Een alternatief voor toegevoegde waarde in het onderwijs

De overheid wil dat kinderen worden voorbereid op de eisen die de 21ste eeuw aan hen stelt. Dat betekent meer aandacht voor kritisch denken, creativiteit en problemen oplossen in het onderwijs. Tegelijkertijd wil die zelfde overheid de resultaten van het onderwijs meetbaar maken door middel van standaardtoetsen, leerwinst en toegevoegde waarde. Helaas. Je kunt niet alles hebben. Die twee eisen zijn onverenigbaar. Een tweede gastbijdrage van Dick van der Wateren. In mijn vorige post, gaf ik argumenten, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, waarom toegevoegde waarde een onbetrouwbaar, ongevalideerd en onrechtvaardig criterium is om de kwaliteit van scholen en leraren te meten. Het is enigszins ironisch dat de Nederlandse overheid dit beoordelingssysteem wil invoeren nu in de VS, na jarenlange rampzalige ervaringen, een heuse ‘opt out movement‘ is ontstaan en diverse staten het systeem weer afschaffen. Ik gaf daarnaast aan dat door allerlei belangengroepen, met name door de overheid, het onderwijs teveel wordt gezien als een economisch instrument, een middel om Nederland een betere concurrentiepositie op de wereldmarkt te verschaffen. In deze post wil ik een alternatief schetsen dat het voordeel heeft dat het steunt op wetenschappelijk onderzoek en leraren helpt zich te verbeteren. Het is bovendien betrouwbaarder, transparanter en eerlijker dan een systeem gebaseerd op toegevoegde waarde, zoals de Onderwijsinspectie voorstaat. Maar eerst wil ik nog een aantal vooronderstellingen over onderwijs tegen het licht houden en de vraag stellen welke waarden het onderwijs zou moeten vertegenwoordigen.

Foto: Denise Krebs (cc)

De verleidingen van toegevoegde waarde in het onderwijs

ANALYSE, LONGREAD - Er lijkt de laatste tijd in Nederland een gunstiger wind te waaien in het onderwijs, niet in de laatste plaats dankzij de publicatie van ‘Het Alternatief’ in 2013. Dat blijkt onder andere uit de woorden van onze minister en staatssecretaris van Onderwijs en de nota Onderwijs 2032 van staatssecretaris Dekker, maar ook uit de notitie Samen Leren, die tot stand kwam in een samenwerking tussen negen onderwijsmensen en vijf kamerleden van de twee regeringspartijen. Het ziet er dan ook naar uit dat leraren meer zeggenschap krijgen over de inhoud en de praktijk van het onderwijs.

Aan de andere kant zijn er plannen om juist de controle over de onderwijskwaliteit stevig in overheidshanden te houden. De Onderwijsinspectie onderzoekt hoe leerwinst en toegevoegde waarde kunnen worden gemeten om daarmee scholen verantwoording af te laten leggen. Ruim 30 jaar ervaring met toegevoegde waarde in de VS roepen de vraag op of dat een goed idee is. Een gastbijdrage van Dick van der Wateren.

Het ligt erg voor de hand. Als je als beleidsmaker of bestuurder wilt weten hoe goed een docent is, of een school, kijk je naar de cijfers. Je kijkt hoeveel kinderen overgaan en blijven zitten, je bekijkt de cijfers op het overgangsrapport, de Cito-scores, in- en uitstroom, aantal geslaagden voor het eindexamen, gemiddelde examencijfers. Maar aan die ruwe cijfers zitten allerlei nadelen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Rendementsdenken niet ver genoeg doorgeschoten

Een heel goed artikel om twee redenen: ten eerste om de inhoud, ten tweede om de notie dat economisch denken juist wél belangrijk is, in tegenstelling tot wat vele ‘linkse mensen’ graag beweren – het is alleen van belang dat het economisch denken niet teveel verengt in korte-termijndenken: dat is het probleem van het huidige rendementsdenken. Niet het rendementsdenken zelf, maar de kortzichtigheid daarvan.

“In een Volkskrant-artikel over het rapport van de onderwijsinspectie verzucht Wim Kuiper, voorzitter van scholenvereniging Verus: ‘Er wordt te veel door een economische bril gekeken.’

