgebruik  in het werk van Musil, Proust en Zola, komt niet van de grond en het blijkt erg veel werk te zijn om alle metaforen te isoleren. Sociaal gezien gaat het een stuk beter in Waalstad. Hij sluit vriendschap met collega’s en de studenten Stijn en Stella, door wie hij in contact komt met Iris, de zus van Stella. (“’Wat? Is dát je zuster? Jezus nog an toe, is dát je zuster?’”) Wanneer hij besluit benadering tot haar te zoeken, gaat Iris hier zeer makkelijk op in; het begin van hun affaire. “‘Heb je zin om met me mee te gaan? Ik bedoel…’ ‘Ja.’ (…) ‘Hoef je daar niet over na te denken? Ik bedoel: je hebt toch een vriend en…’ ‘Nee, daar hoef ik niet over na te denken. Mijn antwoord is: “Ja” en op elke volgende vraag die je me nu gaat stellen is mijn antwoord ook: “Ja”.’ ‘Heb je zin om binnenkort bij me langs te komen?’ ‘Ja.’ ‘Vanmiddag?’ ‘Ja.’

Foto: Eric Heupel (cc)

Boekrecensie | De verbale guerrilla’s van Dijkshoorn

“Een warme zeehond, daar heb je een heel aardige kameraad aan. Van warmte worden zeehonden mild. Kom je thuis, hebben ze een kruiswoordraadsel opgelost. Potje thee op tafel. Dat soort dingen.”

Nico Dijkshoorn, voor kijkers van ‘De Wereld Draait Door’ bekend als de huisdichter van het programma, bracht begin maart 2011 de bundel ‘Kleine Dingen’ uit.  De bundel bestaat uit columns en gedichten, verdeeld over negen thematische hoofdstukken. Zo is er het hoofdstuk ‘De Krant’, waarin Dijkshoorn krantenberichten op een andere manier interpreteert dan dat ze staan beschreven in de krant. Bij het bericht dat een man een val van 122 meter overleeft, vraagt Dijkshoorn zich af wat iemand onderweg denkt. “Wat gebeurt er als je als een baksteen naar beneden suist? Denk je, vlak voordat je te pletter valt: hé, wat een geinige gordijnen daar op de vierendertigste verdieping? Of denk je aan stoofpeertjes?”

Veel van zijn stukken zijn ironisch en lachwekkend. Bijvoorbeeld wanneer Dijkshoorn ons vertelt hoe  moeilijk het is om zeehonden thuis te houden. Dat je ze warm moet houden, omdat ze anders typische zeehondendingen gaan doen, zoals zwemmen en geluiden uitstoten.

En ook al overheerst de humor in de bundel, sommige stukken zijn juist serieus, zoals blijkt in het hoofdstuk ‘Ikea’. Hierin worden de verhalen verteld die schuilen achter het kopen van een slaapbank, of een  Stornäs eettafel. Deze hebben bijna allemaal met afscheid te maken. Een stel dat uit elkaar gaat, een geliefde die er niet meer is of een dochter die gaat samenwonen.