Foto: VVBAD (cc)

Hallo bedrijven: wie betaalt, bepaalt

OPINIE - Beste bedrijven, als betrokken burger juich ik alle inbreng in het maatschappelijk debat toe. Zo ook uw bijdrage recent over de toekomst van het hoger onderwijs in Nederland. Heel moedig geeft u tegen de heersende moraal in dat rendementsdenken bij het hoger onderwijs wel gewenst is. En ook bent u van mening dat “arbeidsmarktrelevantie een belangrijker onderdeel van de prestatiebekostiging moet worden“. Prima.

Maar misschien mag ik daar iets over zeggen.

In uw betoog geeft u duidelijk aan dat uw denkkader (maximaal rendement halen => is maximaal profijt voor de aandeelhouders (lees hier “de maatschappij”), prestatiegericht werken) voor de zoveelste maal als enige en beste oplossing naar voren geschoven wordt voor instituten van de overheid. Het komt me voor dat de prestaties uit het verleden op dit punt niet tot onverdeeld positieve resultaten hebben geleid. Ik ben benieuwd welke lessen u wel geleerd heeft waardoor het nu gegarandeerd wel zou kunnen werken.

Daarnaast schuift u de arbeidsmarktrelevantie naar voren. Vanuit uw positie goed te begrijpen, ook al is de “economie” niet het enige deel van ons leven waar de universiteit dienstbaar aan zou moeten zijn.
Maar belangrijker bij dit punt vind ik uw gebrek aan het nemen van verantwoordelijkheid in deze kwestie. Immers, om de door u gewenste doelen te halen, zou een stevige zak met geld zo langzamerhand een goede bijdrage kunnen zijn in het verhogen van de kwaliteit. Jarenlange bezuinigingen hebben duidelijk niet opgeleverd wat u er van gehoopt had.
Maar de afgelopen jaren heeft uw sector stevige haar snor gedrukt op dit punt. Uw bijdrage in de inkomsten van het Rijk vertonen nog steeds een dalende trend.
belasting_475

Foto: Laauwen Media (cc)

Na het Maagdenhuis

OPINIE - Na elf dagen werd het Amsterdamse Bungehuis ontruimd, na ruim zes weken het Maagdenhuis. In beide gevallen leidde het tot forse discussies in de media. Voorstanders zetten de bezetters neer als helden, die opkomen voor democratisering en rechten voor studenten. Tegenstanders benadrukken dat de bezetters niet allemaal studenten waren. Dat het Maagdenhuis een puinzooi werd en de schade maar liefst is opgelopen tot een half miljoen.

Voor- en tegenstanders zullen beamen dat de bezettingen een nieuwe discussie hebben losgemaakt. Al eerder betoogde ik dat ik de actievoerders goed begreep: jarenlange lobby had immers weinig opgeleverd.

Natuurlijk, praten kan heel effectief zijn. In een goed gesprek overtuig je met goede argumenten. Voorwaarde is wel dat beide kanten van de tafel openstaan voor de mening van anderen en dat de verhoudingen in evenwicht zijn. Helaas ontbreken die ingrediënten vaak, zo toont de ontknoping van de bezetting in het Maagdenhuis pijnlijk aan.

Opvallend is dat weinig personen de doelen van de bezetters afkeuren. De nadruk ligt op de manier – de bezetting. Die wordt door critici afgedaan als een te zwaar middel. We vergeten bijna dat de studentenacties rond 1969 ook draaiden om democratisering van de universiteiten dat de studenten daarmee een aantal forse verbeteringen binnenhaalden.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Guido van Nispen (cc)

Een leven lang leren

ANALYSE - De column van Han van der Horst die afgelopen zaterdag op Joop.nl verscheen is mij uit het hart gegrepen. Hij benoemt dit stuk een aantal punten die ik dermate belangrijk vind dat ik ze graag nog even op rij zet.

Het opheffen van de democratie in de besluitvorming op de universiteiten heeft volgens hem geleid tot een onverantwoordelijk rendementsdenken dat keer op keer leidt tot mislukkingen:

(…) megalomane egotrippers konden op topposities ongeremd hun gang gaan, raden van toezicht en colleges van bestuur jutten elkaar op in plaats van dat er sprake was van een gezonde controle. Dat  leidde tot onberaden bezuinigingen, fusiegolven in het hbo en het in de markt zetten van allerlei nieuwmodische opleidingen – Europese Studies, vrijetijdsmanagement et cetera – die als multidisciplinair werden gepresenteerd maar in feite studenten op heel breed gebied alleen maar oppervlakkigheden boden. Naast de onberaden bezuinigingen zag men even onberaden investeringen. Tot in derivaten toe. De werkvloer werd ondertussen aan een groeiende hoeveelheid administratieve controles onderworpen.

Wat klinkt dat toch allemaal treurig herkenbaar. Niet voor niets wordt in het stuk de universiteit vergeleken met “woningbouwverenigingen, de zorginstellingen en voormalige overheidsbedrijven”. Er is een hoop stukgemaakt in de jaren 90. Het is zo jammer dat veel politieke partijen (VVD, D66) daar nog steeds niet van geleerd hebben.

Maar goed, terug naar de universiteit. Opvallend is van der Horsts hekel  aan multidisciplinaire studies, als stuk voor stuk mislukte pogingen om op die veranderende arbeidsmarkt in te spelen. Om op een continu veranderende arbeidsmarkt en samenleving voorbereid te zijn, moet je volgens van der Horst juist een studie volgen die verdieping geeft, die studenten leert dat er meer is dan de waan van de dag. Weg met ‘Europese studies’, ga Deens studeren. Om in de media te gaan werken ga je geen ‘Mediastudies’ of ‘Communicatieleer’ studeren, maar Psychologie. Ik kon het tot zover niet méér met van der Horst eens zijn.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Governance en efficiency van het onderwijsbestel

ACHTERGROND - In Oostenrijk verscheen een interessant rapport over de tekortkomingen van het onderwijsbestel. Oostenrijk besteedt relatief veel geld aan onderwijs per leerling, maar presteert middelmatig.

Oostenrijk heeft een bureaucratisch, top-down, sturingsmechanisme. Bovendien zijn er heel veel bestuurslagen betrokken (school, gemeente, Länder, ministerie) die deels politiek zijn benoemd. De “klassisch bürokratische Top-Down-Steuerungsansatz” voldoet niet langer, schrijven de onderzoekers uit Wenen.

Het rapport maakt handig gebruik van grafieken om de standpunten te onderbouwen. Deze grafiek laat zien dat Oostenrijk een zeer inefficiënt onderwijssysteem heeft: Nederland scoort na het VK het beste.

Efficiency onderwijssysteem
 

Bron: Kurt Schmid (2015). Schulgovernance – Eckpunkte für einen Paradigmenwechsel. Ableitung eines idealtypischen Modells für Österreich anhand internationaler Evidenz. Institut für Bildungsforschung der Wirtschaft, Wien.

Autonomie van de scholen, centrale toetsing, vrijheid bij benoeming van docenten, het risicogerichte toezicht door de inspectie en de bekostigingssystematiek worden als factoren genoemd die het onderwijs efficiënter en effectiever maken. Een huwelijk tussen centrale normen en decentrale verantwoordelijkheid is een goed recept. De onderzoekers adviseren om daarbij goed te kijken naar landen als Nederland.

De onderzoekers tekenen zowel de huidige governance structuur in Oostenrijk als ook een ideaalplaatje. Het ideaalplaatje bevat een stuk minder bestuurslagen.

Dat geeft te denken. Het gemeentelijk en provinciaal niveau zijn in Nederland “beleidsarm”: in die zin hebben we weinig bestuurslagen in Nederland. Scholen ontvangen een lumpsum, die ze grotendeels naar eigen inzicht mogen besteden. Ze hebben daarbij voornamelijk te maken met het ministerie.

Geen uitzondering voor dyslectici

Trouw bericht over de het college voor de rechten van de mens dat uitspraak doet in de zaak van de ouders van een zwaar dyslectische, autistische jongen die het VWO wil volgen maar struikelt over frans en duits. Er mag toch geen uitzondering gemaakt worden voor deze jongen: frans en duits moeten gevolgd worden. Met als groot risico dat zo iemand met een IQ van 135 en een talent voor wiskunde toch afhaakt op het VWO.

Kinderen vanaf 3 jaar naar school

Aldus Samson in de Volkskrant.

Ach ja, de toegankelijkheid van hoger onderwijs bezuinigen we kapot door alle beurzen af te schaffen en studenten alleen nog maar leningen aan te bieden, en de daardoor nog verder verdiepte tweedeling tussen hoog- en laagopgeleiden compenseren we dan door peuters naar school te sturen.

Ze zijn echt goed de weg kwijt daar bij de PvdA.

Foto: Waag Society (cc)

#onderwijs2032? Laten we beginnen met #onderwijs2015!

OPINIE - Het lijkt een laatste middel te worden om het ‘onderwijs van de toekomst’ te redden. Via #onderwijs2032 kan iedereen zijn of haar plannen ventileren en het gevoel krijgen mee te werken aan een onderwijstoekomst die ertoe doet.

Staatssecretaris Dekker maakte onlangs dit plan bekend. Klinkt goed, zo’n nationale oproep. Eindelijk gaat het gewone (onderwijs)volk aangehoord worden en mogen alle ideeën uit de huis- en docentenkamer aan de oppervlakte komen. Dit alles met het doel de kleuters van nu klaar te stomen voor een wereld hier ver vandaan: het jaar 2032.

Maar is zo’n futuristisch doel, verpakt in een hippe hashtag, wat het onderwijs nu nodig heeft?

Hij zal het wellicht goed bedoelen. Maar met #onderwijs2032 zet Dekker indirect zichzelf én alle betrokkenen bij het Nederlandse onderwijs voor schut. De diepere laag achter #onderwijs2032 is dan ook geen vraag of oproep, maar een schreeuw om hulp, om een pasklare oplossing te vinden voor een probleem dat al voor vele kabinetten achter elkaar een moeilijk te nemen horde blijkt te zijn.

Dekker valt door de mand, als hij zegt dat we het in Nederland te vaak hebben over de randvoorwaarden voor goed onderwijs, zoals groepsgrootte, onderwijstijd, kostenplaatje en huisvesting. Volgens hem moet het debat, via deze in het leven geroepen hashtag, namelijk meer gaan over waar het écht om draait: de inhoud van het onderwijs.

Foto: copyright ok. Gecheckt 12-02-2022

Eindtoets primair onderwijs belemmert onderwijstoekomst

OPINIE - De eindtoetsen in het primaire onderwijs zijn sinds dit schooljaar verschoven van februari naar april. Omdat vóór 1 maart alle basisscholen hun leerlingen in groep acht moeten hebben geadviseerd over de te volgen leerroute in het voortgezet onderwijs, zal de verplichte eindtoets hierbij veel minder een doorslaggevende waarde hebben dan voorheen. Dat is een gunstige ontwikkeling.

Maar is het (basis)onderwijs hiermee klaar voor de toekomst?

Basisscholen krijgen dit schooljaar de vrijheid om naar eigen inzicht te kiezen uit enkele, door de minister goedgekeurde, eindtoetsen voor de leerlingen van groep acht. Vóór 1 februari moeten alle 6500 scholen een keuze hebben gemaakt uit het geringe aanbod van eindtoetsen. Dat de Centrale Eindtoets, in de volksmond ‘Cito-toets’ genoemd, hierin een monopoliepositie heeft is niet vreemd. Het befaamde nationale toetsorgaan drukt immers al vele decennia een belangrijke stempel op de toetsing van de basisschoolleerlingen in ons land.

Wanneer we enkele van de goedgekeurde overgebleven toetsen met elkaar vergelijken, zien we wel wat verschillen. Bijvoorbeeld dat de Centrale Eindtoets zowel op papier als digitaal kan worden aangeboden, de IEP-toets enkel op papier en de Route8-toets alleen digitaal. Waar de Centrale Eindtoets kiest voor een traditionelere lay-out, maakt de IEP-toets juist gebruik van afbeeldingen die meer bij de belevingswereld van de leerlingen van nu aansluit (vraagvorm in Facebookposts).

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Vorige Volgende